Wij zijn net als jullie

Een 'kritische biografie' noemt curator Okwui Enwezor het retrospectief dat hij heeft samengesteld. In 'The Short Century' in München laat hij Afrikaanse kunst tot haar recht komen in de - bewogen, lawaaiige - context van alledag....

TWEE JAAR deed de Congolese kunstenaar Tshibumba erover om zijn versie van het passieverhaal te schilderen. In zes olieverfdoeken, ontstaan tussen 1973 en 1974, bracht hij de belangrijkste elementen van het lijdensverhaal samen: de verkondiging en de zegetocht, het verraad en de dood. De kunstenaar schilderde met oog voor detail, met veel gloeiende kleuren en nadrukkelijke symboliek. Ook de drie kruisen aan het eind vergat hij niet.

De hoofdrol in Tshibumba's passiereeks speelde niet Jezus van Nazareth maar Patrice Lumumba, een gewone zwarte man, die Congo in 1960 naar zijn onafhankelijkheid leidde. Lumumba werd een jaar later vermoord, met medeweten van de Belgische geheime dienst. Na zijn dood groeide hij uit tot een martelaar van de onafhankelijkheid. En Tshibumba? Hij schilderde zijn passiestukken, met Lumumba in de rol van Afrikaanse Christus.

Op een gewone tentoonstelling over moderne kunst, in een gewoon museum in Parijs, Londen, New York of Amsterdam, zou je aan de schilderijen van Tshibumba voorbij lopen. Ze zijn niet bijzonder goed geschilderd - Lumumba's ogen drukken geen lust, geen leven uit, maar staan altijd star -, hun compositie is naïef met een wankel perspectief, en ze bevestigen precies je vooroordeel over Afrikaanse schilderkunst. Die is kleurrijk, verhalend en educatief, zoals de middeleeuwse religieuze frescoschilderingen dat waren.

Nu, in Villa Stuck in München, op een enorme overzichtstentoonstelling over kunst en cultuur in Afrika, sta je wél bij Tshibumba stil. De vraag is: waarom?

Nog een voorbeeld. Op de benedenverdieping van de Villa Stuck opent de tentoonstelling met een klein historisch retrospectief van Afrikaanse schilders en beeldhouwers in de eerste helft van de twintigste eeuw. Het zijn bijna allemaal onbekende namen.

Spuuglelijke magisch-realistische visioenen, variaties op Van Goghs Aardappeleters, schilderijen waar de symboliek als lobbige slagroom op een suikertaart vanaf druipt. En dan ineens, hangt er een parel. Ernest Mancoba - nooit van gehoord.

Mancoba is in 1904 geboren in Zuid-Afrika. Zijn schilderijen - subtiel geschilderde abstracte composities met veel clair-obscur, uit 1940, 1948, 1951 en 1959 - verraden de invloed van Parijs in die jaren, van de kubisten, van Bissière, van Cobra.

Mancoba, lees je later in de catalogus bij de tentoonstelling, verliet Zuid-Afrika in 1938, vanwege de onmogelijkheid om in dat land als zwarte kunstenaar een opleiding te krijgen. Hij trok naar Parijs waar hij trouwde met de Deense, aan Cobra gelieerde kunstenaar Sonja Ferlov. Met haar ging hij na de oorlog in Denemarken wonen.

In hét naslagwerk over Cobra - geschreven door de Nederlandse kunsthistorica Willemijn Stokvis - wordt de naam van Mancoba alleen genoemd als 'man-van' of als één van vele deelnemers aan een groepstentoonstelling. Zijn werk wordt niet beschreven, ook al maakte het deel uit van de roemruchte Cobra-tentoonstelling in 1949 in het Stedelijk Museum. Zijn invloed wordt niet genoemd, al maakte híj zijn kunstbroeders Asger Jorn en Eljer Billie attent op etnografische Afrikaanse kunst door rondleidingen in het Parijse Trocadéro te houden.

De vraag is: waarom?

Voor The Short Century - over onafhankelijkheid en bevrijdingsbewegingen in Afrika van 1945 tot 1994 - ontruimde de Nigeriaanse curator Okwui Enwezor de helft van de monumentale villa. Op de vier verdiepingen die de tentoonstelling bestrijkt, is kunst ferm ingebed in haar historische en maatschappelijke context. Honderden voorwerpen, foto's, maquettes en plattegronden, boekomslagen, affiches en films belichten die context.

Op de begane grond dwaalt de sonore stem van Lumumba door de ruimte. In een fameuze toespraak uit 1957 zegt hij tegen de Belgen: 'In onze strijd voor onafhankelijkheid zijn we tegen niemand, alleen tegen overheersing, onrecht en mishandeling.' Twee verdiepingen hoger trekken historische beelden van rellen in Léopoldville op televisieschermen voorbij. En dan is het feest, uitzinnig, jubelend feest. Onafhankelijkheid.

Met de resten van die beelden, flarden van geluiden, sta je even later voor Tshibumba's kruisweg. Het is onmogelijk níet te begrijpen waarom Tshibumba schilderde wat hij schilderde. Het is onmogelijk níet in te zien waarom de traumatische moord op Lumumba nog geen jaar na de onafhankelijkheid een belangrijke plaats kreeg in de Congolese kunst. Het is onmogelijk geen sympathie voor Tshibumba te voelen.

Op The Short Century, Enwezors meesterproef voordat hij volgend jaar de Documenta in Kassel gaat leiden, is geprobeerd korte metten te maken met de westerse notie dat kunst ontstaat in een vacuüm, in een nomadisch nergensland waar de kunstenaar in geestelijke vrijheid zijn kunst kan scheppen. De tentoonstelling beweert dat álle kunst in Afrika en in andere postkoloniale landen, politiek en maatschappelijk gekleurd is - of de kunstenaar in kwestie dat nu leuk vindt of niet.

Daarmee verheft ze de kruisweg van Tshibumba tot een beter kunstwerk en krijgen de abstracte schilderingen van Mancoba nog meer diepgang. De huiver in het Westen, dat kunst op deze manier wordt verlaagd tot illustratie, anekdote, is misplaatst. Enwezor geeft je een handvat - kennis die de westerse kijker verheft en verlost van zijn onnozelheid. Zijn 'forensische' aanpak relativeert de gangbare formele esthetiek.

Er is moed voor nodig om met zo'n uitgangspunt in een westers kunstmuseum aan de slag te gaan. Al lijkt het verbond tussen kunst en politiek, tussen kunst en leven, vanzelfsprekend en doodgewoon, en al koketteren een heleboel jonge kunstenaars van nu met die gedachte - het is nieuw om dat verbond concreet in een tentoonstelling verbeeld te zien.

Denk aan teleurstellende recente manifestaties over niet-westerse kunst, zoals Continental Shift in Maastricht, Heerlen, Aken en Luik, of de laatste Biennale van Lyon. Die mislukten onder andere omdat de 'wereldkunst' er zwevend in het niets werd gepresenteerd. Afkomst, herkomst en politieke werkelijkheid - de tentoonstellingsmakers negeerden het. Het deed er niet toe.

The Short Century verzet zich tegen die gedachte en breekt daarmee met een traditie van kunstbeschouwing die in het westen gangbaar is. In München hangt geen gewijde sfeer. De kunst wordt niet in stilte, als voorwerp van sacrale waarde aanbeden of bestudeerd. Er wordt geschreeuwd, gelachen, gezongen, gekletst en geprotesteerd op films en documentaires, in muziek- en videoinstallaties.

Tweeëneenhalf jaar lang heeft Enwezor voor dit project onderzoek gedaan met een staf van vier tentoonstellingsmakers - en dat is nog relatief kort als je bedenkt dat de tentoonstelling vijftig turbulente jaren cultuurgeschiedenis omvat van een continent dat het op één na grootste op aarde is. Er is gespit in archieven van Londen tot Kaapstad, van Dakar tot New York. Film en documentaire-materiaal uit de jaren veertig, vijftig en later is verzameld, gerestaureerd en waar mogelijk digitaal opgeslagen. Uit alle continenten, met uitzondering van Zuid-Amerika, zijn bruiklenen gehaald. Kunstenaars, filmmakers, schrijvers, journalisten en theatermakers in Afrika, Europa, Amerika en Australië zijn bezocht, hun werk is geleend, gefotografeerd en beschreven in een vuistdik compendium dat de tentoonstelling begeleidt.

Zo is de eerste 'kritische biografie', zoals Enwezor het noemt, over Afrikaanse twintigste-eeuwse kunst en cultuur ontstaan. Die kunst plaatst hij zonder omhaal in een traditie van koloniale uitbuiting en onderwerping, van culturele patronage en een verlangen tot autonomie.

Wat zijn de gevolgen geweest van het groeiend Afrikaanse onafhankelijkheidsstreven vanaf 1945 voor beeldende kunst, architectuur, film, literatuur, theater, muziek en fotografie, vraagt Enwezor zich af. Hoe heeft het proces van kolonialisatie en dekolonialisatie zich gemanifesteerd in het Afrikaanse culturele leven? Hoe zijn westerse culturele rolpatronen in Afrika doorgedrongen, geassimileerd geraakt, verworpen en soms ook weer omarmd?

Het zijn lastige en pijnlijke vragen, vragen die dwingen tot reflectie, zowel van de kant van de Afrikaanse bevolking als van de vroegere kolonialen en hun nazaten. Waarom deed ik wat ik deed? En getransponeerd naar nu: hoe gedraag ik me tegenover anderen, vreemdelingen, vreemde kunstuitingen?

De antwoorden op die vragen smaken zonder uitzondering bitter. Neem de eenvoudige, licht bewogen foto van de onafhankelijkheidsviering van Ghana op 6 maart 1957, waar de hertogin van Kent danst met de Ghanese minister-president Kwame Nkrumah. Kijk naar de samengeperste lippen van de hertogin, naar haar afgewende blik. Kijk naar de glimlach van Nkrumah, zijn openhartige blik. Alle woede en frustratie, alle blijdschap, hoop en vrees waarmee de onafhankelijkheid van het land werd begroet, komen bijeen in de lippen en ogen van dit dansende stel. Inderdaad, . . . and never the twain shall meet.

Zelfs in de gevallen waar Kiplings spreuk niet opgaat, schuilt er een addertje onder het gras. Zoals in de prachtig melancholieke studiofoto's die de Malinese fotograaf Seydou Keïta in de jaren vijftig maakte. Tegen de achtergrond van een lap bloemetjesstof staat een zwarte jongeman. Hij heeft zich voor de gelegenheid mooi aangekleed, in een smetteloos wit pak, stropdas om, hippe bril op, horloge zichtbaar aan de pols en vulpen kierend uit het borstzakje. Alles aan hem zegt: ik ben een gentleman, ik heb smaak, ik heb klasse. Voorzichtig houdt de jongen een anjer tussen zijn vingertoppen vast. Dit westerse symbool van reinheid en liefde biedt hij de kijker aan. Met dat gebaar zegt hij: ik heb een romantisch hart, net als jullie.

The Short Century stuurt je naar huis met een koffer vol vragen. Ze schokt, verbijstert, ontroert én inspireert. Als je nu de krant openslaat en leest hoeveel doden en gewonden er bij de recente rellen op Borneo zijn gevallen, besef je: het wordt tijd voor een goede, kritische tentoonstelling over de voormalige Nederlandse kolonieën. Een tentoonstelling waarin kunst, film, fotografie, architectuur, literatuur en politiek samenkomen in een helse, hoopvolle kluwen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden