WILLEM VAN HANEGEM/ARIE HAAN

Hij loopt langzaam, nadenkend, licht gebogen, de grond waarop hij zijn stappen zet, lijkt het, wantrouwend. Een beetje eenzaam ook....

Hij spreekt zoals hij loopt, en het wantrouwen geldt elke vraag en iedere verslaggever. Het is meer dan wantrouwen, het is ook scepsis. En na de eerste vraag wordt de scepsis spot. Onder de laaghangende wenkbrauwen, die het voorhoofd te weinig kans geven, kijken twee zeer scherpe oogjes naar de interviewer, het kleine voorhoofd rimpelt zich wat, hij lacht niemand uit, maar maakt iedereen onzeker, zodat de verkeerde vraag wordt gesteld waarop hij het goede antwoord kan geven. En dat goede is het aarzelende, het relativerende, het ontwijkende vaak en soms de wedervraag. Van de verwarring die hij sticht, geniet hij; de ogen worden nog scherper, en een glimlach - altijd een glimlach - komt op zijn gezicht.

Zijn taal is nooit ferm, zelden zelfverzekerd. Hij praat langzaam en vooral zacht. De taalresten van het Utrechts zijn hoorbaar. 'Ik denkt', zegt hij en dat klinkt dieper dan 'ik denk', aardiger ook. De voetballers waarvan hij de trainer is (was), duidt hij aan met 'die gozers', waarbij hij met zijn hoofd naar achteren wijst alsof het om kinderen gaat die hij in de speeltuin heeft achtergelaten. Er zit in dat 'gozers' iets vaderlijks, maar ook iets excuserends: ze mogen sterren zijn, de hemel is onbereikbaar, dat weet hij heel goed. Hij tracht ze zelfvertrouwen te geven in wantrouwen. En daarom gaat het bij hem mis. De spelers willen zekerheid, rechtlijnigheid, de vertrouwde gemeenplaatsen van de vaktaal. Maar hij zal nooit enig cliché gebruiken - hoor zijn opvolger Haan spreken, allemaal klaarliggende taal - en daarmee brengt hij ook de pers in moeilijkheden: die wil statements, rechte meningen, geen humor, want daarvan gaat op schrift het meeste verloren.

Zijn oorspronkelijkheid in taal verraadt de kleine anarchist die hij is: hij weigert zich aan te passen. Dat deed hij als voetballer niet, als trainer evenmin. Het gezag steekt hem in de grote taal ervan. Scheidsrechters wisten het vroeger, de pers heeft het later jaren lang geweten, zijn spelers niet minder. Misschien is hij altijd de ideale voetballer gebleven, niet alleen de onberekenbare virtuoos, maar vooral de ontregelaar van de tegenstander.

Hij is altijd iedereen op het verkeerde been blijven zetten. Wie op de loting van Everton als tegenstander in de Europa Cup II antwoordt met: 'Het is in elk geval dichtbij', veroorzaakt misverstanden, irriteert zelfs. Het gezag hoort zich aan de normen te houden, zeker in de taal. En dat zijn de gemeenplaatsen of het jargon, waarmee je niets zegt, maar iedereen tevreden is. Gezag is ernstig. Hij heeft er gewoon plezier in en dat kan kenmerkend zijn voor de anarchist die hij is.

Willem van Hanegem is te oorspronkelijk om leiding te geven, want hij wordt niet verstaan. Hij is ook te zacht en te relativerend om streng op te treden. Boetes heeft hij zijn voetballers bij te laat komen nooit gegeven. Maar ze moesten wel eerlijk zeggen waarom ze te laat waren! Hij lijkt Theo Thijssen wel. Voor strengheid en gezag heeft hij ook te veel gevoel voor humor. Die grootste eigenschap is zijn belangrijkste tekort in de volslagen humorloze wereld van het betaalde voetbal, zijn werkterrein. Competitie, het meest kenmerkende aan sport, verdraagt geen humor. De sport moet zichzelf zeer ernstig nemen en tonen, wil hij niet in elkaar storten. Enige wind van relativering en de sport valt om.

Hij lijkt de sport niet ernstig te nemen en dat moet zijn uitwerking op de spelers hebben. Die geloven in de gemeenplaatsen van een Haan, die als een kleine veldheer met een veel te grote mond vol jargon langs de lijn staat. De autoriteit, met het geweld dat het gebrek aan vormen en eigenheid meebrengt. Zijn humor is op zijn best lol. En die is vet. Maar hij heeft het bijkomstige tot het absolute verheven - en dat schijnen voetballers te willen. Die kennen geen plezier, maar een plicht en een beroep. En vooral een carrière. Ze nemen dan wel het woord 'spelletje' in de mond - dat zal Van Hanegem nooit gebruiken -, maar dat is al evenzeer gemeenplaats. De verkleining vergroot eigenlijk, hoor Cruijff.

'Die gozers' - misschien wenst hij wel dat zijn kinderen waren. Met alle grote gevoeligen heeft hij een bijna sentimentele liefde voor kinderen gemeen. Wellicht juist om de anarchistische trekken die zij nog vertonen. Als alle vaders van de tweede lichting raakt hij over de twee zoons van de nieuwe generatie niet uitgesproken. Die van de eerste generatie lijken schaduwfiguren geworden. Ook die twee zoons zijn de 'gozers' of 'gozertjes'.

Hoe oprecht zijn kinderliefde is, was niet zo lang geleden op de televisie te zien. Van de grut-afdeing van een voetbalclub waren twee elftallen gevormd, een gekleed in het Feyenoord-shirt, het andere is dat van Ajax. De coaches waren Van Hanegem en Van Gaal. Het was ronduit schitterend (ook het superieur ongeordende spel). Van Hanegem leek volmaakt gelukkig; hij was een en al zorg, tederheid en humor, en zijn de kinderen begrepen die humor. Hij maakte nederig de veters van de schoentjes vast. Wij zagen zijn kleine hart op ware grootte. Het liet niet alleen liefde, maar ook respect zien, vooral verwantschap ergens. De grootheid van Van Hanegem is dat hij nooit volwassen is geworden.

De kleinheid van Haan is dat hij voortdurend volwassen wil doen. Hij was nauwelijks begonnen in Rotterdam of hij gaf, zonder namen te noemen natuurlijk, kritiek op zijn voorganger, waarbij hij - en daarin verraadt hij zich - alle bezwaren overnam die al maanden als geruchten door de Rotterdamse lucht gingen. Wie flink doet, doet dat altijd met andermans middelen. En een grote mond. Ergens in Haarlem zit een zwijgende man. En zijn wantrouwen is niet beschaamd.

Van Hanegem heeft zelden of nooit kritiek op anderen. En als het gebeurt, zal hij namen noemen. Hij kent geen andere woede-uiting dan stilte. Als hij echt zwijgt, is hij vernietigend. Wie zelden kritiek heeft, prijst ook niet overdadig. Voor de Feyenoordspelers moet de hoogste lof het publiekelijk uitspreken van hun naam zijn geweest. Daarin sprak niet alleen vertrouwen, maar ook bewondering, vertedering zelfs. De wijze waarop hij de naam 'Joseph' uitsprak - alleen die voornaam, nooit met 'Kiprich' erachter - was bijna ontroerend. Hij moet van die man hebben gehouden. Ik denk dat hij bijna al zijn voetballers aardig vond. En dat is nauurlijk helemaal fout, want een trainer hoort neutraal te zijn.

Een keer is hij echt en publiekelijk kwaad geworden: toen Marga van Praag hem in een interview 'onbetrouwbaar' noemde. Hij hield zich niet aan zijn afspraken; ach het was misschien beter geweest te zeggen dat hij geen man van de klok is; hij kwam als voetballer al altijd te laat op de training. De klok is gezag en dat veracht hij een beetje. Er kwam een proces en daar brak voor de camera's zijn hart: hij huilde, naast zijn vrouw, want zoals hij eens Truus in zijn publieke leven betrok - de 'moeder des vaderlands' heeft Michel van der Plas haar nog eens in een cabaretprogramma genoemd - zo is Marianna nu zijn openbare rechterhand. Waren ze ouder geweest, zijn zoons hadden ook in de rechtszaal gezeten om hun vader van onbetrouwbaarheid te horen vrijpleiten. Die tranen waren net iets te veel, maar misschien waren ze niet zo zout, als bij humoristishe mensen meer het geval is.

Haan begon al meteen met een aanklacht van onbetrouwbaarheid. En een proces. Hij schreeuwde net iets te hard over de rechtvaardigheid van zijn handelen, om geloofwaardig te zijn. Hij doet alles veel te luidruchtig. Geliefd zal hij nooit worden; daarvoor houdt hij te veel van zichzelf. Legendarisch nimmer.

Van Hanegem is nu al legendarisch en dat veel meer dan Cruijff, van wie al zijn voetbaldaden worden herinnerd en zo ook vergroot tot legende. Hij is een legende om zijn onberekenbaarheid, zijn traagheid, zijn Truus en zijn zoontjes, zijn gebrek aan ontzag voor ieder gezag (dat van Happel uitgezonderd), zijn taal, zijn stem die te zacht is voor dat lichaam en daardoor elke keer weer verrast, zijn spottende ogen die ieder verwarren, zijn zo'n grote gebrek aan vertoon dat het bijna vertoon wordt, zijn scherpzinnigheid, ook in het spreken over voetballen, zijn slimheid, maar misschien vooral zijn optimisme, dat toch gewonnen moet zijn op grote hoeveelheden relativisme.

Maar de legende is vooral de man in de dug-out: hij kijkt, hij ziet alles, zijn gezicht blijft onbewogen, hoe slecht het ook gaat - dan lijkt hij het noodlot te aanvaarden -, en als het glorieus gaat, is er alleen een heel lichte glimlach, die enig ongeloof uitdrukt. 'Ik plan niets', heeft hij eens gezegd. Hij kent alleen vandaag. Morgen kan de Kuip een hel zijn. Daarom glimlacht hij. Hij weet beter. Nu zeker.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden