Winterjas

Wil ik voor het zomermagazine over herinnerde 'feesten en aanverwante gebeurtenissen' schrijven? Ja, dat wil ik wel. Er zijn veel feesten in mijn leven geweest. Helaas zijn ze in mijn herinnering samengevloeid tot één pot wijnnat, wat de indruk wekt dat mijn leven tot nu toe één groot feest was. En dat wil ik niemand wijsmaken.


Het gelukkige toeval wil dat ik deze weken bezig ben dozen en mappen vol papieren te schiften. Wat ik wil bewaren, wat niet? Het zou een pijnlijke operatie zijn als ik niet in de categorie 'aanverwante gebeurtenissen' een aantal zaken aantrof die nu kunnen dienen. In zo'n doos stuitte ik op een map die notities en foto's bevatte aangaande mijn deelname aan een poëziefestival in Hongkong in 1997. Ik was er met de dichters Joachim Sartorius, Hans Magnus Enzensberger, Miroslav Holub, Homero Aridjis en Breyten Breytenbach. Het is altijd een feest om andere dichters te ontmoeten, al was het alleen maar omdat je niet met elkaar over poëzie hoeft te praten. Dat weten we wel.


In de destijdse column CaMu, die ik daar kennelijk doorschreef, noteerde ik: 'Als je aan de eisen van het programma toegaf, zou je Hongkong alleen maar vanuit een taxi en in witgeschilderde cementen zaaltjes beleven. Maar het is de deelnemende internationale dichters (...) wel toevertrouwd om aan de mazen van het net te ontsnappen. Morgen ga ik naar Macao in plaats van mijn licht te laten schijnen over 'Poetry and Education'.'


Het eiland Macao was een Portugese kolonie, zoals Hongkong een Engelse was. Een paar maanden later zou de overdracht aan China plaatsvinden, wat door iedereen die ik sprak met vrees en beven werd tegemoetgezien.


'Met Homero naar Macao gegaan, een uur varen van Hongkong, een stadje vol oude Portugese gebouwen. Tegen het einde van de middag treft iedereen elkaar op het centrale plein. De jeugd flaneert, de oude mensen leveren commentaar op bankjes gezeten. Stokoude mensen spreken er nog Portugees. Een verademing om even uit Hongkong weg te zijn, stad die ik absoluut niet aankan, doet me enigszins aan Jakarta denken, alleen veel rijker en werkelijk brandschoon. (...) De taxichauffeurs hebben drie radio's tegelijk aan en dat is zelfs mij te gortig.'


Over de veerpont van Hongkong schreef ik een gedichtje.


'On the thumping waters


the Star Ferry goes to and fro


construction full of people


always looking for its banks.'


Voor de zekerheid schreef ik mijn Chinese vertaler: 'The banks of the river, not of the money!' In de Nederlandse vertaling maakte ik van de Star Ferry de IJpont.


In Hongkong kreeg ik een begeleidster toegewezen, een jonge studente biologie die redelijk Engels sprak. Ze heette Suzette Pang en als ze iets niet direct begreep, zei ze: 'Maybe.' Conversatie: 'Erg koud in Hongkong nu.' 'Nou, dat valt nogal mee. In Holland vinden we dit mooi voorjaarsweer en konden we eindelijk zonder winterjas.' 'U wilt kopen winterjas?' Neen, dat bedoel ik niet.' 'Wij gaan kopen jas.' 'Neen, ik hoef geen jas.' 'Maybe.'


Ik schreef een afscheidsgedichtje voor Suzette Pang. Teruggekeerd in Nederland kreeg ik een brief van haar. 'Once I saw the poem my tears can't stop coming out from my eyes for at least 2 hours. You are the first person who writes a poem for me.(...) I know it is still cold in Amsterdam. Remember to put on your wintercoat when you go outside.'


Haar briefpapier was bovenaan bedrukt met een geheimzinnige boodschap: 'Clothes for every day letter. How do you?'


Hoe doe ik? Maybe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden