Willem Frederik Hermans is nog lang niet dood

Willem Brakman zei het Marcus Antonius na: 'I come to bury Caesar, not to praise him' - en dat was wel verfrissend op een festival geheel gewijd aan de grootheid van Willem Frederik Hermans....

Brakman deed dat zondagmiddag in een schrijversmatinee waar hij zich, onder leiding van Michaël Zeeman, met collega's Dirk van Weelden, Graa Boomsma, Stefan Enter en Doeschka Meijsing, over de vraag boog of Hermans voor schrijvers een lichtend voorbeeld is of een loden last.

Geen van beide, bleek. Stilistisch noch filosofisch oefent Hermans een grote invloed uit op het werk van de aanwezige schrijvers. Brakman ('Ik zal hem vermoedelijk met veel bewondering niet meer lezen') en Meijsing hadden het minst met Hermans, de anderen voelden meer voor zijn werk. Graa Boomsma had zich er, zei hij, van los moeten maken, om zijn eigen toon te vinden.

Brakman verweet Hermans zijn 'zorgvuldig in regie genomen miskenning' en was weinig gecharmeerd van 'de logische empiristen' waartoe Hermans behoorde. 'Dat zijn duistere lieden die de helderheid hoog houden.'

Doescha Meijsing stelde geen fan te zijn van Hermans' 'droge, stugge stijl'. 'Ik ervaar bij het lezen van Hermans instemming maar geen enthousiasme.' Zij koos, in de tijd dat er nog gekozen moest worden, voor Vestdijk, en niet voor Hermans. Toch erkende ook Meijsing Hermans als een van de grootste Nederlandse schrijvers. Hij leerde Nederland polemiseren. 'Hij deed dat onfatsoenlijk en dus doeltreffend. Als je iemand wilt raken, zei hij, schiet je hem niet door zijn hoed, maar door zijn hoofd.'

En Hermans maakte een debat los over de goed en fout in de oorlog, iets waarover hedendaagse schrijvers slechts kunnen dromen. 'Kennelijk nam de maatschappij hem serieus. Hij holde het welbehagen van de Nederlandse bevolking uit, en in de macht die hij zo uitoefende toont hij zijn grootheid.'

Graa Boomsma, die Hermans op jonge leeftijd las, houdt van diens vroege, pre-Parijse werk, en sprak bewonderend over het reisboek De laatste resten van tropisch Nederland uit 1969.

Dirk van Weelden hield een gloedvol betoog over wat hij de Hermans-machine noemde. 'Hier schrijft iemand die kráchtiger dan de anderen wil zijn, die wil overrompelen, verbluffen, die ons wil laten schrikken.' Eenmaal in de Hermans-machine wordt de lezer beurs op plekken waar de schrijver dat is, stelde Van Weelden. 'Er is geen onsnappen aan, want er is geen buiten.' Hermans wil de lezer ervan overtuigen dat 'het nu eenmaal zo is, of wij daarover nu treuren of niet.'

De benjamin in het gezelschap, dertiger Stefan Enter, boog zich over Hermans' bewering dat zijn personages personificaties mogen zijn, dat de plot belangrijker is dan het personage. Volgens Enter hield Hermans zich niet aan zijn eigen poetica. 'De personages groeien onder zijn hand uit, ze exploderen door de plot heen.' En juist dat, de doorbreking van de zelf gestelde wetten, zou wel eens de kracht kunnen zijn van Hermans werk, dacht Enter, die Hermans vergeleek met Thomas Rosenboom, in wiens werk de plot wél de personages overheerst.

Het jonge publiek dat de organisatie, het precies één jaar oude Willem Frederik Hermans Instituut, had willen trekken, zat zondag niet in de zaal. Vrijdagavond was er wel een rij scholieren aanwezig: het instituut had dit voorjaar een wedstrijd uitgeschreven voor de beste schoolkrant of andere publicatie over Hermans. Van de vier inzendingen werd die van het hoofdstedelijke Barlaeus gymnasium - waar Hermans zelf is school gegaan - bekroond.

De WFH Essayprijs, ook dit voorjaar ingesteld, voor het beste essay over het werk van Hermans, ging naar wetenschapper Odile Reynders die zich had gebogen over het surrealisme in de poëzie van Hermans en dat verbond met Paul Eluard.

Vrijdag werd ook de omvangrijke bibliografie door Frans Janssen en Sonja van Stek overhandigd aan de weduwe en zoon van de schrijver. Druk na druk bracht Hermans veranderingen aan in zijn boeken - de lijst van drukken bevat vijfhonderd werken. De bibliografie zal een basis vormen voor een leeseditie van het verzameld werk van Hermans, door editeur A. Kets-Vree van het Constantijn Huygens Instituut 'een vorm van literaire monumentenzorg' genoemd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden