'Wij zijn dol op onze monsters'

Schrijven was voor Hilary Mantel een tweede keus. Worsteling met ziekte bracht haar ertoe. Wellicht wacht de grootmeesteres van de historische roman deze week voor de tweede keer de Man Booker Prize.

'Ik ben al sinds mijn middelbareschooltijd gefascineerd door Thomas Cromwell. Altijd had ik het gevoel dat hij werd gemarginaliseerd en louter als een duistere figuur werd geportretteerd. Terwijl er in de Engelse geschiedenis nog nooit iemand is geweest die zo ongelooflijk carrière had gemaakt: van eenvoudige brouwerszoon werd hij de rechterhand van de koning. Dan ben je een intelligente, complexe en bijzondere persoonlijkheid. Daarover wilde ik meer weten.'

Aldus schrijfster Hilary Mantel (60) over de machtige minister en raadgever van de Engelse koning Hendrik VIII. Drie jaar geleden bracht Mantel de ongrijpbare en dikwijls gehate Cromwell tot leven in haar historische roman Wolf Hall, die tot veler verwachting en tevredenheid werd bekroond met de Man Booker Prize.

Wolf Hall was het eerste deel van een trilogie, liet Mantel destijds weten. Dit voorjaar verscheen in Groot-Brittannië het middendeel, Bring Up the Bodies, zojuist in vertaling uitgekomen als Het boek Henry. Waar Wolf Hall Cromwells opkomst beschrijft, toont Bring Up the Bodies de politicus op de toppen van zijn macht. Het slotdeel, The Mirror and the Light, zal over zijn onvermijdelijke ondergang verhalen.

'Toen ik een aantal jaren geleden besloot eindelijk iets met mijn fascinatie te doen, ontdekte ik dat er weliswaar veel is geschreven over wat Cromwell heeft gedaan, maar nauwelijks over wie hij was', zegt Mantel. 'De persoon van Thomas Cromwell wordt door de historische studies niet ingevuld. Daar zag ik voor mijzelf een taak. Toen ik begon te schrijven, werd ik overvallen door een merkwaardig gevoel van euforie. Alsof ik mij aan een taak zette die al mijn hele leven op mij wachtte. Het was een vorm van thuiskomen.'

Als meisje wilde Mantel helemaal geen schrijfster worden. Ze had een loopbaan als advocaat in gedachten en ging dus rechten studeren, eerst aan de London School of Economics en vervolgens aan Sheffield University. In haar vrije tijd, zo was het plan, zou ze werken aan een historische roman over de Franse Revolutie.

Toen begon ze, op haar 19de, te tobben met haar gezondheid. 'Ik leed aan vreselijke pijnen, vooral in de bekkenstreek, en de artsen hadden daarvoor niet echt een verklaring. De eerste diagnose luidde dat de pijnen psychosomatisch moesten zijn. Ik kreeg psychofarmaca voorgeschreven en werd zelfs opgenomen in een inrichting, waar ik mij volstrekt niet op mijn plaats voelde.'

Een latere diagnose luidde dat Mantel aan baarmoederkanker leed. Alleen werd het kankergezwel nooit gevonden. Getraumatiseerd door haar ervaringen met de medische wereld, besloot Mantel voorlopig af te zien van doktersbezoek. Ze realiseerde zich dat een zware baan als advocaat met haar gezondheid geen optie was, werkte enige tijd als sociaal werkster in een ziekenhuis en vervolgens als verkoopster in een deftig warenhuis.

In de avonduren schreef ze aan haar historische roman, die A Place of Greater Safety zou gaan heten, en waarvoor ze pas in de jaren negentig - na eerst diverse contemporaine romans te hebben gepubliceerd - een uitgever zou vinden.

'Terwijl ik op de modeafdeling klanten hielp, formuleerde ik in mijn hoofd zinnen voor mijn boek. In de lunchpauze ging ik naar de bibliotheek om van alles uit te zoeken. Een paar jaar later vertrok ik naar Afrika. Mijn echtgenoot is geoloog en kreeg de opdracht in Botswana de water-, koper- en diamantvoorraden in kaart te brengen. We hebben bij elkaar negen jaar in Botswana en vervolgens Saoedi-Arabië gewoond. Ik schreef daar verder aan mijn roman. Maar mijn fysieke klachten reisden met me mee en hielden me vaak van mijn werk af.'

Op een dag las Mantel over de ziekte endometriose, een aandoening waarbij weefsel dat normaal de binnenkant van de baarmoeder bekleedt, op plaatsen buiten de baarmoeder groeit. 'De beschreven symptomen kwamen nauwkeurig overeen met mijn eigen klachten. Toen ik naar Londen ging voor nieuw onderzoek, bevestigden artsen dat ik inderdaad aan endometriose leed.'

De ziekte maakte chirurgisch ingrijpen noodzakelijk, wat onder meer betekende dat ze geen kinderen zou kunnen krijgen. Ook was permanent medicijngebruik noodzakelijk - onder andere van steroïden - als gevolg waarvan haar lichaam in de loop der jaren sterk opzwol. Ondanks al deze ingrepen ondervindt Mantel nog geregeld grote hinder van haar ziekte. 'Een blessing in disguise kun je het niet noemen, maar zonder de ziekte was ik nooit fulltime schrijver geworden.'

Hoewel de vijftien boeken die sinds 1985 verschenen uiteenlopende genres bestrijken, heeft Mantel een bijzondere affectie voor de historische roman. 'Het vergt een speciale benadering om een historische roman spannend te maken. Anders dan in een gewone roman weet de lezer namelijk in grote lijnen wat er gaat gebeuren. Maar de personages weten dat niet, en wanneer je nadrukkelijk vanuit het perspectief van een personage schrijft, kun je wel degelijk spanning oproepen.

'Bovendien weten wij vaak wel wát er is gebeurd, maar niet waaróm. Daarin kan de historische roman een functie vervullen. Ik geef er de voorkeur aan zo weinig mogelijk te verzinnen, alle beschikbare informatie te respecteren, en pas wanneer die tekortschiet de verbeelding te hulp te roepen.'

Als voorbeeld noemt Mantel de val van Anne Boleyn, de sexy, invloedrijke, tweede vrouw van Hendrik VIII, die de koning niet zijn gewenste zoon schonk en dus moest plaatsmaken voor een ander. Deze verwikkeling vormt de climax van Het boek Henry. 'Annes einde was het gevolg van een samenzwering tussen Thomas Cromwell en andere lieden die belang hadden bij haar dood. Een strikt geheim plan dus; alle beraadslagingen vonden mondeling plaats. Anders dan de historicus kan de romanschrijver het zich permitteren die gesprekken weer te geven.'

De geweldige populariteit van haar laatste twee boeken in Engeland heeft volgens Mantel alles te maken met de Tudors. De belangstelling voor deze dynastie - vijf vorsten, onder wie Hendrik VIII en zijn dochter Elizabeth I, die regeerden van 1485 tot 1603 - is in Engeland enorm. 'De Tudors zijn, met al hun seks, manipulatie en geweld, een beetje onze nationale soapopera. Tijdens hun regeerperiode begon Engeland zichzelf te definiëren. Tot dat moment waren de inwoners van Engeland half-Engels, half-Frans. Maar ten tijde van Hendrik VIII was Engeland geïsoleerd van de rest van Europa. Hij nam afstand van Rome, stelde een eigen kerk in waarvan hijzelf het hoofd werd. In deze periode werd ook het Engels als voertaal steeds belangrijker, ten koste van het Normandisch-Frans.'

Bovendien zijn Engelsen volgens Mantel, alle bloedvergieten ten spijt, stiekem trots op Hendrik. 'Hij is een monster, maar wel óns monster. En welk land kan pochen op een koning met zes vrouwen?'

Uit het Engels vertaald door Ine Willems.

Signatuur; 384 pagina's; € 22,95.

Man Booker Prize 2012

Hilary Mantel maakt kans als eerste schrijver met twee achtereenvolgende boeken de Man Booker Prize for Fiction in de wacht te slepen, een van de belangrijkste literaire prijzen ter wereld. Haar Bring Up the Bodies is favoriet bij de bookmakers, met Umbrella van Will Self als tweede kanshebber. Dit boek vertelt over een vrouw die als gevolg van een foute diagnose in een inrichting is beland; ironisch genoeg zeer herkenbaar voor Mantel. Outsiders voor de prijs, die op 16 oktober wordt uitgereikt, zijn The Lighthouse van Alison Moore, The Garden of Evening Mists van Tan Twan Eng, Narcopolis van Jeet Thayil en Swimming Home van Deborah Levy.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden