Wilders is alleen maar politiek

Hoe kon Geert Wilders uitgroeien van fractiemedewerker tot Kamerlid wiens eenmanskruistocht allerwegen wordt bekritiseerd?

Al ruim voor de komst van zijn Koranfilm waren de ogen van de wereld gericht op Geert Wilders. Wat is er mis met hem, vragen zijn vijanden zich af. Er is iets mis met de wereld, zeggen zijn aanhangers. Blijft de vraag: waarom hij, waarom nu?

Aardig in het persoonlijk contact, maar bezeten van politiek en daarin, indien nodig, eigengereid en nietsontziend. En last but not least: verzot op aandacht. Zo kenschetsen voormalige en tegenwoordige medewerkers en collega’s Geert Wilders. Wat zijn familie en vrienden van hem vinden, blijft onduidelijk. Zijn familie schermt hij af, echte vrienden lijkt hij nauwelijks te hebben. Want Wilders is politiek, alleen maar politiek.

Strandvakantie? Pak in de koffer, want tussendoor kan er geluncht worden met contacten en hoogwaardigheidsbekleders. Op vakantie in Cuba houdt mevrouw Wilders de antenne uit het raam van de huurauto, zodat hij de Wereldomroep kan volgen. Vragen van de Nederlandse pers beantwoordt hij ook vanuit China of vanaf Russische toendra’s. Kamervragen over NOVA stuurt hij door om kwart over elf zaterdagavond.

Met Wilders’ arbeidsethos, kortom, is niks mis. ‘Af en toe draai ik door’, liet hij zich in een interview eens ontvallen. Over het waarom doet hij niet ingewikkeld. Kamerlid zijn is het mooiste wat hij zich kan voorstellen. Sommige van zijn ex-collega’s en medewerkers verklaren daaruit Wilders’ gehele carrière van de afgelopen achttien jaar.

In 1990 werd hij op 26-jarige leeftijd fractiemedewerker voor de VVD op het Binnenhof. Vier jaar later trad hij toe tot de Utrechtse gemeenteraad. Toen hij doorkreeg dat hij vanaf die plaats weinig kans maakte om door te stromen naar de Tweede Kamer, keerde hij weer terug naar Venlo om het daar via de Kamercentrale te proberen. Dat lukte.

Hij was een goed en ijverig medewerker. Plooibaar ook. Ex-partijleider Dijkstal verhaalt met smaak over een initiatiefwetsvoorstel dat hij tijdens het eerste paarse kabinet indiende met GroenLinks en D66, een registratiesysteem om werkgevers te stimuleren allochtone werknemers in dienst te nemen. Dijkstal: ‘Ja, het was een nogal links plan. En weet je wie de drijvende kracht was achter dat voorstel? Geert! Pikant, hè?’

Als Kamerlid was hij in die eerste periode een succes voor de VVD. Liefst 111 maal diende hij Kamervragen in; hij zette 14 moties op zijn conto. Bestudering van dat oeuvre leert dat hij zijn aandacht keurig verdeelde over zijn woordvoerderschappen, buitenland en sociale zekerheid.

En toen viel hij in 2002 uit het paradijs. De VVD kreeg zo’n klap van Fortuyns LPF, dat de als 30ste geplaatste Wilders de Kamer niet haalde. Hij zat werkeloos thuis. Volgens VVD-Kamerlid Halbe Zijlstra trok Wilders hieruit een belangrijke conclusie: ‘Altijd keurig binnen de kaders opereren biedt ook al geen zekerheid. Hij moest zijn eigen weg gaan. Alles viel weg.’

Zijlstra, die hem nog kende uit hun beider Utrechtse tijd: ‘Geert was zo’n ontzettende workaholic. Alles was politiek bij hem. Nooit sprak hij over iets anders. Geert zonder politiek is als een boek zonder letters. Leeg.’

Toenmalig collega-Kamerlid Clemens Cornielje ziet nog een reden voor de ommekeer in datzelfde jaar. Bij de verkiezingen van eind 2002 ging de LPF van 26 naar 8 zetels. ‘Geert wist: er is een LPF-achtige onderstroom in de samenleving, ergens zijn 18 zetels te halen. Toen gingen de remmen los.’ Wilders was door begeerte aangeraakt. Daar sprak hij over met enkele politieke vrienden. ‘Geert snapte dat je de vox populi moest bespelen’, zegt een van hen. ‘Daar had hij groot plezier in. Het smaakte naar meer, want hij haalde makkelijk de headlines.’

‘Ik heb hem vanaf 2002 zien radicaliseren rondom de kwestie met Turkije’, zegt Hans van Baalen, ook toen al buitenlandwoordvoerder voor de VVD. ‘Dan belde hij me bijvoorbeeld ’s nachts om 1 uur om te zeggen dat het voor hem ondenkbaar was dat een land met een islamitische bevolking EU-lid zou worden.’

Vrij kort daarna gebeurden twee dingen: Wilders hield op in de fractie te debatteren over Turkije, én hij begon steeds opzienbarender interviews te geven: Kamerleden waren grijze muizen; de VVD was een bejaardentehuis; fractievoorzitter Jozias Van Aartsen was te slap en te links. Daar, zeggen Van Baalen en anderen, is achteraf vast te stellen dat de knop in Wilders’ hoofd om was. Hij ging zich losmaken van de VVD.

De VVD had het niet door. Rien Geutjes, toenmalig Kamercentralevoorzitter in Limburg, leidde de verkiezingscampagne van Wilders en zegt: ‘Hij werd veel scherper dan ik me had voorgesteld. Assimilatie of integreren? Van Geert mochten allochtonen helemaal geen eigen identiteit hebben.’

VVD-Kamerlid Henk Kamp, die tussen 1998 en 2002 intensief met hem samenwerkte: ‘Het zit me dwars dat we het niet gezien hebben; het gebeurde onder onze ogen.’ Van Baalen: ‘Iedere keer weer vergaderden we over zijn interviews. Dan zei hij: ik zal het niet meer doen. De week erop zaten we elkaar weer aan te kijken: had ie het toch weer gedaan. Ik stelde Jozias toen nog voor Geert een minderheidsstandpunt te laten innemen in de kwestie-Turkije. Zinloos, weet ik nu. Dan was het wel gebroken op de boerka’s of hoofddoekjes.’

Het is een patroon dat gesprekspartners uit andere episoden van Wilders’ carrière zeggen te herkennen. Wanneer hij merkt dat zaken niet in de door hem gewenste richting gaan, houdt hij op enig moment zijn mond, denkt er intussen het zijne van en trekt zijn eigen plan. In zo’n fase zijn afspraken niks waard. De VVD liep ertegenaan; een half jaar jaar later waren het mensen als Bart-Jan Spruijt en Joost Eerdmans. Terwijl zij nog dachten dat ze een nieuwe partij met Wilders gingen oprichten, zat die op tv hun partijprogramma als het zijne te presenteren.

Anders dan voor veel anderen betekenden de aanslagen van september 2001 in New York géén beslissende ommezwaai in Wilders’ wereldbeeld. Als Midden-Oostenkenner en langjarig Israël-vriend was hij al veel langer overtuigd van de potentiële gevaren van het moslimfundamentalisme. Van Baalen: ‘Nine-eleven was slechts de bevestiging van wat hij al dacht.’

Al in 1999 diende Wilders zijn eerste motie in over bestrijding van moslimfundamentalisme. De regering moest daar maar eens onderzoek naar doen en een visie ontwikkelen, vond hij. Mede-ondertekenaars: Bert Koenders (PvdA), Jan Hoekema (D66), Eimert van Middelkoop (GPV) en Agnes van Ardenne (CDA). Bepaald geen radicale voorhoede.

‘Er wás in die periode ook nog niks radicaals aan Geert’, zegt D66’er Hoekema nu. ‘Pas ná Fortuyn switchte hij van moslimfundamentalisme in de internationale politiek. Hij verplaatste dat naar de binnenlandse politiek.’

Ook anderen benadrukken dat het Fortuyn was die maakte dat de binnenlandse politieke potentie van zijn langgekoesterde thema moslimfundamentalisme voluit tot Wilders doordrong. Maar als hij al schatplichtig is aan Fortuyn, laat hij zich daar in het openbaar mondjesmaat over uit. Zoals Wilders sowieso nauwelijks inspiratiebronnen noemt voor waar hij mee bezig is.

‘Geert wil een leider zijn, geen volger’, zegt VVD’er Zijlstra. ‘Hij ziet zichzelf als voorloper, niet als een afgeleide van iets of iemand anders. Hij steunt ook niet op zijn fractie. Hij heeft ze wel met zorg uitgekozen en gecoacht. Maar dat dient allemaal een doel.’

Wat is dat doel? ‘Ik ben een blij politicus en een blij mens; ik voel het iedere dag als een voorrecht op het Binnenhof te mogen rondlopen’, zei hij in juli 2003 tegen HP/De Tijd. In Nieuwe Revu, januari 2004: ‘Op mijn 34ste ben ik in de Tweede Kamer gekomen. Dat is fantastisch als je van politiek houdt, zoals ik.’ Op de vraag wat zijn uiteindelijke doel is: ‘Ik wil een goed Kamerlid zijn. Ik zou liegen als ik zei dat ik niet ooit in het kabinet zou willen komen. Hoewel ik dan wel minder vrij zou kunnen spreken.’

Die laatste toevoeging is cruciaal, zeggen mensen om hem heen. Geert wil zijn gang kunnen gaan. Dáár had hij een partij voor nodig. Doen die mensen het niet goed, dan kan hij erover struikelen. Dáárom heeft hij ze met zoveel zorg uitgezocht en opgeleid.

Zijn gang kunnen gaan, dat is overigens iets anders dan precies zeggen wat hij vindt. Nog maar twee jaar terug was het onvoorstelbaar dat Wilders tegen versoepeling van ontslagrecht of tegen strengere uitkeringsregels zou stemmen. Nu doet hij dat wel, met zijn PVV. Omdat Wilders weet dat zijn kiezers dat verwachten. Hijzelf heeft andere prioriteiten.

VVD-Kamerlid Zijlstra: ‘Hij hoeft niet de grootste te zijn of minister of premier te worden. Heel anders dan Verdonk dus. Maar die vindt het Kamerwerk vreselijk. Wilders vindt het heerlijk.’

Zijn voormalige VVD-collega’s zeggen een snelle radicalisering te zien sinds Wilders op eigen benen staat. Henk Kamp zegt: ‘Je kon goed afspraken met hem maken. Moet ook wel. In een partij als de VVD krijg je voortdurend tegenspraak en word je gecorrigeerd. Dat is hij nu kwijt.’

Pieter Hofstra vormde samen met Kamp en Wilders de ‘Drie Musketiers’, het groepje dat onder de linksige leider Dijkstal de rechterflank mocht afdekken. Hij wijt Wilders Werdegang aan Van Aartsen, die na Dijkstal fractievoorzitter werd: ‘Wilders was een jonge hond. Die moet je strak houden. Toen Jozias hem eindelijk terugfloot, was het al te laat. Hij kwam niet meer terug.’

Zo’n analyse gaat uit van een geleidelijke verandering die te voorkomen was geweest: vroeger kon je wel met Wilders afspraken maken; dat hád zo kunnen blijven. Maar hoe diep ging dat? Liet hij zich in zijn begintijd werkelijk overtuigen door andere inzichten, of legde hij zich er slechts bij neer?

‘Ik had wel het idee dat hij dingen aannam’, zegt Kamp. ‘Maar of hij andere meningen ook werkelijk tot de zijne maakte?’ Zijlstra: ‘Ik kan me even geen enkel voorbeeld herinneren dat Geert werkelijk van mening veranderde. Uit al die jaren niet. Hij is een zender, geen ontvanger.’

Er is vaak op gewezen dat Partij Voor de Vrijheid geen erg toepasselijke naam is voor een partij die nogal veel wil verbieden. Met liberalisme heeft Wilders niks meer te maken, vindt bijvoorbeeld Kamp. ‘Eigenlijk is het ernstig dat zo iemand in onze partij heeft kunnen groeien. Bij de selectie is destijds een fout gemaakt.’

Op het vlak van persoonlijke vrijheid is het met de PVV-leider de laatste jaren evenmin best gesteld. Maar van zijn meningsvrijheid maakt hij in elk geval optimaal gebruik. Zo bezien is die naam wel toepasselijk, zegt Zijlstra. ‘Lees het als: partij voor de meningsvrijheid van Geert.’

Begin november 2007 meldt PVV-fractievoorzitter Geert Wilders bij de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) dat hij een kritische film gaat maken over de Koran. Daarin zal hij aantonen dat de Koran een ‘fascistisch boek’ is. Eind november lekt zijn plan uit.

Wilders zegt aanvankelijk zijn film eind januari te zullen uitzenden. In die maand lekt een brief uit van de minister van Binnenlandse Zaken aan gemeenten en politie met de opdracht zich voor te bereiden op rellen. Eind januari volgen de eerste directe bedreigingen uit de moslimwereld. Verschillende geestelijken en Iraanse parlementariërs roepen op tot een boycot van Nederlandse producten.

Eind januari 2008 komen allerlei acties op gang vanuit de Nederlandse moslimgemeenschap om op kalme of ludieke en in elk geval juridisch verantwoorde manier op de film te reageren. Die boodschap wordt in februari en maart naar de Arabische wereld overgebracht. In diezelfde periode neemt de Nederlandse regering, in allerlei internationale fora, nadrukkelijk afstand van Wilders.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden