Winkelcentrum wordt stiltegebied

De consument hopt liever van webshop naar webshop dan dat hij druilerige winkelstraten afstruint.

Amsterdam - In winkelcentra wordt het snel stiller. In vergelijking met 2000 trekken ze nu al 35 procent minder bezoekers, blijkt uit de metingen van onderzoeksbureau Locatus.


Locatus telt elk jaar vrijwel alle winkels in Nederland en meet ze op, maar telt ook bezoekers op straat in de 150 grootste winkelgebieden in Nederland. Dat doet het bureau nu tien jaar. Bij gelegenheid van dat jubileum organiseerde Locatus een conferentie over de ontwikkelingen op winkelgebied.


De verstilling in de winkelstraten heeft niets te maken met de conjunctuur. In jaren van hoogconjunctuur daalt het bezoekersaantal even snel als in recessiejaren. Dat de stilte nog niet zo opvalt, daarvoor heeft directeur Gerard Zandbergen van Locatus wel een verklaring. 'Het gebeurt vooral in de randen van de winkelgebieden. Niet in het hart, maar in de straatjes achteraf.'


Locatus heeft alleen geteld in de grootste winkelgebieden. Waarschijnlijk is de verstilling in de kleinere winkelgebieden, bijvoorbeeld buiten de stadscentra of in de centra van kleinere steden, nog sterker.


Zandbergen heeft wel een theorie voor de afnemende belangstelling: het komt door internet. Niet dat consumenten nu massaal op internet zijn gaan kopen. 'De bestedingen op internet stijgen snel, maar dan gaat het meestal om reizen, of om diensten. Ook de detailhandelsbestedingen stijgen snel, maar ze liggen nog altijd laag, op 3,3 procent van de detailhandelsbestedingen.'


Dus, redeneert Zandbergen: die aankopen via internet zijn nog veel te gering om de stilte in de winkelstraten te verklaren. Maar er is nog een effect van internet: 'Veel consumenten zoeken eerst uit wat ze hebben willen, en waar ze het gaan kopen. Ze zoeken ook uit in welke winkel ze het uiteindelijk willen kopen. Daar lopen ze rechtstreeks heen.'


Vroeger, betoogt hij, liep je van de ene winkel naar de ander, dan weer terug, dan weer naar een ander. Dat zoeken en vergelijken wordt nu steeds meer via internet gedaan, en dat scheelt kilometers op straat.


Zandbergen gelooft niet dat winkels in hoog tempo moeten sluiten omdat ze worden weggeconcurreerd door webshops. De groeiende leegstand komt vooral door de conjunctuur. Hij haalt een voorbeeld aan van de boekwinkels. Die branche wordt heftig beconcurreerd door webshops. Het aantal boekwinkels liep tot 2007 dan ook terug, maar sindsdien niet meer. En het vloeroppervlak van de boekwinkels loopt sinds dat jaar juist weer op. Zandbergen: 'De boekwinkel van tegenwoordig is een beleving geworden. Kijk maar naar Selexyz. Ook daar is de koffiehoek nu heel belangrijk.'


Zandbergen: 'De opkomst van webshops leidt niet tot grote schokken in de winkelcentra.' Hij schetst een toekomstscenario door van een aantal winkelbranches de trend van de afgelopen tien jaar door te trekken. Voor elektronische spullen ligt het marktaandeel van webshops nu op 24 procent; in 2040 zou dat 86 procent zijn. Bij media stijgt het marktaandeel van webshops van 9 naar 33 procent; bij mode en kleding van 2,6 naar 6,7 procent. Zandbergen komt zo op een marktaandeel voor webshops van 8,6 procent in 2040.


De afgelopen jaren nam het aantal winkels wel af, van 108 duizend naar 104 duizend, maar het totaal winkeloppervlak nam toe: van ruim 25 miljoen vierkante meter naar bijna 30 miljoen. Vooral winkels aan de rand van de stad groeiden snel.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden