Wilders is zó jaren zeventig

Wekelijks op VKGeschiedenis.nl: een column van Volkskrantredacteuren over het verleden. Deze week Peter Giesen die Geert Wilders in een historische context plaatst.

Geert Wilders kwam me bekend voor, toen hij zijn ‘kopvoddentax’ presenteerde. Met zijn geblondeerde haar, zijn rode stropdas en zijn strakke pak zag hij er heel anders uit dan een actievoerder uit de jaren zeventig. Maar in stijl zag ik veel overeenkomsten: snerend, intolerant, overtuigd van het eigen gelijk, zeker dat de geschiedenis aan zijn kant staat.

Een tijdje geleden liet het tv-programma Andere Tijden zien hoe demonstranten tegen de kruisraketten premier Lubbers massaal de rug toekeerden, toen hij ze wilde toespreken. Lubbers was een man van een kaliber dat in deze tijden van crisis node wordt gemist. Maar toen ontmoette hij slechts hoon en hatelijkheid. Achteraf ziet het er onwaardig uit. Maar destijds glommen de demonstranten van zelfgenoegzaamheid: ze hadden de gevestigde orde toch maar mooi voor schut gezet.

De polarisatie is weer terug in de politiek. Deze keer zijn de rollen omgedraaid: de heetgebakerde standpunten komen van rechts, de sussende woorden van links. Polarisatie kan slechts succesvol zijn als er breuklijnen door de samenleving lopen. In de jaren zestig botste de sobere, autoritaire en religieuze cultuur van de ouders met het vrolijke welvaartsindividualisme van de kinderen. Nu staan de overwinnaars van toen zelf onder druk.

Het is echter interessant dat Wilders in menig opzicht een kind is van de jaren zestig, een tijdperk dat hij ongetwijfeld zal verafschuwen. De PVV beschouwt de rechten van vrouwen en homo’s als het hoogste Nederlandse cultuurgoed. Dat is een typische jaren zestiggedachte. In het ‘Nederlandse’ Nederland van de jaren vijftig stonden rechercheur nog te posten bij urinoirs om homo’s op heterdaad te betrappen. De populistische voorliefde voor homorechten lijkt echter vrij oppervlakkig, vooral ingegeven door de wens moslims ermee om de oren te slaan.

Maar ook de sociologische wortels van het populisme liggen in de jaren zestig. Het beeld van de jaren zestig wordt vooral bepaald door links: provo’s, hippies, kabouters en damslapers die zich aan vrije seks, drugs en Het Kapitaal te buiten gingen.
Er zat ook een rechtse kant aan de jaren zestig. Het was ook de periode van De Telegraaf, de TROS en Radio Veronica. Het populairste liedje uit die periode was niet een protestsong van Armand, maar Huilen Is Voor Jou Te Laat van Corry en de Rekels.

Door de ontzuiling ontstond een ongebonden burgerij, die niet meer naar pastoor of dominee luisterde, een tamelijk materialistische inslag had en de voorkeur gaf aan een hedonistische populaire cultuur boven de moralistische, pedagogisch verantwoorde cultuur van de oude zuilen. Kortom, de bevolkingsgroep die tegenwoordig door onderzoekbureau Motivaction wordt betiteld als ‘de moderne burgerij’, en die zo belangrijk was voor de opkomst van politici als Fortuyn, Verdonk en Wilders.

Het is een groep met een individualistische levensstijl die sterk de nadruk legt op eigen verantwoordelijkheid. Daarom is zij ook voor streng straffen en een harde aanpak van allochtonen. Met verzachtende sociologische verklaringen heeft zij weinig geduld. Dat zijn slappe praatjes van de elite.

In de jaren zeventig gaf links de toon aan. Maar veel ideeën uit die periode bleken modieus en zeer tijdgebonden. De rechtse erfenis van de jaren zestig zou wel eens veel duurzamer kunnen zijn.

Peter Giesen is redacteur bij de Volkskrant.

Geert Wilders tijdens de Algemene Beschouwingen op 16 september 2009. Foto: EPA/ROBERT VOSBeeld EPA
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden