Winstkansen blijken even vluchtig als 'het nieuwe goud'

Industriële renaissance, schalie-boom, geopolitieke game changer: als het om schaliegas gaat, vliegen de superlatieven je om de oren. Maar de kosten van de winning liggen veel hoger dan wat het gas opbrengt. ExxonMobil-topman Rex Tillerson: 'We worden helemaal uitgekleed.'

Voor het breken van de gesteentelagen is veel water nodig, dat - vervuild met boorspoeling en fossiele vloeistoffen - terugkomt aan de oppervlakte. Ook bevat de vloeistof chemicaliën om de stroming te verbeteren en bacteriën te doden. Waar, zoals in de Zuid-Afrikaanse Karoo, drinkwater schaars is, leiden boorplannen daarom tot protest. Zoekers daar (Shell) beloven zo veel mogelijk het water uit brakke waterlagen te halen, per trein aan te voeren en te hergebruiken. In Nederland zou watergebruik voor schalieboringen (circa vijf 50-meterzwembaden per put) aan strenge regels voor hergebruik, zuivering en afvoer moeten voldoen.


Risico 2: Watergebruik


Risico 1: Fracken


Tegenstanders van schaliegas wijzen altijd meteen op de documentaire Gasland, waarin je kraanwater ziet branden dat afkomstig is uit een waterput. Boodschap: de schaliegaswinning heeft het grondwater vervuild, doordat scheurtjes van het fracken tot aan de watervoerende lagen zijn gegroeid. Later bleek dat de waterput zelf door enkele steenkoolhoudende lagen was geboord - vandaar het brandende methaan. Toch zijn er wel degelijk een paar (Amerikaanse) gevallen bekend van grondwater dat door boringen vervuild is geraakt. In die gevallen was echter de boorput zelf ondeugdelijk; het fracken had er niets mee te maken.


Bij conventioneel aardgas hoeft niet al te vaak geboord te worden: zodra er een rietje in het reservoir gestoken wordt, stroomt het gas er vanzelf uit. Schaliegas moet steeds een handje worden geholpen. Boren, fracken, boren, fracken, boren, fracken. Vanuit één boorlocatie kunnen verschillende putten worden geboord, maar om een reservoir helemaal leeg te halen moet je steeds een nieuwe locatie opzoeken. Het bedrijf Cuadrilla, dat in Brabant naar schaliegas wil zoeken, schat het aantal benodigde putten - wanneer er daadwerkelijk gas gewonnen gaat worden - op een stuk of honderd, verdeeld over tien locaties ter grootte van twee voetbalvelden.


Risico 3: Landschap


Het is een boom van 19de-eeuwse proporties. Avonturiers, financiers, juweliers, hoeren en horeca-uitbaters, allemaal trokken ze de afgelopen jaren naar plekken met namen waar niemand ooit van had gehoord. Fayetteville, Haynesville, Marcellus, Barnett: niet vaak veroorzaakten geologische etiketten zoveel opwinding als de laatste jaren in de Verenigde Staten.


Het zijn vier namen van zogeheten schalielagen, een dichte leisteen waar nooit veel mee te beginnen was. Tot iemand op het idee kwam dat gesteente ondergronds te breken - toen werd schalie het nieuwe goud. Het aardgas en de aardolie in de steenlaag begonnen te stromen en wel in zulke hoeveelheden dat Amerika visoenen heeft gekregen van het fossiele paradijs: goedkope energie in overvloed, niemand meer nodig, laat dat Midden-Oosten maar zitten.


Nu zijn er scheve ogen. Dit wil Europa ook. Maar is die schalierevolutie inderdaad zo'n revolutie? En zo ja: kan die naar Europa overwaaien?


Dat er in Amerika iets groots gebeurt, is duidelijk. Er wordt gesproken over een industriële renaissance, een geopolitieke game changer. 'Eindelijk staan we op het punt dat we onze energietoekomst in eigen hand hebben', zei president Obama deze week in zijn State of the Union. Hij wil de vergunningen voor olie- en gasboringen verder versimpelen: de president die het broeikaseffect zegt te willen aanpakken, wil geen fossiel molecuul werkloos in de grond laten.


Vooralsnog zijn de economische voordelen groot. De schalie-boom heeft in Texas, Louisiana, Pennsylvania en North-Dakota doodstille regio's veranderd in centra van bruisende economische activiteit. Er staan honderden boortorens; vrachtwagens rijden af en aan; zelfs de kapper rijdt een dikke terreinwagen. Daniel Ahn van Citigroup, die een optimistisch rapport schreef over de nieuwe goudkoorts, schat dat er de komende jaren tussen de twee- en drie miljoen banen bijkomen, en dat tussen nu en 2020 het bruto binnenlands product 2 à 3 procent extra zal stijgen. 'Deze ontwikkelingen hebben een enorme economische uitwerking', zegt Ahn.


Een deel van die uitwerking zit verderop in de keten. Grote bedrijven die veel energie gebruiken, zoals staalfabrieken, kunstmestproducenten en petrochemische concerns, investeren weer in Amerika, waar de prijs van gas nu vijf keer zo laag is als in Azië en drie keer zo laag als in Europa. In de Senaat getuigde chemieconcern Dow Chemical, een van de bedrijven die van de lage gasprijs profiteren, deze week dat er al honderd nieuwe projecten op stapel staan met in totaal 95 miljard dollar aan investeringen (ruim 70 miljard euro).


Verboden in Frankrijk

Dus begint de Europese industrie te sputteren. Eind vorig jaar lieten grote concerns als BASF en Bayer hun zorgen horen: zij vrezen de concurrentieslag te verliezen. Europese politici, die tot dusver zeer gereserveerd stonden tegen schaliewinning - in Frankrijk is het fracken verboden, in Nederland en Engeland wordt langdurig onderzoek gedaan - beginnen zich op het hoofd te krabben. 'In Nederland is het veel te stil over deze brandstof, mogelijk toch een belangrijke aanvulling op ons aardgas in Groningen. Wij moeten ook een gebalanceerde afweging maken', mailde vrijdag Lambert van Nistelrooij, europarlementariër voor het CDA.


Ook opinieleiders roeren zich. 'Gezien de belangen en de kansen zal ook Europa eraan geloven', schreef Martin Sommer in deze krant. Hij voorziet dat Nederland straks 'een eeuw lang voor een grijpstuiver over gas beschikt'. Dat wil je niet tegenhouden.


Juist die grijpstuiver, het belangrijkste gepercipieerde voordeel van schaliegas, is twijfelachtig. Zelfs in Amerika. 'De prijzen gaan zeker stijgen', zegt de Texaan Jim Diemer van het energieconsultancybureau Pace Global, onderdeel van Siemens. 'We zitten in een historische anomalie', zegt Arthur Berman, een kritische volger van de schalierevolutie. 'Iedereen maakt er nu verlies op', zegt Antoine Halff van het Internationaal Energieagentschap in Parijs.


Het waren kleine bedrijfjes, pioniers, cowboys, die een paar jaar geleden op avontuur gingen in een gebied rond Dallas. Met slimme technieken zoals fracken en horizontaal boren wisten ze gas uit die onmogelijke schalielagen te krijgen - waarop de grondprijzen omhoog schoten en iedereen een stukje van de schalietaart wilde. Overal verschenen boortorens. Grote zakenbanken waren gretig: het was net 2008 geweest, en de schaliebranche was de enige branche waar groot geld te verdienen viel, met deals en investeringen. Total, Shell, de Chinezen van CNOOC, iedereen stak er geld in. En er verschenen meer boortorens. De gaswinning steeg, de gasprijs daalde.


Niet iedereen kon stoppen met boren toen de prijzen omlaag gingen. Grondeigenaren hadden hun grond verhuurd onder de use-it-or-lose-itclausule: wie niet boorde moest de grond teruggeven. Oliemaatschappijen hadden hun eigen redenen om door te gaan: als je ergens olie of gas vindt, kun je het hele reservoir daaromheen meetellen bij je reserves, en dat is een belangrijke factor die de waarde van een oliebedrijf bepaalt. Dus boren is goed, ook al levert het gas niets op. Dus steeg de productie verder, en daalde de prijs verder.


Piramidespel

Een paar gelukkigen zagen het aankomen. In 2010 verkocht oprichter Terry Pegula zijn bedrijfje East Resources, ooit opgericht met een startkapitaal van 7.500 dollar, voor 4,7 miljard dollar aan Shell. Ook ExxonMobil en anderen stapten rond die tijd in het grote piramidespel. Waarna de prijzen nog verder daalden. Uit de twee weken geleden gepresenteerde jaarcijfers van Shell en ExxonMobil blijkt dat ze allemaal verlies maken op hun schaliegasactiviteiten. 'We worden helemaal uitgekleed', zei ExxonMobil-topman Rex Tillerson.


Dus is schaliegas op dit moment misschien nog wel goedkoop, maar dat blijft niet zo, zegt Arthur Berman uit Texas, een geoloog die als onafhankelijk expert zeer sceptisch is over het heil van schaliegas. 'Dit is geen stabiele prijs', zegt hij. 'De kosten van de winning zijn zeker twee, misschien drie keer zo hoog als de opbrengsten', zegt hij. 'Om quitte te spelen moet het gas zeker 6 tot 8 dollar opleveren.' Nu is het 3 dollar per btu, de gebruikelijke eenheid in deze sector.


Want dit is onconventioneel gas. 'De winning is gewoon duur', zegt Berman. 'Dit gas komt uit het armzaligste soort reservoir dat er bestaat - een slecht stromend gesteente, waar je alleen met veel moeite nog iets uit krijgt. Dat kost geld.'


Ook Jim Diemer, een van de makers van het rapport Shale Gas - The numbers versus the Hype, komt tot die conclusie. 'Deze prijs is onhoudbaar. Er zal iets gebeuren waardoor het gas duurder wordt. We hebben het dieptepunt al gehad.'


Dat 'iets' kan van twee kanten komen: een kleiner aanbod of een grotere vraag. Dat eerste gebeurt al. Oliemaatschappijen verschuiven hun aandacht naar de liquids, de vloeibare substanties die ook uit de schalielagen komen en wat meer naar de (veel hogere) olieprijs neigen. Het vrijkomende aardgas wordt steeds vaker afgefakkeld: simpelweg verbrand, omdat het te weinig oplevert.


Ook aan een grotere gasbehoefte wordt gewerkt. Oliemaatschappijen als Shell promoten vloeibaar gas voor bussen en vrachtwagens, ze willen er diesel van gaan maken, en ze proberen vergunningen te krijgen om het gas in vloeibare vorm te exporteren - naar de internationale markten, waar een veel hogere prijs wacht.


De zware industrie, die juist op het goedkope gas was afgekomen, ziet het met lede ogen aan. In de hoorzitting dinsdag waarschuwde het concern Dow dat Washington moet oppassen dat het 'de prijs en de aanvoer' van het aardgas niet verstoort, bijvoorbeeld door het boren te beperken, nog meer gas te gebruiken in elektriciteitscentrales of de export van aardgas vrij te geven. In alle gevallen blijft er minder over voor de industrie, en gaan de prijzen omhoog.


Die export is een heikel punt. Al in 1938 legden de Amerikanen de uitvoer van aardgas aan banden. Nu worden er langzaamaan exportvergunningen verleend, onder meer aan Shell. Dow vindt dat niks. 'Dat kan negatief effect hebben op het Amerikaanse concurrentievermogen', aldus Dow. 'Wees daar voorzichtig mee, in het belang van alle Amerikanen.'


Een pleidooi voor protectionisme, zegt Diemer. 'Maar vervolgens wil Dow producten gaan exporteren die het maakt met goedkoop gas dat we niet mogen exporteren. Mag dat dan wel? Bovendien: Dow kan wel willen dat het gas goedkoop blijft, maar op een zeker moment stoppen de oliemaatschappijen gewoon met boren.'


Daarvoor waarschuwt ook het Internationaal Energie Agentschap IEA in Parijs. Deze week publiceerde directeur Maria van der Hoeven een stuk in de Financial Times, waarin ze wijst op het gevaar van exportbeperkingen voor Amerikaanse olie en gas. 'VS moeten voorkomen dat shale boom in een bust verandert', was de kop. Strekking: het maakt niet uit hoeveel olie of gas je in de grond hebt - als je er geen goede prijs voor krijgt blijft het gewoon in de grond zitten.


'De prijs zal zeker stijgen', zegt Antoine Halff in Parijs, een van de mannen achter het artikel. Zal dat de industriële renaissance in de kiem smoren? 'Dat ook weer niet. Ik denk dat er een sweet spot is waarmee zowel producenten als afnemers tevreden zijn.'


Napoleons erfenis

Over de vraag of het (relatieve) Amerikaanse succes in Europa te kopiëren is, zijn de meeste experts het wel eens: dat wordt lastig. Geologisch is de bodem veelbelovend, maar boven de grond zijn de verschillen groot. Allereerst de wet: in Europa bezit, dankzij Napoleon, de staat de rechten op de ondergrond, niet de landeigenaar. 'In de VS heeft een boer de jackpot als er iets gevonden wordt', zegt Halff. 'Hier heb je er vooral last van.'


Dan de strenge milieuwetgeving. Hier kunnen avonturiers niet zomaar aan de slag zoals ze in Amerika aan de slag zijn gegaan. Ook de bevolkingsdichtheid maakt boren een stuk lastiger, zeker omdat er steeds opnieuw geboord en gefrackt moet worden om het gas te laten stromen.


Het belangrijkste is wellicht de cultuur, zegt Diemer. 'Hier in Texas staat in de grondwet dat iedereen naar olie en gas mag zoeken op zijn terrein. Onze mentaliteit is ermee vergroeid. Daardoor is Texas een soort kraamkamer voor dit soort technologieën, met hoge risico's en hoge beloningen. Als Europa er al aan begint, zal het een stuk langzamer gaan.'


Berman ziet er het nut niet van. 'Het is mooi dat we nu het laatste aardgas uit de moeilijkste gesteenten halen, maar ik zou het geen renaissance noemen - eerder een pensioneringsfeestje.' Alle ophef over schaliegas doet hem denken aan die end-of-history-verhalen uit de jaren negentig. 'Mensen doen alsof alle problemen als sneeuw voor de zon verdwenen zijn. Dat is hopeloos naïef. Willen jullie goedkoop gas? Dat kun je al krijgen; er is aanvoer genoeg. Moet je alleen zorgen dat je beter onderhandelt met die jongens uit Rusland en Qatar.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden