Windenergie op zee zal straks elke nacht worden uitgezet

De Kamer geeft, via royale subsidies, windenergie het voordeel van de twijfel. Dat is niet verstandig, oordelen Frits Klostermann en Frans W....

Onlangs verscheen een maatschappelijke kosten-batenanalyse vanwindenergie op de Noordzee, uitgevoerd door het Centraal PlanBureau (CPB) en het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN). Al pakte de analyse niet erg gunstig uit voor de overheidsplannenom grootschalige ontwikkeling van windenergie op de Noordzee tebevorderen met ruime subsidies en fiscale maatregelen, toch zagde Kamer er geen reden in haar kritische houding vol te houden.Integendeel, zij stemde in met het kabinet er op termijnmiljarden aan te besteden.

De wisselvalligheid van de productie van windparken en depraktische onmogelijkheid grote hoeveelheden elektriciteit (voorlater gebruik) op te slaan, dwingen tot het aanhouden van eenzeer aanzienlijke reservecapaciteit, in de vorm van conventionelecentrales. In het rapport staat een globale schatting over debenodigde reservecapaciteit aan opwekkingsvermogen, wat tegelijkeen schatting is van de te besparen conventioneleopwekkingscapaciteit.

In de analyse van het CPB wordt uitgegaan van conventioneleopwekkingsmethoden zonder onderscheid te maken tussenverschillende soorten conventionele centrales, waarondercentrales die gebruikmaken van warmtekrachtkoppeling (WKK). Bijdeze laatste opwekkingsmethode wordt het totale rendementaanzienlijk verhoogd door een groot deel van de restwarmte nuttigaan te wenden. In een gewone centrale wordt slechts ongeveer dehelft van de door verbranding opgewekte warmte omgezet inelektrische energie. De rest verdwijnt in het koelwater en kandaar leiden tot milieuproblemen. Dit is niet het gevolg vanontoereikende ingenieurskunst, maar berust op een onveranderlijkenatuurwet: de tweede hoofdwet der thermodynamica.

Het principe van warmtekrachtkoppeling is uiteraard ookonderworpen aan die natuurwet, maar gaat totaal anders om met derestwarmte. Op plaatsen waar warmte nodig is, zet men de centraleneer - en wel zo gedimensioneerd, dat restwarmte qua temperatuuren hoeveelheid past bij de lokale vraag ernaar. Voorbeelden zijnolieraffinaderijen, stadsverwarming en de glastuinbouw.

De gecombineerde opwekking van elektriciteit en warmte bijwarmtekrachtkoppeling leidt tot een aanzienlijke reductie vanCO2-uitstoot, omdat het brandstofgebruik van deze gecombineerdeopwekking aanzienlijk lager is dan die van een gescheidenproductie van warmte en elektriciteit. Deze besparing kan oplopenvan 20 tot 40 procent.

Een belangrijk gegeven bij warmte-krachtkoppeling is dat deproductie in hoofdzaak wordt gestuurd door de vraag naar warmte.Een warmtekrachtkoppelingscentrale wordt namelijk primair alswarmtebron gebruikt. Olieraffinageprocessen of andere continuechemische processen waarbij warmtekrachtkoppeling wordt gebruikt,en ook de meeste andere toepassingen, kunnen alleen al daaromniet zomaar worden stopgezet.

In Nederland is bijna de helft van de beschikbareconventionele opwekkingscapaciteit van het typewarmtekrachtkoppeling. De ambitie van de Nederlandse overheid ishet op termijn tot stand brengen van een ongeveer even grootgeïnstalleerd nominaal vermogen aan windenergie.

Afhankelijk van weer en wind varieert het werkelijkwindvermogen tussen nul en het nominale vermogen, waarbij zeergrote fluctuaties op een tijdschaal van een kwartier kunnenplaatsvinden.

Onder die omstandigheden zou hetwarmtekrachtkoppelingsvermogen alleen in staat zijn aan deNederlandse behoefte te voldoen. De netbeheerder, die geenelektriciteit kan opslaan en toch vraag en aanbod op ieder momentmet elkaar in evenwicht moet houden, zit dan met een behoorlijkprobleem. Hij moet zien de aanzienlijke overproductie aan hetbuitenland kwijt te raken.

Wie zich realiseert dat het windvermogen bij gunstige windevenveel zal produceren als meer dan zeven redelijk groteconventionele elektrische centrales, snapt dat je die hoeveelheidook niet zomaar in het buitenland afzet. Aangezien er een grotekans is dat Duitsland en Denemarken dan ook met groteoverproductie te kampen hebben en ook daar de daluren ongeveersamenvallen met die in Nederland, rest slechts een oplossing: hetgrootschalig uitschakelen van de windturbines. EnergieproducentE.ON noemt dit 'productiemanagement'. De noodzaak hiertoe doetzich iedere nacht voor, in meer of mindere mate.

Een andere mogelijke oplossing is de warmtekrachtkoppelinggrondig te beperken. Dit is volstrekt geen optie, omdatbrandstofbesparing en vermijding van CO2-uitstoot doorwarmtekrachtkoppeling in Nederland een veelvoud is van zelfsgrootschalige windenergie, en dit voor een fractie van de kosten.In een eerder artikel (Forum, 21 september 2004) hebben wijbecijferd dat die vermijding van CO2-uitstoot via windenergie degemeenschap het twintigvoudige (!) kost in vergelijking metdezelfde vermijding via warmtekrachtkoppeling.

Tot nu toe hebben wij ons bepaald tot de wisselwerking tussenwindenergie en warmtekrachtkoppeling. Dit is slechts eenvoorbeeld van onderlinge beïnvloeding van tweeopwekkingssystemen voor elektriciteit op een net. In wezen moethet hele systeem worden beschouwd, met alle onderlingewisselwerkingen. Problemen bij de onderlinge beïnvloedingenworden veroorzaakt door de beperkte mogelijkheden om deverschillende vermogens in of uit te schakelen, danwel temoduleren.

Grootschalige windenergie levert grote problemen op dieveroorzaakt worden door de onbeheersbaarheid van hetwindvermogen. De enig mogelijke ingreep in het effectiefaangeboden windvermogen is het uitschakelen ervan. Van diemogelijkheid zal vrijwel iedere nacht gebruik moeten wordengemaakt.

Het onvermijdelijk gevolg hiervan is een aanmerkelijkeverlaging van de effectieve opbrengst van een windpark. Diteffect is tot heden toe nog nergens in de beschouwingenmeegenomen, ook niet in de kosten-batenanalyse van het CPB.Merkwaardig is het te moeten vaststellen dat kennelijk de wereldder deskundigen dermate verkokerd is, dat niemand eerder dezeonverenigbaarheid van moeilijk uitschakelbareopwekkingstechnieken zoals warmtekrachtkoppeling, en windenergieheeft opgemerkt.

Het zal duidelijk zijn dat deze gang van zaken geen gunstigeinvloed heeft op de gemiddelde opbrengst van de windmolenparken.Het CPB gaat uit van een gemiddeld effectief vermogen van 40procent van het beoogde vermogen. Dat is al hoog geschat voorwindmolens die in elkaars nabijheid staan. Maar door de noodzaakze geregeld 's nachts uit te moeten zetten, wordt het nog eenstuk beroerder. Misschien een reden voor de Tweede Kamer nog eensgoed na te denken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden