Oud-premier Wim Kok overleden

Wim Kok (1938 - 2018): jongen uit de armoedige polder werd na alle tegenwind een sterke en sobere minister-president

Wim Kok in 1998. Beeld Anton Corbijn

De zaterdag overleden Wim Kok (1938-2018) zal worden herinnerd als een sterk en sober staatsman, die bij leven wisselende waardering ten deel viel. In de nadagen van zijn premierschap (1994-2002) verscheen, als voor velen onweerstaanbare politieke ster, Pim Fortuyn aan het firmament. Die betitelde, tot ongenoegen van Kok, zijn regeerperiode als ‘de puinhopen van acht jaar paars’.

Na de politieke moord op Fortuyn in mei 2002 zou het oude Nederland niet meer terugkeren, terwijl Kok als minister-president juist vernieuwend was begonnen. Zijn motto was nadrukkelijk premier van alle Nederlanders te willen zijn, maar die Nederlanders bleken aan het begin van deze eeuw vatbaar voor de verleiding van deels nieuwe politieke stromingen.

Politieke laatbloeier

Wim Kok was, na een carrière in de vakbeweging, een politieke laatbloeier. Hij plaatste zich in de nuchtere, ietwat apolitieke traditie van zijn grote voorbeeld Willem Drees. Hij had minder bevlogenheid en toekomstvisie dan de vorige PvdA-leider en -premier, Joop den Uyl, maar ook veel minder verbeten tegenstanders. Kok was meer een man van harmonie en uitgebreid overleg, de belichaming van het poldermodel.

Hij was eerder bestuurder dan politicus, een goed coördinator, die naar alle kanten verbindingen wist te leggen en zijn dossiers veel grondiger kende dan voorgangers als Dries van Agt of Piet de Jong. Kok was ook een begaafd tv-premier die de zaken simpel, prettig en met de zweem van een glimlach kon uitleggen. En hij had zijn tijd mee. Er was – voor het eerst in lange tijd – genoeg geld om tegenstellingen in de coalitie dicht te smeren.

Kok ontwikkelde zich tot een Nederlands premier in een herkenbare traditie: bescheiden en betrouwbaar tot op de cent. Hij bracht geen fratsen en politieke slimmigheden mee. ‘Het betere ik van de Nederlander’, noemde partijgenoot Bram Peper hem. En: ‘De solide fietser die over de dijk tegen de wind in rijdt.’

Wim Kok loopt door miniatuurstraten van Amsterdam tijdens de officiële jaarlijkse opening van het pretpark Madurodam in Den Haag. Beeld Reuters

Tegenwind

Tegenwind was er te over in zijn leven en loopbaan. Als zesjarige jongetje zag hij hoe in de Hongerwinter van begin 1945 de arbeiders van zijn Zuid-Hollandse dorp Bergambacht hun beste spullen moesten inruilen voor wat voedsel. Bij vrome boeren die van elk sociaal gevoel waren gespeend. Zoiets vormt een aanstaand vakbondsleider. Later maakte hij de ellende mee van de (seizoens)werkloosheid van zijn vader. Hij zou als premier ‘werk, werk, werk’ voorop stellen.

Na een steile loopbaan in de vakvereniging NVV werd Kok in 1973 de jongste en meest langharige vakbondsvoorzitter. Hij sprak van arbeiderszelfbestuur en had het radicale geluid en het pathos van die jaren. Terugblikkend: ‘Ik werd bejubeld omdat ik het raak kon zeggen. Maar dan zeg ik ook nu: in werkelijkheid dacht ik genuanceerder.’

Kok leidde succesvol de fusie van NVV en NKV en werd FNV-voorzitter. Enige malen streed hij – tegen zijn natuur – met zijn sociaal-democratische geestverwant Den Uyl. Tot diens schrik sloot Kok in 1982 het ‘Akkoord van Wassenaar’ over loonmatiging, met de zwaar bezuinigende, kersverse CDA-premier Ruud Lubbers en werkgeversvoorzitter Chris van Veen. De realist en verzoener Kok bleek keurig in de pas te lopen met de tijdgeest.

Wim Kok is in gedachten tijdens de terugreis naar Sarajevo in een Chinook helicopter. Beeld ANP

Te weinig straatvechter

Den Uyl haalde hem in de politiek als beoogd opvolger en in 1986 was hij na enkele maanden al PvdA- en oppositieleider. Een groot succes bleek hij niet in die rollen. Hij had geen ‘huismacht’ in de partij, geen parlementaire ervaring en hij was te weinig straatvechter. Zelfs na twaalf jaar politiek zei hij nog: ‘Een volbloed politicus ben ik nooit geworden.’

Zijn zwaarste leertijd moest nog komen. In het derde kabinet-Lubbers (1989-1994) koos Kok voor Financiën en het vicepremierschap. De jachtige Lubbers vond hem te traag en te wantrouwig. PvdA-bewindslieden klaagden over de nog steeds forse bezuinigingen en het vaak slechte humeur van hun politiek leider. Kok kon zeer grimmig zijn als het tegenzat. De CDA-fractieleiders in beide Kamers (Elco Brinkman en Ad Kaland) riepen het kabinet op tot steeds meer ‘daadkracht’ bij het snijden in de sociale zekerheid.

De ‘WAO-zomer’ van 1991 was Koks eerste dieptepunt als politicus. Hij stemde in met een besnoeiing op de uitkeringen die veel te ver ging voor zijn achterban. Bovendien moest hij een ontkoppeling van lonen en uitkeringen accepteren, waarvan hij twee dagen eerder had gezegd dat hij die niet mee zou maken. Eind augustus zat hij compleet stuk en wilde hij het PvdA-leiderschap overdragen.

Minister Jan Pronk redde een opmerkelijke loopbaan. Hij stelde Kok voor om aan een PvdA-congres de vertrouwensvraag voor te leggen, gekoppeld aan het accepteren van alle bezuinigingen. In feite was het: ‘Kies mij of de chaos.’ Kok kreeg het vertrouwen van 80 procent. Daarna groeide zijn zelfvertrouwen. Hij had kennelijk de vuurproef doorstaan. Kok indertijd: ‘Het is een klein verschil tussen de zijuitgang en de ereloge.’

De jonge en jeugdige Wim Kok met lang haar. Beeld Hollandse Hoogte / Bert Verhoeff

Twee paarse kabinetten

Ondanks een verlies van 12 zetels bij de verkiezingen in 1994 werd de PvdA de grootste partij, vóór het CDA dat drie kabinetten leidend was geweest onder de eerder dit jaar overleden Ruud Lubbers. Het CDA verloor nog meer: 20 zetels.

Na deze ‘overwinningsnederlaag’ volgde in de zomer van ’94 een moeizame kabinetsformatie, waarbij Kok uiteindelijk op verzoek van koningin Beatrix (het staatshoofd was toen nog leidend in de formatie) ‘een proeve van een regeerakkoord’ schreef. VVD-leider Frits Bolkestein wilde meer bezuinigingen en speelde ‘hard to get’, Kok zelf was niet wildenthousiast, maar D66-leider Hans van Mierlo zag een droom verwezenlijkt: een kabinet zonder confessionelen, voor het eerst sinds 1918.

Zo ontstond paars, een doorbraak in de Nederlandse politiek en een periode die het land grote voorspoed bracht. Kok zocht en vond een pragmatische middenweg (derde weg, zouden Tony Blair en Bill Clinton in Engeland en Amerika zeggen) tussen socialisme en kapitalisme. Met een geruchtmakende lezing in het Amsterdamse debatcentrum de Rode Hoed schudde hij in december 1995 ‘de ideologische veren’ van zijn partij af – al was de latere uitleg dat zij in feite waren opgeschud.

Hoewel paars ontegenzeggelijk VVD-trekken had, met een ondernemersvriendelijk klimaat zoals winkelopenstelling op zondag, werd voor de PvdA de pijn verzacht doordat er ruimte was voor eigen wensen. Bolkestein, die niet tot het kabinet was toegetreden, schitterde in de Tweede Kamer en daarbuiten in het politiek-intellectuele debat, maar vormde geen praktische bedreiging. Lastiger waren de veeleisende PvdA-fractieleider Jacques Wallage en het steevaste geruzie tussen VVD-minister Gerrit Zalm (Financiën) en PvdA-minister Ad Melkert (Sociale Zaken).

Het paarse kabinet kende blutsen, maar aan het eind van zijn eerste premierschap werd Kok alom geprezen. Hij kreeg breed vertrouwen (eigenlijk nog het schraalst bij vroegere fans van Den Uyl) en wist dat in een ruime verkiezingsoverwinning (1998) - zijn eerste echte - om te zetten.

De eerste werkdag van premier Wim Kok in het Torentje, de eerste dag van 8 jaar minister-president met twee paarse kabinetten. Beeld Hollandse Hoogte / Bert Verhoeff

Zorreguieta

Paars werd geprolongeerd zonder Bolkestein en Wallage. Een ridicule kabinetscrisis in de Eerste Kamer (‘Nacht van Wiegel’) werd voorjaar 1999 snel opgelost. Kok bleek een goede crisismanager, ook bij de problemen rond Máxima Zorreguieta en haar Argentijnse vader met een kwalijk verleden, die naar Kok’s vaste overtuiging bij het kroonprinselijk huwelijk (februari 2002) moest worden geweerd.

Koks politieke antenne stond hier feilloos afgesteld. Hij stak veel energie in gesprekken met het aanstaande bruidspaar om duidelijk te maken dat van een verloving alleen sprake kon zijn als vooraf vaststond dat Zorreguieta bij het beoogde huwelijk afwezig zou zijn. Dat ging niet zonder slag of stoot, maar toen de gewenste uitkomst was bereikt, zo vertelde Kok later in een moment van grote opluchting, had hij met zijn vrouw Rita ‘een rondedansje’ door de woonkamer gemaakt.

Kok was de derde sociaal-democratische premier die de constitutionele monarchie uit netelige problemen hielp, na Drees (Greet Hofmans-affaire) en Den Uyl (Lockheed-affaire). De monarchie heeft door de geschiedenis heen veel te danken gehad aan ‘rode beschermers’, concludeerde staatsrechtgeleerde en PvdA-senator Joop van den Berg.

Toch kreeg Kok’s tweede kabinet minder waardering. Het economische getij liep af en veel mensen begonnen paars én Kok nogal saai te vinden. De premier – fervent Europeaan – kreeg wel in het buitenland steeds meer gezag en waardering.

De val van de enclave Srebrenica in 1995, onder toeziend oog van Nederlandse blauwhelmen, werd de kras op de ziel van Kok. Toen onderzoeksinstituut NIOD in 2002 daarover ten langen leste met een rapport kwam (geen schuld, wel verantwoordelijkheid), vond Kok dat zijn tweede kabinet moest aftreden – ook al stond de nieuwe verkiezingsdatum reeds vast. ‘Inktzwart’, noemde hij die bladzijde uit de geschiedenis.

Wim Kok tijdens massale demonstratie van het FNV in Den Haag. Beeld ANP

Vertrek uit de politiek

Kok had zelf al in de loop van 2001 bepaald dat Ad Melkert de nieuwe PvdA-leider zou worden. Hij riskeerde geen derde periode – die voor Lubbers zo slecht had uitgepakt – en dat besluit werd als teken van kracht en wijsheid beschouwd. Maar toen op 9/11 de aanslagen in New York volgden, leek het erop dat Kok te vroeg vertrok. Zelf zei hij later dat hij met die kennis wellicht langer was gebleven.

Paars had de financiële gezondmaking van de kabinetten-Lubbers wel voltooid en redelijk op de winkel gepast, maar er werd ook geklaagd over de kwaliteit van onderwijs, gezondheidszorg (wachtlijsten), openbaar vervoer en openbare veiligheid. Had Kok toch niet te passief geregeerd, ook in vergelijking met de opbouwer Drees? Was dit de verklaring voor de anti-PvdA-stemming in het land? Melkert verloor fors bij de verkiezingen van 2002 en trad meteen af.

Koks politieke afscheid viel aldus samen met de opstand der burgers, eerst onder Pim Fortuyn, gevolgd door Rita Verdonk en de PVV van Geert Wilders. Ze waren Kok een gruwel. Paars was per saldo ‘een gewoon kabinet’ gebleven, zoals Kok het had gewild, maar bleek een nieuwe tijdgeest te hebben gebaard – of gemist.

Zelf kreeg hij nadien kritiek omdat hij als commissaris bij ING forse beloningen voor de top accordeerde, terwijl hij als premier nog de ‘exhibitionistische zelfverrijking’ scherp had veroordeeld. Hij zei later dat hij voor een ‘duivels dilemma’ had gestaan.

Minister president Kok praat met VN-militairen in het VN-Kamp Pleso. De soldaten maakten de inname mee van de moslimenclave Srebrenica door de Bosnische Serviërs en werden ruim een week door eenheden van generaal Mladic in gijzeling gehouden. Beeld ANP

Minister van Staat

Maar overheersend was de waardering. Hij werd benoemd tot minister van Staat en liet bij tijd en wijle nog zijn mening over politiek en maatschappij horen. Zo gaf hij bij Pro Demos in 2016 zijn oordeel over het kabinet-Rutte II, van VVD en PvdA. Dat was ‘overhaast’ tot stand gekomen en had, gelet op de grote hervormingen waarvoor het stond, beter een meerpartijen-kabinet kunnen zijn, aldus Kok. De ironie van de geschiedenis was dat de politiek leiders van de nieuwe generatie, Mark Rutte (VVD) en Diederik Samsom (PvdA), zich juist hadden gespiegeld aan de eerste paarse periode.

Wim Kok was een technisch bekwaam bestuurder, eenzijdiger dan grote voorgangers, vooral omdat hij het democratische debat met het land en zijn partij schuwde. Zijn stijl was eerder wat regentesk, zij het in fluwelen verpakking.

PvdA’ers hadden reden tot klagen omdat hij vanuit het midden regeerde, met weinig ruimte en belangstelling voor linkse idealen en toekomstverwachtingen. Aan de andere kant: Kok maakte de PvdA regeringsgeschikt, financieel solide en in zijn tijd dominant, ondanks veel beleidsmatige tegemoetkomingen aan de VVD.

Premier van formaat

De jongen uit de armoedige polder werd na alle tegenwind een sterke en sobere minister-president met een hart voor verschoppelingen in de wereld. Een geknipt regeerder voor een periode waarin de politieke strijd lang op een laag pitje stond. Bij al zijn beperktheden was Wim Kok een karaktervol premier van formaat, nog altijd de laatste die de PvdA heeft voortgebracht.

Wim Kok, 6 september 2011 Beeld Koos Breukel

We zien Kok en we horen een Nederland dat in 2002 verdween
De zinnen van Wim Kok doen me denken aan een smalle dijk die zich een weg slingert door het landschap. Ariejan Kortweg over  Wim Kok. Kok zal altijd worden achtervolgd door dat ene zinnetje: de PvdA heeft de ideologische veren afgeschud.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.