Winstdeling kan looneisen in bedrijven laag houden

Een periode van economische bloei leidt al snel tot hogere looneisen. Helaas is op het moment van verzilvering de economie al vaak weer op zijn retour....

DE afgelopen weken is opnieuw het traditionele voorjaarsgebakkelei tussen de werknemers- en werkgeversbonden en het kabinet omtrent de diverse nieuwe CAO's losgebarsten. Het centrale thema in dit conflict is uiteraard geld in de vorm van loonsverhoging.

FNV-voorman De Waal heeft in de afgelopen weken de messen reeds geslepen en maakt zich op voor een moeizame onderhandelingsronde; hij voorspelt zelfs grote arbeidsonrust (refererend aan de bouwstaking van ruim vijf weken in 1995) als de werkgeversorganisaties niet over de brug komen met meer geld.

Minister Jorritsma van Economische Zaken toonde zich de afgelopen weken al behoorlijk ongerust over de forse loonstijging van ruim 3 procent in zes 'grote' CAO's, die als een soort 'benchmark' zullen gelden in de overige onderhandelingen. De overeengekomen loonstijging zal volgens de minister onherroepelijk leiden tot een uitstoot van arbeid en, belangrijker nog, het zal de voorgenomen banengroei van 800 duizend nieuwe banen tot en met 2005 negatief beïnvloeden.

De geplande banengroei met bijna een miljoen arbeidsplaatsen is een overblijfsel uit het eerste paarse kabinet. Dit kabinet heeft een afspraak met zowel de werkgevers- als werknemersbonden gemaakt om de op dit moment enigszins hortende banenmotor van de Nederlandse economie weer als een geoliede machine te laten werken.

Het paradepaardje van beide paarse kabinetten is immers 'werk, werk en nog eens werk', terwijl achter dit motto de gedachte schuilgaat, dat een baan, of werk in het algemeen, gediend is met loonmatiging. Op deze wijze zouden hoge looneisen als het ware verdreven worden uit de Nederlandse economie.

Dat men in deze opzet niet geslaagd is, en ook niet binnen afzienbare tijd zal slagen, moge duidelijk zijn, gezien de recente ontwikkelingen in de loononderhandelingen en de tegenvallende resultaten met betrekking tot het bestrijden van de nu voornamelijk structurele werkloosheid. In CAO-onderhandelingen komen slechts de insiders aan bod, de werkgevers noch werknemers zijn geïnteresseerd in het tewerkstellen van de zogenoemde 'marginale werker'.

Het poldermodel met zijn loonmatiging biedt hier dan ook geen uitkomst. Een oplossing moet daarom elders worden gezocht. In de Verenigde Staten is namelijk sinds de jaren tachtig het principe van winstdeling erg populair.

Sinds de introductie van winstdeling ervaren de VS een opvallende groei van de economie, die gepaard gaat met een sterk dalende werkloosheid en een krappe arbeidsmarkt, terwijl de inflatie niet oploopt, eerder omgekeerd. Gewoonlijk leidt een krappe arbeidsmarkt tot loonstijgingen, die doorwerken in de prijzen en inflatie tot gevolg hebben. Alan Greenspan, de voorzitter van het systeem van centrale banken in de VS, ziet er volgens een recent artikel in de Financial Times persoonlijk op toe dat winstdeling wordt gestimuleerd.

De economische situatie in de landen van de Europese Unie is ook rooskleurig. Echter, doordat de meeste lonen vastliggen in CAO's is het slechts ex post mogelijk deze te laten stijgen of dalen in een nieuwe overeenkomst.

Dit werkt als mosterd na de maaltijd en veroorzaakt, zoals nu ook zichtbaar lijkt te worden in Nederland, voor een loonexplosie op het moment dat de periode van opgang reeds over het hoogtepunt heen is. Kortom, loonrigiditeit als gevolg van starre CAO's veroorzaakt zowel arbeidsonrust in periodes van opgang als werkloosheid ten gevolge van te hoge lonen in periodes van neergang.

Het principe van winstdeling is begin jaren tachtig reeds in de economische literatuur en theorie geïntroduceerd door MIT-econoom Martin Weitzman, maar was in een ver verleden ook populair in de vakbondswereld. Het houdt in dat zowel exorbitante looneisen als structurele werkloosheid kunnen worden opgelost door werknemers te laten delen in de winst van het bedrijf waarin zij werken.

In Nederland wordt winstdeling reeds op een zeer beperkte en eclectische wijze toegepast door (top-)managers aan het eind van het jaar te bedelen met opties ter waarde van vele miljoenen guldens. Verzekeraar Aegon berekende bijvoorbeeld dat haar raad van bestuur voor ruim honderd miljoen gulden aan opties heeft verzilverd in de afgelopen jaren en dat dit bedrag de komende jaren zal verveelvoudigen. Deze (belastingvrije) manier van winstdeling stuit terecht op veel weerstand.

Echter, het voordeel van het universeel toepassen van winstdeling is dat het garandeert dat de werkgelegenheid stabiel blijft, zelfs wanneer de economie wordt getroffen door bijvoorbeeld een tijdelijke neergang, recessie of een crisis, zoals die in Azië. Bovendien, lost winstdeling in een keer het probleem van loonrigiditeit op. Het argument is even krachtig en aantrekkelijk als elegant voor iedere partij aan de onderhandelingstafel en werkt als volgt.

Een economische neergang leidt in Nederland tot een uitstoot van, op dat moment, overbodige arbeid, resulterend in een stijging van de werkloosheid. Dit is het gevolg van het 'pre-gedetermineerde' loon, dat niet meer bij te stellen is, tenzij toevallig een CAO afloopt. In het geval van een systeem gebaseerd op winstdeling krijgt iedere werknemer een reëel basisloon (dat lager ligt dan het gemiddelde CAO-loon) met daar bovenop een deel van de winst per werknemer.

Dit betekent dat iedere werknemer een inkomen ontvangt dat ongeveer gelijk is aan het CAO-loon, maar dat anders is opgebouwd. In dit geval is het loon dat een werknemer ontvangt in een periode van neergang iets lager, want de winst van zijn werkgever zal lager zijn in een recessie. Echter, het komt tot een veel lagere uitstoot van arbeid.

Bovendien geeft winstdeling werkgevers een prikkel om mensen aan te nemen tot het punt waar de marginale opbrengst van een extra arbeider gelijk is aan het basisloon. Dit betekent een potentieel belangrijke ex post stijging van de vraag naar arbeid tot het arbeidsmarkt evenwicht.

Dit leidt zoals in de VS tot een krappe arbeidsmarkt, maar zorgt tegelijkertijd dat lonen niet met grote schokken stijgen; waardoor loon- en inflatieproblemen achterwege blijven. Iedereen krijgt immers zijn basisloon en een deel van de winst per werknemer.

Het winstdelingsmodel valt tevens te prefereren boven het poldermodel, omdat winstdeling prikkels schept om doelmatiger te werken, te investeren in scholing en een hogere productiviteit te bereiken, wat lang niet altijd valt te rijmen met loonmatiging.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden