InterviewWim Alosery

‘Wim, je ligt te huilen als een wolf’

Het is een vergeten concentratiekamp, Neuengamme. Toch kwamen hier de meeste niet-Joodse Nederlanders om het leven. Wim Alosery en Jan van der Liet overleefden het. 'De angst, de kou, de honger, het sadisme, het is onbeschrijfelijk.'

De Amsterdamse Wim Alosery (94) overleefde drie concentratiekampen en zou tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei zijn verhaal doen, maar overleed woensdagnacht in Hamburg. Ellen de Visser sprak hem in 2015. Hieronder lees je het verhaal dat hij toen met haar deelde.

Als de 91-jarige Wim Alosery morgen in de Lübecker Bocht in Noord-Duitsland een krans in zee gooit, zal hij terugdenken aan het moment waarop hij zeventig jaar geleden de vrijheid omarmde. Hij was aangespoeld op het strand, om hem heen dreven de lijken, kale koppies van gevangenen die hij even daarvoor nog op een overvolle boot had zien vechten voor hun leven. 'Ik heb wezenloos voor me uit staan staren. Iemand gooide een deken over me heen.'

Het aantal Nederlanders dat de oorlog bewust heeft meegemaakt, wordt snel kleiner. Wat weten ze zich 70 jaar later nog te herinneren? En hoe heeft de oorlog de rest van hun leven bepaald? Aflevering 4: Wim Alosery (1923) en Jan van der Liet (1926), overlevenden van concentratiekamp Neuengamme.

Jan van der Liet (88) is er niet bij maandag, als op het platteland vlak onder Hamburg overlevenden uit tal van landen stilstaan bij hun tijd in het concentratiekamp. 'Teruggaan? Waarom zou ik? Om al die gruwelijkheden te gedenken?' Hij heeft het kamp niet nodig om zich de vrijheid te herinneren. Na een dodenmars van dagen brachten Russische geallieerden hem naar een landhuis aan de Plauer See. Wat hij daar voelde, zegt hij, is niet in woorden te vangen. Een warm bad, schone kleren; een uitgeteerde Hollandse jongen in een Duits tweepersoonsbed. Hij sliep 24 uur. Het was 3 mei 1945; in de spiegel herkende hij zijn eigen gezicht niet meer.

Jan van der Liet en Wim Alosery, ze kennen elkaar van ver na de oorlog, toen ze na decennia van zwijgen over hun ervaringen begonnen te vertellen. In het jaar waarin zeventig jaar bevrijding wordt herdacht, delen ze hun pijnlijke herinneringen aan het kamp waar ze negen maanden van ongekende wreedheid overleefden: Neuengamme, vlak bij Hamburg.

Het is een vergeten concentratiekamp. Auschwitz is bekend, Sobibor, Bergen-Belsen, maar wie kent Neuengamme? Terwijl in dat kamp de meeste niet-Joodse Nederlanders om het leven kwamen. Door ze zo hard te laten werken en zo weinig eten te geven dat ze eraan onderdoor gingen. Van de zevenduizend Nederlanders, voornamelijk verzetslieden, keerden er zevenhonderd terug. Slechts een paar zijn nog in leven.

Bootramp

Neuengamme is nooit bevrijd en dat verklaart vermoedelijk de vergetelheid. Toen de geallieerden oprukten, liet de SS de administratie vernietigen en het kamp ontruimen. Grote groepen werden weggevoerd naar andere kampen, bijna achtduizend gevangenen werden op twee schepen geladen in een baai in de Oostzee. Op 3 mei 1945 deed zich daar, in het zicht van de bevrijding, een drama voor: Britse bommenwerpers zagen de schepen aan voor een Duits transport en vielen aan. Slechts een paar honderd gevangenen doorstonden de ramp. Wim Alosery is de enige Nederlander van de bootramp die nog leeft. Morgen brengt een boot hem naar de plek waar hij vanaf het achterdek in het water sprong.

Van der Liet ontkwam aan de bootramp door zich eind april stiekem bij een Russisch transport te voegen, waarmee hij in Bergen-Belsen terecht kwam. Over Neuengamme vertelt hij, net als Alosery, zonder omhaal van woorden. Verbijsterende details komen in straf tempo voorbij, maar hun emoties blijven onbenoemd. Alosery: 'Ik kan mijn eigen geschiedenis in een paar regels samenvatten, maar wat ik daar heb gevoeld, kan ik niet overdragen. De angst, de kou, de honger, het sadisme, het is onbeschrijfelijk.' Hij heeft zich er geestelijk voor afgesloten, zegt hij. 'Anders ga ik eraan onderdoor.'

Ze kwamen aan in het najaar van 1944, het kamp was toen al overvol. Alosery had de verplichte tewerkstelling in Duitsland ontlopen door onder te duiken, Van der Liet was opgepakt toen hij illegale papieren wegbracht. Hij was net klaar met de hbs, een kind nog, zegt hij: '18 jaar en nog nooit met een meisje gedanst.'

De twee Nederlanders werden op transport gesteld naar Husum, een buitenkamp van Neuengamme, waar ze antitankgrachten moesten graven om de geallieerden tegen te houden. Van der Liet wijst naar buiten, naar de februarikou op het Engelse platteland, waar hij al zestig jaar woont: 'Ga maar eens in dit weer, in een dunne broek, elke dag twaalf uur lang in ijskoud water staan. Met tergende honger. Ik zag mannen modder eten omdat er nog wat eten op zat.'

Later, in de woonkamer, vertelt hij over het allerergste: 'In het kamp legden de SS'ers de dode lichamen op een hoop, maar soms zaten daar gevangenen tussen die nog een teken van leven gaven. Die moesten wij met een voorhamer de schedel in slaan. Ik heb er niet aan meegedaan. Ik was er heel bedreven in om net te doen alsof.'

Zo min mogelijk werken en niet opvallen, dat leer je snel, zegt hij: 'Je leven hangt ervan af.' Alosery noemt het 'kunstjes'. Hij bood zich aan als schilder terwijl hij als slagerszoon nog nooit een kwast had vastgehouden, later kwam hij in de garage van de SS'ers terecht, waar de blikjes op de potkachel vaak nog wat eten bevatten.

Van der Liet raakte bevriend met een Deense kamparts die hem, zonder verdoving, opereerde aan twee abcessen. Zonder die ingreep zou hij zijn gestorven. De arts gunde hem een paar weken rust. Een Deense gevangene stopte hem voedsel toe uit de pakketten die hij kreeg. Het waren unieke vriendschappen, zegt Van der Liet, want iedereen vocht voor zichzelf.

De eenzaamheid heeft hen na de oorlog nooit verlaten. Toen Jan van der Liet terugkwam in Nederland, werden zijn verhalen afgedaan als overdreven. Hij zegt: 'Mensen waren klaar met de oorlog, ze wilden er niets meer over horen. Mijn ouders durfde ik er niet mee te belasten.' Toen Wim Alosery eind mei door een legerauto werd afgezet in de Oosterparkstraat in Amsterdam, voelde hij zich leeg. 'In het kamp dacht ik: thuis schrijf ik alles op. Maar eenmaal vrij wilde ik mijn herinneringen alleen maar kwijt.'

Jarenlang had hij last van nachtmerries. 'Wim, je ligt te huilen als een wolf', zei zijn vrouw, als hij angstig en benauwd tekeerging. Een keer is hij bij een psychiater geweest. Die wist niet hoe hem te helpen. 'Mijn vrouw kon het goed aan.'

Jan van der Liet verhuisde naar Engeland, waar hij directeur werd van een luxe-sokkenfabriek. 'Het heeft tien jaar geduurd voordat ik de oude was, voor zover mogelijk. Ik was mijn jeugd kwijt. Ga uit, ga dansen, zei mijn moeder dan. Maar wat moest ik daarmee? Ik ben pas op latere leeftijd getrouwd, mijn vrouw is een stuk jonger. Ik heb haar gewaarschuwd voor de oorlogsherinneringen, gezegd dat ik af en toe depressieve momenten ken. Geeft niet, zei ze.'

Na een lange zoektocht vond hij de twee Denen terug die hem door zijn kamptijd hadden gesleept, gevangene Jurgen Lind en kamparts Paul Thygesen. Hij sprak ze jaarlijks. Alleen over Neuengamme hadden ze het nauwelijks.

Pas in 2006 doorbrak hij de stilte toen de stichting vriendenkring Neuengamme hem vroeg een lezing te geven. Zeven jaar achtereen haalde hij herinneringen op. De teksten zijn gebundeld; hij laat ze nu, op aandringen van zijn vrouw, in het Engels vertalen. Dan pas zullen zijn kinderen lezen wat hun vader in de oorlog heeft meegemaakt. Hij heeft het ze nooit verteld.

Totenbuch

Dankzij de moed van een Oostenrijkse gevangene zijn de namen van duizenden Neuengamme-doden bewaard gebleven. Emil Zuleger was verantwoordelijk voor het Totenbuch, met daarin gegevens van alle gevangenen die in de ziekenbarak overleden. Van de SS had hij een lijst met zeven plausibele doodsoorzaken gekregen, die hij lukraak noteerde. Toen de geallieerden naderden, kreeg hij het bevel de boeken te vernietigen. Zuleger besefte dat hij cruciaal bewijs zou laten verdwijnen en besloot ze te begraven. Hij overleefde de bootramp en kon na de oorlog de Britten de boeken overhandigen. In het proces tegen de kampleiding was hij een van de getuigen.

Alosery begon te praten toen hij vijftien jaar geleden een andere overlevende van de bootramp ontmoette. Nu gaat hij jaarlijks naar de herdenking, om daar het lot te memoreren van een groep gevangenen die hem aan het hart ligt: de Jehova's Getuigen. In het kamp hoorde hij hoe mannen in elkaar werden geslagen omdat ze weigerden militair werk te doen en hij dacht: wat zijn dat voor mensen die hun leven riskeren voor hun geloof? Het leidde tot een levenslange fascinatie: op 91-jarige leeftijd gaat hij nog altijd langs de deuren om te prediken.

In het Gedenkhaus van Neuengamme hangen de namen van duizenden doden op lange witte doeken. Van het kamp is niet veel meer over. Wim Alosery voelt weinig als hij terugkeert naar dat sombere platteland. 'Ik zie waar ik op appel heb gestaan, waar ik ben mishandeld, waar ik heb gewerkt, maar de ziel is uit het kamp.'

Jan van der Liet is na de oorlog gaan schilderen. Zijn Engelse cottage hangt vol met kunstwerken. Steeds dezelfde thema's: water en winterlandschappen. De herinneringen komen altijd onverwachts. Als het buiten koud is, denkt hij terug aan de winter in Noord-Duitsland. 'Ik ken alle details nog, het kamp verlaat me nooit.'

Twee jaar geleden heeft hij bij de Dodenherdenking een krans gelegd op de Dam. Dit jaar gaat hij niet. Zijn vrijheid, zegt hij, kwam een dag eerder, op 3 mei, aan de oevers van de Plauer See. 'Ik hoef niet te herdenken, ik denk er elke dag aan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden