Wilders belet vrijheid van meningsuiting van derden

Het voorlopige einde van de zaak-Wilders werd gemarkeerd door het tweede wrakingsverzoek dat door de wrakingskamer van de rechtbank werd gehonoreerd. Dat wrakingsverzoek werd gevolgd door een aangifte wegens strafbare beïnvloeding en dit laatste zou wel eens als een boemerang terug kunnen werken op de processuele positie van Wilders, in die zin dat zijn geloofwaardigheid erdoor wordt aangetast.

De kwestie voert terug op een diner annex babbelavond van een select gezelschap. Prof. T. Schalken, een van de raadsheren van het gerechtshof die het bevel tot vervolging van Wilders gaf, zou zich die avond tegenover een deskundige van de verdediging, arabist H. Jansen, zoals die het omschreef 'ergerlijk' hebben uitgelaten.


Het is inderdaad een misdrijf om zich mondeling jegens een persoon te uiten, kennelijk om diens vrijheid om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat die verklaring zal worden afgelegd.


Deze strafbaarstelling is zeer ruim, nu uit zowel de tekst als de wetsgeschiedenis valt af te leiden dat voldoende is dat de uiting kennelijk bedoeld was om de vrijheid van de ander te beïnvloeden en dat niet nodig is dat die bedoeling ook dat effect heeft gehad. Die kennelijke bedoeling valt in de verste verten niet te ontwaren.


Het is evident dat het recht op vrijheid van meningsuiting wordt beperkt door deze strafbaarstelling van bepaalde uitingen. De aangifte van Wilders tegen Schalken impliceert dus dat Wilders, anders dan hij beweert, helemaal geen voorstander is van een onbeperkt recht op een vrije meningsuiting van de waarheid zoals hij die ziet. Waar hij voor zichzelf die vrijheid claimt, probeert hij met een aangifte wegens beïnvloeding te beletten dat iemand anders van datzelfde recht gebruik maakt.


Zijn eerste wrakingsverzoek naar aanleiding van enkele opmerkingen van rechter Jan Moors getuigt van eenzelfde inconsistentie. En ook zijn reactie op de uitgelekte persoonlijke notitie van mr D. Aben, advocaat-generaal bij de Hoge Raad, over de tweede wrakingsbeslissing ontmaskert Wilders als een ras-opportunist.


Wilders noemde die notitie een blunder en een schandelijke zaak. Daarmee geeft hij blijk dat ook hij ervan uitgaat dat het recht op vrije meningsuiting grenzen kent, zeker voor bepaalde personen. In dit geval voor mr Aben, die in de kronkelredenering van Wilders zelfs geen persoonlijke notitie mag schrijven. Kortom, een gotspe!


Wetten zijn er om gehandhaafd te worden door de rechterlijke macht. Dat geldt voor rechters, professoren, maar ook voor politici. En al helemaal als het gaat om een zogeheten 'openbare orde'-delict als haatzaaien.


Degenen die denken dat misdrijven van politici onvergolden kunnen blijven en uitgepraat moeten worden in het zogeheten publieke debat zien twee fundamentele zaken over het hoofd.


Ten eerste miskennen zij dat een rechterlijk oordeel in dit geval over de grenzen van het recht op vrije meningsuiting een onderdeel ofwel een vorm is van het publieke debat. Dat volgt immers uit het gegeven dat sprake is van een openbare terechtzitting waar het Openbaar Ministerie het algemeen belang vertegenwoordigt. Daar komt bij dat het slachtoffer een spreekrecht heeft en zich daarbij door een advocaat kan laten bijstaan. Ook de rechtszaal is dus een publiek forum.


En ten tweede zien zij over het hoofd dat zij 'klassejustitie' bedrijven door een politicus, tegen wie een verdenking van een misdrijf is gerezen, te vrijwaren van strafrechtelijke vervolging, terwijl de gewone burger zich, zoals het Openbaar Ministerie te Amsterdam heeft aangekondigd, voor discriminatoire uitlatingen, zoals 'Hamas, Hamas, Joden aan het gas', 'vieze homo's', 'vieze vuile zwarte kankeraap' en 'vuile Marokkaan' wél voor de strafrechter moet verantwoorden.


Met de zogeheten themazitting wil het Openbaar Ministerie benadrukken dat 'tolerantie en gelijkwaardigheid wezenlijke waarden in de Amsterdamse samenleving zijn'. Dit laatste klinkt zeer hypocriet, want in het requisitoir in de Wilderszaak was van een streven naar strafrechtelijke bescherming van gelijkwaardigheid namelijk bitter weinig te merken.


Met het argument Wilders alleen buiten de rechtszaal te bestrijden, wordt een treffend staaltje van machtspolitiek geëtaleerd waarin de strijd om de macht het moet winnen van een rationele procedure. Machiavelli zou er zijn vingers bij aflikken.


De auteur is advocaat. Volgens hem laat PVV-leider Wilders tegen raadsheer Schalken blijken dat hij helemaal geen voorstander is van een onbeperkt recht op vrije meningsuiting. Waar hij voor zichzelf die vrijheid opeist, probeert hij met een aangifte te beletten dat een derde van datzelfde recht gebruikmaakt.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden