Winterfeest tussen twee culturen

Een beetje een raar samengeraapt zootje, het programma van Winternachten, het literaire festival dat afgelopen weekeinde werd gehouden in Den Haag....

Ach, maar wat doet een thema er ook toe bij een festival dat zich presenteert als 'een feest' met schrijvers, muziek en films uit Nederland, en landen waarmee Nederland een bijzondere band heeft: Zuid-Afrika, Suriname, de Antillen, Indonesië en India.

En een partijtje was het, in de foyer van het Theater aan het Spui vrijdagavond, een feestje waar je vage bekenden elkaar zag ontmoeten, en waar het publiek met een glas in de hand onbekommerd heenpraatte door de performances van optredende dichters.

Terwijl de kleine zaal uitpuilde met belangstellenden voor de Balinese muziek van Wardana en Rudita, onderhield in de grote zaal gespreksleider Michaël Zeeman zich eerst met schrijver/essayist Ian Buruma en historicus H. W. von der Dunk, later met opnieuw Buruma, de Zuid-Afrikaanse schrijver Breyten Breytenbach en de Nederlandse vertaler en schrijver Jan Eijkelboom.

Over denken en dromen in twee culturen moest het gaan, en over de verwerking van het verleden. Maar vrijdag wreekte zich, vooral in het eerste, moeizame gesprek, dat ervoor gekozen was niet meer dan veertig minuten uit te trekken per programma-onderdeel. Veel te weinig voor het op gang brengen van een interessante discussie. Von der Dunk, die in de jaren dertig als achtjarige uit Duitsland in Nederland terecht kwam, mocht vertellen of het hem moeite had gekost de taal te leren (hij wist het niet echt meer) en wat zijn eerste Nederlandse woord was geweest (hij wist het niet echt meer. Misschien: 'Dag. Dahaag.').

Buruma, tweetalig opgevoed, las voor uit Anglomanie, de Nederlandse vertaling van zijn boek Voltaire's cocunuts en later uit het Engelstalige origineel. Op Zeemans vraag naar 'het verdriet van de kosmopoliet' - het gevoel ontwordeld te zijn - merkte Buruma op dat wanneer het kosmopolitisme gebaseerd is op vrije keus 'te gaan klagen over ontworteldheid en verdriet een beetje kleinzielig is'.

Jan Eijkelboom las later op de avond voor uit zijn roman Het krijgsbedrijf, waarin hij beschrijft hoe hij als jonge militair deelnam aan de politionele acties in Indonesië. Veertig jaar heeft hij erover gedaan om het boek af te maken, en hij beaamde dat dat niet alleen was om redenen van tijdgebrek en loopbaan. 'Het eerste verhaal móest geschreven worden, maar daarmee had ik het ergste van me afgeschreven en ik had geen zin om me er verder in te verdiepen. Al wist ik dat ik het af zou maken.'

Het krijgsbedrijf hielp hem zijn ervaringen te verwerken, vertelde Eijkelboom, maar het hielp, afgaande op de reacties, ook lezers. 'De meeste mensen hebben dit niet meegemaakt. Maar een andere oorlog wel. En alle oorlogen lijken op elkaar.'

Ook Breyten Breytenbach, die voorlas uit Hondenhart, zong de lof van de individuele ervaring, die misschien wel dichter bij de waarheid komt dan willekeurig welk historisch verslag. ' De enkeling is altijd een klankversterker van de hele levenssfeer van zijn tijd.'

'Is de schrijver', vroeg Zeeman, 'de betere historicus?'

'De betere getuige', vond Breytenbach.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden