WIJ WONDERKINDERN

KAN je een wonder verklaren? Er zou een film gemaakt kunnen worden van de nu zo smaakmakende Nederlandse economie. Een film zoals eertijds, beginjaren zestig, de prachtige Duitse rolprent Wir Wunderkinder, waarin de succesvolle en geslaagde carrièremakers uit een schoolklas hun superioriteitsgevoelens konden uitleven tegenover de domme en niet geslaagde...

Waar gaat het huidige wonder over? Over het herstel van de Nederlandse economie, na een dal van vijftien jaren. En over het onverwachte herstel van de Nederlandse werkgelegenheid.

Nederland als beste jongetje van de klas, dat vermoedelijk als enige leerling wordt toegelaten tot de uit-munt-ende Unie. Voor deze prestaties ontvingen de voorzitters van FNV en VNO/NOW onlangs de Duitse Bertelsmann-prijs, groot 300.000 mark. Nederland wordt in het buitenland geprezen om het zo effectieve en veelvuldige overleg dat hier allerwege plaatsvindt. Men denkt al aan een nieuw exportproduct: oudhollandse vergadertechnieken.

Het is iets te gemakkelijk om over dit succes te schamperen. Natuurlijk is het waar dat nog geen tien jaar geleden hetzelfde veelvuldige overleg met afgrijzen de Dutch Disease werd genoemd, Hollandse stroperigheid, waardoor economisch herstel uitbleef. Van het thans in de schijnwerpers gezette Akkoord van Wassenaar (1982) moet ook de schaduwkant worden belicht: afspraken over het wegstoppen van grote aantallen werklozen in de WAO - bepaald geen succesverhaal.

Veel beter dan ironie of afgunst past hier echter een goede wetenschappelijke analyse. Waar kwam het succes uiteindelijk vandaan? Van welke toevalligheden hing het af? Is het blijvend? Is het succes exporteerbaar? Zo'n analyse is gemaakt door de sociologen Jelle Visser en Anton Hemerijck onder de titel A Dutch miracle. Ze wordt vandaag op het Duitsland-Instituut gepresenteerd en door Duitse en Nederlandse politici en geleerden bediscussieerd.

De twee auteurs gaan dieper in op drie factoren die het Nederlandse succes vooral gedragen hebben (verklaren is misschien een te groot woord):

1. de lang volgehouden loonmatiging, 2. een herziening van de sociale zekerheid en de verzorgingsstaat in het algemeen en 3. een activerend arbeidsmarktbeleid. Dit zijn de geloof, hoop en liefde van het Nederlandse succes en de belangrijkste van de drie is de. . . loonmatiging.

Want laten we eerlijk zijn, de herziening ging en gaat nog steeds uiterst moeizaam, hoewel er toch in de ogen van de schrijvers veel is veranderd, en met het activerend arbeidsmarktbeleid ging het ook lange tijd niet zo vlot.

Twee rapporten van de Wetenschappelijke Raad van het Regeringsbeleid over arbeidsmarktactivering moesten er aan te pas komen om het beleid om te gooien, de tripartisering van de arbeidsbemiddeling verliep en verloopt stroef (om het zacht uit te drukken) en er is nog steeds sprake van een grote 'verborgen' werkloosheid.

De arbeidsongeschiktheid is weliswaar niet over de rampzalige een miljoen van R. Lubbers heen geschoten, maar het huidige aantal is nog steeds onaanvaardbaar hoog.

De twee auteurs leggen er terecht veel nadruk op dat het huidige succes niet het gevolg is geweest van een meesterplan of een politiek meesterbrein. Integendeel, veel beslissingen kwamen hortend en stotend tot stand, het beleid werd bij stukjes en beetjes omgevormd, soms zonder precies te weten waar men precies op uit wilde komen.

Politiek, vakbeweging en bedrijfsleven bleven grillige en elkaar vreemde bedgenoten, maar ondanks al deze haperingen mag het hedendaagse succes er zijn. Visser en Hemerijck concluderen dat het 'model' niet goed exporteerbaar zal blijken te zijn, omdat er te veel typisch Nederlandse elementen in schuil gaan.

Blijft als raadsel over het Nederlandse vergaderwezen. Ik kan me niet voorstellen dat hierin de sleutel van het succes moet worden gezocht. Door het aangeprezen model wordt het wel met de dag erger. Er gaat geen bijeenkomst in Nederland meer voorbij waarbij niet wordt aangekondigd dat de zaal een half uur voor de aanvang open gaat 'voor een heerlijk kopje koffie' en elke vergadering wordt tegenwoordig steevast besloten met napraten 'onder het genot van een hapje en een drankje'. Let op dat genot.

Terwijl alle belangrijke pieten en miepen in Vergaderland Nederland in 'de randen' van het vergaderwezen zich te goed doen, moeten de verplegende zwoegers in de thuiszorg steeds meer minuten van hun kostbare praat- en behandeltijd voor hun cliënten afstaan. Hup, volgende patiënt.

Tijd is immers geld en dat hebben we voor deze thuiszorgklanten niet meer over. Hen wordt geen rand-tijd gegund, geen uitblaaskwartiertje, geen 'genot' van een kopje koffie.

Daar zou de film Wij, Hollandse wonderkinderen in feite ook over gaan: de succesvolle polderjongens die constant de nood van de achterblijvers weghonen. Zo ging het in Duitsland in 1950 en zo gaat het in Nederland vijftig jaar later.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden