'WIJ ZIJN BANG VOOR CHINA'

Japan maakt zich zorgen, nu China zich steeds meer tot grootmacht ontwikkelt en Noord-Korea met kernwapens schermt...

Een rondleiding aan boord van de JDS Harusame, een van Japans zestig moderne fregatten, en de argeloze bezoeker weet: dit land mag dan een pacifistische grondwet hebben en officieel niet over een leger beschikken, maar dat is niet het hele verhaal. Het uitzicht over de havenstad Yokosuka, waar het fregat ligt afgemeerd, verruimt de blik verder. Hier liggen drie van de zestien Japanse onderzeeboten, daar nog vier moderne fregatten en in de verte de giganten van de Amerikaanse Zevende Vloot.

Aan boord legt een officier de geschiedenis van de Harusame (Lenteregen) uit. Dit multipurpose-fregat, dat met zijn Amerikaanse wapensystemen en zijn 170-koppige bemanning vergelijkbaar is met de modernste NAVO-fregatten, is het vierde dat deze naam draagt. De eerste twee Harusames dienden de Keizerlijke Japanse Marine. In 1942 hielp de tweede Harusame Karel Doormans vloot torpederen in de Slag om de Javazee. Het huidige fregat is de tweede naoorlogse Lenteregen en de Keizerlijke marine is allang omgedoopt tot 'maritieme zelfverdedigingsmacht'.

De goed Engels sprekende bemanning waagt zich niet aan vergelijkingen met bijvoorbeeld de Chinese marine. Van valse bescheidenheid heeft Masashi Nishihara geen last. Hij is de goedlachse directeur van de ultramoderne Nationale Defensie Academie, die vanaf de heuvels van Yokushka neerkijkt op de vloot.

Afschrikking 'De Japanse vloot is de beste in de regio', legt hij uit. 'Het is de grootste en modernste vloot.' Hetzelfde geldt voor de luchtmacht, met zijn 400 gevechtsvliegtuigen, waarvan een deel moderne Amerikaanse F-15's. Maar als Nishihara het over Taiwan heeft, dat Japan en de VS onlangs tot woede van China tot 'gezamenlijk strategisch belang' uitriepen, erkent Nishihara meteen hoe irrelevant deze cijfers zijn. 'De enige manier om ze te stoppen is nucleaire afschrikking.' De Chinezen, dus.

De militaire logica geeft Nishihara gelijk: China heeft de kustlijn tegenover Taiwan volgebouwd met raketinstallaties en beschikt over twee middelen die niet in het Japanse zelfverdedigingsconcept passen – langeafstandsraketten en kernwapens. Maar dat een hoge Japanse zegsman zonder schroom een lans breekt voor de afschrikwekkende waarde van kernwapens, zegt iets over de sfeer in de politieke en militaire elite van het land. Hij staat niet alleen: in een recente peiling van de Tokio Shimbun zeiden 83 van de 724 leden van de Japanse Diet, het Japanse parlement, dat Japan in het licht van de Noord-Koreaanse dreiging moet overwegen zelf een nucleaire mogendheid te worden.

De Japanse openhartigheid over de zorgwekkende ontwikkelingen in de regio past in de assertievere stijl van premier Junichiro Koizumi. Hij pleit volmondig voor een Japanse vaste zetel in de Veiligheidsraad en is de eerste premier sinds lange tijd die jaarlijks de Yasukuni Tempel in Tokio bezoekt, waar de Japanse oorlogsdoden worden herdacht.

Japans 'angst voor zichzelf', die het land lang na 1945 beheerste, lijkt plaats te hebben gemaakt voor vrees voor anderen. Het einde van de Koude Oorlog, de groeiende macht van China (die overigens deels door Japanse investeringen wordt gefinancierd) en het Noord-Koreaanse blufpoker met kernwapens hebben ook onder gewone Japanners een mentaliteitsverandering teweeg gebracht. 'De heersende gedachte', meent een defensiefunctionaris, 'is dat Japan een grotere bijdrage moet leveren aan internationale veiligheid uit eigenbelang en niet, zoals vroeger, om de wereld te verbeteren.'

'De toekomst van Oost-Azië is onvoorspelbaar', zegt ambassadeur Hisahiko Okazaki in het bureau van de invloedrijke denktank die zijn naam draagt. Okazaki staat te boek als gezaghebbende rechtse ideoloog en als mentor van de veelbelovende politicus (en premier Koizumi's oogappel) Shinzo Abe .

'De grootste vraag is natuurlijk China. Hun militaire opbouw is echt heel zorgelijk. Het is een kwestie van tijd, maar zeker is dat China een militaire dreiging wordt. Zelfs als de Amerikaanse en Japanse strijdkrachten effectief gebundeld worden – de grondwet verbiedt dat nog – zal het China tussen de tien en twintig jaar kosten om de achterstand in te halen.

En dan zijn er nog de Korea's. Als die samengaan, zal er een erg nationalistisch land ontstaan, dat zich soms onvoorspelbaar zal gedragen.'

Zijn collega, professor Satoshi Morimoto van de Takusyoku Universiteit, bespeurt een diepere reden voor Japans 'assertieve' claim op een zetel in de Veiligheidsraad en de discussie om de inzetmogelijkheden van de Japanse strijdkrachten te verruimen.

Volgens hem zit Japan nu op het hoogtepunt zit van zijn internationale invloed. Terwijl China alleen maar zal groeien, ligt voor Japan een forse bevolkingsdaling in het verschiet en moet het land vanwege de financiële crisis ook zijn traditioneel hoge internationale hulpbijdragen verminderen.

Nu of nooit Het is dus nu of nooit voor die zetel in de Veiligheidsraad – en daarom is Japan niet beschroomd ervoor te vechten, in plaats van lijdzaam geld in de VN-potten te dumpen zonder ooit hiervoor iets terug te krijgen. Daarom ook keert de regering van Koizumi zich openlijk tegen de Europese voornemens het wapenembargo tegen China op te heffen, een daad die volgens Tokio de Japans-Amerikaanse evenwichtsoefening met China verstoort. 'Dit is niet hoe we ons vroeger opstelden', zegt Morimoto, 'maar we zijn van gedachten veranderd en hebben de traditionele denkwijze overboord gegooid .'

China's opkomst als hegemoniale macht van de regio boezemt Morimoto angst in. 'De Chinezen ontwikkelen hun relatie met de VS heel voorzichtig, maar tegen landen in de regio stelt China zich nu al heel robuust op. Tegen ons zijn ze ronduit provocatief. Wij zijn bang voor China, dat zich agressief en arrogant tegen ons opstelt.' De recente anti-Japanse uitbarstingen in China kregen in de wereldpers veel aandacht, maar passen in een groeiende traditie van soortgelijke 'incidenten'. Bij veel Japanners staat de voetbalwedstrijd in de Azië Cup, vorig jaar augustus, nog op het netvlies. Toen moesten zegevierende Japanners het veld ontvluchten terwijl een woedende menigte 'Dood aan Japan! Dood aan Japan!' scandeerde en de spelers fysiek bedreigde.

In het Japanse ministerie van Buitenlandse Zaken wijzen diplomaten op de gecompliceerde relatie met China. Enerzijds de ruzies over betwist gebied in de Zuid-Chinese Zee en slepende historische kwesties, anderzijds een steeds inniger economische vervlechting die beide landen ten goede komt. 'De wederzijdse afhankelijkheid tussen China en Japan is enorm gegroeid', zegt een woordvoerder. 'Wij steunen hun groei en zij de onze.'

Alles koek en ei dus? 'Nee, er bestaat hier groeiende scepsis over China's militaire activiteiten. En mag ik u erop wijzen, als het over bilaterale problemen gaat, dat China altijd historische kwesties blijft oprakelen en dat China vorig jaar met een onderzeeboot onze territoriale wateren heeft geschonden, al hebben ze zich daarvoor later wel verontschuldigd?'

Een andere diplomaat relativeert de Japanse obsessie met de opkomst van China in het licht van de geschiedenis: 'We moeten weer wennen aan een sterk China. De afgelopen 150 jaar was China zwak, maar de tweeduizend jaar daarvoor heeft Japan altijd moeten leven met een sterk China.'

De vraag is echter: met wat voor sterk China krijgt Japan te maken? Een land dat de status quo in de regio min of meer aanvaardt of deze in eigen voordeel wil ombuigen? De vrees voor het tweede scenario is de laatste tijd alleen maar toegenomen, met de aanvaarding door het Chinese parlement van de (tegen Taiuwan gerichte) 'anti-afscheidingswet' en met de recente uitspraken van de Chinese premier Wen, die liet doorschemeren dat zijn land wellicht een permanente Japanse zetel in de Veiligheidsraad zal blokkeren.

Japan kan volgens professor Morimoto echter weinig doen om de opkomst van China in goede banen te leiden. 'Onze leiders kijken bezorgd naar China en onze bedrijven rennen erheen om geld te verdienen. Maar militaire factoren zullen meer dan voorheen de richting van de economische ontwikkeling gaan sturen.' De hernieuwde Japanse assertiviteit is volgens Morimoto geen teken van nationalisme, maar van frustratie. 'Mensen weten niet welke kant Japan op gaat. Maar zeker is dat wij China niet kunnen indammen.'

Maar wie moet er dan voor zorgen dat China's opkomst – in de regio en in de wereld – in goede banen wordt geleid? Daarover is de heersende macht in Tokio het snel eens. Hoewel veel Japanners net zo afkerig zijn van de regering-Bush als veel Europeanen en hoewel de Amerikaanse militaire aanwezigheid vooral op Okinawa een voordurende bron van frictie is, zijn veiligheidsexperts vrijwel unaniem over het belang van de Amerikaanse aanwezigheid in Japan -en in de regio.

Ambassadeur Okazaki: 'Je kunt de veiligheidssituatie in de regio zien als een wiskundige vergelijking met veel variabelen. Maar het is niet moeilijk deze op te lossen, want onder alle variabelen is de waarde van de Amerikaans-Japanse Alliantie (die stamt uit 1960, red.) erg groot. Als deze twee verenigd zijn, is hun militaire en economische kracht superieur aan de toekomstige Chinese kracht.'

Keerzijde Okazaki's gespierde taal is in feite niet meer dan de keerzijde van professor Morimoto's inschatting dat Japan in zijn eentje geen tegenwicht tegen China kan bieden. Die rekensom heeft de Japanse besluitvormers op een dubbel spoor van hervorming gezet: de alliantie met de VS moet worden versterkt, en Japan moet zelf ook meer gaan bijdragen aan zijn eigen en de regionale veiligheid.

De alliantie met de VS beperkt zich nu al niet tot de verdediging van Japan, maar omvat ook de stabiliteit in het Verre Oosten. Tot dusver verbiedt de grondwet Japanse bijdragen aan 'collectieve zelfverdediging'. 'Dus als er strijd komt rond de Straat van Taiwan of op het Koreaanse schiereiland', licht Okazaki toe, 'dan tellen de Japanse strijdkrachten als nul'. Het is een situatie die op den duur onhoudbaar lijkt – en voor veel conservatieve politici extra reden aan te dringen op een ruimhartige grondwetsherziening .

Peilingen bevestigen dat hoewel Japanners uiterst verdeeld blijven over de rol van hun 'zelfverdegingsmacht' en over de relatie met Amerika, ze steeds meer voelen voor een assertievere opstelling. Ongeveer de helft van de bevolking voelt voor aanpassing van de grondwet, maar de publieke barometer neigt eerder naar meer defensie dan naar minder.

'De harde kern van pacifisten beslaat nu misschien nog zo'n 30 procent van de bevolking', zegt directeur Nishihara van de Defensie-academie. 'Maar Japanners zijn de afgelopen tien jaar realistischer geworden. Noord-Korea en China hebben ons op dit gebied geweldig geholpen.'

Japan speelt niet alleen op militair gebied, maar ook op het diplomatiek vlak een rol als pleitbezorger van de Verenigde Staten. China is Amerika aan het vervangen als de regionale hegemoniale macht en heeft de afgelopen jaren veel regionale initiatieven genomen, waar de VS geen aandeel in heeft. Maar volgens een Japanse diplomaat zien ook andere landen liever een 'evenwicht van supermachten' in de regio dan een te groot Chinees overwicht. 'Sommige Zuidoost-Aziatische landen voelen de druk van China en streven naar een evenwichtigere situatie met Japan en de VS erbij.'

Zo is nu al grote ruzie ontstaan over de grote Oost-Azië Top die dit najaar in Maleisië wordt gehouden. De topontmoeting wordt door sommigen gezien als de eerste stap naar de (uiteindelijke) vorming van een Oost-Aziatische Gemeenschap langs de lijnen van de Europese Gemeenschap. China wil dat het lidmaatschap beperkt blijft tot zeven Zuidoost-Aziatische landen en China, Japan en Zuid-Korea. Tokio wil een grotere club met India en Australië – en de VS als waarnemer. De Japanners en Amerikanen vrezen een economisch blok onder Chinees leiders ch a p .

'We hebben de Amerikaanse aanwezigheid hard nodig', beklemtoont een Japanse diplomaat. 'Maar Amerika is erg druk met Irak en het Midden-Oosten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden