Wilhelmina uitknippen en aankleden

Het vroegste Noord-Nederlandse ganzenbord werd in 1640 uitgegeven in Amsterdam door Claes Jansz. Visscher. De 62 vakjes lopen rond een musicerend gezelschap, in de vier hoeken zijn taferelen van liefde en echt afgebeeld....

Het ganzenbord heeft de traditionele cultuurgang gemaakt. Het werd het eerst gespeeld in hogere kringen, daalde af naar de burgerij en vervolgens weer lager. Toepassing van het goedkope materiaal dat papier is, heeft de 'democratisering' van het spel mogelijk gemaakt. Mogelijkheden tot goedkope druk – in de 19de eeuw – maakten de verspreiding nog groter. Het spel maakte, ook al vroeg, de cultuurafdaling naar het kind. Lag aan het spel eerst ernst ten grondslag – men ging over het bord zijn levensweg met geluk en tegenslag –, die ernst verdween snel voor het loutere vermaak, in huiselijke-of vriendenkring. Het spel is een sociale zaak; bijna elk spel is een 'gezelschapsspel'.

Het papieren ganzenbord rekenen P. J. Buijnsters en Leontiene Buijnsters-Smets in hun boek Pa p e r t o y s tot de 'Speelprenten'. Zij vormen met ander 'papieren speelgoed' – van aankleedpoppen tot theaters en bouwplaten – de weinig bekende papieren speelwereld van onze cultuur. De stukken, die ondanks hun kwetsbaarheid en druk gebruik voor vernietiging zijn behoed, leiden een stil leven in musea en particuliere collecties. In het boek zijn ze voor het eerst – en met welke grote verrassingen als gevolg – uit de verspreiding bijeengebracht, geordend, geanalyseerd, afgebeeld. Ze krijgen dezelfde, even toegewijde als wetenschappelijke aandacht die de auteurs in twee vroegere studies aan het Nederlandse kinderboek van de 18de en de 19de eeuw gaven.

Het boek, dat papertoys uit de periode 1640-1920 bijeenbrengt, valt in twee delen uiteen: geschiedenis en catalogus. De geschiedenis kent drie perioden: de 17de en 18de eeuw, de eerste helft van de 19de eeuw, een tijd van expansie, en de hoogtijdagen van speelprent en papieren speelgoed in de tweede helft van de 19de eeuw. De geschiedenis wijst uit dat het ganzenbord de oervorm van het bordspel is; men varieert het eindeloos. De geschiedenis is er niet een van steeds nieuwe genres, maar eerder van steeds goedkopere mogelijkheden tot vervaardiging van de spelen. Een mooie variant is overigens de 'stichtelijke speelprent'. De streng gereformeerden keerden zich al vroeg tegen alle kansspelen, ook het ganzenbord. Er waren – niet zo talrijk – spelen voor de vromen die zich niet wilden

bezondigen.

Alle soorten papieren spelen en speelgoed worden in de geschiedenis vaak grondig besproken. Duitsland is het land van herkomst van vele van die spelen en andere vormen van papieren speelgoed. De grote handelaren in dit land krijgen een aparte bespreking. Een heel achterland wordt achter de papieren wereld zichtbaar, heel veel cultuurgeschiedenis ook; het spel gaat niet zozeer in zijn opzet, maar in zijn 'toespelingen' met de tijd mee.

De uiterlijk schitterendste variant op het traditionele bordspel – ganzenbordtrekken – is voor mij 'Het Nieuw Vermakelyk Spel genaamt Doggers-Bank', in 1782 verschenen. Het spel verwijst naar de slag bij de Doggersbank; in de weergaloos mooie kopergravure staan zeven Nederlandse en zeven Engelse schepen tegenover elkaar. Wie al dobbelend op een Engels schip komt, moet aan de pot betalen, wie op een Nederlands schip komt, mag geld uit de pot halen.

Het vierde en laatste hoofdstuk handelt over 'kopers en gebruikers'. Er is weinig over hen bekend. Des te bewonderenswaardiger is het materiaal dat de twee onderzoekers of speurders hebben kunnen verzamelen. Ik gebruik het woord 'speurder': een onvermoeibare zoektocht van jaren ligt aan het boek ten grondslag .

In de catalogus worden alle getraceerde stukken nauwkeurig beschreven, soort voor soort en in chronologische volgorde. De talrijke spelen uit de 19de eeuw zijn alfabetisch geordend; voor de kaartspelen geldt hetzelfde. Het is een bewonderenswaardig werk, dat een zeldzaam geduld vraagt. Sommige stukken leiden alleen, heel toepasselijk, een papieren bestaan: de auteurs hebben ze gevonden in advertenties van winkeliers en handelaars; ze zijn niet aan het grote verdwijnen ontkomen. Een van de bijzonderste varianten op een spel, het Loterij-spel, is de 'Geestelijke Loterij'. Een Antwerpse bisschop uit de 17de eeuw initieerde het: 'Geestelycke Lotery of Gelukkige Have voor de afgestorvene christene geloovige'. Ik citeer graag de beschrijving :

'We zien hier in het midden een kelk met de heilige Hostie, waaromheen een menigte van zielen in het vagevuur. Aan de linkerkant proberen engelen hen eruit te trekken. Onderaan staat een gedrukte lijst van 68 categorieën voor wier redding het gebed wordt gevraagd. De bedoeling was nu om uit een bij de kerkdeur geplaatste offerbus een van die 68 nummers te trekken en vervolgens voor de betreffende zondaars te bidden.'

Zo wordt de hemelse zaligheid een lot uit de loterij.

Van beschrijvingen van deze soort zijn er door de auteurs honderden gemaakt.

De misschien wel boeiendste afdeling van de catalogus is die van de aankleedpoppen. Het gaat om uit papier of karton gesneden figuren van mannen, vrouwen of kinderen, met bijbehorende kleding. Er worden er vele beschreven – de eerste dateert van omstreeks 1790. De mooiste is uit 1898: 'H. M. Koningin Wilhelmina. Uitknippen en aankleeden.' Er zijn nog twee varianten op.

Zowel in de geschiedenis als in de catalogus krijgt de opvoedkunde grote aandacht. De wellicht grootste papierpedagoog was Friedrich Fröbel, die het spelen tot leren maakte. In sommige beschrijvingen herken ik nog papieren zaken die ik op de fröbelschool heb moeten maken. Een ervan is 'Vlechtmatjes', uit Duitsland afkomstig, daterend van omstreeks 1880: 'Kartonnen doos (. . .) met op deksel chromolitho afbeelding van drie kinderen met hond, zittend in het gras. Een meisje vlecht een matje. Inhoud: rijgpen en 6 gevlochten matjes met voorstellingen van dansende kinderen, kinderen in een boot, met een sneeuwpop, aan tafel, aan het vissen etc .'

'Er is in de negentiende eeuw door kinderen gigantisch veel geplakt, geknipt, geknutseld en gefröbeld', roepen de auteurs uit, misschien denkend aan het weinige dat van het materiaal voor die activiteiten is overgebleven, want de echte verzamelaar treurt altijd een beetje om wat er niet meer is. Een aparte afdeling vormen de bouwplaten. Daarvan zijn nauwelijks exemplaren bewaard; ze moesten immers verknipt worden en met de delen werden huizen en boten gebouwd .

Dit ongewone geschiedenisboek is ook een kijkboek. Het is overdadig geïllustreerd, alleen al 63 pagina's in kleur, allemaal stukken uit de 19de eeuw. Sommige spelen lijken een eeuwig leven te leiden. Het ganzenbordspel is nog altijd te koop, evenals het bijna een eeuw oude 'Mens erger je niet', het enige spel uit het boek dat niet door een vrolijke of pedagogische maker, laat staan een vermakelijke geest, maar door een sadist is ontworpen. De mogelijke ontwerper heet Josef Friedrich Schmidt. Hij verdient het niet uit het vagevuur te worden geloot.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden