Wildbreien

et is altijd leuk in Artis, zelfs als het regent, en dat deed het nu eens níet. Zeker, die kooien zijn 'zielig voor de dieren', maar de meeste Amsterdammers wonen nog heel wat krapper. De leeuwin lag bovendien zó lekker in het zonnetje, haar kop op de flank van haar koning, dat ik haar bijna hoorde spinnen.


Alles in orde dus, behalve dat de vertrouwde dierentuin opeens voorzien bleek van allerlei verontrustend fleurige breisels. In streepjeswol verpakte bomen, gestippelde lappen op bankjes, een bronzen jachthond met een Ajax-sjaal om en een muts op zijn kop, het hield maar niet op. Het bleek hier om 'wildbreien' te gaan, een blijkbaar door Artis gesanctioneerde kunstvorm. Een soort graffiti , maar dan tijdrovender. Zelf kan ik niet breien, wild noch tam.


Tussen al die vrolijke huisvlijt bevond zich een opvallende hoeveelheid jonge vaders, bezig met het fenomeen 'papadag', een vreselijk woord, dat ik nooit zou gebruiken als het niet zo veelzeggend was. Je hebt ze in twee soorten: enerzijds de vader die van zijn verloren werkdag nog het beste probeert te maken, druk telefonerend en sms'end boven het hoofdje van de baby in de draagzak, die steevast een sokje mist. En anderzijds de vader die die ene dag per week het onderste uit de opvoedings-kan wil halen: hij práát tegen zijn kinderen, niet over koetjes en kalfjes, maar over voedselketens, regenwouden, het baltsgedrag van de gnoe: laat zijn kroost een papiertje vallen, dan houdt hij een lang betoog over het milieu, waarbij de stakkers gelaten wachten tot het over is.


Terwijl ik de combinatie van wildbreiende vrouwen en goed-dan wel kwaadschiks zorgende vaders innerlijk probeerde te verwerken, passeerde ik een buitengewoon dik tienermeisje dat op een bankje zat te eten. 'Sodemieter op, lul!' schreeuwde ze opeens. Tegen een mus, zo bleek, die op haar broodje was komen zitten. Ik zou tegen een mus eerder 'trut' dan 'lul' zeggen, maar het hielp wél: de mus vloog weg. Het meisje propte de rest van haar broodje in haar mond, waarna ze moeizaam opstond en woest kauwend het reptielenhuis binnenstapte.


Bij het hok van de sneeuwuil bleef ik geruime tijd verliefd staan kijken. Een poes met veren, een onmiskenbaar meesterwerk. Naast mij drukte een jongetje zijn neus tegen het hek en riep dan ook: 'Poes, papa! Poes!' 'Nee, joh, dat is een uil...', sprak de vader, die een sjekkie stond te draaien. 'Wítte poes!', verduidelijkte het kind behulpzaam. De goeierd was amper 2. 'He, doe niet zo dom', sprak de man. Hij stak zijn sjekkie aan en trok het kind aan zijn arm mee.


'Elke keer, dat ik in Artis ben geweest, begrijp ik de menschen weer zooveel beeter', schreef de dichter Leopold eens.


Nou, ik niet.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden