Wildwest op de A16

Minstens een keer per maand is de A16 tussen Rotterdam en de grenspost Hazeldonk het toneel van politie-achtervolgingen van drugstoeristen en -runners....

LAK VOOR DE Moerdijkbrug slaagt Fred er eindelijk in de Golf met het Franse nummerbord met elektronische stop-signalen naar de vluchtstrook te dirigeren. Het voertuig heeft kilometers lang ver boven de maximum-snelheid over de A16 geraasd.

De gammele auto herbergt twee Noord-Franse jongens, op weg naar de Randstad. Of ze niet weten dat ze véél te hard rijden, vraagt Guus. Het smoesje is van alle tijden. 'De kilometerteller is stuk.'

Fred bestudeert de papieren en houdt ruggenspraak met de meldkamer die bekijkt of de personalia van de twee in de computer voorkomen. Het blijkt dat de bijrijder in de boeken staat voor vuurwapenbezit. Beiden worden uit de auto gehaald, wijdbeens in de berm geposteerd en gefouilleerd. Op de achtergrond glinstert het Hollands Diep.

Daarna wordt het voertuig binnenstebuiten gekeerd. De zoektocht levert niets op. Geen wapens, geen drugs. Dan maar een dikke bon voor de snelheidsovertreding. Zeshonderd francs, ter plekke te betalen. De passagier rekent zonder veel misbaar af. Uit zijn portefeuille puilt een bundeltje bankbiljetten.

Voor de twee casual geklede agenten in burger is het geen vraag dat ze te maken hebben met drugstoeristen. De aanwijzingen zijn te talrijk om te negeren. Guus: 'Ze rijden in een oude en snelle auto, hebben veel contant geld bij zich en een van hen heeft een strafblad.' Fred: 'Het zou leuk zijn als we ze op de terugweg weer in de kraag kunnen grijpen. Dan hebben ze cocaïne of heroïne in bezit. Maken we er voor hen een wel érg duur bezoekje aan Rotterdam van.'

Minstens een nacht in de maand is de A16 tussen Rotterdam en de grensovergang bij Hazeldonk het jachtterrein waar drugstoeristen, drugsrunners en speciale eenheden van de politie elkaar urenlang achterna zitten. Deze strook asfalt is een van de slagaders van de drugshandel. Ze verbindt de Rotterdamse markt met de afzetgebieden in België en Noord-Frankrijk.

Junks uit die landen komen massaal naar de havenstad omdat de dope er half zo duur is als thuis. De runners (veelal jeugdige Marokkanen uit Rotterdam) proberen deze gebruikers al ver vóór de gemeentegrens op te vangen en hen naar dealadressen in de stad loodsen, waar ze voor elke klant provisie vangen.

Periodiek mengt de politie zich in dit gemotoriseerde spel van loven en bieden. Om de arrestaties te verrichten die de mobiele tussenhandelaren en hun klandizie een tijdje moeten ontmoedigen. Dan kan ook de rust op de snelweg terugkeren want het gaat er soms ruig aan toe als de runners een Franse auto in het vizier krijgen.

M AAR de politie wil vooral de Franse autoriteiten (die vinden dat Nederland maar laks met drugshandel omgaat) met deze acties tonen dat ze wel degelijk hard tegen het drugsmilieu optreedt. 'In de Noord-Franse steden zeggen ze: de Nederlanders staan erbij en kijken ernaar. Dat beeld moeten wij wegpoetsen', zegt J. van Paasschen, de politie-coördinator die zijn manschappen op het bureau in Zwijndrecht uitgebreid brieft voor hij ze de duisternis instuurt.

Deze avond worden er op de A16 twee loktreintjes ingezet. Zij moeten drugsrunners tot strafbare toenaderingspogingen verleiden. Voorop rijdt een auto met Frans kenteken, met twee agenten die uitgedost zijn volgens het model-drugstoerist. Driehonderd meter daarachter volgt een tweede vervoermiddel met civiele politie, en anderhalve kilometer verderop sluit een surveillancewagen met bemanning in blauw de rij.

Als er contact is tussen een drugsrunner en de 'pseudo-kopers' is het zaak zolang te treuzelen dat de runners in de fout gaan. De nep-drugstoeristen rijden vervolgens door en geven over de mobilofoon een seintje, waarna de bemanning van de tweede wagen de bemiddelaars aanhoudt. Als zo'n arrestatie uit de hand loopt is de surveillancewagen paraat voor hulp.

D AARNAAST zitten er twee wagens op de weg met een 'vrije opdracht'. Zij moeten permanent tussen Rotterdam en de Belgische grens op en neer pendelen. Om tegen runners, dealers of drugsgebruikers op te treden mogen deze vrijbuiters, onder wie Fred en Guus, naar bevind van zaken handelen.

Het aanpakken van drugsrunners rond Rotterdam luistert juridisch bijzonder nauw, houdt Van Paasschen zijn eenheid voor. 'Het mag absoluut geen uitlokking zijn. Zelf mag je woorden als bruin of wit onder geen voorwaarde in de mond nemen.' Ook maant Van Paasschen zijn team vooral geduld te hebben. 'Als een runner alleen maar tegen zijn neus tikt of achter het stuur een snuifgebaar maakt heb je nog geen zaak.'

Van Paasschen weet dat van deze Rotterdamse variant van de War on Drugs geen wonderen te verwachten zijn. Symptoom-bestrijding is het, maar daarom niet zinloos. 'Het heeft zonder meer een preventieve werking, maar de drugshandel ermee uitroeien kunnen we niet.' Als verdachten niet op dope kunnen worden gepakt doet men er alles aan om hen het leven zo zuur mogelijk te maken. Niet betaalde boetes, overtreding wegenverkeerswet, bescheiden niet in orde, een kapotte uitlaat; alles is geoorloofd om runners en toeristen van het idee te beroven dat ze heer en meester zijn op de A16.

Met een noodgang gaat het richting Van Brienenoordbrug, 160 kilometer per uur. Fred en Guus hebben moeite het spoor te volgen van een Franse Peugeot en een witte Golf die telkens met zijn alarmlichten probeert de aandacht van zijn voorganger te trekken. De Golf staat op naam van iemand die regelmatig bij handel in opiaten betrokken is geweest, meldt een krakende stem over de boordradio. 'Kassa', zegt Fred.

Maar het gaat harder en harder, 170 km, 180 km. Fred en Guus zijn bang dat ze moeten afhaken. En nog iets: moeten ze zich nu op de runner of de toerist richten? Overleg met de thuisbasis brengt uitkomst. Zij moeten de Fransman aan de kant zetten; de runner heeft enkele kilometers verderop een fuik opgezet.

Voor de tweede keer die nacht gaat het rode stop-signaal aan. De bestuurder van de Peugeot laat zich gedwee tegen de vangrail manoeuvreren. De oogst valt de twee jonge politie-functionarissen niet tegen. Twee inzittenden zijn al eens gepakt met hard drugs in hun bezit. 'We plukken ze kaal', juicht Fred als hij in zijn instructieboekje opzoekt wat het kost als je de snelheidslimiet met zeventig kilometer overschrijdt.

A LS DE bestuurder hoort dat hij bijna tweeduizend francs moet neertellen, ontsteekt hij in woede. 'C'est pas possible. Ik betaal niet', roept hij. 'Geen enkel probleem. Dan nemen we je wagen in beslag', zegt Guus. 'Hier dan, klootzak', schreeuwt de Fransman, gooit zijn autosleutels op de motorkap, pakt een weekendtas en maakt aanstalten om weg te lopen. Zijn metgezellen brengen hem tot bedaren. Gedrieën legen ze hun portemonnee, voldoen de boete en rijden weg in de nacht.

In Rotterdam zijn naar schatting van de politie 700 drugsrunners actief op de A16, op de invalswegen naar de stad en bij het Centraal Station. Ze maken gebruik van auto's en scooters, maar soms voldoet ook een fiets om de gebruiker naar een drugspand te brengen. In de regel betalen dealers hen tien tot vijftien gulden provisie voor elke gram drugs die een door hen afgeleverde cliënt afneemt.

D EZE tussenpersonen verdienen geen schatten met hun bemiddelingswerk. 'Een enkeling springt er goed uit, maar het merendeel van de runners kan er niet van leven', zegt E. Mulder, chef van het Coördinatie- en Informatiecentrum Drugsoverlast van het korps Rotterdam-Rijnmond (CICKO).

De dader-analyses van CICDO geven bijna altijd eenzelfde beeld te zien: de doorsnee-runner is een jonge Marokkaan met weinig of geen opleiding, geen werk en nauwelijks een toekomstperspectief. Hoewel ze zelf hoog opgeven over hun rol in de drugsscene staan ze in werkelijkheid laag in de hierarchie.

'Ze lopen veel risico voor weinig geld. Op de A16 moeten ze soms halsbrekende toeren uithalen om een drugstoerist mee te krijgen, en de grote dealers behandelen hen als loopjongen.' Daar komt bij dat de straffen het afgelopen half jaar fors zijn verhoogd. Mulder: 'De eerste generaties drugsrunners kwamen er vaak nog met een voorwaardelijke veroordeling vanaf. Nu is twee tot zes maanden celstraf heel normaal.'

Fred en Guus zijn tevreden over de resultaten van hun nachtelijke jacht. Als ze richting Zwijndrecht toeren, maken ze lachend een high five. Op het bureau horen ze wat de collega's hebben gepresteerd: vier drugsrunners en drie drugstoeristen gearresteerd, drie auto's in beslag genomen, en voor elfduizend gulden boetes geïnd.

De namen Guus en Fred zijn gefingeerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden