'Wij zijn niet bang voor studio-inmenging'

Joel en Ethan Coen maakten met 'The Ladykillers' een remake, en nog bij Disney ook. MTom Hanks. Dat waarderen niet al hun fans....

Door Jan Pieter Ekker

at iedereen het zo erg vindt dat wij een 'Dremake doen, maakt het juist zo onweerstaanbaar', zegt Joel Coen.

Het is een vreemde gewaarwording hem te zien zonder zijn onafscheidelijke broer. Joel Coen is in Cannes, broer Ethan, voor het eerst als coregisseur op de aftiteling vermeld, is met longontsteking in Amerika achtergebleven.

Joel Coen was in Cannes voor de wereldpremi van The Ladykillers, alweer hun zesde film in de competitie om de Gouden Palm. Barton Fink was in 1991 de eerste, en werd direct bekroond met de Gouden Palm, de regieprijs en de prijs voor de beste acteur (John Turturro). Daarna volgden The Hudsucker Proxy (1994); Fargo (1996, bekroond met de regieprijs); O Brother, Where Art Thou? (2000); en The Man Who Wasn't There, waarvoor de 49-jarige Joel Coen in 2001 voor de derde keer de regieprijs won.

The Ladykillers, waarin vijf oplichters een oude dame betrekken bij de beroving van een casino, is g grote studiofilm, benadrukt Joel Coen. 'De financi verwachtingen van Disney zijn veel minder groot dan normaal. En zo hoort het ook bij een Coenfilm.' De broers werken al met de grote studio's samen sinds Raising Arizona (1987), en voor sommige films zelfs met twee studio's. 'We doen niet anders. We zijn ook niet bang voor studio-inmenging. Ze vragen ons toch? Dat doen ze omdat ze ons goed vinden. Waarom zouden ze dan iets aan onze films willen veranderen?'

Dat ze The Ladykillers regisseerden, was toeval. Joel en Ethan Coen zouden aanvankelijk alleen het scenario schrijven voor hun vriend en voormalig cameraman Barry Sonnenfeld. 'Ik denk niet dat we het gedaan hadden als we haddengeweten dat we hem ook zelf zouden regisseren. We zagen het als een schrijfoefening. Als we voor ons zelf schrijven, laten we een script soms maanden liggen. Nu was er een deadline. Dat was overigens geen probleem: we konden immers gebruik maken van het scenario en de roman van William Rose.' Toen Sonnenfeld afhaakte, werden de Coens gevraagd de film ook te regisseren. Lachend: 'We vonden het een goed scenario, dus waarom niet.'

Het resultaat lijkt volgens Coen in weinig op het origineel, Alexander Mackendricks klassieker uit 1955. De broers voelden zich vrij alles te veranderen: het muizige, Engelse thee-dametje uit het origineel werd een dikke, zwarte, kerkgangster in het Zuiden van de Verenigde Staten (Irma P. Hall, in Cannes bekroond met een speciale juryprijs). 'Er was eigenlijk helemaal niets wat we leuk vonden aan dat Engelsemensje. Daarom hebben we zoveel mogelijk aan haar veranderd.'

Daarna ging het vanzelf. Ze veranderden de personages en de lokatie. Het geldtransport werd een varend casino. 'Alleen het raamwerk van de plot wilden we behouden.'

De bendeleden worden niet gespeeld door vaste Coen-acteurs als John Turturro, John Goodman of Steve Buscemi. Integendeel. Voor Meester-oplichter Goldthwait Higginson Dorr vroegen ze Tom Hanks. 'We wilden per se Tom. Niet omdat hij het goed doet aan de kassa, maar omdat hij geknipt is voor de rol. Tom is er met hard werken in geslaagd een grote ster te worden, maar hij is, anders dan bijvoorbeeld George Clooney, bepaald geen Cary Grant. Dmaakt hem zo interessant. Hij wilde overigens graag. Dat scheelt in zijn salaris. Tom verdient met andere films meer dan ons hele budget.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden