'Wij zijn hier héél gelukkig, nietwaar Cootje?'

Al eeuwenlang zoeken kunstenaars elkaars gezelschap. Ze zonderen zich en groupe af om gestalte te geven aan een alternatief voor de burgermaatschappij....

Voorlopig zal Cootje niet zingen, hooguit stiekem, voor zichzelf. Het was haar 'niet tegengevallen' laatst - de sopraan schuilt nog steeds in de 77-jarige. In het openbaar, nee, dat is alweer twee jaar geleden, toen ze samen met wat medebewoners 'die een beetje stem hadden' een Smetana-canon inzette tijdens het jubileum van huismeester John. En daarna dan toch ook nog maar even een tekst op de melodie van 'Toen onze mop een mopje was'.

Cootje (Jacoba van Oven) gaat pas weer zingen als ze tijd heeft, en wanneer dát is, durft ze niet te zeggen. Haar Boek, haar levensverhaal, moet eerst af. Wat belangrijk is geweest was eigenlijk al in 1994 af, na tien jaar werk, maar toen begon het bijschaven. Ze besloot het complete boek, omstreeks duizend bladzijden, voor te lezen aan haar zus Leida (Aleida van Oven, 87), met wie ze nu acht jaar in het Rosa Spier Huis woont ('een half minuutje lopen van elkaar'). 'We bespreken de hoofdstukken, brengen amendementen aan.' En dat geldt ook voor de Engelstalige versie, The Things that Mattered, die Cootje tegelijkertijd schrijft.

'De Oventjes', zoals de andere bewoners hen noemen - soms 'De Kabouters' -, vullen elkaars zinnen aan, zoeken bevestiging in de ogen of woorden van de ander, en praten regelmatig in de we-vorm: 'We zijn allebei héél gelukkig hier, nietwaar Cootje?'

Moeder was zangeres, vader scheikundige - de Van Ovens waren voorbestemd hun ultieme zonsondergang te aanschouwen in het Rosa Spier Huis, het woon- en werkcentrum voor oudere kunstenaars en wetenschappers in Laren, 't Gooi. Cootje was muzieklerares en schreef in Sierra Leone, waar ze twintig jaar woonde, een boek over de inheemse muziek. Leida is gepromoveerd econoom, reisde Afrika en het Midden-Oosten af voor Philips, Ontwikkelingssamenwerking en de VN.

Een 'gewoon' bejaardentehuis, dat kunnen de Van Ovens zich niet meer voorstellen. Rosa Spier (1891-1967), harpiste bij het Residentie Orkest, het Concertgebouworkest en het Radio Philharmonisch, kon dat evenmin: ook op leeftijd wilde ze nog harp blijven spelen, maar waar? Dat gezeul met het instrument ging niet langer, en een directeur van een bejaardentehuis zag je aankomen. Mevrouw wil harp spelen?

Ze bedacht een huis dat ze nooit heeft mogen zien verrijzen, maar dat nu wel, 29 jaar na de oprichting, de Japanse tv haalt - op zoek naar iets bijzonders in Nederland, nee, Europa. Een huis waar de roep van de muze kan worden gehoord, een huis waar Ton Lensink, Bert Haanstra en Escher hun laatste dagen spendeerden, een huis voor gelijkgestemden, geestverwanten (nu 73 in getal), een huis ook voor een goed gesprek.

'We zitten hier niet achter de geraniums', zegt celliste Wieb de Machula-de Rook (74), weduwe van Tibor de Machula, solocellist bij het Concertgebouworkest. In het Rosa Spier Huis verdrijft ze de eenzaamheid, houdt de kamermuziek haar op de been - 'er komen veel lieve dingen op me af'. Gisteren heeft ze nog een trio van Beethoven gestudeerd, binnenkort treedt ze weer op in de concertzaal van het huis.

Wie optreedt in de zaal moet soms sterk in de schoenen staan. De bewoners hebben regelmatig vooraf al kritiek ('verkeerde stuk gekozen'), om nog maar te zwijgen over achteraf. En vaak is er 'herrie', zo zegt het hoofd verzorging Ria Koeman, als de tentoonstelling met werk uit eigen huis wordt ingericht in de grote hal. 'Van jou hangen er drie schilderijen, van mij maar twee.' Of: 'Vorig jaar hing jij ook al op deze plek.'

'Deze bejaarden zijn vele malen mondiger', zegt Koeman. Een groot verschil: de kunstenaars en (het handjevol) wetenschappers kiezen voor Rosa Spier 'als ze nog werken en nog goed zijn', sterker nog, de toelatingscommissie ziet dat als een belangrijke voorwaarde. 'Ze komen als ze zeventig zijn of nog eerder, bij de gewone bejaardentehuizen is dat tachtig-plus.'

De verzorgers in het Rosa Spier hoeven niet te kunnen schilderen ('als iemand dat in z'n c.v. zet, hoef ik die eigenlijk al niet uit te nodigen'), maar moeten wel begrijpen hoe belangrijk de kunsten kunnen zijn voor de bewoners. 'Als een schilder of cellist zijn handen niet meer kan gebruiken, stort zijn hele wereld in.'

Ze ziet het gebeuren: ontwikkelde mensen die altijd controle hadden over hun leven, worden hulpbehoevend. En ze willen plotseling hun verhaal kwijt, over mislukte huwelijken, over de kinderen in het verre buitenland. Koeman luistert, en strikt alleen veters als daarom wordt gevraagd.

De echt hulpbehoevenden huizen op 'de eerste', de overigen hebben op de begane grond een kleine kamer en een atelier of studiootje (met dubbele deur), grenzend aan de grote tuin die niet had misstaan in een van de Center Parcs. Op de boomgaard na dan. Speciaal aangelegd voor de kunstenaars; hebben ze iets moois om te schilderen.

An Biesiot (79) - schilder, etser, tekenaar - vindt dat ze geluk heeft: haar kamer en atelier liggen tegenover elkaar, zo kan Tijger, haar zeventienjarige kat, gemakkelijk heen en weer lopen. Een groot deel van de dag brengt Biesiot door in het atelier. Daar 'reist ze op haar stoel'. Ze gaat binnenkort nog wel naar Zwitserland, maar anders dan vroeger moet ze het nu toch vooral hebben van 'mooie tv-uitzendingen over al die landen'.

Haar passies van weleer komen terug in haar werk: Griekse eilanden ('boeiend'), bergen ('hou ik erg van') en Israël ('daar heb ik veel vrinden'). En die van nu: zeeleeuwtjes uit een natuurdocumentaire. Valt niet mee: 'Je moet razendsnel schetsen.'

Haar dag 'vliegt om'. Na het ontbijt gaat ze aan de slag, om half elf loopt ze naar het karretje met de kannen koffie, en dan tot de warme maaltijd van half een weer in het atelier. 's Middags wat rusten of wandelen, langs de Larense Tennisvereniging naar het dorp, 's avonds leest ze veel. Woensdag is er de bibliotheek, dinsdags en vrijdags komt de SRV. 'Ik heb het er goed mee', vindt ze al vijf jaar. 'Je hoeft hier niet in te dutten.'

'In het Rosa Spier zijn de mensen niet zo ontiegelijk oud', zegt Coby van Steendelaar. 'Gisteren om deze tijd zat ik op de Noordzee, lekker uit met wat vriendinnen.' Voor ze naar het Rosa Spier kwam, had ze 'vier banen van 11,5 jaar en nog wat rommel tussendoor', was ze docente Spaans, deed ze zang en musicologie op het conservatorium, leerde ze en passant Italiaans vanwege de arias, en schilderde ze op zolder.

Nu schildert de tachtigjarige achter de computer, 'een Apple 5200 Performa, gebruiksvriendelijker vanwege de grafische mogelijkheden'. Voor de huistentoonstelling maakte ze compu-art; met 'draaiingen en wervelingen' van Photoshop creëerde ze de 'Digitale buikdans', en een bloemenfoto gooide ze in de 'wave' voor de 'Gordiaanse bloemenknoop'. Ander werk is te zien op Coby's home sweet home page.

Op haar nieuw Epson print ze aankondigingen van evenementen in het huis. 'Er is hier van alles te doen', roemen de bewoners het Rosa Spier. Exposities in de hal, concerten, lezingen en diavoorstellingen in de zaal, en regelmatig op zondagmiddag een van de bewoners aan het woord: 'En nu míín verhaal.'

Of gewoon iets bij iemand op de kamer, luisteren naar Tsjaikovski, of video kijken bij Norde, een voormalig onderwijsinspecteur die als hobby muziek en ballet op band zet. Twee maal per week kan hij tien mensen kwijt. Laatst kreeg hij - uiteraard - kritiek. Het was allemaal 'wat zwaar'. Nu doet hij er ook soms leuke dingen tussen.

Eric van den Berg

Dit is de elfde aflevering in een serie die deze zomer op dinsdagen en zaterdagen wordt gepubliceerd. Eerdere afleveringen verschenen vanaf 11 juli.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden