Column

Wiplala's reuzenaardappel op een poppenfornuisje

Witteman heeft iets gelezen

 

Van kabouters heb ik altijd een afkeer gehad, niet alleen door die vieze plaatjes van Rien Poortvliet in de jaren zeventig, maar éérder al: vanwege Dick Laans 'Pinkeltje' en diens witblonde lustknaap 'Wolkewietje' was ik al heel jong genoodzaakt op het gebied van kabouters alle hoop te laten varen.

Ik kan me dan ook nog steeds goed de aarzeling herinneren waarmee ik 45 jaar geleden voor het eerst Wiplala ter hand nam. Ik deelde de alomtegenwoordige blindelingse aanbidding van Annie M.G. Schmidt eigenlijk niet: Jip en Janneke vond ik nogal eng omdat ze geen nek hadden, en er altijd in vreemde, spastische houdingen bij stonden, alsof iemand net een stroomstoot door ze heen had gejaagd.

Ook waren ze zwart, terwijl je toch duidelijk kon zien dat het geen negerkindjes waren (Niet zeuren hoor. Die héétten toen nog zo). Dat was natuurlijk allemaal Fiep Westendorps schuld, en niet van Annie, maar als kind maak je nu eenmaal geen onderscheid tussen de schrijver en de illustrator van een boek: die zijn één.

De tekeningen in Wiplala bevielen me wél. Net als in Jip en Janneke is iedereen zwart, (was dat mode of zo?) maar ze hebben tenminste echte ogen in plaats van een witte stip, en ook zien ze er gewóón uit, en niet alsof ze telkens midden in een epileptische aanval vereeuwigd werden. Bovendien is Wiplala weliswaar een soort kabouter, maar hij heeft geen baard, dat scheelt enorm, en ook verder lijkt hij veel meer op een kind dan op een oud mannetje.

Een ontroerend, verstoten klein jongetje, dat belandt in een Amsterdams gezin ( 'Ik woon helemaal niet op een halfrond', zei Wiplala. 'Ik woon, om precies te zijn, helemaal nergens meer.' ) bij meneer Blom ('Meneer Blom was een geleerde en hij was bezig een boek te schrijven dat heette Politieke Spanningen in de Middeleeuwen.'), zijn kinderen Johannes en Nella Della, en de poes Vlieg. Uitstekende namen. Die kinderen hebben overigens geen moeder, en ook dat heeft onmiskenbaar voordelen.

Wiplala kan een beetje toveren ('tinkelen' heet dat in het boek, een nogal jammer neologisme) maar meestal mislukt het. Af en toe verandert hij iemand in steen, een motief dat Annie ongetwijfeld heeft gejat van Mulisch' Wat gebeurde er met sergeant Massuro. Toveren is natuurlijk altijd een beetje een zwaktebod, niet alleen bij Annie, maar bijvoorbeeld ook in het Nieuwe Testament; het leukst aan het boek (Wiplala, dus, niet de Bijbel) vond ik dan ook niet dat getover, maar de alledaagse situaties die zich voordoen als je heel klein bent.

Vooral het beeld van de op een poppenfornuisje gekookte reuzenaardappel is me altijd bijgebleven, en hoe Wiplala zich met de inmiddels eveneens verkleinde meneer Blom en kinderen door een ontbijtkoek heenvreet; als hij ziek is, krijgt Wiplala trouwens een 'heel klein stukje van een pil' en een 'vingerhoedje sinaasappelsap'.

Ook dat gedoe met de directeur van de 'minuutsoepfabriek' die zelfs als hond 'Meneer Peters' blijft heten vond ik bijzonder geestig. Maar dat van die pruimensoep heb ik nooit geloofd. Dat zoiets lekker zou zijn, bedoel ik.

Nee, daar heeft Annie haar hand overspeeld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.