REPORTAGE

'Wij zien de wilde appel een beetje als een museumstuk'

De rolverdeling tussen Jochem en Stan bij het bomen planten is duidelijk: Stan houdt de boom vast, terwijl Jochem het spitwerk doet. 'Daar is hij beter in', zegt Stan. En de boom vasthouden is ook belangrijk werk.

Mac van Dinther
null Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Dat spitten valt nog niet mee in de met wortels doorspekte grond van de bossen bij Doorwerth, vlakbij het gelijknamige kasteel. Zelfs als Jochem met twee voeten tegelijk op de schop springt, komt hij maar een paar centimeter dieper. 'Is het gat al groot genoeg?', vraagt hij. Nee, schudt Stan. 'Ik denk dat het nog wat breder moet.'

Het is even werken, maar na een kwartiertje staat hij er dan: de malus silvestra oftewel wilde appel. Niet te verwarren met de malus domestica: de handappel die via Kazachtstan naar onze streken is gekomen. De wilde appel, familie van de rozenfamilie (rosaceae) is een soort die van oudsher in Nederland voorkomt, maar inmiddels bijna is uitgestorven.

Een stuk of 250 staan er nog, verspreid over Nederland, schat Harrie Hekhuis, afdelingshoofd Beheer en Productie van Staatsbosbeheer. 'Er hoeft maar dat te gebeuren en hij is helemaal weg.' Dat gevaar is nu enigszins afgewend want de populatie van de wilde appel is sinds maandag verdrievoudigd.

Wereld bossendag

Op tien plekken in het land zijn vijfhonderd jonge appelbomen bij geplant. Een daarvan is de stuwwal bij Doorwerth waar leerlingen van groep 7/8 van de Jac. P. Tijsseschool uit Renkum maandagmorgen zijn uitgerukt om bomen te planten.

Dat gebeurt in het kader van Wereld Bossendag, door de Verenigde Naties uitgeroepen om het belang van bossen voor toekomstige generaties te benadrukken. Staatsbosbeheer gebruikt deze dag om de terugkeer van 'autochtone' bomen en planten te promoten.

Het gros van de Nederlandse bossen is aangeplant tussen 1880 en 1930, vertelt Hekhuis, zittend onder een mooie oude beuk. De nadruk lag daarbij op het economisch nut. 'Men wilde snelle groeiers, met hout dat bruikbaar was. Bijvoorbeeld om de mijnen in Limburg te stutten.' Dennen, eiken en beuken voldeden aan die wens.

Genenbank

De meeste nieuw aangeplante soorten waren van niet-inheemse herkomst. Met als gevolg dat momenteel ruim 90 procent van de Nederlandse bossen vol staat met 'exoten': soorten die hier van oudsher niet uit zichzelf voorkomen, maar door de mens hierheen zijn gebracht.

Om daaraan tegenwicht te bieden heeft Staatsbosbeheer een genenbank opgezet waarin autochtone bomen worden opgekweekt om uit te planten. Daarin zitten zo'n zestig bomen, zoals de wilde peer, de koraalmeidoorn, de liguster en de fladderiep. En natuurlijk de wilde appel, die in Doorwerth klaarligt om geplant te worden door de scholieren.

Die lijken er niet allemaal evenveel zin in te hebben. Leila heeft de maandagochtendblues nog in haar lijf als ze verveeld toekijkt hoe Jasmijn aan het spitten is. Ze is ook niet echt op de gelegenheid gekleed met haar knalpaarse gympen. 'Ik wíst het niet', zegt ze bozig. Jasmijn wist het wel, zegt ze op haar kekke zwarte laarsjes die besmeurd zijn met bosgrond. 'Maar ik had geen zin om andere schoenen aan te trekken.'

null Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Biodiversiteit

Tot in de Middeleeuwen was de wilde appel een populaire boom, legt Lammert Kragt uit, medeverantwoordelijk voor de genenbank. De appel was weliswaar zuur en oneetbaar voor de mens, maar werd gebruikt als bijvoer voor het vee. Toen de nadruk kwam te liggen op houtproductie werd de wilde appel overbodig. 'Hij gold als een lastige boom met zijn doorns. Dus werd hij vaak omgezaagd.'

Het terugbrengen van oude soorten is meer dan nostalgie of restauratiezucht. Het is ook een dure plicht: volgens het Verdrag van Rio de Janeiro uit 1992 is elk land verplicht zich sterk te maken voor behoud van biodiversiteit. Daar zijn goede redenen voor, zegt Kragt.

Voor de weerbaarheid van het bos is het belangrijk de genetische diversiteit zo groot mogelijk te houden; uitheemse soorten zijn vaker vatbaar voor ziekten en plagen. Ze hebben ook een ander groei- en bloeiritme dat niet steeds past in ons ecosysteem. Hij noemt als voorbeeld de sleedoorn die hierheen is gebracht uit het gebied rond de Middellandse Zee. 'Die bloeit al begin februari. Te vroeg voor de Sleedoornpage, een vlinder die pas maart-april uit zijn cocon kruipt.' Die heeft meer aan de autochtone sleedoorn die later bloeit.

Groene erfgoed

Oude rassen maken deel uit van ons groene erfgoed, vindt Hekhuis. 'Wij zien zo'n wilde appel ook een beetje als een museumstuk', zegt hij teruglopend over het veld waar na ruim een uur spitten vijftig boompjes in de grond staan, schots en scheef over het terrein verspreid. Straks nog even aanstampen met een paar boswachters en dan maar hopen dat ze her redden.

Pomme en Fedde zijn bezig met het laatste boompje. Zijn klasgenootjes Niobe en Leila kijken van de rand van de kuil toe, happend in een appelflap. Het is nog niet diep genoeg, verordonneert Niobe. Fedde moppert. 'Die meiden hebben altijd wat te zeiken.'

null Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Wereld bossendag en nationale boomfeestdag

Wereld Bossendag is in 2012 ingesteld door de Verenigde Naties om het belang van bossen voor de mens te onderstrepen. Bossen bedekken een derde van de landmassa van de aarde en herbergen meer dan 80 procent van alle plant- en diersoorten op aarde. Jaarlijks gaat 13 miljoen hectare bos verloren, een gebied zo groot al Engeland. Wereld Bossendag staat dit jaar in het teken van bos en water.

De Nationale Boomfeestdag (voorheen Boomplantdag) wordt in Nederland jaarlijks gehouden op de derde woensdag in maart. Dat was dit jaar 16 maart. Deze dag wordt sinds 1957 georganiseerd, tegenwoordig door de Stichting Nationale Boomfeestdag.

Het doel van Boomfeestdag is om kinderen de waarde van bomen in hun leefomgeving te laten inzien door ze zelf een boom te laten planten. De stichting streeft ernaar dat ieder kind tijdens zijn of haar lagereschooltijd minimaal één keer een eigen boom plant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden