Wina Born of Calvijn

Vorige week kwam het nieuwe boek uit van Wina Born: Culinaire Bijbel (Kok; * 29,90). Ze was niet erg gelukkig met deze titel, die ze zelf niet had gekozen....

De Bijbel bekijken vanuit het oogpunt van de gastronomie (zoals Born het noemt) is geen eenvoudige taak. Er staat namelijk heel weinig gastronomisch in. Maar intussen is wel ieder vijgeblad, iedere ongerezen koek en iedere beker wijn die in de Bijbel voorkomt, vol betekenis.

Er staan in de Bijbel een heleboel voedselwetten, die Mozes persoonlijk heeft ontvangen van God. Die wetten staan in het Oude Testament en de joden houden zich er dan ook aan. Christenen hebben het Nieuwe Testament als bijbel. Zij erkennen het Oude Testament wel, maar culinair houden ze zich er niet aan. In het Nieuwe Testament staat namelijk een visioen van Petrus, dat hij kreeg terwijl hij uitgehongerd op het dak zat te bidden. God liet hem alle verboden vlees- en vissoorten zien en zei driemaal dat Petrus ze mocht eten.

Voor katholieken is Petrus de eerste paus. Zoals Petrus de verboden van het Oude Testament kon opheffen, zo konden de volgende pausen nieuwe voedselwetten introduceren. En dat deden ze ook. Roomsen kregen zo een streng dieet van vasten en feesten. Protestanten wilden de tradities van de joden en de katholieken niet overnemen, maar opnieuw naar de Bijbel kijken, voor de juiste antwoorden. De Bijbel was hun enige autoriteit.

Ze stuitten daarmee op een probleem. Want hoe moet je een nieuwe eetcultuur aan de Bijbel ontlenen als daar heel weinig culinairs in staat? Veel protestanten hechten aan soberheid. Omdat er weinig over gastronomie in de Bijbel staat, zou die in Gods ogen niet zo belangrijk zijn. Misschien zelfs verwerpelijk. In het Nieuwe Testament worden rijkdom en luxe inderdaad niet afgeschilderd als hoge idealen. Jezus laat zich niet in met Griekse of Romeinse luxe. In de tijd van het Oude Testament waren er nog geen Romeinen en werd luxe nog niet veroordeeld. Rijkdom was nog iets goeds. Luxe werd beschreven met trots.

Wina Born benadrukt vooral dit laatste aspect, want zij is op zoek naar gastronomie, niet naar armoedige eenvoud, strenge voedselwetten of zware symboliek. In haar boek wil ze aantonen dat gastronomie ook in bijbelse tijden belangrijk was. Zelfs de sobere Jezus veranderde immers water in wijn.

In haar rede bij de doop van het boek vertelde Born dat ze uit een gereformeerd gezin komt. Ze verzette zich tegen de opvatting dat Nederlands treurige achterstand op gastronomisch gebied de schuld zou zijn van het calvinisme. Wina's ouders waren calvinisten, maar ze aten heel goed. Voorts citeerde Born Abraham Kuyper. Toen die was aangevallen omdat hij bij een receptie zeer goede wijn schonk, had hij gezegd dat men bij de chocoladeketel en de melkkaraf geen goede calvinisten kweekt.

Bij naslag blijkt dat ook de grote Calvijn zelf niets tegen wijn had. In Genève schreef hij zelfs voor dat herbergen wijn tegen inkoopsprijs moesten schenken. Ook bekritiseerde hij mensen die karig aten om hun dure huis te kunnen betalen.

Toch moedigde Calvijn de gastronomie allerminst aan. Hij bedacht strenge regels voor herbergen, waar de gasten hymnen moesten zingen, net als in abdijen (die toen overigens ook als herberg dienst deden). De maaltijd die daarbij gegeten werd, moest kloostervoedsel zijn, sober en goedkoop. Verspilling is een zonde, die ten koste gaat van de armen. Ook thuis moet men niet luxe eten, want wie verkwistende feesten geeft, doet dat volgens Calvijn, omdat het thuis zo is geleerd.

In De Luxu (jaren dertig van de 16de eeuw) is Calvijn heel specifiek over gastronomie: 'Neem die fantastische lekkernijen, waardoor mensen die al voldaan zijn weer gaan eten. Er zijn in deze wereld geen woorden om zo'n verkwisting van luxe te beschrijven. De zucht naar dit soort absurditeiten is net zo dwaas als de angst van kinderen voor spoken in het donker (...).'

Calvijn ontleende zijn strengheid echter niet aan de Bijbel, maar aan Romeinen uit de klassieke oudheid zoals de stoïcijn Seneca en Cato de censor, die van leer trokken tegen de luxe van hun eigen tijd. Bijbelteksten werden juist gebruikt door de tegenstanders van Calvijn, die zijn strengheid wilden indammen.

Over zijn tegenstanders schrijft Calvijn in De Luxu: 'Ze bewijzen hun gelijk met het kleurige gewaad van Jozef en de juwelen van Rebecca, maar hoe waar is wat Cicero zei: ''Velen kunnen de mooie villa's van Lucullus nabouwen, maar wie kan wedijveren met zijn rechtschapenheid?'' ' Er worden Calvijn dus Bijbelteksten naar het hoofd gegooid en hij verdedigt zich door een heidense Romein te citeren.

Calvinistische soberheid komt niet uit de Bijbel. Een moderne protestant, voor wie de Bijbel nog steeds de enige autoriteit is, hoeft zich dus niet zoveel aan te trekken van Calvijn. Men kan opnieuw de Bijbel opslaan om te zien wat daarvan relevant is voor onze tijd. Dat is precies wat de schrijvers van Recepten uit de tijd van de Bijbel (Goodman, Marcus & Woolhandler, 1996) deden. Zij prijzen Bijbelse ingrediënten aan omdat ze zo gezond zijn. Verse groente, grof gemalen graan en veel noten op het menu, in plaats van vlees, dat slechts bij hoge uitzondering op tafel komt. Toevallig hetzelfde als wat moderne diëtisten voorschrijven.

De recepten in het boek zijn, heel correct, allemaal koosjer. Ook de voedselwetten worden geprezen, omdat ze zo gezond zouden zijn. Er wordt gewag gemaakt van het verbod op vet. In Leviticus (7:23) staat: 'Gij zult in het geheel geen vet van rund, schaap of geit eten (...) want ieder die vet eet van het vee, waarvan men een vuuroffer brengt voor de Here - wie dat eet, zal uit zijn volksgenoten uitgeroeid worden.'

Joden hebben zich altijd weinig aangetrokken van dit verbod. Volgens rabbijn Maarsen van het opperrabbinaat in Amstelveen zou dit komen doordat het verbod uitsluitend slaat op vet van offerdieren, terwijl de joden, sinds de vernietiging van de tempel in Jeruzalem, helemaal geen dieren meer offeren.

Voor de moderne protestant, die leeft in een maatschappij waarin cholesterol en overgewicht bijna zondig gevonden worden, is het verbod van grote waarde. In het receptenboek wordt daarom steevast al het dierlijk vet uit gerechten verwijderd.

De kookmethoden die in het boek worden aanbevolen, zijn helaas niet die uit Bijbelse tijden. De schrijvers waren dankbaar voor hun moderne keukenaparatuur en hadden meelij met de Bijbelse koks, die geen blenders of magnetrons bezaten. Daarmee missen ze toch twee belangrijke punten. Ten eerste het belang van het ritueel. Niet alleen de maaltijd, maar ook de bereiding ervan heeft altijd grote rituele (en dus religieuze) waarde gehad. Langdurige bereidingen geven tijd voor contemplatie. Dat merk je niet als je snel een Bijbels shoarmabroodje in de broodrooster doet.

Ten tweede is er het punt van Wina Born: smaak. In haar boek beschrijft ze de tandoer-oven, die de joden in Babylonië hadden leren kennen. Hij bestaat uit een diepe kuil waarin een takkenvuur gestookt wordt om broden te kunnen bakken tegen de hete wand. Vlees en gevogelte laat men erin zakken aan spiezen. Zo'n smaak krijg je niet in een magnetron.

Spiesjes mager lamsvlees gemarineerd in vers gemalen specerijen en bereid in de tandoer. Dat is pas Bijbelse gastronomie à la Born. Misschien slaat het aan bij de gelovigen. Misschien worden voorgemalen specerijen uit een potje vervloekt en tandoer-ovens verplicht door een toekomstige generatie Bijbel-freaks. Zij zullen nieuwe inhoud geven aan de naam New Born Christians.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden