Wilders mag niet wat Hofstadgroep wel mag

Het Amsterdamse Hof heeft Geert Wilders ongevraagd veroordeeld zonder dat een eerlijk proces is gevoerd. Dit is een verbijsterende poging om het vrije ideeënproces in te dammen, betoogt Afshin Ellian....

De gedachte is vrij, alleen handelingen kunnen strafbaar zijn. Maar het lijkt erop dat de geweldloze opinie niet meer vrij is. En dat de dreiging van geweld niet langer geldt als de strafrechtelijke grens voor taaluitingen. Wanneer de geweldloze opinie niet meer vrij is, scheidt niets ons meer van de tirannie.

Er is vorige week iets onthutsends gebeurd in Nederland: met een bevel verwees het Amsterdamse Hof een aantal strafrechtelijke principes naar de prullenbak. De democratie komt niet alleen onder druk te staan door kwade krachten uit de samenleving, maar ook door rechters die in de stijl van het Ancien Régime rechtspreken.

Op bevel van het Amsterdamse Hof moet Kamerlid Geert Wilders worden vervolgd voor het aanzetten tot haat en discriminatie (137d Wetboek van Strafrecht) en groepsbelediging (137c Sr). Kamerlid Janmaat werd indertijd ook vervolgd. Zijn toen strafbare opvattingen worden nu door velen gedeeld. Maar Kamerlid Van Dijke werd vrijgesproken van haatzaaien en discrimineren op grond van, schrik niet, de Bijbel. De anti-discriminatiewetgeving wordt dus op een discriminatoire wijze toegepast: met een heilig boek in de hand mag een homohater dwars door onze rechtspraak heenlopen. De rechter maakt verschil tussen gewone en heilige meningen, wat erop wijst dat hij zich geen raad weet met opiniedelicten.

Strafrechtgeleerde J.M. van Bemmelen (1969) beschouwde de artikelen 137c en 137d uit de jaren dertig en de nieuwe versie ervan uit de jaren zeventig als zeer vaag en ruim. Strafrechtgeleerde A.H.J. Swart schreef in 1970: ‘Het is niet verrassend dat bij de parlementaire behandeling weinig enthousiasme voor de drie nieuwe artikelen getoond werd door de Kamer. Ook de regering zelf kan men daarvan niet verdenken.’ De sceptische ontvangst van deze artikelen is terecht.

In zijn wetshistorische uitleg citeerde het Hof met betrekking tot deze wetsartikelen uit de Kamerstukken van de jaren dertig en niet uit die van de jaren zeventig. Niet onbegrijpelijk: met een op het oog juridisch, maar in feite emotioneel beroep op de nazitijd is in ons land de strafwaardigheid al bewezen, zo heeft het Hof gedacht.

In de Kamerstukken uit de jaren zeventig zien we hoe de wetgever de bezorgdheid over een te brede toepassing van de anti-discriminatiewetgeving trachtte weg te nemen: ‘Dat er bij de thans voorgestelde tekst allerlei twijfelgevallen zouden blijven bestaan, kunnen de ondergetekenden niet inzien. In antwoord op de desbetreffende vraag merken zij op, dat belediging van ‘gastarbeiders’ niet onder het bereik van de voorgestelde bepaling valt.’ Helaas is dit optimisme niet bewaarheid geworden.

Het Hof moest oordelen over de haalbaarheid en de opportuniteit van de klacht tegen Wilders. Hoewel het Hof zich niet hoeft te beperken tot een marginale toetsing, doet het dat in de praktijk wel. Met een volledig inhoudelijke toetsing zou, volgens gezaghebbende strafrechtwetenschappers, het vervolgingsbeleid in handen komen te liggen van ‘onverantwoordelijke’ rechters. Die rechters zijn immers democratisch oncontroleerbaar. Daarom is president Corstens van de Hoge Raad van mening dat deze toetsing met de nodige voorzichtigheid moet plaatsvinden. Dat is echter niet gebeurd.

Wat stond hier op het spel? Er is niet gemoord en niet gestolen. Het draait allemaal om opinies. Er was slechts een klacht ingediend. Er was geen dagvaarding en geen strafrechtelijke zitting. Desondanks schrijft het Hof dat het ‘eerst de vraag zal beantwoorden of de aan Wilders verweten meningsuitingen naar Nederlands recht strafrechtelijk verwijtbaar zijn’. En dat zonder verdachte, zonder zitting, zonder strafrechtelijke aanklacht, zonder requisitoir, zonder pleidooi en zonder verklaring van getuige-deskundigen. Expliciet doet het Hof meermaals uitspraken over Wilders’ uitspraken – en veroordeelt hem. Het ‘fair trial’-beginsel wordt door de rechters van dit Hof met voeten getreden.

Volgens hen ‘gaat het om de vraag of Wilders wist of had moeten begrijpen dat het risico op het intreden van het gevolg (het beledigen van een groep mensen en het zaaien van haat) zich zou kunnen voordoen’. Zelf meent het Hof dat dat zo is: het gaat om opzet, om ‘willens en wetens’, om Wilders’ voornemen haat te zaaien.

Wilders wil volgens het Hof bij de Nederlandse bevolking ‘conflictueuze tweespalt veroorzaken ten opzichte van de islamitische bevolkingsgroep, om de Nederlandse bevolking jegens die groep gelovigen tot discriminatie, intolerantie, minachting en vijandschap te bewegen alsmede om hen angst aan te jagen.’

Van deze woorden heeft er slechts één mogelijk een strafbare lading: discriminatie. Tweespalt, conflicten, minachting, vijandschap, intolerantie zijn geen strafrechtelijk relevante begrippen. Het gebruik van dit soort politieke begrippen ter rechtvaardiging van rechterlijke uitspraken tegen politieke opponenten is alleen gebruikelijk in landen als Iran.

Het Hof erkent dat door de politiek-maatschappelijke context de strafbaarheid kan wegvallen. Maar dat geldt alleen voor ‘de wetenschappelijke, religieuze, journalistieke, artistieke en humoristische exceptie’. En politici dan? De vrijheid van meningsuiting dient primair de liberale democratie in de hoop dat burgers via een uitwisseling van meningen tot een redelijk besluit kunnen komen. Rechters die minachting hebben voor de politiek, die zijn pas een bedreiging voor de rechtsorde.

Het Amsterdamse gerechtshof haalt een aantal arresten aan in relatie tot het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Het Haags gerechtshof kwam in januari 2008 in de zaak van de Hofstadgroep met dezelfde arresten tot een heel andere conclusie. Het Haagse Hof vond dat wat de jihadisten lazen en verspreidden onder de vrijheid van meningsuiting en godsdienst viel.

Waarom concludeerde het Haagse Hof dit? Omdat de rechter zich in maatschappelijke debatten echt onpartijdig moet opstellen. Hierover schreef het Hof: ‘Men mag – uiteraard – de overtuiging aanhangen of de mening zijn toegedaan dat Tawheed een politieke lading heeft, dat Allah alleenheerser is, en dat dat, tot in zijn uiterste consequentie doorgetrokken, impliceert dat het bloed van degenen die daar niet in geloven halal is. Noch het recht op vrijheid van gedachte en geweten, noch de vrijheid om voor zichzelf een mening te koesteren is immers aan enige beperking onderworpen.’ Deze opvattingen mochten de jihadisten in het openbaar uitdragen.

Mag je democratie, en dus democraten, haten? Het antwoord van het Haagse Hof is leerzaam voor het Amsterdamse Hof: ‘Men mag niet alleen de opvatting uitdragen dat de democratie moet worden verworpen, maar in samenhang daarmee ook verdedigen dat deze alleen maar kan en dient te worden vervangen door een staatsbestel dat op de sharia is gebaseerd en waarin de sharia ook naar de letter van de wet moet worden toegepast, ondanks het feit dat men daarmede tevens voor algehele afschaffing van het EVRM en de daarin verankerde rechten pleit.’ Alleen als dit laatste gepaard gaat met het oproepen tot een gewelddadige jihad, dan zijn de jihadisten strafbaar. De rechter trok de grens bij het oproepen tot geweld.

Het Amsterdamse Hof wil niet de indruk wekken dat het rigide is: moslims mogen best wel een beetje worden beledigd. Daarvoor moeten moslims zelfs begrip opbrengen: ‘Dit begrip mag zeker worden verlangd nu enkele onderdelen van het moslimgeloof, zoals ook het Europees Hof voor de Rechten van de Mens bijvoorbeeld ten aanzien van de sharia heeft overwogen, onverenigbaar zijn met de waarden die in het EVRM liggen besloten.’

Wat krijgen we nou? Het Hof schrijft dat sommige onderdelen van het moslimgeloof onverenigbaar zijn met humane Europese wetten! Zet het Hof nu zelf aan tot grove belediging en discriminatie van die moslims die volgens shariaregels leven? Richt juist Wilders zijn pijlen niet op diezelfde aspecten van de islam en de Koran?

Nou ja, niet helemaal. Want unverfroren schrijft het Hof: ‘De ontoelaatbaar geoordeelde meningsuitingen van Wilders werpen een zodanige blokkade in het maatschappelijk debat op dat moslimgelovigen feitelijk van deelname aan dat debat worden uitgesloten alleen vanwege hun geloof. Daarin ligt het strafrechtelijk verwijt aan Wilders, die met zijn harde en algemene diskwalificaties handelt in strijd met de grondvoorwaarde van een stabiele democratie.’

Moet Wilders worden bestraft wanneer hij hard oordeelt? Of wanneer moslims niet op tv komen en geen opiniestukken schrijven? Welke moslims voelen zich belemmerd om in de media hun religie te verdedigen? Staan er knokploegen van Wilders bij het Mediacomplex in Hilversum? Bij de brievenbussen van de kranten? Ervaring leert dat hoe meer Wilders in de media verschijnt, des te meer moslims in de media opduiken. Onze democratie is zelfs zo stabiel dat de burgemeester van de tweede stad van Nederland een moslim is. Misschien wel dankzij Wilders. De rechters maken een fatale fout: zij verwarren de Nederlandse moslim met de Nederlandse Jood uit de jaren dertig.

Dit Hof houdt van debatten omdat ‘de rechters met beide benen’ in de samenleving staan en zich niet ‘afzijdig (hoeven te) houden’. Welke consequentie verbindt het Hof aan een actieve rechter? ‘Ook het strafrechtelijk forum vormt een onderdeel van het maatschappelijk debat.’ De Founding Fathers van het Nederlandse strafrecht hebben zich als een tol omgedraaid in hun graf. Een strafgeding is pertinent geen forum voor een maatschappelijk debat. In het strafrecht zoekt men naar de waarheid om de dader te bestraffen. Het is de zwaarste ingreep in het leven van een burger. Omwille van een hard, zwaar, provocerend of desnoods anti-democratisch debat mogen burgers dus nooit en te nimmer worden vervolgd.

Als het Hof zich had verdiept in de Kamerstukken rond de betreffende wetsartikelen, dan had het geweten met welke voorzichtigheid het had moeten handelen. Volgens de Memorie van Antwoord (1969/1970) moet de toepassing van deze strafbepalingen minimaal zijn, om drie redenen: 1. het strafrecht kan slechts een geringe bijdrage leveren aan het oplossen van maatschappelijke spanningen; 2. het strafrechtelijk optreden kan tot verscherping van maatschappelijke spanningen leiden en 3. de onnodige strafrechtelijke beperking van de vrijheid van meningsuiting is verwerpelijk.

Dit zijn drie wetshistorische redenen om Wilders niet te vervolgen. Waar ligt volgens het Hof de grens? Moet de politie morgen alle boeken van schrijvers als Oriana Fallaci (die veel scherper tegen de islam tekeer ging dan Wilders) uit de bibliotheken halen? Er zijn wetenschappers die ervan overtuigd zijn dat Mohammed geen historische figuur is, dat de islam geen oorspronkelijke religie is, dat de islam de waarden van andere religies niet respecteert, dat de Koran niet meer is dan een mengelmoes van christelijke en joodse teksten vermengd met pre-islamitische Arabische legenden. Moeten we die wetenschappers allemaal vervolgen omdat zij daarmee de ziel van de moslims beledigen en hun godsdienst bespotten?

Er zit iets ironisch in dit alles: bij het bestrijden van Wilders handelt het Hof klassiek Wilderiaans: Verbied Wilders’ opvattingen zoals Wilders de Koran wil verbieden. Het ongelooflijke is dat dit Hof actief probeert het vrije maatschappelijke ideeënproces in te dammen en daarmee pretendeert te redeneren volgens de opzet en geest van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht. Verbijsterend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden