Wilders: radicaal ongevaarlijk

Radicalisering is moeilijk te verklaren. Net als waarom Geert Wilders en moslim-extremisten zo veel op elkaar lijken. Verongelijktheid is het toverwoord....

Nederland is in de ban van een martelmoord in Pernis. Er is een heuse Hollandse rel omdat twee agenten voor het huis, waar de man in kwestie werd doodgemarteld, op versterking zaten te wachten. De gendarmes van Louis de Funes in het nieuwe millennium.

Hier gebeurde niets, welke dichter schreef dat ook alweer?

In Engeland gebeurt wel wat. Daar buigt men zich over de vraag hoe in Engeland opgeleide artsen in hemelsnaam hebben kunnen meedoen aan de overigens op mij nogal onbeholpen overkomende aanslagen van vorige week.

Ik lees in een krantenartikel over één van de zelfmoordterroristen van de metroaanslagen van 2005. Hij was geradicaliseerd nadat hij inhuwelijkte in een familie die een extremistische geloofsrichting had. Oók een manier om indruk op je schoonvader te maken.

Radicalisering is nooit helemaal te verklaren. Het blijkt ineens aan de oppervlakte te zijn gekomen, een niet meer in bedwang te houden modderstroom. Het kan uit alle hoeken waaien.

Maar aan de basis van iedere variant ligt wederzijds onbegrip en ongelijkheid van kansen.

Zodra de ontevredenheid over die ongelijke kansen omslaat in boosheid, krijg je radicalisering.

En dan ontstaat al snel onaanspreekbaarheid. Om geen andere reden dat de radicaal nou eenmaal zijn zin wil krijgen, want hij wil de ongelijkheid hersteld zien.

We moeten die onredelijke houding van de radicaal dus niet verwarren met principes.

De radicaal heeft geen echte principes, zijn program komt voort uit verongelijktheid.

Ik geloof dus ook niet in zo’n radicaal-rechtse politieke partij als die van Wilders.

Ze zijn volstrekt onaanspreekbaar, omdat ze maar één monotoon voorgedragen doel hebben: iedereen die niet hun westerse achtergrond heeft, mag niet meedoen. Alleen wie de eed van christendom en vlekkeloos Nederlands aflegt mag lid worden van de club van de Zwarte Hand van Nederland.

En dat terwijl Wilders zelf in slechte zinsconstructies praat, en bovendien in dialect. Nogmaals, ik vind dat niet erg, maar wat vinden zijn clubvrienden er van?

Voor mij is de PVV nu eens als het neefje dat het spelbord omgooit omdat hij verliest met Monopoly, dan weer als het neefje dat met voetbal op de geïmproviseerde doelpaal gaat zitten, omdat er niet volgens zijn regels wordt gespeeld. (En dan schreeuwend naar huis als hij een bal vol op zijn gezicht krijgt).

Het is niet zozeer onbegrijpelijk dat Club Wilders aanhang heeft, want het gaat goed in Nederland en dan heb je juist mensen die willen horen dat het níet goed gaat.

Wat wel verbazing wekt, is dat de normale politici er niet goed in slagen om aan de kaak te stellen dat hun ideologie hoofdzakelijk geënt is op verongelijktheid. En dan met name er niet in slagen om inhoudelijk het programma van radicalen af te breken, zoals wat Wilders c. verkondigen over Europa.

Verongelijkte, radicale, wat heet: rabiate onzin.

De overeenkomst tussen Wilders en de moslim-extremist ligt voor de hand, maar uiteindelijk – toegegeven – als de kiezers hun verstand een beetje terugvinden, is onze Geert ongevaarlijk. Hij ziet er in ieder geval niet uit alsof hij weet hoe je een molotovcocktail maakt.

Ach, Nederland. Wij zijn geen echte, heetgebakerde oproerkraaiers.

Niemand hoeft ons in toom te houden. De meeste politici kunnen best over straat zonder bewaking. In ons land staat een beveiligingsmedewerker met het uiterlijk van een uitsmijter de beehaas van de lingeriewinkel te bewaken. En de agenten blijven veilig in hun autootje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden