REPORTAGE

'Wij worden het nieuwe Suezkanaal'

Welk land is straatarm en piepklein, maar speelt een sleutelrol in de wereld van economische en militaire belangen?

De markt in Djibouti, de hoofdstad van het gelijknamige land.Beeld John Stanmeyer

China bouwt er eerdaags zijn eerste overzeese militaire post, op een steenworp van de grootste Amerikaanse basis op Afrikaanse bodem. Frankrijk heeft er dertienhonderd man gestationeerd, Japan gevechtsvliegtuigen, Italië soldaten, en zo is nog een trits landen militair aanwezig. Ook Rusland probeerde er een basis tussen te wurmen - zonder succes.

Het antwoord: Djibouti.

Vanuit de woeste wildernis van het binnenland bekeken is het allemaal onwaarschijnlijk. Eindeloze gruisvlakten onderbroken door bruine rotsheuvels met wit gebleekte planten. Geitjes in een kot van opgestapelde rotsblokken, familie zelf in een koepelvormige hut van modderstenen.

Stabiel

Maar het woestijnstaatje functioneert als een scharnier tussen Afrika, het Midden-Oosten en de Indische oceaan. Zo'n 40 procent van de wereldzeehandel gaat langs de kust van Djibouti via de Straat van Bab al-Mandab, een flessenhals die de zuidelijke Rode Zee afsluit zoals het Suezkanaal dat aan de noordelijke kant doet. Zonder veilige wateren voor de kust van Djibouti komt de zeevaart tussen de Atlantische Oceaan en de Indische Oceaan dus in gevaar. Als enige stabiele staat tussen Eritrea, Somalië en Jemen is Djibouti een uitvalsbasis voor de Amerikaanse strijd tegen islamitische terreur.

'Iedere keer als je hoort dat bij een droneaanval een Al Qaida-lid in Jemen of een Shabaab-militant in Somalië is gedood, dan kwam die drone vanuit Djibouti', zegt een hoge westerse functionaris, die anoniem wil blijven. 'Djibouti's marktwaarde wordt bepaald door één ding: haar geostrategische positie. Dat verkoopt Djibouti aan de wereld, en ze verkopen het goed.'

Gastheer

Zo goed zelfs, dat het woestijnstaatje binnenkort de eer heeft als gastheer op te treden voor China's eerste permanente buitenlandse militaire post - het woord 'basis' neemt Peking officieel niet in de mond. Het reusachtige Chinese (land)leger wil zijn macht op de wereldzeeën doen gelden. Met een militaire bevoorradingspost in Djibouti kan China zijn olietransporten door de Rode Zee beschermen, en zijn invloed vergroten in Afrika en op het Arabisch Schiereiland.

'Met Djibouti heeft China militair voor het eerst voet aan de grond in Afrika,' zegt Jan Abbink, verbonden aan het Afrika Studiecentrum in Leiden. 'Daarmee willen ze de lijn voortzetten zoals andere grote landen dat doen: van economische invloed naar een politiek-militaire aanwezigheid. China wil een rivaal van de VS als wereldmacht zijn, en daar hoort bij dat je je militair manifesteert. Djibouti is daar de ideale strategische plek voor. En het vindt alles goed zolang ze er maar geld tegenover staat.'

Tot grote ergernis van de VS, zegt de diplomatieke bron in Djibouti. 'Die hebben uit alle macht de komst van de Chinezen geprobeerd tegen te houden. Maar Djibouti toonde ruggengraat. De Amerikanen hebben het maar te slikken; inmiddels hebben ze de huur van hun basis met twintig jaar verlengd, volgens onze bronnen voor zo'n 60 miljoen per jaar.'

Het geopolitieke steekspel geeft je het gevoel een roman van Graham Greene binnen te wandelen als je in Djibouti aankomt. Op de landingsbaan staan jets van Artsen zonder Grenzen en het Rode Kruis een paar honderd meter van grijze reuzen met US Air Force op de romp. Amerikaans militair personeel steggelt onder het geronk van een oude airconditioning met mannen in een vaalblauw uniform van de paspoortcontrole. Ze zijn kennelijk de aankomst van een Amerikaanse hotemetoot vergeten.

Het leiderschap van het dictatoriale staatje vult al jaren de zakken dankzij Djibouti's strategische ligging. Maar binnenkort is het de bedoeling dat de bevolking er ook van gaat profiteren. Djibouti Visie 2035 heet het project, een masterplan om de zee-, spoor- en luchtwegen naar een hoger plan te tillen en een internationale logistieke hub van het land te maken. Zoals Dubai of Singapore, melden regionale media.

Aan ambitie geen gebrek in de werkkamer van Aboubaker Omar Hadi, die is versierd met een modelsleepboot van de Nederlandse rederij Damen. Hij is voorzitter van de Autoriteit Haven en Vrijhandelszones en de feitelijke uitvoerder van het 2035-plan. De optimistische cijfers vliegen voorbij: een vervijfvoudiging van het nationaal inkomen in twintig jaar; 340 duizend nieuwe banen over tien jaar. 'Straks hebben we een tekort aan arbeidskrachten', jubelt hij. Een boude voorspelling voor een land dat zucht onder 60 procent werkeloosheid.

Chinese werklieden aan het werk in Djibouti.Beeld afp

Een nieuw Suezkanaal

Vier havens zijn in aanbouw, en ook twee vliegvelden. Een spoorlijn naar Addis Ababa in Ethiopië is vrijwel compleet. Einddoel: een transafrikaanse spoorweg van Djibouti naar de Atlantische kust. Hadi trekt zijn vinger over een kaart van Afrika aan de muur van zijn kantoor. Van Djibouti, door Ethiopië, Zuid-Sudan, de Centraal Afrikaanse Republiek en Kameroen. 'Dit wordt een nieuw Suezkanaal,' zegt hij. 'Nu zijn schepen van Bab al-Mandab tot de Atlantische Oceaan ruim twee weken onderweg. Met de spoorlijn is dat drie dagen. Over tien jaar moet hij klaar zijn.'

Economen zetten vraagtekens bij de ramingen van Djibouti 2035, waarvoor volgens Hadi bijna 15 miljard dollar wordt gereserveerd. Het land leent in enorm tempo geld van buitenlandse investeerders, vooral China. Peking is al voor een kwart eigenaar van de haven van Djibouti. China financiert ook de bouw van drie andere havens en betaalde de spoorlijn naar Addis Ababa. Het is onzeker of Djibouti al die leningen kan terugbetalen.

Bovendien begint alle buitenlandse aanwezigheid de lokale bevolking dwars te zitten. 'Het voelt hier niet als thuis', zegt Mane Youssouf, een 30-jarige fotografe uit Djibouti. 'Goed, ze consumeren, en investeren in onze economie. Maar ik zou willen dat de overheid investeert in de Djiboutianen zelf. Het onderwijs is stervende. Mensen die van de universiteit komen kunnen vaak niet eens behoorlijk lezen en schrijven. Het idee van 2035 is geweldig, maar het is nutteloos om vandaag een haven te bouwen zonder dat je eerst het volk opbouwt.'

Ook de Westerse diplomaat zegt dat het de vraag is hoeveel de bevolking van Djibouti van het initiatief gaat profiteren. 'De sociaal-economische fundamenten moeten eerst worden gelegd, niet een grandioos project. Dit soort groei creëert geen banen. Als de Chinezen een dam bouwen, brengen ze hun eigen bouwvakkers. Voor een haven hun eigen havenarbeiders, het materieel wordt aangevoerd door Chinese chauffeurs. Dat zien Djiboutianen ook.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden