Wiskunde op zondag

Op de Weekendschool in Utrecht ontdekken kinderen van 10 tot 14 uit achterstandswijken wat ze willen en kunnen. ‘Heel wat jongens van de straat blijken van lezen te houden.’..

‘Hij kan, hij kan!’ Benyounes (10) staat te springen naast zijn stoel. Mag ik, mees?’ Rafik (10) is hem voor. ‘Nee man, die kan écht niet.’ Hij rent naar het bord, waar acht verschillende kartonnen figuren hangen. Hij grijpt een stuk karton en begint te vouwen. ‘Ho ho’, zegt docent Hans de Jong. ‘Je moet de kubus maken in je hóófd, Rafik. Zo kan iedereen het.’

Rafik gaat weer zitten. ‘Hij kan níet’, mokt hij. ‘Mees, ik weet het!’ Iedereen roept nu door elkaar. ‘Hij kan echt wel!’, vindt Ibrahim. ‘Nee! Je bent stom als je dat niet ziet!’ ‘Alleen aardige dingen zeggen hè?’ zegt De Jong.

Het is zondagochtend half elf. Tijd voor een spelletje. Het heet Kan-ie of kan-ie niet? Van de kartonnen figuren kun je een kubus vouwen, maar van sommige niet. De figuren heten ‘uitslagen’, vertelt de docent, platgemaakte driedimensionale objecten. De kinderen kijken verbaasd. Uitslagen? Voetbaluitslagen, die kennen ze. En de uitslag van een toets. Uitslagen van karton?

De eerstejaars van IMC Weekendschool in Utrecht, in een lokaal van het Vader Rijncollege in de wijk Overvecht, gaan aan het werk. Ze plakken een rood of groen stickertje op de figuren. Over eentje zijn ze het roerend eens: die lange strook, die kan niet. ‘Hij heeft geen zijkanten’, stelt Simge hardop denkend, ‘dan kan-ie natuurlijk nooit een kubus worden.’

Je moet het maar willen. Op je vrije zondag wiskundeles volgen, terwijl buiten de zon schijnt. Deze kinderen willen dat. Hier krijg je andere wiskunde, legt Yasmine uit. ‘Rekenen op school is saai, alleen maar cijfers. Hier máák je dingen.’ Mohammed haalt zijn schouders op. ‘Ik heb thuis toch niets te doen. Hier is het leuker.’

Simge, de ‘klassenmanager’, deelt dozen met vierkante blokjes uit. De opdracht is nu om met vier blokjes, die je recht op of naast elkaar zet, zo veel mogelijk huisjes te maken. Een groepje meisjes gaat gespannen aan de slag. Na een paar minuten hebben ze twintig huisjes. ‘Mooi, maar het zijn er vijf te veel’, zegt de docent. Naomi zet de blokjes scheef op elkaar. Zo zou zij huizen bouwen, veel leuker. Maar haar huisjes tellen niet. ‘Hé’, zegt Asma verrast terwijl ze twee gebouwtjes omdraait: ‘deze twee zijn eigenlijk hetzelfde.’ Nu heeft hun groepje alle vijftien oplossingen. Een topscore. Een jongensgroepje heeft lol, maar niet met de opdracht. ‘Wie nog één keer een blokje gooit, gaat maar even naar buiten’, zegt klassenjuf Amina. Het is meteen stil.

Het is een illusie, zegt Hans de Jong, dat je kinderen van deze leeftijd verleidt met cijfers. Hij ontwierp een serie lessen voor IMC Weekendschool. ‘We doen praktische dingen: een huis bouwen, een bal maken uit veelhoeken – hé, een voetbal.’ De Jong geeft gastlessen op drie vestigingen van IMC Weekendschool. ‘Ik benijd leraren wiskunde op school niet. Daar moeten ook de lastiger, abstracte onderdelen aan bod komen. Bij mij is het fun, maar hun ruimtelijk inzicht gaat met sprongen vooruit.’ De Jong is in het dagelijks leven geen leraar, maar systeemarchitect. Collega-gastdocent Ton Velthuis, econometrist, werkt als manager. Hier zijn ze ‘mees’, en dat is geen straf. Velthuis: ‘Ze willen na afloop van de les niet weg, ze willen nog een opdracht. Je ziet hun zelfvertrouwen groeien.’

Bij IMC Weekendschool interesseert het niemand of je een citoscore hebt van 528 of van 548, of je vmbo-kader doet of vwo. Het is aanvullend onderwijs voor kinderen van 10 tot 14 jaar uit ‘achterstandswijken’ in de grote steden. De vakken die ze hier volgen, zijn geen gewone schoolvakken: journalistiek, theater, sterrenkunde, geneeskunde, diergeneeskunde, recht, archeologie, film, architectuur of ondernemen. Leerlingen kunnen niet zakken, krijgen geen cijfers en hun schrift staat niet vol rode streepjes. Wel krijgen ze na drie jaar een diploma, en elk vak wordt afgesloten met een certificaat. Diane Petronilia, coördinator van de eerstejaars: ‘Je leert hier door te kijken en te doen. Door er lol in te krijgen. Je ontdekt wat je goed kunt. Maar als je het saai vindt, of zondags liever iets anders doet, dan laten we je niet zomaar doorgaan. Het is óók onze taak om kinderen te motiveren. Als dat echt niet lukt, moeten we ermee stoppen en iemand van de wachtlijst een plaatsje gunnen. Hier komen, betekent meedoen.’

Het is niet de bedoeling om het reguliere onderwijs te overtroeven of overbodig te maken, zegt Petronilia: ‘Het is natuurlijk belangrijk om een diploma te hebben, al is dat niet het belangrijkst. Wij helpen waar het kan.’ Sinds kort biedt de IMC Weekendschool na de gezamenlijke lessen twee uur huiswerkbegeleiding en bijles aan. Onder leiding van vrijwilligers wordt gewerkt aan rekenen en taal. Er wordt voorgelezen en samen gelezen. Petronilia: ‘Er blijken heel wat jongens van de straat te zijn die van lezen houden. Ze worden er rustiger van. Op straat zijn ze vaak opgefokt, hier hoeft dat niet.’

De honderd leerlingen van IMC Weekendschool in Utrecht komen uit achterstandswijken, vooral uit Overvecht. Ze komen van basisscholen die vooraf zijn geselecteerd. Niet alle kinderen die willen, kunnen een plaats krijgen; de motivatie is het selectiecriterium. Petronilia: ‘Het zijn geen domme of zielige kinderen. Het zijn degenen die het hardst extra onderwijs nodig hebben, kinderen die ‘iets’ willen, al weten ze nog niet wat. Ik ben ontzettend trots op ze. Vaak gaan ze zeven dag per week naar school, vijf dagen naar hun gewone school, één dag naar de weekendschool en op zaterdag nog naar de moskee en Arabische les. Oud-leerlingen kunnen prachtig vertellen hoe op de weekendschool hun belangstelling gevoed werd, hoe ze het lef hebben ontwikkeld om zelf verder te gaan.’

Vaak zijn de leerlingen kinderen van ambitieuze migranten, maar niet altijd. Ook de ouders moeten gemotiveerd zijn. Goede uitleg over de school helpt daarbij. De jaarcoördinatoren onderhouden contact met de ouders, en gaan op huisbezoek. Ook komen ouders op de school, bijvoorbeeld om een film of tentoonstelling te bekijken die hun kinderen hebben gemaakt.

En ambities hebben ze, deze kleine Utrechters. Seval wil later dokter worden, Oumaima zelfs chirurg. Ceren ziet zichzelf wel als nieuwslezeres, Souhaila wil de wereld in als verslaggever. Yasmine lijkt het wel leuk om tafels te ontwerpen. Dan maakt ze een grote onderzoekstafel voor meester Hans, die 2.05 meter is, waarop haar vriendinnen hem kunnen onderzoeken. ‘Zulke tafels bestaan niet.’ Maar eerst wil ze naar het gymnasium.

‘Het gaat om bewustwording’, zegt Amina Haitoute, klassendocent van de eerstejaars. ‘Je horizon verbreden.’ Ze vindt het jammer dat zij hier als kind niet naartoe kon. Amina volgt een opleiding maatschappelijk werk, en met plezier, ‘maar als ik destijds een journalist aan het werk had gezien, dan had ik zeker voor dát vak gekozen.’

De derdejaars ontwerpen games. Dat is behoorlijk moeilijk. ‘Kijk’, zegt Ihab, wijzend naar een mannetje op zijn scherm. ‘Dat ben ik. Ik moet op mijn motor zo snel mogelijk door de bergen naar de finish.’ Best leuk, games bedenken, knikt Ihab. ‘Maar wiskunde is veel leuker.’

Gastdocent Suzie Joku, bedrijfsarchitect in de ict, is verbaasd over wat sommige kinderen kunnen. ‘Laatst had een jongen een geheel nieuw systeem bedacht voor een ingewikkeld digitaal proces. Het kon zo worden toegepast. Ik was verbluft over het abstractieniveau van die jongen, doorgaans een ‘moeilijk’ joch. ‘Weet jij dat heel weinig mensen dit kunnen?’ zei ik hem. Hij vond het niet bijzonder, hij deed maar wat. Op een gewone school zou dit talent misschien niet ontdekt zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden