Bellen metverslaggever Willem Feenstra

Willem Feenstra volgde het OMT een jaar lang: ‘Het is geen afbreekstuk, maar een reflectie’

Rondom cruciale beslissingen sprak Volkskrant-verslaggever Willem Feenstra een jaar lang met vijf leden van het Outbreak Management Team. Dat leidde tot een reconstructie, waaruit blijkt dat enkele OMT-leden overwogen op te stappen. Hoe kwam dit artikel tot stand? We bellen met Willem.

Een vergadering van het Outbreak Managment Team (OMT) met aan het hoofd Jaap van Dissel. Beeld EPA
Een vergadering van het Outbreak Managment Team (OMT) met aan het hoofd Jaap van Dissel.Beeld EPA

Stel: jij bent OMT-lid en je merkt, net voor de uitbraak van de tweede golf, dat er niet genoeg met jouw opmerkingen wordt gedaan. Denk je dat je eruit was gestapt?

‘Dat weet ik niet, maar ik denk wel dat ik in dezelfde worsteling terecht was gekomen als deze OMT-leden. Ze belandden in een strijd met hun wetenschappelijke onafhankelijkheid. Ze kaartten dat aan, en daar werd niks mee gedaan. Kun je dan jezelf nog serieus nemen als je erin blijft?

‘Ik denk dat het niet veel had gescheeld en er waren een paar mensen opgestapt. Jaap van Dissel (voorzitter van het OMT, red.) verplaatste de vergaderingen van maandag naar vrijdag, waardoor het OMT-overleg vóór in plaats van na het Catshuisberaad van het kabinet plaatsvond. Zo had de politiek minder invloed op het advies. Dat was net op tijd.’

Wat waren de gevolgen geweest van een uiteengevallen OMT?

‘Dat kon twee kanten opgaan. Niemand is onmisbaar in het OMT, zeggen de OMT-leden zelf. Daar kunnen drie mensen uitstappen die zonder problemen worden vervangen. Het had misschien zelfs ruimte geboden om mensen met verstand van economie of sociale studies in het OMT te zetten, al was dat idee ook om een andere reden afgeschoten.

‘Tegelijkertijd gaan de samenleving en vooral de media zich dan afvragen: meerdere wetenschappers stappen uit het OMT, wat is daar gebeurd? Dat had geleid tot veel ophef en misschien wel onherstelbare schade.’

Hoe kwam deze reconstructie tot stand?

‘In het voorjaar was vrij snel duidelijk dat het OMT een belangrijke rol ging spelen in deze crisis. Rutte zei in de persconferenties dat de adviezen leidend waren in de bestrijding van het virus. Daardoor gebeurde iets interessants: het virus overrompelde ons zo, dat niet politici de koers van het land bepaalden, maar wetenschappers.

‘Zo’n historische situatie wil je volgen, maar de OMT-vergaderingen zijn besloten. Daar konden we ook niet bijzijn. Zo ontstond, met collega Natalie Righton, het idee om dan een paar OMT-leden gedurende het jaar te volgen, en het stuk pas in 2021 te publiceren. Dan zou het vast wat rustiger worden met het virus, hoopte iedereen.

‘Zo konden de OMT-leden vrijer praten over de gang van zaken. De afspraak was dat we niet zouden spreken over wie welke standpunten verkondigde in het OMT. Iedereen moet vrijuit kunnen praten in zo’n overleg, zonder daarop afgerekend te worden, vindt het RIVM. Maar het proces an sich was voor ons al interessant genoeg.’

Hoe lastig was het voor hen om zo open te zijn? Een collega afvallen is toch ongemakkelijk, zelfs als een journalist een artikel pas later publiceert.

‘Dat was continu een worsteling voor hen. Aan de ene kant wilden ze graag praten, want deze mensen zijn wetenschappers. En wetenschap is, in tegenstelling tot politiek, transparantie. Open zijn over je dilemma’s is daarin een groot goed. Maar aan de andere kant hebben zij natuurlijk loyaliteitsgevoelens.

‘Daarnaast is dit een tijd waarin alles wat je zegt op een grote weegschaal wordt gewogen en tegen je kan worden gebruikt. En je vertelt een journalist dingen die op dat moment beter niet naar buiten kunnen komen. Je moet vertrouwen op een afspraak die gemaakt is.’

Ook voor de journalist lijkt mij dat niet makkelijk te scheiden. Terwijl jij aan deze reconstructie werkte, schreef je nota bene stukken over de worstelingen van ziekenhuizen en GGD’s.

‘Je staat de hele tijd voor dilemma’s, want je wilt dingen die je hoort eigenlijk meteen opschrijven. Maar ik denk dat je in zo’n crisis twee soorten journalistiek moet hebben. Journalistiek die graaft, peurt, misstanden en dingen die fout gaan direct naar boven haalt. En journalistiek die probeert een ander soort licht te werpen op zulke onderwerpen. Ze vullen elkaar aan, geloof ik. Je hebt ze allebei nodig.’

De OMT-leden spreken zich in het artikel kritisch uit over Jaap van Dissel, die erg beïnvloed zou zijn door politici. Tegelijkertijd benadrukken ze ook dat hun kritiek niet ‘het algemene beeld is van het functioneren van het OMT‘. Hoe analyseer jij dat?

‘In het artikel wordt een aantal cruciale momenten in het afgelopen jaar gereconstrueerd. Als journalist probeer je te laten zien wat er daaromheen speelt: wat er in die overleggen gebeurt, wie van buitenaf druk uitoefenen en wat er fout gaat. De OMT-leden zeggen zelf ook dat de weergave van die momenten klopt.

‘Blijft de vraag: hoe representatief is dat voor een jaar OMT? Er is veel gebeurd in het afgelopen jaar, zelfs zeven pagina’s in de krant is eigenlijk te kort om dat allemaal te beschrijven. Het OMT heeft ook successen geboekt, is als groep wetenschappers uit allerlei hoeken en standen erin geslaagd gezamenlijk tot adviezen te komen. Het is wat dat betreft zoeken naar een balans. Voor hen, maar ook voor mij.

‘Wat meespeelt, is dat het ook niet per se kritiek op de vakkundigheid van Van Dissel is. Zoals Alex Friedrich, waarschijnlijk het meest kritische OMT-lid dat meewerkte, zegt: iedereen zou op zijn positie in de problemen komen. Van Dissel heeft absoluut fouten gemaakt, maar ook absoluut een cruciale rol gespeeld op goede momenten. Dat vinden zij belangrijk om te benadrukken. En ik ook. Het is geen afbreekstuk, maar een reflectie. Het mag schuren, fouten moeten keihard benoemd kunnen worden, maar het is niet ons doel dat hierdoor het OMT valt. Zeker omdat het virus nog lang niet uit de maatschappij verdrongen is.’

Tot slot: hoe vind je dat journalistiek in het algemeen is omgegaan met de OMT-adviezen, die dus zeker voorzien waren van een politiek tintje?

‘Dat is lastig. Deze mensen zijn extreem gespecialiseerd in de gebieden waarin zij actief zijn. Iemand als Marion Koopmans bestudeert vermoedelijk al langer virussen dan ik besta. Samen komen zij tot adviezen. Maar hoe dat advies tot stand komt, is dus niet bekend.

‘Het OMT-advies kan stellen dat mondkapjes geen zin hebben. Maar daar stond zeker in het begin niet bij of het een onderwerp was waarover iedereen het eens was of waarover uren gediscussieerd is. Daar worstelen ook sommige OMT-leden mee, die vinden dat de meningsverschillen in het team best zichtbaar mogen worden in het advies. Dat gebeurt de laatste tijd vaker, en geeft meer perspectief.

‘In die zin is het voor journalisten een proces dat je moet leren interpreteren. Ook wij worden overvallen door de enorme impact van de crisis en proberen grip te krijgen op de dynamiek die plots ontstaat. Opereert het OMT inderdaad onafhankelijk van de politiek, zoals de bedoeling is? Zijn ze het altijd met elkaar eens? Wat betekent zo’n advies nu? Ik denk dat daar steeds meer zicht op is, maar het blijft een worsteling voor journalisten om dat goed in beeld in te krijgen.’

LEES OOK:

Een jaar in het voetspoor van vijf OMT-leden
De adviezen van het OMT over de bestrijding van corona hadden een enorme impact, maar hoe ze tot stand kwamen was niet bekend. Willem Feenstra volgde een jaar lang vijf leden. Zij vertellen over de politieke en maatschappelijke druk, bedreigingen en verhitte onderlinge discussies.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden