Wilde feesten in je hoofd

De tijdgeest van de jaren tachtig (van Talking Heads tot Roland Barthes) doordesemt Jeffrey Eugenides' derde, indrukwekkende roman, Huwelijk.

Jeffrey Eugenides is geen buitengewoon productief auteur; een roman lijkt bij hem een wordingsgeschiedenis van telkens negen jaar te vergen. Zijn debuut The Virgin Suicides (De zelfmoord van de meisjes), over vijf tienerzusjes die allen in één jaar tijd zelfmoord plegen, verscheen in 1993. Zijn tweede boek, Middlesex, over de hermafrodiete Cal Stephanides, in 2002. Recentelijk zag Eugenides' derde roman het licht: The Marriage Plot, in Nederlandse vertaling verschenen als Huwelijk.


Hoe verschillend in onderwerpskeuze, motieven en vertelstijl de boeken ook zijn, alledrie handelen ze in de kern over opgroeiende jonge mensen, en over de spanningen en onzekerheden die dit opgroeien met zich meebrengt.


Huwelijk vertelt het verhaal van de 22-jarige Madeleine Hanna. Behalve mooi, intelligent, van goede komaf, bijna afgestudeerd aan Brown, een Ivy League-universiteit, en gezegend met uitstekende vooruitzichten, is Madeleine ook uitgesproken belezen. Ze heeft een nadrukkelijke voorkeur voor romans uit de Victoriaanse en Regency-periode. Eugenides heeft een talent voor treffende openingszinnen, en hoewel korter en conventioneler dan in zijn eerste twee boeken is ook de eerste regel van Huwelijk veelzeggend: 'Moet je om te beginnen al die boeken eens zien.'


Maar hoezeer Madeleine ook een stabiele, bevoorrechte achtergrond heeft, ze wordt verscheurd door het feit dat ze een keuze moet maken - of meent te moeten maken - aangaande haar toekomstige levenspartner. Er zijn twee kandidaten: de intelligente, rustige, serieuze, door religie en spiritualiteit gefascineerde Mitchell Grammaticus, die ze al jaren kent; en de chaotische, woest aantrekkelijke en bij vlagen briljante Leonard Bankhead.


Dat Madeleine zich, tegen het eind van haar studie, voor een dergelijk probleem gesteld ziet, is niet zonder ironie. Ze studeert - uiteraard Engelse letterkunde en is geheel in de ban geraakt van wat één van haar docenten 'de huwelijksplot' noemt. Dit is een literaire theorie die stelt dat de roman in de negentiende eeuw zijn hoogtepunt bereikte. 'In de tijd dat het van je huwelijk afhing of je slaagde in het leven en het huwelijk afhing van geld, hadden romanciers iets om over te schrijven. Het epos bezong de oorlog, de roman het huwelijk.' Gefascineerd door deze stelling, wil Madeleine haar afstudeerscriptie schrijven over 'huwelijksaanzoeken en het (beperkte) domein van de vrouw'.


Haar belangstelling voor negentiende-eeuwse literatuur staat overigens nogal haaks op de heersende mode op Brown University. De roman speelt in 1982 en overal op de letterenfaculteit gonst het van namen als Derrida, Lyotard, Foucault, Baudrillard en Barthes. Uit een soort plichtsbesef zich nader in deze Franse denkers te verdiepen, besluit ze een college semiotiek te gaan volgen. Eugenides grijpt deze gelegenheid aan om zich met verve vrolijk te maken over de toenmalige verafgoding van deze inmiddels nogal uit het zicht geraakte postmodernisten.


Het is tijdens het college Semiotiek 211 dat Madeleine Leonard leert kennen en dat haar gevoelens van verscheurdheid beginnen. Ze moet constateren dat haar respectabele belezenheid aangaande het onderwerp partnerkeuze haar weinig helpt wanneer ze zelf op dit gebied een beslissing moet nemen. Uiteindelijk zijn het de hormonen, niet haar verstandelijke afwegingen, die de doorslag geven en ontdekt Madeleine dat ze verliefd is op Leonard.


Wanneer ze hem bekent dat ze van hem houdt, haalt de jongeman een boek van Roland Barthes tevoorschijn waarin de auteur stelt dat de zin 'Ik houd van je' niet verwijst 'naar de liefdesverklaring, naar de betekenis, maar naar het herhaalde uiten van de liefdesschreeuw. Als de eerste bekentenis eenmaal achter de rug is, betekent 'ik hou van je' niets meer. . .' Leonard grijnst en Madeleine gooit hem het boek naar zijn hoofd. Een moeizame verhouding is begonnen.


Al snel komt naar voren dat Leonard een manisch-depressieve persoonlijkheid is. De wijze waarop Eugenides beide gemoedsgesteldheden voor de lezer voelbaar maakt, is indrukwekkend. 'Het was alsof in je hoofd een wild feest aan de gang was, een feest waarbij jij de dronken gastheer was van wie niemand weg mocht, je greep mensen vast en zei: 'Vooruit! Nog eentje!' Je praatte aan één stuk door. Alles was steeds briljant. Je had gewoon steeds de beste ideeën.'


Maar na de manische fase, volgt de depressieve. 'Die koloniseerde iedere cel van zijn lichaam, het leek wel alsof er een concentraat van leed werd aangemaakt dat gestaag in zijn aderen druppelde, een giftig bijproduct van de afgelopen manische weken.'


Terwijl Leonard strijd levert met zijn bipolaire stoornis, reist Mitchell, op zoek naar een spirituele invulling van zijn bestaan, en ook om letterlijk en figuurlijk meer afstand van Madeleine te kunnen nemen, naar Europa en vervolgens naar India, waar hij als vrijwilliger gaat werken bij Moeder Theresa's tehuis in Calcutta. In uitvoerige luchtpostbrieven (e-mail bestaat nog niet) vertelt hij over zijn belevenissen en adviseert hij Madeleine niet met Leonard te trouwen.


Eugenides lardeert zijn plot met een rijke dosis tijdsbeelden (vooral veel muziek en films, van de Talking Heads tot Beau Père) en uiteenlopende, dikwijls vermakelijke, af en toe te langdradige bespiegelingen. Zo leren we alles over het kalmeringsmiddel lithium, heavy metal, deconstructivisme, semiotiek, de reproductieve kwaliteiten van gistcellen, de correspondentie tussen Ghandi en Tolstoj en de cultpositie van het biermerk Grolsch in de VS, dat door liefhebbers wordt gewaardeerd om zijn 'Teutoonse, keramische afsluitdop met rubberen ringetje'. Of Eugenides meent dat Grolsch Duits is, dan wel wil verwijzen naar de Duitse invloeden op de Twentse ziel, blijft daarbij onduidelijk.


Huwelijk is een triomf op het gebied van karakterisering. Dat geldt voor de in meerdere betekenissen van het woord romantische heldin van dit boek, dat in een 20ste-eeuwse context met 21ste-eeuwse distantie een 19de-eeuws verhaal vertelt. Maar het geldt zeker ook voor haar mannelijke tegenspelers.


Hoewel Leonard the best lines krijgt, zijn beide mannelijke personages op een boeiende wijze uitgewerkt. Mitchell vertoont daarbij de nodige overeenkomsten met Eugenides zelf: beiden zijn van Grieks-Amerikaanse komaf, beiden trokken na hun afstuderen aan Brown University in een spirituele zoektocht naar India.


Leonard lijkt op zijn minst ten dele geïnspireerd op Eugenides' overleden vriend David Foster Wallace: een bandana om het hoofd, pruimtabak kauwend om de metalige lithiumsmaak te verdringen, even gemakkelijk literaire theorieën als feiten uit de biowetenschappen bediscussiërend en voortduren gekweld door suïcidale depressies.


Als de drie hoofdrolspelers elkaar op de laatste bladzijden van het boek opnieuw ontmoeten, voltrekt zich een slot waarnaar je in een 19de-eeuwse roman vergeefs zult zoeken.


Jeffrey Eugenides: Huwelijk.

Uit het Engels vertaald door Jan de Nijs en Gerda Baardman.


Prometheus; 395 pagina's; € 19,95.


ISBN 978 90 446 1963 8.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden