Wilders-vonnis ontleed: wat mag je wel en niet zeggen?

Analyse zaak Wilders

Hoe kwamen de rechters in de zaal tegen PVV-leider Geert Wilders precies tot hun uitspraak? De belangrijkste passages uit het vonnis onder de loep.

(VLNR) Rechters Elianne van Rens, Hendrik Steenhuis en Sijbrand Krans voorafgaand aan de uitspraak in het strafproces tegen Geert Wilders. Op de voorgrond advocaat Maarten 't Sas. Foto anp

Vonnis: géén politiek proces

Dit is géén politiek proces want ook een democratisch verkozen volksvertegenwoordiger zoals verdachte staat niet boven de wet. Ook op hem is het recht van toepassing. En ook voor hem is de vrijheid van meningsuiting begrensd. (..) Er is maar één maatstaf ter beoordeling van de vraag of sprake is van strafbare feiten en dat is het recht, vastgelegd in wetgeving, internationale regelgeving en jurisprudentie. Niets meer en niets minder.

Uitleg
PVV-voorman Wilders en zijn advocaat Geert-Jan Knoops hebben vanaf het eerste moment betoogd dat het proces tegen Wilders een politiek proces was. Knoops onderbouwde dat onder meer door te stellen dat van de rechtbank een oordeel gevraagd wordt over het partijprogramma van de PVV en haar electoraat. Want, zo stelde Knoops, de uitlatingen van Wilders vinden hun grondslag in zijn partijprogramma. Ook zou de vrijheid van meningsuiting van een politicus groter moeten zijn dan van een willekeurige burger, met name vanwege de bijzondere positie van een politicus in een democratie.

Tekst gaat verder onder de video

De rechters zijn het hier niet mee eens en maken het in hun vonnis meteen duidelijk. Het is misschien wel één van de meest cruciale passages uit het vonnis: politici mogen veel. De vrijheid van meningsuiting gaat ver. 'Een democratische samenleving kenmerkt zich door pluralisme, tolerantie en ruimdenkendheid', stellen de rechters. En daarom zijn opvattingen die choqueren, kwetsen of verontrusten geoorloofd. Maar er is wel een grens: de vrijheid van meningsuiting stopt zodra als rechten en vrijheiden van anderen in het geding zijn. Politici mogen geen intolerantie aanwakkeren.

En die grens heeft Geert Wilders met zijn oproep tot 'Minder Marokkanen' op 19 maart 2014 overschreden. De klacht van de PVV-politicus dat hij door dit vonnis beperkt wordt in zijn vrijheid om de problemen in de samenleving te benoemen, wijst de rechtbank van de hand 'als evident onjuist'. Voor iedereen geldt de wet, en die wet gold al op het moment dat Wilders de omstreden woorden uitsprak. 'Het gaat om uitlatingen die van meet af aan niet werden beschermd door de vrijheid van meningsuiting.'

Ongeacht deze motivering herhaalde Wilders vrijdag dat zijn veroordeling politiek gemotiveerd is. 'Vandaag werd ik veroordeeld in een politiek proces waar men probeert af te rekenen met de leider van de grootste oppositiepartij en dat kort voor de verkiezingen.'

Vonnis: gemeenschappelijke Marokkaanse afkomst

Verdachte heeft op 12 en 19 maart 2014 uitlatingen gedaan over een groep landgenoten. Hij heeft de groep landgenoten waarop hij het oog had op een voor iedereen heldere en duidelijke wijze geïdentificeerd. Hij heeft namelijk verwezen naar wat hen nu juist onderscheidt van andere bevolkingsgroepen in Nederland in wat voor hen kenmerkend is: hun gemeenschappelijke Marokkaanse afkomst.

Uitleg
Het was een heikel punt tijdens het proces: vallen Marokkanen onder het begrip 'ras' of niet? Ofwel: was er sprake van racisme toen Wilders op de avond van de gemeenteraadsverkiezingen in 2014 opriep tot minder Marokkanen? Volgens de verdediging was het antwoord simpel: nee. Advocaat Knoops stelde bovendien dat zijn cliënt met Marokkanen mensen bedoelde 'die oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteit'. Als Zweden of Canadezen dat zouden zijn, zou Wilders ook pleiten voor een uitstroom van deze groepen, aldus Knoops. Kortom, vond hij, Wilders discrimineert niet. Zijn cliënt richt zich als politicus alleen op nationaliteiten die oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteit. En dus, stelde hij, zou zijn cliënt vrijgesproken moeten worden.

Lees ook:

Lees ook: De vier dilemma's voor rechters in proces-Wilders

Michael Heemels moest weg als PVV-woordvoerder. Hij had in de kas gegraaid. Dit is zijn verhaal. (+)

Waarom de AIVD zo veel wilde weten van Wilders’ Israëlische contacten. (+)

Wat is het effect van de continue beveiliging van Geert Wilders op hem en op de overheid? (+)

Wilders en zijn beveiliging: de opmerkelijkste bevindingen.

De rechters zien dit anders, en baseren zich daarbij onder meer op het Internationale Verdrag inzake de Uitbanning van alle Rassendiscriminatie (IVUR) en verwijzen in het vonnis naar de Memorie van Toelichting op de wetsartikelen 137c en 137d. 'Duidelijk is dat de juridische betekenis van het begrip 'ras' veel ruimer is dan de betekenis die dit begrip in het Nederlandse spraakgebruik en de wetenschap gewoonlijk heeft', schrijven ze in hun vonnis. In de rechtspraak is er al sprake van 'ras' als het gaat om groepen met gelijke afkomst, nationale of etnische afstamming. En dus worden ook Marokkaanse Nederlanders als groep door de wet beschermd tegen discriminatie.

Vonnis: Twitteraccount

Het is de rechtbank niet ontgaan dat verdachte zich meermalen over deze strafzaak en de rechtbank heeft uitgelaten in berichten op zijn Twitteraccount. Zo schreef verdachte over een 'neprechtbank', dat het vonnis al klaar lag en publiceerde hij foto's van rechters met een verwijzing naar de politieke partij D66. Een feitelijke onderbouwing daarvan of een toelichting daarop heeft de rechtbank nergens kunnen ontwaren. Ook in zijn laatste woord heeft de verdachte zich bepaald niet onbetuigd gelaten.

Uitleg
'Wij zullen winnen, het Nederlandse volk zal winnen en zich goed herinneren wie aan de goede kant van de geschiedenis stond. U vonnist over de toekomst van Nederland. Als u mij veroordeelt, dan veroordeelt u half Nederland.' Met opgeheven handen en dreigende woorden waarschuwde de PVV-politicus twee weken geleden de rechters tijdens 'het laatste woord', het spreekrecht dat iedere verdachte heeft aan het einde van een strafzaak.

Advocaat Maarten 't Sas met naast hem de lege stoel van Geert Wilders voorafgaand aan de uitspraak in het strafproces tegen de PVV-leider. Foto anp

Die middag was de eerste keer dat Wilders aanwezig was in de rechtszaal sinds de start van de inhoudelijke behandeling. Hij kwam op het moment dat er geen vragen meer gesteld zouden worden door de rechters, en verdween nadien meteen zodat ook de aanwezige pers hem niet meer aan de tand kon voelen over zijn uitlatingen - die volgens sommigen als ontwrichtend voor het vertrouwen in de rechtstaat worden gezien.

In scherpe bewoordingen lieten de rechters vrijdag weten dat ze van deze proceshouding niet gediend waren. Sterker nog: 'De rechtbank acht deze reacties een gekozen volksvertegenwoordiger en medewetgever die een te respecteren plaats in de Nederlandse democratische rechtsstaat inneemt, onwaardig.'

Vonnis: verkiezingsbijeenkomst

Als de rechtbank alles in samenhang beziet dan ontstaat het volgend totaalbeeld: het gaat om een beledigende uitlating over een minderheidsgroep tijdens een verkiezingsbijeenkomst. De verdachte koos voor de grootst mogelijke impact door de wijze van vraagstelling.(..) Er was sprake van een opruiende, opzwepende vraagstelling en een eenduidige daadkrachtige conclusie die niet past binnen het PVV-partijprogramma. Dit alles was meteen en ook later te zien op tv. Daarmee werd geen bijdrage geleverd aan het publieke debat.

Uitleg
Hoe moeten Wilders' woorden worden gewogen? Dat was één van de lastigste vragen die de rechters in hun vonnis moesten beantwoorden.

Het OM meende bewuste ophitsing te zien. Op zijn beurt vond Knoops dat het OM als 'een politieke analist' Wilders' toespraak had bestudeerd.

Volgens het OM scheerde Wilders bewust een bevolkingsgroep over één kam. Maar Knoops stelde juist dat zijn woorden in een bredere context gezien moesten woorden. Ze zouden in lijn zijn met het PVV-verkiezingsprogramma. Wilders had bovendien zijn omstreden uitspraken even later in een interview genuanceerd: toen zei hij dat hij alleen criminele Marokkanen bedoelde, en niet alle Marokkaanse Nederlanders.

Wilders op de avond van de gemeenteraadsverkiezingen in 2014 waar hij opriep tot minder Marokkanen. Naast hem toenmalig lijsttrekker Leon de Jong van de Haagse PVV. Foto anp

Wat de rechters betreft gaat het verhaal van de verdediging niet op. Want, oordelen ze: veel PVV'ers stapten op na de uitspraken, ook zij vonden ze te ver gaan. Kortom: de woorden waren helemaal niet in lijn de toen geldende PVV-ideeën.

En ook het feit dat Wilders er bewust voor koos om op deze retorisch slimme manier zijn boodschap over te brengen, rekenen de rechters hem zwaar aan. 'Verdachte heeft zijn uitlatingen gedaan op een moment dat hij er zeker van was dat de audiovisuele media deze zouden vastleggen en zouden uitzenden op nationale televisie', schrijven ze in het vonnis. Kortom: Wilders wist dat zijn woorden zouden doordringen tot de 'intimiteit van de woning' van miljoenen kijkers. Wat de rechters betreft maakt het niet uit dat de politicus even later zijn verhaal nuanceerde. 'De boodschap was, precies zoals verdachte dat ook wilde, vanaf het podium via de media direct luid en duidelijke doorgekomen en had zijn werk gedaan.'

Vonnis: het aanzetten tot haat

Haat is een extreme emotie van diepe afkeer en vijandigheid. Voor het aanzetten tot haat moet in beginsel sprake zijn van een krachtversterkend element, waarbij anderen worden opgehitst of opgeroepen iets te doen. Van een dergelijke element is bij de uitlatingen van verdachte geen sprake. (..) Dat betekent dat verdachte zal worden vrijgesproken van het aanzetten tot haat.

Uitleg
Twee weken geleden had het Openbaar Ministerie nog gesteld dat de PVV-politicus zich in 2014 twee keer schuldig had gemaakt aan groepsbelediging wegens ras, en dat hij had aangezet tot haat en discriminatie.

Op 12 maart 2014 had Wilders tijdens een bezoek aan de Haagse markt gezegd dat hij 'als het even kan minder Marokkanen' wilde in Den Haag. Volgens omstanders leek het toen op een ondoordachte uitspraak, een slip of the tongue. Op dit punt spraken de rechters hem dan ook vrij. Ze vinden het aannemelijk dat Wilders op dat moment geen vooropgezet plan had om mensen met een Marokkaanse achtergrond te beledigen, of te discrimineren.

Over de uitspraak die de PVV-politicus een week later deed, oordelen de rechters heel anders. Getuigenissen schetsen het beeld dat de oproep tot minder Marokkanen gepland was en dat de PVV'er bewust had gekozen voor scherpe bewoordingen die een schokeffect te weeg zouden brengen. Doordat zijn publiek in het Haagse café op de vraag of ze meer of minder Marokkanen wilden zestien maal 'minder' scandeerden en de PVV-voorman vervolgens beloofde dat te regelen, veroorzaakten de uitspraken bovendien veel angst onder Marokkaanse Nederlanders.

Met die uitspraken maakte Wilders zich schuldig aan groepsbelediging en zette hij aan tot discriminatie, aldus het vonnis. Eerder had het OM bepleit dat de woorden ook hadden aangezet tot haat. Daar was de rechtbank het niet mee eens. 'Voor het aanzetten tot haat moet in beginsel sprake zijn van een krachtversterkend element, waarbij anderen worden opgehitst of opgeroepen iets te doen', aldus het vonnis. Daarvan was geen sprake. Maar de PVV'er zette wél aan tot discriminatie, hij wilde immers Marokkaanse Nederlanders uitsluiten.

Geert Wilders op de Haagse markt, op 12 maart 2014. Daar zij hij dat hij 'als het even kan minder Marokkanen' wilde in Den Haag. Foto anp

Vonnis: groepsbelediging

Met dit vonnis is de in ons rechtsstelsel voor iedereen geldende norm bevestigd: je kunt niet met een beroep op de vrijheid van meningsuiting groepen beledigen en aanzetten tot discriminatie. Dat geldt ook voor een politicus. (..) De rechtbank ziet in de gegeven omstandigheden aanleiding te volstaan met de vaststelling dat verdachte zich als politicus schuldig heeft gemaakt aan groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie. Daarmee acht de rechtbank hem voldoende gestraft.

Uitleg
Twee weken geleden eisten de aanklagers nog 5.000 euro boete. Een bedrag dat aanzienlijk hoger is dan gebruikelijk in discriminatiezaken. Maar, stelde het OM, zo'n boete is passend, want een politicus heeft een grote verantwoordelijkheid om groepen in de samenleving niet tegen elkaar op te zetten.

De rechters gaan hier niet in mee. Ze vinden de veroordeling op zich al voldoende. Op deze manier vermijden ze een oeverloze discussie over de vraag: wat is een gepaste straf in deze uitzonderlijke zaak? Door Wilders te veroordelen zonder een straf op te leggen, beperken ze zich tot de kern van de zaak: waar ligt de grens van de vrijheid van meningsuiting?