Wim T. Schippers krijgt zaal in Stedelijk Museum

Geen drol, pindakaasvloer of vertrek bezaaid met glasscherven. Wel een bruine klont en een groen petje op verknoopte kunststof. Eindelijk krijgt multikunstenaar Wim T. Schippers (72) een eigen zaal in het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Beeld Stedelijk museum

Eind januari, na afloop van de solotentoonstelling van Marlene Dumas, opent op de bovenverdieping een speciale Wim T. Schipperszaal, met bestaand werk uit de eigen museumcollectie. Daaronder in elk geval The Cap uit 1962 en The Lump uit 1966, waarin je naar believen een afgekloven klokhuis en een afgebeten negerzoen, een stuk steenkool of een hoekige bal gehakt kunt zien.

Typische assemblages uit Schippers' tijd van popart en nouveau réalisme, jaren zestig, toen hij 'waarachtig oninteressante werken' nastreefde. Conservator Margriet Schavemaker kiest naast deze sculpturen in overleg met Schippers een aantal reliëfs en fragmenten uit spraakmakende televisieprogramma's.

Curieus

Het ligt niet in de lijn der verwachting dat Schippers nieuw werk presenteert in zijn eigen zaal, al weet je het bij deze meester der verwarring nooit. 'Ik bruis van ideeën maar mijn atelier wordt verbouwd. Als dat klaar is, ga ik weer flink aan de slag en zet ik mijn tanden in nieuwe projecten. Bovendien repeteer ik nu met mensen van Veenfabriek mijn nieuwe voorstelling HOOGWATER voorheen LAAGWATER, die begin januari in première gaat. Daarvoor heb ik de tekst geschreven en muziek gecomponeerd. Ook speel ik een pianist, toneelknecht en dirigent van een plaatselijk amateurorkest. Ik hoop dat het wel lukt een performance uit die voorstelling in die Schipperszaal te doen.'

Schippers' relatie met het Stedelijk is op zijn zachtst gezegd curieus. Al tijdens zijn studietijd aan de voorloper van de Rietveld Academie kocht de toenmalig Stedelijk directeur Willem Sandberg tekeningen en collages aan van de toen 20-jarige kunstenaar. In 1963 richtte Schippers zijn eerste tentoonstelling in Museum Fodor in Amsterdam in: een zaal vol glasscherven, een zaal vol zout. In een tijd dat expressieve kunst de toon bepaalde, richtte hij 'Zalen der Waarachtige Oninteressantie' in. Schippers had oog voor saaie dingen, zoals pindakaas. Omdat hij het op een vloer smeerde, wist hij er aandacht voor te genereren.

In 1968 werd de Fluxus-aanhanger en maker van 'adynamische kunstwerken' door Sandbergs opvolger Edy de Wilde een overzichtstentoonstelling in het vooruitzicht gesteld. Van bestaand werk, zo dacht de museumdirecteur. Van nieuwe ideeën vol 'bewegende vloeren en ervaringsgangen met windhozen en struiken andijvie', zo hoopte Schippers. Te duur en te conceptueel, aldus De Wilde. Einde idee.

Sindsdien heeft de bedenker van woorden als 'gekte' nooit meer een overzichtstentoonstelling in het Stedelijk gehad. Wel bleef het museum papierwerken en tekeningen aankopen. Het liefst zou Schippers die tekeningen in zijn eigen zaal exposeren, maar ze zijn kwetsbaar. 'Uitlenen mag helaas ook niet, uit angst voor beschadigingen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.