Wint de toekomst van het heden?

Ajax - Twente is ook Christian Eriksen - Theo Janssen. Toekomst - heden, 19 en 29 jaar. Welke spelmaker is beslissend? Kan Eriksen de toekomst zondag al opwaarderen tot het heden?

Toen Theo Janssen zo jong was als Christian Eriksen nu, net 19 jaar, was hij een belhamel; een volksjongen uit 't Broek in Arnhem die tijdens een jeugdtoernooi in Toulon een medespeler in het water duwde, die geregeld uitbranders kreeg om zijn ondeugd, die niet zo lette op zijn gewicht en te graag uitging; een talent dat, als hij niet uitkeek, altijd een talent zou blijven.


Christian Eriksen is nooit een belhamel geweest. De Deen, van ouders die meer dan behoorlijk konden voetballen, is een voorbestemde topspeler, een talent zonder rafelranden, een jongen die in zijn vrije tijd Spaans leert, omdat hij eens in Spanje zal voetballen. Hij haalt de toekomst alvast dichterbij.


Janssen stippelde nooit een loopbaan uit. Liever zwelgde hij in het heden. Pas nu, op zijn 29ste, heeft hij de toppen van zijn kunnen bereikt en is hij, volgens velen, de beste voetballer van de eredivisie. Laat ze maar lachen, om Janssen met zijn tatoeages en sigaretjes. Hij heeft de balans gevonden. Zíjn balans.


Eriksen is wat trainer Frank de Boer beoogt met voetbal. Spil in het soms nog zo haperende combinatiespel van Ajax. Hij is slim, een toekomstige grootheid in het spel tussen de linies, zoals kenners dat noemen. Een echte nummer 10, al voetbalt hij dan nog met 8, net als Janssen overigens.


Hij is het symbool van het nieuwe Ajax, terwijl Janssen model staat voor regerend kampioen FC Twente, dat zondag de titel prolongeert met een gelijkspel in de Arena. Ajax moet winnen.


Vooral dit seizoen, nu het met Ruiz vanwege een operatie ietsje minder ging, is Janssen de onomstreden regisseur. Architect van de oprispingen van schoonheid in het Twentse spel. Voorganger in het samenspel van slimheid, tempowisselingen, emotie en ontspanning. Bij FC Twente huren ze geregeld sportpsycholoog Bill Beswick in om de troepen toe te spreken. Ze zouden ook naar Janssen kunnen luisteren. Hij is, als het ware, het spiegelbeeld van FC Twente.


Janssen heeft een doorleefd hoofd. Wallen onder de ogen. In Eriksen zie je de jeugd van Ajax. De Toekomst, met en zonder hoofdletter. Dat wat spitse jongensgezicht, de grote, verbaasde ogen, het springerige haar. Trainer Frank de Boer streeft het spel van trainer Van Gaal na, waarin De Boer zelf een defensieve pion was. De tactiek is gebaseerd op balbezit, eventueel op eigen speelhelft om de tegenstander te lokken. De bedoeling is dat het spel gogme heeft, techniek en lef.


Eriksen is de nieuwe Litmanen, hoewel in aanleg beter. Hij kan scoren en passen, en hij dribbelt beter dan de Fin. Rechts is hij beter, maar zijn linkerbeen is ook van goed niveau. Je ziet hem al vrije trappen opeisen. Eriksen, toen nog 18, dacht dat hij terug in de A-jeugd was, toen Ajax in Italië bij het debuut van De Boer in december met 2-0 van AC Milan won, in de Champions League. Misschien was dat zijn beste wedstrijd. Ouderwets lekker voetballen, zo ontspannen, alsof hij weer een jongen was in plaats van een man in de dop.


Eens begon trainer Mark Wotte in de schminkruimte van een tv-programma spontaan te praten over een jonge voetballer, een talent dat met de A-jeugd van Ajax tegen ADO (met zijn zoon) voetbalde. Ajax won met 10-0 en Eriksen was bijna overal bij betrokken.


Maar onlangs, in de eredivisie, verloor Ajax met 3-2 bij Den Haag en wist Eriksen opnieuw dat grotemensenvoetbal iets anders is dan kinderspel. Het zijn nog bijna jongens, die van Ajax. Ebecilio, Eriksen zelf, Özbiliz, Anita, Boilesen. Niemand weet precies hoe goed ze zullen worden.


Bij Twente geldt dat slechts voor een enkeling; De Jong bijvoorbeeld, of Chadli. Die van Twente zijn iets verder. Van de meesten weet je wel ongeveer waar hun plafond ligt, en zeker van Theo Janssen. Die kan niet meer zoveel beter dan wat hij nu laat zien. Dat is overigens best veel.


Maar Eriksen? Frank de Boer zei onlangs tegen oud-voetballer Perez, nu actief in de journalistiek, dat Eriksen zo goed kan worden als Kaka, en het zou best kunnen dat hij ook een keer 80 miljoen euro kost. Grootspraak? Je weet het niet. De Boers voorganger Martin Jol noemde hem een van de grootste talenten van de laatste tien jaar. Perez zelf stelde dat hij de hoop in bange Deense dagen is.


Theo Janssen was ook een supertalent, toen hij 18 was. Niet zo'n groot talent als Eriksen misschien, maar toch. Alleen: die instelling. Lees het schitterende jaarverslag van Marcel van Roosmalen over een seizoen Vitesse en je komt Janssen telkens tegen als er iets loos is. Of een journalist klaar is, vraagt Janssen in het boek. Ja? Dan kan hij eindelijk gaan schijten.


Hij was te dik, hij nam steeds meer tatoeages, hij was meubilair bij Vitesse. Het ging hem te makkelijk af. Waar de een, Eriksen, Denemarken zo snel mogelijk verliet, bleef de ander plakken in zijn natuurlijke habitat. Net op tijd vertrok hij naar FC Twente, waar een nieuwe omgeving en een andere trainer hem hielpen zichzelf opnieuw uit te vinden. Eindelijk.


Zondag, in een kolkende Arena, snijden de lijnen van twee loopbanen elkaar, met het kampioenschap van Nederland als inzet.


Eriksen is Ajax. Wisselvallig nog, soms met vleugjes wereldklasse, af en toe onherkenbaar. Zo'n steekpass op Ebecilio, in Breda tegen NAC, bijna achteloos de vrije ruimte ingespeeld, is ongelooflijk knap. Of die bal op Sulejmani, bij NEC, met de 1-1 tot gevolg. Ajax hangt aan de ideeën van Eriksen. Maar alles goed doen, kan hij nog niet. Zijn beste wedstrijd van het seizoen heeft hij misschien al gespeeld, zoals de frisheid uit de beginweken onder De Boer deels weer verdween.


De spanning is toegenomen, terwijl het elftal niet geweldig is. Eigenlijk is het onverantwoord wat bij Ajax gebeurde, maar het moest blijkbaar. De Boer zoekt en bouwt. Hij zeurde niet over de verkoop van Suarez en Emanuelson, hij vond het goed dat Ajax de aankoop van Dost op een paar ton liet stranden. Hij moest noodgedwongen verder met El Hamdaoui, hij nam Cvitanich weer op in de selectie, hij zette Siem de Jong in de spits, terwijl die floreert in de schaduw.


Bijna alles was onverantwoord, maar uiteindelijk hoeft Ajax op de laatste dag van het seizoen maar één ding te doen om eindelijk weer kampioen te worden: winnen. Eén dieptepass van Eriksen, één afronding van invaller Cvitanich en klaar is Kees.


Bij Twente is bijna niets onverantwoord. Dat hele elftal is een vrucht van verantwoord clubbeleid in de laatste jaren. Ja, uitgerekend Janssen, die valt weleens overal buiten: toen hij een ongeluk veroorzaakte met een slokje op, vorig seizoen, of als hij weer een sigaret opsteekt. En nog eentje. Maar Janssen is in het jaar van zijn leven. Die heerlijke passes van Eriksen, die geeft Janssen ook. Nog beter zelfs en nog vaker, want hij is ouder, rijper, bij hem is alles ingeslepen. Hij is de hoefsmid waarbij elk paard bijna hinnikt van genot. Met zijn gouden linkerbeen legt hij achteloos een bal weg over 50 meter. Hij zou het kunnen met een peuk in de mondhoek.


Het stiftje tegen PSV, na een van hem onvermoede sprint, is het doelpunt van het jaar, of anders wel dat lobje tegen Ajax, in die eerste onderlinge competitiewedstrijd, het spektakelstuk in de Grolsch Veste dat in 2-2 eindigde. En de voorzet op Luuk de Jong tegen St.- Petersburg voor 3-0 is de mooiste voorzet van het seizoen. Strak, hard, ongelooflijk. Een pijl uit de boog die de appel splijt in het klokhuis.


Janssen kon niet weg uit Arnhem, waar hij zich laafde aan de bierpompen op de Korenmarkt. Een half jaartje voetbalde hij in Genk, op rijafstand. Hij was prof, als je dat beroep definieert met het verdienen van geld. FC Twente was zijn redding. Zijn derde seizoen is zijn beste.


Nu denkt hij verder. Het buitenland. Als hij maar Theo Janssen mag blijven. Ajax-directeur Van den Boog zei eens dat hij Theo Janssen graag zou kopen. Maar dat was nog voordat Frank de Boer trainer werd.


Toch zou hij ook bij Ajax passen. Omdat hij een geweldige pass heeft, inzicht en gevoel, en omdat Ajax vrij clean is, zonder rafelrandjes, zeker nu Suarez is vertrokken. Ja, El Hamdaoui is een bijzonder mens, maar een individualist. En Vertonghen krijgt soms de kolder in de kop. Maar dat scherpe, dat volkse, die tic van Janssen, dat mist Ajax.


Janssen wil naar het buitenland, ook omdat hij weet dat hij nooit meer zo'n goed seizoen zal spelen in Nederland. Eriksen echter heeft hier nog iets te winnen, zelfs als Ajax kampioen wordt. Want als dat gebeurt, is Ajax alleen kampioen omdat het eerste is geworden in een doldwaze competitie, niet omdat het heeft gevoetbald als een kampioen.


Maar ook daarna valt voor de Deen eer te behalen, in het eerste volledige seizoen met zijn beschermheer, De Boer, de trainer die zijn elftal bouwt rond hem. Stel dat Ajax spits Sigthorsson haalt bij AZ, wat zou Eriksen met hem een geweldig duo kunnen vormen.


Eriksen heeft bijgetekend tot 2014. Dat is economie, want hij zal eerder vertrekken, voor miljoenen euro's. Hij was helemaal niet verknocht aan Denemarken, zoals Janssen aan 't Broek. Hij had ook geen keuze, als talent in het voetballandje dat zoveel groten voortbrengt. Hij was al vertrokken op zijn 16de, naar Ajax, na stages bij Chelsea en Barcelona.


Zondag kruisen de levenslijnen. Wie geeft de beslissende eindpass?


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden