Willem Oltmans

'Jij hoeft mij niet te zeggen wat beschaafd is. Beschaafd ben ik van geboorte. En geboorte is niet te koop, zoals je weet....

Het was vrijdagmiddag 12 mei 2000, op zijn fiets was hij teruggekeerd van de sportclub, hij draaide de hoek om en daar stond de meute: cameralui, verslaggevers, radioreporters. Wist hij het nieuws niet? Nee, hij wist van niets, hij was immers naar de sportclub, hoe kon hij weten dat hij tot miljonair was gebombardeerd, vijftien miljoen moest de staat betalen, onomkeerbaar besluit van de arbitragecommissie, de schadevergoeding voor ruim veertig jaar Haagse obstructie, een geschiedenis zo ongekend als de uitkering zelf. Vijftien miljoen! - na aftrek van belastingen nog altijd acht miljoen, in één keer uit te keren door de Staat der Nederlanden aan zijn nederige dienaar W. Oltmans, 75 inmiddels, journalist en een leven lang in gevecht met de bierkaai.

Een terugblik.

'Welkom excellentie in mijn paradijsje.' Bruine kop, zomer en winter. Een stem die een halve octaaf te hoog zit, altijd. De deur van het penthouse aan de gracht in Amsterdam zwaait open in de stijl die hoort bij de bewoner: joyeus, trots, met immer een vleug van achterdocht. Aan de sjofelheid voorbij is Oltmans. De Steinway-vleugel rust als een monument in het midden van de salon. Willem Oltmans, rijk en voornaam geboren, verarmd in het vak waarin hij decennia is geboycot, maar in de nadagen van zijn bestaan, in het millenniumjaar, toch nog toegekomen aan een annus glorioso: wraak, gerechtigheid en geld.

Het begin lag in 1956. Er waren twee brieven voor nodig van ambassadeur Boon in Rome, gericht aan hoofdredacteur Stokvis van De Telegraaf: waarom in godsnaam die Oltmans naar Italië? Dat was dus gelijk klaar, Oltmans exit. Stempels van de nrc had tegen hem gezegd: ga dan voor ons naar Jakarta. Hij naar Jakarta, voor de nrc, voor het Handelsblad en voor Het Vaderland - lang vervlogen Haags dagblad. Ook was hij nog correspondent voor Smedts, Matthieu Smedts, legendarisch hoofdredacteur van Vrij Nederland. Enfin, de bvd ging erachter aan. Henk Hofland had hem gewaarschuwd: de bvd is hier op de redactie van het Handelsblad op bezoek geweest en het ging over jou.

Oltmans: 'Op een en dezelfde dag, 2 februari 1957, ontving ik in Jakarta drie telegrammen van de drie kranten die ik vertegenwoordigde. Alleen Smedts heeft me gehandhaafd. Hij schreef me: ik heb een heerlijke lunch overgehouden aan die lui van de bvd.'

Zijn counterpart bij de nrc-redactie in Rotterdam was Hein Roethof, later vooraanstaand Kamerlid voor de Partij van de Arbeid, maar in de jaren vijftig Indonesië-redacteur. 'Ik schreef aan Roethof: er moet vanuit Nederland een ander beleid komen, we moeten in de nrc opschrijven dat we Nieuw-Guinea gaan verliezen, Nederland gaat eraan, Soekarno wint het. Hein schreef terug: je hebt volkomen gelijk, alleen, het kan niet in de krant. Denk eraan: je schrijft voor de hoogsten in den lande. Nou, dat moet je tegen mij zeggen!'

Het is nooit meer goed gekomen tussen de journalist en the invisible government, zoals hij het zelf noemt: 'Topambtenaren die opdrachten geven waar ministers niks van weten en die gewoon hun eigen spel spelen. In 1956 zijn ze begonnen met een Berufsverbot en met character assasination, onder leiding van Luns. Goed beschouwd is het nooit meer opgehouden. Ik heb officiële documenten onder ogen gekregen, later, veel later. Documenten met het stempel Geheim, waarin glashard wordt beweerd dat ik lange tijd in de gevangenis heb gezeten. Ik heb het nu allemaal zwart op wit. Ze stuurden die valse shit vanuit Den Haag de hele wereld over. Ik vroeg een interview aan met Willy Brandt, Brandt liet vragen: wie is die meneer Oltmans, Den Haag stuurde die shit naar Bonn. Brandt ontving mij niet. Zo is mijn hele carrière geweest, begrijp je.'

Willem, waarom was je zo belangrijk?

'Ik kom overal binnen, heb altijd in alle kringen contacten gehad. Ze denken dat ik een oudehoer ben, maar alles wat ik in de loop der jaren vertrouwelijk heb gehoord, houd ik ook vertrouwelijk.'

Zie je geen spoken?

'Waarom zou ik die miljoenen hebben gekregen? De meeste Hollandse journalisten hebben geen blasse Ahnung hoe smerig de boel hier in elkaar zit. Wil je nog koffie? Geen blasse Ahnung hebben jullie. Lubbers heeft me willen helpen. Op 8 augustus 1994 werd ik bij hem geroepen in het Torentje. Hij zei: ik heb je zaak laten uitzoeken, het is een treurige geschiedenis, als ik je nou eens een ton gaf voor een nieuwe vleugel. Een ton! Nou vraag ik je! Lubbers was volkomen onwetend gehouden van wat mij al die jaren was onthouden. Een ton, stel je voor. Ik heb mij de uitspraak gepermitteerd: meneer Lubbers, die ton is alleen al nodig voor de postzegels.

'Zo smerig zit Den Haag in elkaar, jongen. Jij hebt makkelijk lullen met je spoken, jij hebt een pensioen, ik niet.'

Ik heb lang gedacht dat je alleen maar lawaai maakte. Totdat je vijf jaar geleden met een stapel gecodeerde telegrammen van Buitenlandse Zaken kwam aanzetten. Ze gingen allemaal over het staatsgevaar Oltmans.

'Jongen, het is het topje van de ijsberg. Jullie zijn zo onnozel.'

En zij zijn gek. Waar zou je je druk over maken?

'Ze hebben mijn leven kapot gemaakt! Wat wil je nou? Ze hebben me uit Rome gejaagd, uit Jakarta, uit Amerika, uit Zuid-Afrika. En het is allemaal niet-verwerkte haat van Buitenlandse Zaken. Ik had namelijk gelijk gekregen met mijn verhaal over Nieuw-Guinea. On verdraaglijk. Onverdraaglijk voor al die blaaskaken. Van Aartsen staat daarboven. Dat wil ik wel nadrukkelijk gezegd hebben. Van Aartsen heeft uiteindelijk ingestemd met de arbitrage. Maar al die lui die ongelijk hebben gekregen, vergeven je dat nooit. Al die drek die ze over je uitstorten, meneer Oltmans is homoseksueel, moeten we niet vergeten, meneer Oltmans is dit en meneer Oltmans is dat. Ach, jullie zijn te onnozel om dat te begrijpen.

'Ik sta op 18 april in Den Haag in de hal van het advocatenkantoor Houthof Buruma, waar de arbitragecommissie bijeenkwam. Vinken is er, de voorzitter van de commissie, de landsadvocaat, Nicolai, mijn advocaat, nog wat mensen en dan komt er een man op mij af. Een vent in zo'n intimidatiepak, met een grootkruis. Hij zegt: meneer Oltmans, ik ben Koningsberger van Buitenlandse Zaken, ik geloof dat ik mij nog niet aan u heb voorgesteld en u nog geen hand heb gegeven. Kijk, zo'n smerige truc moet je bij mij niet proberen. Ik zeg tegen die vent, en plein public, ik zeg: hoe haalt u het in uw hoofd te denken dat ik u een hand ga geven! Die lui hebben me 46 jaar genaaid, komt zo'n slijmjurk, mijn naam is Koningsberger - sodemieter op! Het is op zo'n moment alsof ik een scheet laat, het komt uit het merg van mijn botten.'

Leek me niet in jouw belang om zo uit te pakken.

'Mijn belang kan mij geen reet schelen. This comes from the bottom of my being. Snap je dat? Jij en je spoken.'

Maar toch, riep je het noodlot niet over jezelf af? Met al jouw connecties en flirts in de hohere Politik was nooit duidelijk waar je nu eigenlijk stond, aan de kant van de journalistiek of aan de kant van de macht.

'Moet ik hier echt op ingaan?'

Het heeft er, denk ik, aan bijgedragen dat je niet au serieux werd genomen.

'Wat is dat nou voor onzin. Of je in de journalistiek zit of in de politiek heeft er geen flikker mee te maken. Het gaat erom of iets waar is of niet. Als ik naar Jakarta wordt gestuurd, is het omdat de lezer in Roodeschool moet weten of we Nieuw-Guinea sowieso gaan verliezen, wat Luns ook beweert. Als ik dat vervolgens in de nrc niet mag opschrijven, denk ik: hoe is dat in godsnaam mogelijk?"

Omdat ze je als een verlengstuk zagen...

'Nou moet je ophouden.'

Omdat ze je als een verlengstuk zagen van Soekarno.

'Let op, let op. Ik schreef dit op 30 januari 1957. Ik was in Indonesië gearriveerd op 4 december 1956. Ik vertegenwoordigde drie Neder landse kranten en Vrij Nederland. Hoe kan ik in vijf weken een verlengstuk van Soekarno worden. Ik had in die vijf weken vierhonderd Nederlanders in Indonesië gesproken. Ze zeiden zonder uitzondering: ze zijn gèèèk geworden in Den Haag, stapelgek.

'Ik was een verlengstuk van Soekarno, ik was een verlengstuk van De Klerk, ik ben een verlengstuk van Bouterse, ik was een verlengstuk van Brezjnev. Weet je waarom? Omdat de klootzakken in de polder niet bij die mannen zijn geweest, niet weten hoe het zit.

'Geen blasse Ahnung hebben ze. Het zijn de klootzakken die thuis blijven zitten en hun hersens niet gebruiken en niet weten waarover ze praten. Ik heb thuis op De Horst geleerd dat je in zo'n geval je bek moet houden.'

Je zat gewoon bij Soekarno op schoot - dat was het probleem.

'Hoe kom je daar nou bij? Ik heb hem altijd excellentie genoemd.'

Dat zegt niks; tegen mij zeg je ook excellentie.

'Was een grapje. Ik heb altijd afstand gehouden. Always. Met Bouterse precies hetzelfde. Nooit Desi gezegd. Hij zei: noem mij Desi. Nee, zei ik. Nooit. Never.'

Ik probeer alleen maar te begrijpen...

'Jij probeert niks te begrijpen. Alles wat je begrijpt, komt voort uit prejudice.'

Ik probeer alleen maar te begrijpen hoe het mogelijk was dat je op zo'n onwezenlijke, stompzinnige manier gedwarsboomd werd.

'O, zijn we daarmee bezig?'

Jawel.

'Dan moet je hier niet zijn, dan moet je in Den Haag wezen. Ik ben nog nooit voor de Raad voor de Journalistiek geroepen, ik ben nog nooit op een leugen betrapt, ik heb geen plagiaat gepleegd zoals meneer Van Dis, ik ben clean.

'De manier waarop ik te schande sta en mijn werkelijke parcours hebben niets met elkaar te maken. Ik wordt niet au serieux genomen. Het resultaat van mijn leven is geweest dat ik slachtoffer ben gemaakt van een detournement de pouvoir in het extreme.'

Ook voor jou moet het toch interessant zijn het motief te kennen.

'Welnee. Dat motief ken ik trouwens al lang. Ik weet hoe Hollanders in elkaar zitten.'

Vertel.

'Ik heb 35 jaar in Amerika gewoond. Dat is een totaal different ball game dan hier in Den Haag. Je kan het al aan de smoelen zien. Als ik zo'n Koningsberger op mij af zie komen, denk ik: klaar!

'Amerikanen zijn veel sportiever dan wij. Ik zal je eens wat vertellen. Ik had vroeger een Triumph, een Sunbeam Triumph met een v8-motor. Als je voor een stoplicht sneller optrok dan een Dafje, waren ze al op hun pik getrapt. De Nederlander is buitengewoon snel op zijn pik getrapt.'

Ben jij niet van dezelfde soort?

'Nee, wij zijn van Indië. Dat is iets heel anders, jongen. Gelukkig zijn wij van Indië. Was ik snel op mijn pik getrapt, ik zou niet zo grandioos door al deze shit zijn gekomen. 'Iedereen die mij ziet, zegt: hoe is het in godsnaam mogelijk dat jij er nog zo fantastisch uitziet? Dan zeg ik: het komt doordat ik veel nasi heb gevreten, veel sambal, veel trassi, veel ketjap.'

En jij hebt natuurlijk je opvoeding mee.

'Absolutely. Kan niet iedereen zeggen. Het spijt me voor je.'

Wij arbeiderskinderen kunnen ijverig zijn, maar klasse van komaf verloochent zich niet.

'Absolutely. Kok is een arbeiderskind. Ik heb de grootste bewondering voor de wijze waarop hij zich beweegt in internationale kringen. Ik vind dat hij ontzettend gegroeid is in zijn job. Maar echt comfortable is hij niet. Dat ben je toch wel met me eens, hoop ik. Kok handhaaft zich. Maar ik voel me aan Beatrix volledig ebenwert, al is ze honderd keer prinses van huppeldepup. Hoe moet ik je dat nou uitleggen. Heb je het, dan heb je het. Heb je het niet, probeer het niet te leren.

'Ik kom Katchaturian tegen, vraag me niet hoe het werkt, maar we zijn op hetzelfde moment heel goede vrienden. Hij belt op vanuit Monte Carlo: are you coming? I am conducting the symphony here with Rostropovitch. Dus ik neem een vliegtuig daarheen. Moet je je voorstellen: de cour van het paleisje, Grace kwam ook nog even langs, ik zei: ik kom alleen voor de rehearsal, ik zit naast mevrouw Katchaturian, haar man en Rostropovitch maken de grootste herrie, zij vertaalt het voor mij en ik ben getuige die nergens om gevraagd heeft. Heerlijk. Vraag me niet hoe het werkt.'

Toch waren er niet zo verschrikkelijk veel mensen meer over die nog liefdevol geduld voor jouw zaak opbrachten.

'Dat zeg jij. Ik zal je eens vertellen waarom ik zo'n minachting heb voor de Nederlandse pers, de Volkskrant inbegrepen. Vanaf 12 mei dit jaar tot gisteren ben ik op straat dagelijks door mensen, door gewone mensen gefeliciteerd. Dat ik heb volgehouden, dat ik me niet heb laten intimideren!

'Meneer Oltmans, we gunnen het u zo van harte. Geen pas kan ik verzetten of ik krijg dit te horen. Dacht je dat je daarover iets kunt lezen in de Nederlandse kranten? Welnee, die hebben het veel te druk met zichzelf.'

Wat een gelul.

'Geen letter! Jullie schrijven hoofdartikelen over de grootste shit, maar geen woord over mijn overwinning.'

Waarom zouden we?

'Omdat ik 46 jaar voor vrijheid van meningsuiting heb geknokt. Daarom! Ik heb me door tal van smeerlappen van alles moeten laten aanleunen. Ook door jullie, idioten uit de polder die dachten dat ik aan de leiband van Soekarno liep. Dan krijg je gelijk, na 46 jaar - en wat doet de krant? De krant doet er het zwijgen toe.'

Je overdrijft, je maakt jezelf tot slachtoffer.

'Hoe durf je? Er is niks veranderd. Eerst had ik het gedaan met Soekarno, nu heb je hetzelfde gelazer met Bouterse. Bouterse is een moordenaar. Verkondigen ze hier in Nederland sinds 1983.'

Hij is ten minste verantwoordelijk voor de decembermoorden.

'Ik ben in 1983 naar Suriname gegaan. Ik heb er vijf jaar over gedaan. Ik ken die vent nu als mijn broekzak. Ik weet zeker dat hij geen schot heeft gelost, dat hij niemand heeft doodgeschoten.'

Ein Schreibtischmörder is zo mogelijk nog erger - het vuile werk aan de anderen laten.

'Pardon? Heb je het over Kok in Kosovo? Kok gaf opdracht. Kok hoort in Den Haag voor het tribunaal te verschijnen. Bouterse heeft nooit opdracht gegeven, nooit. Dat komt nu uit, let maar op.'

Doe je nog wat?

'Ik ben vrij. Ik heb nog een paar boeken op stapel staan. Ik maak mijn memoires af. Eindelijk studeer ik weer piano. Binnenkort ga ik Buthelezi interviewen in Zuid-Afrika.'

Ook al zo'n fris type.

'Zie je, dit vind ik nou tekenend. Jij weet niks van die vent. Je kent hem niet eens. Ik heb die vent vijftien jaar gevolgd. Dan heb je recht van spreken. Zolang je niet weet waarover het gaat, houd je je bek. Dat heb ik thuis geleerd. Ben ik mijn ouders nog steeds onsterfelijk dankbaar voor.'

Hoeveel van die acht miljoen heb je nog over?

'Geen idee. Hou ik niet bij.'

Je bent toch wel zuinig?

Buitengewoon. Ik reis tweede klasse. Ik heb geen reden om daarin verandering te brengen. Ik had een ticket gekocht voor Zuid-Afrika. Vond ik eigenlijk veel te duur. Ik ben zelf gaan reserveren. Scheelde me toch drie mille. Ik geloof dat ik krenteriger ben dan vroeger.

'Mijn ouders waren very well to do. Met geld smijten vonden ze onbeschaafd.'

Was het after all niet een belachelijk groot bedrag, acht miljoen?

'Nee, het was te weinig.'

Kom op, eerlijk zijn. En beschaafd.

'Jij hoeft mij niet te zeggen wat beschaafd is. Beschaafd ben ik van geboorte. En geboorte is niet te koop, zoals je weet. Ik kom met die acht miljoen nog niet in de buurt van wat ik had kunnen verdienen als ik niet gepest en tegengewerkt was.

'Ik ben blij dat ik zolang gevochten heb, hoe moeilijk het soms ook was. Ergens wordt dat toch erkend als honourable. Ik heb altijd gezegd: al krijg ik geen rooie rotcent, nooit zal ik voor ze door de knieën gaan. Neem nog wat koffie. Ik heb lekkere broodjes. Pindakaas, jam, chocoladehagelslag, zeg maar wat je hebben wilt.

'Ik wil me niets meer op de hals halen. Ik wil heerlijk rustig zijn. Vaak zit ik hier 's avonds als ik alleen ben op het trapje tussen mijn woonkamer en de keuken. Dan kijk ik naar de sterren. Dan denk ik: god, hoe is het mogelijk dat mij dit is overkomen. Dan dank ik god op mijn blote knieën.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden