Winkelketens verstikken kleine winkelier

De kleine winkelier heeft het moeilijk. Grootwinkelbedrijven en winkelketens verdrijven hem van de mooiste vestigingslocaties in binnensteden en winkelcentra. Reddingsplannen zijn in de maak....

HOEVEEL BLOKKERS, Zeemannen, Hunkemöllers, Scapino's, Claudia Sträters, Prénatals, Marskramers, Hans Andersen of Kruidvaten kan de Nederlandse consument nog verdragen?

Het grootwinkelbedrijf met al zijn filialen domineert de winkelstraten. Of je nu in de historische binnenstad van 's-Hertogenbosch loopt of in het Utrechtse winkelcentrum Hoog Catharijne, aan de winkelgevels is dat amper te merken. Assen kan geruisloos worden ingewisseld voor Goes, Eindhoven voor Alphen aan den Rijn.

'Winkelcentra worden steeds meer eenheidsworsten', verzucht F. Veenema, secretaris omgevingsvraagstukken van MKB Nederland. Het grootwinkelbedrijf, waarvan Vendex KBB, Blokker en Ahold de bekendste exponenten zijn, pikt de mooiste plekjes in. Hun filialen bepalen het straatbeeld. De zelfstandige winkelier, of dat nu de traditionele sigarenverkoper of dat bijzondere snuisterijenzaakje is, wordt steeds meer verdrongen. Naar de smalle zijstraten, of nog verder. Vaak houden ze er maar helemaal mee op.

De diversiteit in de Nederlandse winkelstraten wordt er niet beter op. De winkeloppervlakte in Nederland is sinds 1960 weliswaar verdrievoudigd tot 16 miljoen vierkante meter 'non-food' en 3,5 miljoen vierkante meter 'food', maar het aantal winkels is in diezelfde periode nauwelijks gestegen. Het grootwinkelbedrijf rukte aanzienlijk op ten koste van de zelfstandige ondernemer.

De volledig zelfstandige winkeliers zagen hun marktaandeel in ras tempo slinken van 44 procent in 1980 tot 24 procent in 1990 en 16 procent in 1998. De rest van de markt wordt ongeveer gelijkelijk verdeeld tussen het grootwinkelbedrijf en de commercieel samenwerkende ondernemers (franchise-ketens en inkoopcombinaties).

Het oordeel van de consument is vooralsnog moeilijk vast te stellen. Onderzoeken wijzen uit dat veel mensen de toenemende uniformiteit in de binnensteden weliswaar dodelijk saai vinden, maar dat ze tegelijkertijd vrolijk doorwinkelen. De detailhandelsomzet is de afgelopen fors gegroeid: de eenheidsworsten verkopen goed.

Toch heerst alom bezorgdheid over de afkalvende positie van de kleine winkelier. Zelfs grootwinkelbedrijven en vastgoedfondsen vinden dat de kleine zelfstandige ondernemers niet verloren mogen gaan, zo bleek vorige maand tijdens een ronde-tafelconferentie van MKB Nederland. Een divers aanbod aan winkels, groot en klein, wordt door iedereen als het hoogste goed aangeprezen.

Maar mooie woorden zeggen niet zoveel. Beleggers in winkelpanden willen geld zien, bij voorkeur een hoog en gegarandeerd rendement. 'Het gaat ons om de huurpenningen, niet om de huurder', stelde ooit een directievoorzitter van een beursgenoteerd winkelfonds. Het grootwinkelbedrijf heeft de belegger op dat punt gewoon meer te bieden dan de kleine ondernemer. Hij kan niet alleen een hoge huur betalen, hij biedt de belegger op lange termijn ook meer zekerheid dat die huur betaald wordt, zelfs in tijden van economische neergang.

Kleine winkeliers vormen een veel groter risico. Beleggers in vastgoed eisen meestal harde bankgaranties om toch nog enige zekerheid af te dwingen. Bovendien, zegt Veenema van MKB Nederland, vinden veel beleggers en projectontwikkelaars het maar lastig om 'aparte contractjes voor aparte locaties' af te sluiten. Met het grootwinkelbedrijf kunnen ze in één klap een winkelcentrum of winkelstraat voor de helft of nog meer vullen. Met V & D, C & A en Albert Heijn als 'trekkers' en een trits bekende filiaalbedrijven in mode, speelgoed, brillen en huishoudelijke spullen ertussenin.

Het komt zelfs voor dat het grootwinkelbedrijf in één klap afspraken maakt over vestigingslocaties in verschillende gemeenten. 'Vroeger was er breed overleg over de verdeling van een winkelcentrum', zegt Veenema. 'Tegenwoordig snoept het grootwinkelbedrijf bij voorbaat de meeste en beste locaties weg.'

Maar is de zelfstandige winkelier nog wel te redden? Al jaren wordt bezorgd gepraat over de eenheidsworst. Vooral toen Vendex en KBB fuseerden tot een warenhuis- en winkelmoloch met wel dertig filiaalketens, laaide de discussie op. MKB Nederland voerde zelfs - tevergeefs - een rechtszaak tegen de machtsconcentratie. En de Tweede Kamer nam eind 1999 een motie aan van D66'er J. van Walsem, waarin de regering wordt verzocht 'te bevorderen dat de positie van de lokale ondernemer wordt versterkt'.

Maar de middelen van de rijksoverheid zijn beperkt, want de vrije markt is heilig. De lokale overheid heeft al wat meer in de melk te brokkelen. Maar gemeenten zijn meestal zeer vereerd als ze publiekstrekkers zoals de Bijenkorf kunnen binnenhalen, met in het kielzog tientallen andere winkels van het grootwinkelbedrijf. Eén contract met Vendex KBB en het halve winkelcentrum is gevuld.

Vooral ondernemers in de modebranche klagen steen en been over de 'oneerlijke concurrentie' van Vendex KBB, zo bleek anderhalf jaar geleden uit een marktstudie van de Rabobank. Het grootwinkelbedrijf pikt niet alleen de mooiste plekjes in, maar zou zijn macht ook misbruiken door voorwaarden te stellen over de inrichting van de rest van het winkelcentrum. Bijvoorbeeld door van de projectontwikkelaar te eisen dat zijn Hunkemöller er geen lingerie-concurrent bij krijgt. Maar harde bewijzen daarover zijn niet voorhanden en Vendex KBB ontkent zulke praktijken.

De kleine winkelier moet voor uitsterven worden behoed, vindt iedereen. Maar wie neemt het voortouw? Het heeft lang geduurd, maar onlangs heeft MKB Nederland enkele voorstellen gelanceerd die iets weghebben van een reddingsplan.

Allereerst wordt de oprichting van een vastgoedorganisatie voor mkb-ondernemers voorbereid. Vergroting van de organisatiegraad moet de positie van kleine ondernemers versterken in de onderhandelingen over verwerving van winkelpanden. Als eerste stap wordt een speciale helpdesk opgezet die de aangesloten winkeliers adviseert en bijstaat.

Daarnaast wordt een garantiefonds gevormd dat zelfstandige winkeliers moet ondersteunen in hun strijd om de betere winkellocaties. Veenema denkt aan een startkapitaal van 25 miljoen gulden. Dat lijkt wellicht niet veel. Maar het fonds moet werken als een soort bankgarantie en zal alleen in tijden van nood worden aangesproken. 'Het is niet bedoeld om slecht ondernemerschap te dekken', onderstreept Veenema. 'Het garantiefonds is een vangnet, geen tekortdekking.'

Het is de bedoeling dat het benodigde garantiekapitaal bij diverse partijen wordt losgepeuterd. De aangesloten winkeliers betalen natuurlijk mee, via een kleine opslag op de huren. Maar ook grootwinkelbedrijven en vastgoedfondsen, die ook zeggen te hechten aan diversiteit in de winkelstraten, wordt een bijdrage gevraagd.

Opmerkelijk is dat Vendex KBB als eerste zijn steun heeft toegezegd, en 'enkele miljoenen' zal fourneren. Ook gemeenten worden aangeschreven en last but not least wordt via de Tweede Kamer druk uitgeoefend op minister Jorritsma van Economische Zaken om eveneens de portemonnee te trekken voor dit nobele doel.

MKB Nederland denkt ook nog aan twee andere oplossingen, die echter gevoelig liggen in de wereld van detailhandel en vastgoed. Een systeem van zogenaamde 'omzethuren' kan soelaas bieden aan de kleine ondernemers. Daarbij wordt de huur afhankelijk gemaakt van de omzet. Het voordeel voor de zelfstandige winkelier is dat als de verkopen tegenvallen, hij minder huur hoeft te betalen. Voor filialen van het grootwinkelbedrijf geldt dat ook, maar die hoeven zich doorgaans minder te bekommeren om de huurpenningen vanwege de financiële draagkracht van het moederconcern.

Een andere optie is het in ere herstellen van de ouderwetse contingentering: harde afspraken over verdeling van het winkelcentrum, bijvoorbeeld 50 procent grootwinkelbedrijf en 50 procent MKB. Dat systeem wordt weliswaar her en der nog toegepast, maar komt steeds meer in het gedrang. Want het grootwinkelbedrijf doet liever afzonderlijk zaken.

Toch heeft MKB Nederland niet de illusie dat de echte zelfstandige winkelier, de kleine eenmanszaak, nog toekomst heeft op de dure A-locaties. Schaalvergroting is nodig, ook voor het midden- en kleinbedrijf. Zelfs de bakker heeft tegenwoordig meerdere vestigingen in een gemeente of regio. Ook zelfstandige ondernemers opereren steeds vaker in kleine formules en doen gezamenlijk de inkoop of reclame.

Volgens MKB Nederland is schaalvergroting een maatschappelijke ontwikkeling waaraan niemand ontkomt. Niet voor niets verstaat de organisatie onder midden- en kleinbedrijf alle zelfstandige ondernemers met maximaal honderd werknemers en maximaal zeven filialen. Veenema: 'Nee, het gaat al lang niet meer om dat ene kleine snoepwinkeltje. Zo'n eenmanszaak kan op de beste winkellocaties zonder samenwerking en schaalvergroting gewoon geen stand meer houden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden