Een van de drie wisenten die zijn uitgezet nabij het Zeeuwse Sint Philipsland.

ReportageWisent zet voet in Zeeland

Wisenten zetten voet in Zeeland, maar wat hebben ze daar eigenlijk te zoeken?

Een van de drie wisenten die zijn uitgezet nabij het Zeeuwse Sint Philipsland.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Wisenten, of Europese bizons, hebben zo’n positief effect op de biodiversiteit dat nu ook Zeeland ze gaat inzetten in natuurgebieden. Maar wat doet zo’n kolos wat andere grote grazers niet kunnen?

Eerst verschijnt een grote, harige snoet waar ademwolkjes uitkomen; daarna voorzichtig twee hoorns. En dan steekt de wisent, of Europese ­bizon, haar gigantische kop helemaal uit de trailer en kijkt eens goed om zich heen in het Zeeuwse landschap. Licht argwanend ook, richting de groep mensen die zich op een kar met hooibalen heeft gehesen om de aankomst van deze grote grazers te bekijken.

Het natuurgebied De Slikken van de Heen, nabij het Zeeuwse Sint Philipsland, wordt het nieuwe leefgebied voor deze wisent en twee van haar soortgenoten. Ze zijn afkomstig uit Natuurpark Lelystad en de eerste van hun soort in Zeeland. De wisenten moeten samen met de rode geuzen (runderen) en konikpaarden helpen de biodiversiteit te vergroten. Door hun graasgedrag zorgen zij voor een ‘halfopen landschap’ waarin meer verschillende soorten dieren en planten een plaats hebben. Daarnaast zijn ze een bedreigde diersoort, die nu ook in Zeeland in stand wordt gehouden.

‘Herverwildering’

Het (her)introduceren van diersoorten doen mensen al ruim honderd jaar. Maar om dit als vorm van landschapsbeheer met grote grazers te doen, is een nieuwe trend, signaleert Raf de Bont, die onderzoek doet naar de geschiedenis van de ecologie aan de Universiteit Maastricht. ‘Dit past ook bij de opkomst van ‘rewilding’ – met menselijk ingrijpen een verdwenen ecosysteem terugbrengen, en dan op de vrije loop laten.’

Het voordeel van wilde grote grazers in Nederland: ze zijn minder kieskeurig dan bijvoorbeeld boerenkoeien, kunnen jaarrond in een natuurgebied leven en leveren daarmee een duurzame bijdrage aan het onderhoud van het natuurgebied. Maar ‘rewilding’ met deze enorme, van nature schuwe dieren (naast de wisent wordt bijvoorbeeld ook de imposante tauros ingezet om zijn graaskunsten) gaat niet altijd zonder incidenten. In 2016 beet een ­wisent een boswachter in zijn achterwerk in het Brabantse natuurgebied De Maashorst, en afgelopen december werd een bezoeker daar nog door een tauros op de hoorns genomen.

‘Je probeert altijd vooruit te denken en incidenten te voorkomen’, zegt Leo Linnartz van Ark natuurontwikkeling, samen met stichting en eigenaar van de dieren Free Nature verantwoordelijk voor het project. ‘Bij wisenten moet je niet te dichtbij komen – op een gegeven moment denkt het dier: het is genoeg geweest.’ Het is niet alsof de dieren ons helemaal in de kreukels willen leggen, zegt Linnartz. ‘Ze willen ons eerder een standje geven. Maar bij een dier van 800 kilo is dat problematisch.’

Heeft het ermee te maken dat we niet meer gewend zijn aan wilde dieren, met name in een gebied waar je ook kunt wandelen en fietsen? Linnartz: ‘Het is iets complexer. Wij groeien op met het idee dat wanneer je geen kwaad in de zin hebt, een dier je met rust laat. Maar dat is niet zo. Dieren hebben, net als mensen, een personal space. En vreemden zijn daar niet welkom.’ De personal space van een wisent is zo’n 50 meter. Bezoekers zullen dat moeten respecteren.

Behoedzaam zet de eerste wisent voet op Zeeuwse bodem in het natuurgebied De Slikken van de Heen.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Berenklauw

Geen grazers is geen optie. ‘Het is geen hobbyproject – het is van vitaal belang voor het ecosysteem van een natuurgebied. Je moet balans zoeken’, vindt Linnartz. Ecoloog Pepijn Calle van Het Zeeuwse Landschap, de beheerder van het ­natuurgebied, beaamt dit. Verschillende soorten grazers eten verschillende dingen. ‘We hadden lange tijd boerenkoeien, maar die aten vooral mals gras en stonden er alleen in de lente en de zomer. Andere grassen worden dan nauwelijks gegeten, waardoor het gebied de laatste decennium steeds verder verruigde.’

Wisenten eten ook boomschors. ‘Daarna sterft een boom af en dat is weer goed voor bijvoorbeeld paddestoelen en spechten. Onder zo’n afgestorven boom komt weer zonlicht wat groeimogelijkheden geeft.’ Daarnaast drukken de wisenten met hun grote lijven begroeiing plat en eten ze de reuzenberenklauw, een invasieve exoot die De Slikken van de Heen al enige jaren plaagt.

Hoewel het tijdens het wachten nog hagelde, woei en stormde (‘Het weer is Zeeuws vandaag’, merkt een aanwezige op) breekt de zon door als de wisenten arriveren. Ze verkennen ondertussen stapje voor stapje hun nieuwe modderige habitat. Gadegeslagen door enthousiaste toeschouwers – die naast wisenten ook otters, wolven, kroeskoppelikanen en visarenden tot onderwerp van gesprek maken.

Er is zelfs interesse van over de grens. Amanda Fegan van Kent Wildlife Trust uit Groot-Brittannië is speciaal naar Zeeland gekomen omdat ze ook in Engeland de wisenten willen uitzetten. Ze is hier om te kijken hoe er in Nederland wordt omgegaan met de grazers en om haar landgenoten aan de overkant van Het Kanaal enthousiast te maken. ‘Mensen vinden het eng, maar als je uitlegt hoeveel goeds een wisent kan doen voor een natuurgebied, worden ze een stuk positiever.’

Kwetsbare populatie

Wisenten worden op steeds meer plekken in Europa uitgezet. Ze bevinden zich onder meer in Spanje, Frankrijk, Roemenië en Bulgarije. Dat is belangrijk, want van de 7.000 wisenten ­wereldwijd leven er weliswaar 4.500 in natuurgebieden, maar het grootste aantal woont bij elkaar in het Oerbos van Białowieza, in Polen en Wit-Rusland. Dat maakt de populatie kwetsbaar, bijvoorbeeld wanneer er een ziekte uitbreekt.

Binnenkort worden de wisenten vergezeld door soortgenoten uit het Brabantse natuurgebied De Maashorst. Dan hebben ze een jaar tijd om te wennen en vanaf volgend voorjaar zullen ze ook langs de wandelpaden van het natuurgebied rondstruinen. Tot die tijd is er gelegenheid rustig de boel te verkennen. Iets verderop in het park kuiert de wisent langs een plas, terwijl in de verte een zeearend op een boomtop troont. Het begint weer te regenen en de wisent verdwijnt in het dichte struikgewas. De Nederlandse natuur is weer een stukje wilder geworden. ‘En rijker’, zegt Linnartz.

Bison bonasus

De wisent (‘Bison bonasus’) wordt gezien als ‘oorspronkelijke bizon’ van Europa, maar ontstond zo’n 120 duizend jaar geleden als kruising tussen de oeros en de steppewisent. Vrouwtjes kunnen zo’n 600 kilo wegen, mannetjes rond de 800. Als ze écht groot worden en daar een beetje aanleg voor hebben, kunnen ze wel de 1.100 kilo aantikken. Met kop erbij worden ze tot twee meter hoog. Na de Eerste Wereldoorlog was de wisent zo goed als uitgestorven. Met enkele tientallen overgebleven exemplaren uit Polen werd de wisent zorgvuldig gefokt en teruggebracht. Dit was het eerste dier waarbij dit systematisch gebeurde. Wereldwijd zijn er nu zo’n 7 duizend wisenten, in Nederland grazen er een stuk of 60 rond. Dat doen ze sinds kort dus in Zeeland, en daarnaast in de duinen van Kennemerland, Natuurpark Lelystad, De Maashorst in Brabant en op de Veluwe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden