analyseTeststraat Roosendaal

Wijzen naar elkaar in de corona-aanpak: een bestuurlijk gat dat zich niet vult met regie maar met onbegrip

Het coronavirus leeft op, maar een testafspraak is niet te maken. Na het crisisregime zijn we in een stadhouderloos tijdperk beland: iedereen wijst naar elkaar.

Omdat de laboratoria de testen niet aankunnen worden slechts 3 van de 7 lanen van de teststraat in Roosendaal gebruikt.Beeld Marcel van den Bergh

Het was een lovend persbericht waarmee voormalig DSM-topman Feike Sijbesma op 20 augustus werd uitgezwaaid als speciaal gezant voor de coronacrisis. ‘Zo heeft hij eraan bijgedragen dat er genoeg testen beschikbaar zijn om sinds eind mei iedereen in Nederland met klachten te laten testen’, meldde het ministerie van Volksgezondheid.

Drie weken later ziet de wereld er totaal anders uit. In bijna geen van de ruim honderd GGD-teststraten is nog plaats. Na personele problemen bij de GGD’s wreekt zich nu een gebrek aan labcapaciteit. Sijbesma, die deze maand zijn werkzaamheden afrondt, heeft zijn handen er nog vol aan. En dat terwijl massaal en vlot testen het belangrijkste hulpmiddel is bij het blussen van lokale brandhaarden.

Zo lijkt Nederland de controle op het coronavirus te verliezen. Schooldirecteuren klagen over uitvallende leerkrachten die met een snotneus dagenlang moeten wachten op de uitslag van hun test. Steeds vaker wijken scholen uit naar commerciële testbureaus. Ondertussen lopen de dagelijkse besmettingscijfers op en neemt het chagrijn toe.

In de crisisstand

Vooropgesteld: nijpend is de situatie nog niet. De ziekenhuisbezetting is laag. Deels doordat vooral twintigers besmet raken, deels doordat in het voorjaar de uitbraak veel heviger was. Maar het gaat wel de verkeerde kant op. Om de uitbraak beheersbaar te houden, moet één besmetting gemiddeld leiden tot één andere besmetting (in virologenjargon: de besmettingsratio R moet onder de 1 blijven). Daarvan is nu geen sprake.

De teststraat in Roosendaal.Beeld Marcel van den Bergh

Ontglipt de aanpak van het virus ons? ‘Een land kan niet eeuwig in de crisisstand blijven staan’, zegt Arjen Boin. Hij is als hoogleraar aan de Universiteit Leiden gespecialiseerd in crisismanagement. Met collega’s publiceerde hij onlangs het boek Covid-19 – Een analyse van de nationale crisisrespons.

‘Op een gegeven moment bleek dat we het met het bestaande bestuurlijke repertoire niet gingen redden. Daarop volgde het crisismanagement met een centrale regie.’ Die centralisatiereflex zagen we – met wisselend succes – bij de coördinatie van de ic-capaciteit, de verdeling van beschermingsmiddelen en de inkoop van testmateriaal. Coördinatiecentra werden opgetuigd, Sijbesma aangesteld.

Maar, zegt Boin, er komt een moment waarop verantwoordelijkheden weer worden uitbesteed. ‘Je kunt het land niet met noodverordeningen blijven besturen. En Doetinchem is Amsterdam niet.’ Mensen begonnen bovendien te muiten: wanneer mogen we weer naar het terras?

Grovere maatregelen

‘In een sluimerende crisis is de timing van op- en afschalen een delicate kwestie’, zegt Boin. ‘Achteraf is het makkelijk te zeggen dat er te snel is gedacht dat alles onder controle was. Maar stringente maatregelen handhaven terwijl de ziekenhuizen leeg bleven, was niet geaccepteerd.’

Bij het temmen van het virus blijven de mogelijkheden beperkt. Alle basisregels – handen wassen, thuisblijven bij gesnotter, anderhalve meter – zijn nog altijd van kracht en kunnen hoogstens met een persconferentie en extra communicatie nog eens worden benadrukt. Op grovere maatregelen – scholen, cafés en/of theaters dicht – zit niemand te wachten.

En dus gaat alle aandacht vooral uit naar de GGD’s, die besmettingen moeten opsporen om brandhaarden te doven. Als dat onvoldoende lukt, begint het vingerwijzen. Waren eerst de GGD’s de kop van Jut, nu maken zij morrend pas op de plaats omdat de labs het niet meer aankunnen. Kom er maar in, gezant Sijbesma.

De bestuurlijke versnippering maakt het er allemaal niet makkelijker op. Nederland telt 25 GGD’s en evenzoveel veiligheidsregio’s, die met elkaar en met andere (deels private) partijen moeten samenwerken. Het zijn deze regio’s die voortaan moeten ingrijpen bij een corona-uitbraak, zo is besloten.

De teststraat in RoosendaalBeeld Marcel van den Bergh

Wie daarbij welke verantwoordelijkheid precies krijgt, is nog onduidelijk. De regionale GGD verwijst naar de veiligheidsregio, de veiligheidsregio verwijst naar de GGD. Ook de coronaminister, Hugo de Jonge, speelt nog steeds een belangrijke rol. Burgemeester Femke Halsema van Amsterdam – verantwoordelijk voor de veiligheidsregio Amsterdam Amstelland – heeft allerlei vergaande plannen klaarliggen bij een grote uitbraak (parkeergarages dicht, cafés eerder dicht), maar wil daarvoor wel de steun van het kabinet.

Stadhouderloos tijdperk

Zo zijn we in een stadhouderloos tijdperk beland, omdat iedereen naar elkaar blijft wijzen. Wat de aanpak bemoeilijkt, zegt hoogleraar Boin, is dat het virus niet het patroon volgt van een traditionele crisis: afgebakend in de tijd, met een lineair verloop, waarbij na een ramp een periode volgt van nazorg en toenemende beheersing. ‘Daar zijn onze structuren en strategieën op afgestemd. Maar het virus behoudt de dreiging om weer op te laaien.’

De leemte die het gebrek aan centrale regie achterlaat, vult zich ondertussen met onbegrip. Zo dacht de GGD in Friesland deze week uitvoering te geven aan de wens van de Tweede Kamer door zorgpersoneel alvast voorrang te geven bij het testen.

Dat was helemaal niet de bedoeling, reageerde minister De Jonge vrijdag aanvankelijk zuinigjes. Hij toonde zich ook al niet enthousiast over de scholen die in arren moede dan maar commerciële coronatests laten doen. ‘Ieder voor zich is geen oplossing’, zei de bewindsman.

Even later bleek hij alsnog te zijn bezweken onder de druk van de zorg en het onderwijs: liefst volgende week al moet er een aparte voorrangsregeling voor onderwijzers en verpleegkundigen komen. Het zal veel stuurmanskunst vergen om die uit te voeren. Maar dát mogen de GGD’s dan weer doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden