Wim Helsen

De Vlaamse cabaretier Wim Helsen (40) ‘geniet van elk excuus om de hufter uit te hangen’. Want al is hij lang niet meer zo’n ‘kwaad mens’ als hij was, het pesten kan hij niet laten....

Gisteravond nog, was-ie na de voorstelling in Franeker in een suf hotel in Breukelen terechtgekomen, omdat dat zo’n praktische plek leek tussen spelen in Franeker op donderdag en in Tiel op vrijdag. Echt zo’n verschrikkelijk, sfeerloos doorsneehotel, met overal vloerbedekking, waar je je opgesloten voelt. Daar had de oude Wim, de Wim van pakweg tien jaar geleden, zich dan kapot aan geërgerd. Hij had iemand de schuld gegeven: wie heeft dit kuthotel geregeld, waarom zitten we niet in Amsterdam? Slachtoffergedrag. Heeft-ie mee afgerekend. Nu geeft hij hooguit zichzelf de schuld. Had hij maar zelf een hotel moeten boeken. Nu gaat hij, omdat je toch iets moet in Breukelen, een beetje met de receptionist lopen dollen. ‘Ik liet hem raden waar ik vandaan kom. Het was duidelijk dat hij niet zo’n goesting had om te spelen, maar ik dwong hem ertoe. En daarna hebben we het spelletje andersom gedaan, maar ook toen die gast allang gezegd had dat hij uit Nijmegen kwam, ging ik maar door met plaatsnamen raden. Waardoor hij gedwongen werd om er steeds maar ‘Nee, nee, Nijmegen’ tussen te werpen.’ Wim Helsen haalt zijn hand door zijn haar en lacht. ‘Tja, ik weet niet. Ik vin’ da grappig, hè?’

Wim Helsen (40) is de enige Vlaamse cabaretier die ook in Nederland avond aan avond voor uitverkochte zalen staat. Dat was al zo met zijn eerste solovoorstelling, Heden Soup!, en dat is nu, met Het uur van de prutser, weer het geval. ‘Geniaal’, schrijven de kranten. Zijn talkshow, Het programma van Wim Helsen, werd in Nederland niet op tv uitgezonden, maar de Belgische film waarin hij de hoofdrol speelt, Dirty mind, komt hier half april wel in de bioscoop. Tot je 30ste had je allerlei baantjes: bankbediende, leraar, museumgids, kroegbaas. Je levensverhaal ‘Om te beginnen: volgens mij is het raadzaam om van je leven geen verhaal te maken. Dat is wat we doen in onze kop, maar dat zit alleen maar in de weg, dat is alleen maar ballast. Dat je denkt: aha, dit is zo’n situatie, dus nu reageer ik zo. En: waarom moet dit mij nu weer overkomen? Je levensverhaal is ook maar een constructie: van successen en mislukkingen en weet ik al niet. Maar dat doet er allemaal niet toe. Dat zit in de weg om in het nu te zijn.’ Dat klinkt spiritueel. ‘Ja, ja, dat klopt, daar ben ik wel mee bezig. Bij een vriend bij wie ik logeerde, zag ik op een ochtend een boek liggen dat me trok, en dat ik zonder te vragen heb geleend. De kracht van het nu van Eckhart Tolle. Dat leert je jezelf los te maken van je gedachten. Veel gedachten zitten alleen maar in de weg. Ik kan iemand zien en denken: wat een chagrijnig, lelijk, ongelukkig mens, blij dat ik die niet ben. Maar dan weet ik: aha, ’t is maar een gedachte, een idee. Ik hoef daar geen geloof aan te hechten. En dan kan ik naar mensen kijken op een manier die voor mij veel aangenamer is.’ Je denkt dan niet: die is slechter af dan ik? ‘Nee, dat zou de troost van het vergelijken zijn, dat is valse troost. Die geeft geen ontspanning en geen rust. Wat troost, is wat je in elkaar herkent.’ En dat is? ‘Gewoon, menselijkheid. Daar gaat mijn voorstelling ook over: we zijn er allemaal bij gebaat in te zien dat we maar prutsers zijn. Dat ge uw eigen machteloosheid kunt zien. En omarmen. ‘Ik heb geprobeerd te mediteren, maar dat vind ik saai. Of, saai ik val er altijd bij in slaap. Maar soms lukt het, als ik naar de cd’s van Eckhart Tolle luister. Dan zie ik een vogel, of een boom of de wolken, en dan flits ik daar niet aan voorbij, maar dan zie ik die écht, zonder gedachten die de boel versluieren. Dan ben ik waar ik moet zijn.’

Het zijn onverwachte woorden van de cabaretier die zijn publiek elke avond met hun ‘miezerige kutlevens’ om de oren slaat, die in zijn eerdere shows met zichtbaar genoegen de machtswellusteling uithing, de gefrustreerde gek. De man die ‘geniet van elk excuus om de hufter uit te hangen’, die in zijn talkshow op tv tegen een keurige, jonge seksuologe over klaarkomen in haar gezicht begint, en tegen een onschuldige bebaarde Vlaamse hobbyist die alles van vikingen weet tot vervelens toe sist: ‘Moorden en verkrachten.’ Een pestkop, ook in het dagelijks leven. Een stuk minder kwaadaardig, dat wel, maar toch: iemand die ontregelt. Tegen de jongen die komt zeggen dat hij zijn sigaret moet uitmaken in de lobby van het theater waar het interview plaatsvindt: ‘Ik weet het, ’t is uwen plicht om dat te melden. Ik zal zeggen dat jij het gezegd hebt als ze er hier over beginnen.’ Wim Helsen rookt nog even door. Tegen de verslaggeefster: ‘Een voorbeeld van gedachten die mij in de weg kunnen zitten? Kijk, nu jij tegenover mij zit kan ik denken: journalist, wat is dat toch een parasitair, secundair beroep.’ Allervriendelijkst: ‘Dat idee was niet aanwezig hoor, het is dat je ernaar vraagt.’ Had je van jongs af aan voor ogen dat je cabaretier wilde worden? ‘Ik heb Nederlands en Engels gestudeerd. Ik ben een kind van de jaren tachtig, ’t ging elke dag over werkloosheid en crisis, je zou al content zijn als je een job had. Als leraar vond je altijd wel een baan. Maar ik fantaseerde wel over spelen, dingen maken, en in het laatste jaar van de middelbare school heb ik er ook wel aan gedacht om me aan te melden bij Studio Herman Teirlinck, de acteursopleiding in Antwerpen. Maar ik had te weinig zelfvertrouwen. Een leraar Nederlands tegen wie ik opkeek, raadde mij het ten stelligste af. We hadden een stuk moeten lezen in de klas, iedereen kreeg tekst, ik ook. En na afloop zei die leraar: ‘Nee, ’t is niet goed.’ ’t Was ook niet goed, dat wist ik wel, ik heb die man niks kwalijk genomen. Allee, nú neem ik hem niks meer kwalijk. Ik heb hem dat wel een tijd kwalijk genomen. ‘Op die school ging het nooit over wat je werkelijk interesseerde. Het was zo’n geborneerde, katholieke omgeving, alleen maar gericht op regels en studie. Een jongensschool was het, zonder ook maar de geringste aandacht voor wat er gebeurt in zo’n klas, hoe jongens zich onderling gedragen.’ Hoe gedroeg je je? ‘Aan het begin, toen ik een jaar of 12 was, was ik een vrolijk, open, leergierig kind. Ik zat de helft van de les met mijn vinger in de lucht. In het laatste jaar was ik een onderuitgezakt, cynisch huftertje dat niks meer interessant vond. Dat is toch intens triest: je zit als jongen vol zin en energie, maar alles op zo’n school is erop gericht om dat allemaal in te perken. Het basisgevoel wat ik eraan overgehouden heb is: je bent eigenlijk niet veel waard.’ En hoe was dat thuis? ‘Ik kom uit een volstrekt gemiddeld gezin. Mijn moeder is een boerendochter, altijd de slimste van de klas, die van haar ouders niet mocht studeren. Ja, naaien, dat mocht, want dat was nuttig; ze is lerares snit en naad geworden. Een vrolijke, opgewekte vrouw, met veel goesting in het leven. Twee broers heb ik, en mijn vader was een soort ingenieur, die vaak van job veranderde omdat hij altijd in conflict kwam met anderen. En thuis was dat niet anders. Als hij er niet was, hadden we plezier, als hij thuis was, was er altijd spanning.’ Wat voor een spanning? ‘Hij was fundamenteel verongelijkt en ongelukkig. Hij kreeg altijd te weinig. Voelde zich altijd onbegrepen.’ Hoe uitte zich dat? ‘Hij dronk, dus: in enorme uitbarstingen van woede. En in voortdurend geklaag, of eigenlijk vermomd geklaag. Respect eisen omwille van de debielste dingen. Als je je bord niet leegat een enorme preek afsteken over het respect dat wij voor onze moeder moesten opbrengen. Terwijl: dat ging helemaal niet over haar, dat ging over hem. Dat zijn altijd de akeligste mensen vind ik, mensen die respect opeisen. ‘Mijn vader maakte met iedereen ruzie. De rest van de wereld was altijd fout. Die machteloosheid... Kijk, elke dag verkeer je wel in een situatie dat je je in meer of mindere mate machteloos voelt. Je kunt de weg niet vinden, of je band is kapot, je moet wachten bij de bakker terwijl je haast hebt. Hij kon daar niet mee omgaan. Zijn frustratie groeide en groeide en uiteindelijk moest iemand het ontgelden.’ Jij. ‘Ja. En mijn moeder. En mijn broers.’ Was je bang? ‘Jawel, maar ik maakte ook ruzie, en eigenlijk vond ik het wel makkelijk als hij daarna drie weken niet met me sprak.’ Drie weken? Dat gebeurde? ‘Dat gebeurde wel, maar ik leed daar niet onder. Dan liet hij me tenminste met rust. Ik wou zo min mogelijk met die mens te maken hebben. Vanaf het moment dat ik hem een hufter begon te vinden, werd het hanteerbaarder voor me. Maar ik zag wel dat mijn moeder daar uiteindelijk het slachtoffer van werd, want zij kreeg de schuld, zij zette ons zogenaamd tegen hem op. Dus ik ben op den duur gestopt met ruzie maken om mijn moeder te ontzien. Da’s ook niet gezond, natuurlijk. Dus vluchtte ik zoveel mogelijk weg van huis.’ Grijnst: ‘Allee, wat een triestig verhaal, eigenlijk. Ik heb het nooit verteld, om hem te ontzien. Maar nu denk ik: het is gewoon zoals het was.’ Een soort gevoeligheid, zegt hij, heeft hij erdoor ontwikkeld, om samen met zijn broers plezier te maken dwars tegen de spanning in. ‘Opmerkingen, grappen. Ik kan het nauwelijks uitleggen, maar we vonden een manier om mijn vader op stang te jagen terwijl het eigenlijk niet kon. En dan maar kijken of hij kwaad werd.’ Hoe is jullie contact nu? ‘Moeilijk.’

Een fundamenteel verongelijkte figuur, gefrustreerd, onberekenbaar; daarover ging zijn eerste voorstelling, Heden Soup!. De hoofdpersoon in zijn tweede show, Bij mij zijt ge veilig, was agressiever, een dictator op zijn eigen terrein. De boodschap, als je die er per se uit wil halen: we zijn allemaal geneigd om achter een leider aan te lopen, een leider zoals Wim Helsen die speelde. Manipulatief, gevaarlijk, maar ook intrigerend. ‘Ik ken zulke mensen van heel dichtbij’, zei Wim Helsen toen alleen. Dat je er nu over praat, betekent dat dat je meer afstand hebt? ‘Ik denk het wel, ja. Juist doordat ik die programma’s heb kunnen spelen, door het belachelijk te maken. Als kind zie je alleen je vader dat doen, maar als je opgroeit zie je dat iedereen in zekere mate zulk gedrag vertoont. Lees je boeken over Hitler en ontdek je dat die nog vijftig keer erger was in zijn waan. Maar zo’n voorstelling kan alleen iets betekenen als je ook begrip hebt voor zulke mensen. Als je ook medelijden kunt hebben en denken: ach, maar menske toch.’

En nu: klaar over zijn vader. Zelf is Wim Helsen, al zijn halve leven samen met zijn vrouw Fabienne, vooral een ‘ontspannen vader’ voor zoon Max (5) en dochter Mathilde (10). Voetbal, speeltuin. Het ‘zorgende aspect’, hij geeft het toe, daar is zijn vrouw veel meer mee bezig. Wat hij doet: hij laat ze lachen. De lach van je kinderen is zo’n beetje de mooiste lach, zegt hij, al is die van het publiek ook niet te versmaden. Sta je daarom op het podium? Voor de lach? ‘Ik weet het niet. Het is wat ik het best kan, denk ik. Volgens mijn osteopate is het omdat mijn nieren het nodig hebben, haha. Echt waar. Ze heeft het uitgelegd: ‘Ge doet dat vak omdat het heel veel deugd doet aan uw nieren om de mensen te horen lachen. Daarom hebt gij de nood om op een podium te staan.’ Maar het is niet alleen de lach. Het zijn de reacties, de spanning, de stilte die er kan vallen als je opeens, vanuit het niets, agressief uithaalt.’

Hij realiseerde zich pas echt dat hij in het theater moest wezen toen hij in het café met een vriend over Schalkse ruiters stond te praten, een tv-programma van twee komieken. ‘We stonden daar zo heel negatief te doen over die lui, zo van: het tweede seizoen was veel slechter dan het eerste. Maar dat was helemaal niet waar, het was even goed. Ik dacht: waarom sta ik hier die zever te verkopen? En ik wist dat ik jaloers was. Jaloers op de speelkansen die die gasten kregen. Maar die hadden ze natuurlijk helemaal niet gekregen. Ze hadden daar zelf voor gezorgd. Toen wist ik: ik moet gaan doen wat ik wil doen.’ Helsen, die als redacteur bij de radio werkte, zegde zijn baan op, ging parttime lesgeven om in zijn onderhoud te voorzien en besloot: over een jaar wil ik kunnen leven van het spelen. Het Leids Cabaret Festival, dat was zo’n beetje de eerste stap, en de vierde keer überhaupt in zijn leven dat hij alleen op een podium stond. Javier Guzman won, maar Helsen was een eind op weg. ‘Ik wist dat ik in Nederland moest zijn. In België had je toen heel weinig. Kommil Foo, dat was het wel zo’n beetje. In Nederland was er op dat moment twintig keer zoveel speelgelegenheid, interesse en traditie op het gebied van cabaret.’

Zelf kende hij eigenlijk alleen Youp van ’t Hek, maar zijn on-Nederlands absurdistische humor sloeg hier onmiddellijk aan. Net als in Vlaanderen, iets later. Grote verschillen ziet hij dan ook niet. ‘Ja, Nederlanders zijn wat directer. En ze hebben meer het gevoel samen verantwoordelijk te zijn voor hun land. Dat heeft als voordeel dat ze er meer bij betrokken zijn, en als nadeel dat ze elkaar minder met rust laten. Het kan hier gebeuren dat ik op een perron sta te roken en dat iemand me zegt dat ik bij de rookpaal moet gaan staan. Haha. Dan rook je in de open lucht en dan vindt iemand dat hij je 15 meter verderop moet sturen. Dat is in België ondenkbaar.’ Zijn er grappen die in Nederland kunnen en in België niet, of andersom? ‘Ik zou nog geen grappen maken over de kindermoorden in Dendermonde. Het is zo onbevattelijk wat daar gebeurd is, het idee om daar om te lachen is volstrekt absurd. En in België hebben we geen Theo van Gogh gehad, waardoor de discussie of je nog grappen kunt maken over de islam bij ons veel minder speelt. Maar eigenlijk geldt voor mij dat geen onderwerp heilig is. Ik vind taboes wel interessant.’ Je hebt eens gezegd: ‘Mijn grootste angst is dat mensen kwaad op me worden en toch zoek ik die situatie steeds weer op.’ ‘Heb ik dat gezegd? Vreemd. Mijn grootste angst is eigenlijk door een horde wespen te worden aangevallen. ‘Nee, ’t is waar, ja, ik speel graag een beetje met de mensen. Zo’n receptionist in Breukelen, die mij subtekstueel te verstaan geeft hoe ik mij moet gedragen, daar ga ik dan aan trekken. Zo ontsnap ik aan de situatie, ik bevrijd me daarvan. Kijken of het lukt om het samen plezant te hebben. En als dat niet lukt, haha, dan heb ik zelf in ieder geval lol.’ Woede speelt een grote rol in je werk. ‘Het was een tijdlang ontzettend lekker, om het maar eens op z’n Nederlands te zeggen, om een hele zaal voor smeerlappen uit te maken. En er nog applaus voor te krijgen ook. Het is niet bewust geweest, maar het heeft me wel van bepaalde gedachten bevrijd. Nu is het anders. In mijn nieuwe voorstelling wilde ik niet weer een woedende figuur neerzetten. Het werkt wel goed op toneel, maar ik weet niet, het voelde fake. Ik ben niet meer zo’n kwaad mens. ‘Ik heb er weleens aan gedacht om provocatief coach te worden. Dat is coaching die in het verlengde ligt van wat ik in het theater doe. Stel, je zegt: ‘Ik heb een rotbaan, er wordt over me gelopen en mijn baas minacht mij.’ Dan zou ik als coach zeggen: ‘Dat is logisch, je stelt ook niks voor, je bént ook een loser.’ Ik zou het zo uitvergroten dat het volslagen belachelijk wordt, snap je? Zodat je gaat denken: rot op, ik ben wél belangrijk. Dan laat je los wat jou in de weg zit.’ Wat ben je meer, een pestkop of een leermeester? ‘Een pestkop. Niemand heeft de waarheid in pacht, mensen die hun autoriteit doen gelden, roepen bij mij weerstand op. Nee, leermeesters wantrouw ik. Tenzij ze dood zijn.’

cv Wim Helsen

geboren 5 oktober 1968, in Mortsel (bij Antwerpen)

burgerlijke staat getrouwd, twee kinderen

opleiding studie Nederlands en Engels

werk

1998 vormt samen met Randall Casaer het cabaretduo Vrolijk België

2001 gaat solo verder

2002 staat in de finale van het Leids Cabaret Festival

2002 Heden Soup!

2005 Bij mij zijt ge veilig

2008 Het uur van de prutser

2006-2007 dagelijkse poëzierubriek in het Belgische tv-programma Man bijt hond

2008 Eigen talkshow op Canvas, Het programma van Wim Helsen

2009 Hoofdrol in Dirty mind, een film van Pieter van Hees

Dirty mind draait vanaf 16 april in de bioscoop. Voor de speellijst van Het uur van de prutser zie www.helsen-williams.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden