Willem van Oranje werd bij Dokkum vermoord

'Het is met de historische kennis van de meeste Tweede-Kamerleden als met de spreekwoordelijke klok en de klepel.' Aldus de redactie van het Historisch Nieuwsblad, dat aan honderd parlementariërs een proefwerk voorlegde over de vaderlandse geschiedenis....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

Wie was de eerste bisschop van Utrecht? Willibrord was het juiste antwoord. Hij leefde van 658 tot 739. Het kamerlid Ybema van D66 hield het op kardinaal Alfrink. Deze leefde van 1900 tot 1987.

Hoeveel Nederlandse vrijwilligers dienden tijdens de Tweede Wereldoorlog bij de Waffen SS? Twintigduizend luidt het goede antwoord. Van Ardenne, CDA: 'Nul.'

Waar werd ook al weer Willem van Oranje vermoord? In Delft toch? Van Zuijlen, PvdA: 'In Dokkum.'

En door welke vijandelijke mogendheden werd de Republiek in het zogenoemde 'Rampjaar' bestookt? De Republiek werd in 1672 bestookt door Frankrijk, Engeland en de Duitse bisdommen Keulen en Münster. Niet, zoals het CDA-kamerlid Assen meende, 'door het wassende water in Zeeland in 1953'.

Het Historisch Nieuwsblad, een tweemaandelijks magazine over het historisch bedrijf, belde met honderd kamerleden. De gedachte was: wie het land wil besturen, moet de identiteit ervan kennen. Hoe goed of hoe slecht zijn de politici op de hoogte van het nationale verleden?

Van de honderd parlementariërs leverden 66 met plezier hun medewerking; 34 bedankten voor de uitnodiging. Geen tijd, geen zin, geen lef. Onder die 34 waren de vier fractievoorzitters van PvdA, VVD, CDA en D66.

Bolkestein, fractievoorzitter van de VVD, weigerde omdat volgens hem het beantwoorden van dit soort vragen niet tot zijn beroep behoort. Het Historisch Nieuwsblad schrijft: 'Of was de politicus die zich voorstaat op zijn eruditie, gedegen geschiedenisonderwijs bepleit en historische toneelstukken schrijft, bang om af te gaan bij een test waar zijn eruditie eens echt op de proef werd gesteld?'

Het resultaat van het proefwerk was in ieder geval niet om over naar huis te schrijven. Er was maar één kamerlid dat alle vijftien vragen goed beantwoordde, Valk van de PvdA ('Ik ben nog van voor de basisvorming.'). Eén kamerlid had nul vragen goed, De Koning van D66 ('Ik vind al die wetenswaardigheden maar onzin.').

Veel kamerleden bagatelliseerden het belang van kennis der geschiedenis. 'Je moet niet verzeild raken in debatten over hoe alles gekomen is.' (Bremmer, CDA). 'Ik ben meer toekomstgericht.' (Assen, CDA). 'Ik laat me niet ondervragen over feiten. Ik ben geen leerling meer! Feiten, foei' (Cherribi, VVD). 'Als je vijftig bent, vergeet je wel eens iets.' (Te Veldhuis, VVD). 'Ik had vroeger een overspannen geschiedenisleraar, u weet hoe dat gaat.' (Rehwinkel, PvdA). 'Als je me vraagt wat ik gisteren gedaan heb, weet ik het ook niet meer.' (Swildens, PvdA).

Onder prominente historici is met enige bezorgdheid gereageerd. De Utrechtse historicus Righart: 'Feiten zijn geen flauwekul. Je moet toch weten wanneer en in welke context ontwikkelingen plaats vonden. Het is een maskering van domheid.' Kossmann, emiritus-hoogleraar uit Groningen, die het proefwerk 'van een lagere-schoolniveau' vond, noemde het resultaat 'onheilspellend'.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden