Winkeldiefstal

Scholiere van 17 kijkt terug op een kortstondige loopbaan als dievegge...

'Gewoon mazzel dat ik nooit gepakt ben. Het heeft ook niet echt lang geduurd, dat jatten van me, nog geen jaar. Wel bijna elke zaterdag. De stad in, meestal make-up halen. Soms een jasje passen en wegwezen. Behoorlijk geraffineerd ging dat. Liep m'n vriendin in grote haast en schichtig kijkend naar buiten, die trok alle aandacht, werd soms aangehouden, maar ze konden natuurlijk niets vinden. In de tussentijd was ik verdwenen.

Ik dacht dat me niets kon gebeuren, het ging altijd goed. Toch zijn er wat gesnapt. Meestal kwamen ze bij Bureau Halt terecht. Het Alternatief. Daar dachten ze goed af te zijn. Want je kreeg geen strafblad en je moest hooguit een paar uur de straat schoonmaken of op een kinderboerderij werken.

Viel ze uiteindelijk toch behoorlijk tegen. Een van je ouders moet mee, je krijgt een preek, het schijnt tamelijk belachelijk te zijn. Maar goed, het is achteraf ook tamelijk belachelijk om te gaan jatten als je het geld bij je hebt om dingen gewoon te kopen.

Het gaf een kick. Een beetje toneelspelen, stoer zijn, weglopen alsof er niets aan de hand is. En dan is het weer gelukt. Spanning zoeken. Mijn leren op school ging goed, ik heb thuis alle ruimte, een mooie kamer, misschien liep het té vanzelf. Ik weet in ieder geval dat stelen nergens voor nodig was. Wat ik hebben wilde, kreeg ik.

Er zitten ook wel meisjes tussen die geen geld hebben. Vooral in supermarkten weten ze dat je op je hoede moet zijn. Daar hebben ze bewakers die je niet eens toelaten als je met zijn drieën bent; jongens doen het vaak alleen. Die zijn harder, niet zo afhankelijk van elkaar. Meisjes voelen zich toch schuldiger, gaan daarom samen de stad in. Zitten na afloop toch vaak met een rotgevoel.

Het is een bepaalde leeftijdscategorie. Op je zeventiende doe je het niet meer. Maar op je vijftiende denk je: wat kan mij het schelen, eigendom zegt je niet veel. Je ouders werken, je hebt weinig toezicht, wat natuurlijk prettig is, en je bent volwassen verklaard.

Je zoekt opwinding. Het heeft iets kinderachtigs, maar je moet je ook indenken dat je wat wilt uithalen. En dan hoor je van vriendinnen die bij Halt terechtkomen: lekker eitje. Een uurtje kletsen en je bent ervan af. Het is eigenlijk niet meer dan kattenkwaad. Het heet alleen jeugdcriminaliteit. Dat vond ik zo te horen het goeie van Halt: mijn vriendin kreeg er niet meteen het stempel van misdadigster opgeplakt. Ze zeiden tegen haar vader: misschien kunt u iets meer aandacht besteden aan wat ze na school doet.

Maar hoe zou dat moeten? Ook mijn ouders werken beiden. Ik kook vaak voor mezelf. Het stelen gaat me niet om het bezit, om het hébben. Ik ging alleen naar grote zaken, niet naar de kruidenier op de hoek. Bij de groeteboer zal ik tijdens de schoolpauze niet eens een banaan meenemen.

Ik ben gestopt maar ik herken ze nog wel, die meiden die in groepjes de stad ingaan. Je staat er niet bij stil dat het dingen van iemand anders zijn. Het gaat zoals die man van Halt tegen een vriendin zei, over de hándeling. Die handeling geeft een gevoel van succes. Het gaat niet om de lippenstift die je meeneemt. Maar op een bepaalde manier heb je wel iets van: ik heb Albert Heijn of V & D te kakken gezet.

E. was een vriendin van me, een keiharde. Die stal als de raven, de hele stad rond. Die wilde gewoon gepakt worden, ze was zo uitdagend. We hebben er een nacht over zitten praten. Nu is ze ingetoomd, maar die wilde zich laten zien, ik weet niet waarom. Hondsbrutaal was die.

Ik heb het mezelf ook wel afgevraagd: waarom ga ik met een portemonnee de stad in en wil ik die toch niet gebruiken? Waarom moet ik zo nodig mascara meenemen zonder die betaald te hebben? Ik ben niet iemand die graffiti gaat spuiten om die dan ook weer weg te moeten halen. Sorry, maar daar zie ik de lol totaal niet van in.

Je hebt allerlei categorieën: meisjes die gepest zijn op school, kinderen van gescheiden ouders, een hoop problemen thuis. Dat was bij mij niet van toepassing. Ik heb het best wel goed getroffen.

Aan de andere kant ook weer niet. Ik heb me in die tijd vaak alleen gevoeld. Dat klinkt waarschijnlijk te dramatisch en zo wil ik niet overkomen, maar een kind kan op haar vijftiende behoorlijk eenzaam zijn, ook al heb je vrienden. Je ouders hebben geen tijd, moeten alleen maar werken, samen iets ondernemen is er niet bij. Je voelt je behoorlijk op jezelf aangewezen.

Ik heb veel over dat stelen nagedacht. Ik ben toch ook wel door anderen aangestoken, je gaat het op een gegeven moment bijna normaal vinden. Maar echt begrepen heb ik het eigenlijk nooit. Je begint er een keer mee en je stopt ook weer. Uiteindelijk was de conclusie: nu ga je normaal doen. Geen fratsen meer, gewoon je school afmaken.

Als ik terugkijk op de afgelopen jaren, heb ik daar een dubbel gevoel over. Een vreemd type was ik wel, met van die malle slobberkleding. Ik hoorde achteraf eigenlijk nergens bij. Voelde me meer aangetrokken tot aso's dan tot al die keurige kinderen op school.

Over normen ben ik pas het afgelopen jaar gaan nadenken. Niet dat ik nu zo braaf ben geworden, ik haal nog wel eens wat uit. Maar dat stelen doe ik niet meer. Het is dat mijn ouders het nooit hebben geweten, want het was een geweldige ruzie geworen.

Het gaat van de grote hoop dacht ik, als ik de stad in ging. Zo kun je jezelf heel makkelijk bedriegen. Het was precies als met fietsen stelen: iederéén doet het toch. Al is het verschil dat als je zelf je fiets kwijtraakt, je nog sneller geneigd bent er een terug te stelen. Ik zou me er nu voor schamen en bang zijn voor wat de gevolgen kunnen zijn, maar in die tijd had ik er absoluut geen moeite mee. Branie was het.

Hans van Wissen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden