Interview Gökhan Çoban en Asma Claassen

‘Wij willen onze leerlingen juist meegeven dat homogeweld níet is toegestaan’

Gökhan Çoban Beeld Kiki Groot

Dit hadden ze nooit verwacht. Gökhan Çoban, directeur van de islamitische scholenorganisatie Isbo, en auteur Asma Claassen zijn geschrokken van de ophef over het lesboek ‘Help, ik word volwassen!’. ‘Het voelt als onrecht.’

‘We zitten in een soap waar elke dag een nieuwe aflevering bijkomt’, zegt Gökhan Çoban, directeur van de Islamitische Schoolbesturen Organisatie (Isbo). Vier jaar geleden stond het door hen uitgegeven lesboek Help, ik word volwassen!, waarvan een jongens- en meisjesvariant bestaat, in moslimkringen nog bekend als progressief. Het was het eerste boek dat seksuele voorlichting op islamitische basisscholen mogelijk maakte. Tegelijkertijd bood het moslimouders de gelegenheid om taboe-onderwerpen als verliefdheid, menstruatie, natte dromen, het kopen van bh’s en het scheren van schaamhaar (‘niet langer dan een graankorrel’) aan de keukentafel te bespreken.

Een uitzending van Nieuwsuur, ruim twee weken geleden, zette het boek in een heel ander daglicht. Kinderen zouden aartsconservatieve denkbeelden meekrijgen over omgangsnormen (‘de zoetheid van het geloof ligt in het neerslaan van de blik’), kleding en homoseksualiteit (‘Allah keurt het hebben van seks met mensen van het eigen geslacht ten zeerste af’).

Columnisten spraken er schande van dat kinderen worden ‘geïndoctrineerd’ met denkbeelden die niet stroken met de Nederlandse moraal. Op sociale media werden Çoban en auteur Asma Claassen uitgemaakt voor griezelige, homofobe moslims. 

De VVD en PvdA lieten naar aanleiding van alle ophef weten de Grondwet, waarin de vrijheid van onderwijs is verankerd, te willen ‘moderniseren’. En ook vanuit eigen gelederen kwam kritiek: Yusuf Altuntas, tot eind 2017 voorzitter van de Isbo en momenteel directeur van de Amsterdamse islamitische basisschool Elif, zei in een interview met Het Parool dat ‘islamitische schoolbesturen hebben zitten slapen’. En de voorzitter van de Stichting Islamitisch Primair Onderwijs Rijnmond kondigde aan dat de vier Rotterdamse islamitische scholen (allen lid van de Isbo) het lesboek niet meer zullen gebruiken. ‘Dat komt ongelukkig over’, erkent Gökhan Çoban. ‘Maar het boek werd op deze scholen nauwelijks gebruikt. Uiteindelijk is het aan de scholen zelf om te bepalen welk lesmateriaal ze wel en niet gebruiken.’

Asma Claassen Beeld Kiki Groot

‘Ik schrik ervan hoe de methode in het nieuws is gekomen en hoe heel Nederland hier vervolgens een mening over heeft’, zegt Asma Claassen, auteur van Help, ik word volwassen!, tijdens een dubbelinterview met Çoban. De commotie laat haar duidelijk niet onberoerd. ‘Het voelt als onrecht', zegt ze, terwijl ze geruisloos wat tranen wegveegt van onder haar bril.

Het gesprek vindt plaats op het sobere kantoor van de Isbo, vlakbij station Amersfoort Schothorst. ‘Het boek’, vervolgt Claassen, ‘zoekt juist de verbinding tussen de religieuze werkelijkheid en de samenleving’.

Begrijpen jullie de ophef die is ontstaan?

Çoban: ‘Als je kijkt naar het beeld zoals dat in de media is geschetst, snap ik wel dat er ophef is ontstaan. Maar als je naar de context kijkt, dan is daar helemaal geen reden toe.’

Het hoofdstuk over homoseksualiteit in Help, ik word volwassen! begint met een verhaal uit de Koran over het volk van Loet (Lot in de Bijbel), dat met een ‘regen van stenen’ werd bekogeld vanwege het aangaan van homoseksuele relaties. Waarom is het nodig om zo’n gewelddadig verhaal in het boek op te nemen?

Çoban: ‘Stel dat het bij leerlingen thuis wordt behandeld en het verkeerd wordt geïnterpreteerd. Dan hebben we liever dat een godsdienstleerkracht er de juiste uitleg bij geeft, die verderop in het hoofdstuk staat: je mag geen homo’s bashen, je mag geen geweld toepassen.’

Hij pakt het boek erbij en leest hardop een vraag voor uit een discussieopdracht: ‘Waarom zouden sommige mensen de behoefte hebben om iemand die ze niet kennen en die hen niets gedaan heeft in elkaar te slaan?’ Op deze manier proberen wij kinderen zélf tot het inzicht te laten komen dat het gebruik van geweld niet goed is.’

Claassen: ‘Ik kan me voorstellen dat mensen zeggen: zo’n tekst hoort niet in een boek voor jonge kinderen uit groep 7 en 8. Maar wij kunnen dit onderwerp, dat tot voor kort een taboe was voor veel ouders, niet behandelen zonder religieuze teksten als vertrekpunt te nemen. We willen daarmee juist voorkomen dat sommige moslimjongeren dit soort teksten gebruikt als excuus voor hun homofobe gedrag.’

Zou een homoseksueel jongetje zich, na het lezen van het verhaal van Loet, vrij voelen om in de klas uit te komen voor zijn geaardheid?

Claassen: ‘In het boek staat dat het niet haram is om bepaalde gevoelens te hebben, omdat je daar niets aan kunt doen. Soms zijn die in strijd met wat God wil. Het is uiteindelijk ieders persoonlijke verantwoordelijkheid om wel of geen gehoor te geven aan de oproep van God in Zijn heilige boek, in dit geval de Koran. Op de Dag des Oordeels word je daarop getoetst. Als moslim probeer je een kind in de opvoeding deze islamitische identiteit mee te geven.’

Çoban: ‘Er wordt op onze scholen heel veel aandacht besteed aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. Op een moment dat een kind met dat soort gevoelens aankomt, dan ga je daarover in gesprek met de ouders en omgeving. Dat is normaal in Nederland, dat je er niet voor wegduikt en het bespreekbaar maakt.’

Van Allah mag je niet homoseksueel zijn, maar je moet wel barmhartig zijn naar mensen met een andere seksuele voorkeur. Hier botst de religieuze werkelijkheid toch met de maatschappelijke werkelijkheid?

Claassen: ‘Grondwettelijk gezien botst er niets: er is vrijheid van onderwijs en van meningsuiting. In de praktijk kunnen er verschillende levenswijzen zijn. Maar dit gaat goed zolang mensen elkaars verschillen accepteren. In het boek wordt de kinderen geleerd dat God degene is die oordeelt over mensen en dat mensen niet over andere mensen horen te oordelen.’

Hoe ziet seksuele voorlichting op islamitische scholen eruit?

Çoban: ‘Seksuele voorlichting is onderdeel van de godsdienstles, waar wekelijks 1,5 uur aan wordt besteed. Dat gaat voor een groot deel over de islam, de regels, de gebruiken. Het boek Help, ik word volwassen! wordt facultatief gebruikt, niet alleen tijdens de godsdienstles, maar soms ook tijdens biologie. Er staat bijvoorbeeld ook in hoe kindjes worden gemaakt.’

Het is gebruikelijk dat lesboeken een lerarenhandleiding bevatten. Zit die ook bij dit boek?

Çoban: ‘Nee. Toen het uitkwam, hebben we het naar verschillende scholen en leerkrachten gestuurd ter evaluatie. Niemand twijfelde over hoe de stof onderwezen moest worden. Onze leerkrachten zijn geboren en getogen in Nederland en kennen de Nederlandse context uitstekend. Wel hebben we naar aanleiding van de uitzending van Nieuwsuur een brief gestuurd naar alle leerkrachten met uitleg over onze bedoeling bij passages die multi-interpretabel zijn. We hebben het boek inmiddels ook naar Rutgers (kenniscentrum voor seksualiteit, red.) gestuurd voor onafhankelijk advies. In de volgende druk zullen we de door hen aangedragen verbeteringen doorvoeren.’

In het lesboek staat dat leerlingen geen kleding van ‘ongelovigen’ mogen dragen.

Çoban: ‘Dit is een van de dingen die we misschien anders moeten formuleren. Er zijn op onze scholen geen standaard kledingvoorschriften. Natuurlijk zijn er wel wat regels. Je kunt geen minirokje dragen...’

Claassen: ‘.. Of een decolleté.’

Çoban: ‘Maar er is geen school die een hijab of een hoofddoek voorschrijft. In het boek wordt puur een theologische beschrijving gegeven van de hijab, een term uit de islam. Het wordt vrouwen aangeraden die te dragen. Kinderen moeten weten wat het is. ’

Nog een passage uit het lesboek: leerlingen moeten hun blik neerslaan voor de andere sekse.

Çoban: ‘Ook hierbij gaat het om de intentie. Moslims - en dat geldt ook voor joden en christenen - geloven dat je geen seks voor het huwelijk mag hebben. In dat kader is flirten niet toegestaan. Maar het is natuurlijk niet zo dat leerlingen elkaar niet aankijken. Ze maken hun huiswerk samen, spelen en sporten samen. Het is bedoeld om leerlingen te beschermen. Voor moslims is dit heel duidelijk, maar voor anderen klinkt het misschien extreem.’

Volgens een recente peiling van Maurice de Hond wil 70 procent van de Nederlanders dat het islamitisch basisonderwijs wordt afgeschaft. Schrikken jullie daarvan?

Çoban: ‘Dan heb je het over het aanpassen van een Grondwet: de vrijheid van godsdienst, de vrijheid van onderwijs, de vrijheid van meningsuiting. Ik sta daar nog altijd pal achter. Je mag zijn wie je bent, dit geldt voor ons, maar ook voor homoseksuelen. Wij zijn onderdeel van de Nederlandse samenleving. Maar wil de samenleving dat wij onderdeel van hén zijn? Kunnen wij in voldoende mate onze identiteit beleven zoals wij dat willen? Wij eisen onze plek op.’

Wat doet de Isbo?

De Islamitische Schoolbesturen Organisatie (Isbo) is een door de overheid gesubsidieerde koepelorganisatie voor het islamitisch (basis)onderwijs in Nederland. Van de 52 islamitische basisscholen in Nederland zijn er 42 bij aangesloten. Waarom dit voor tien scholen niet geldt, zegt Çoban niet te weten. ‘Ik ben pas anderhalf jaar directeur.’

De Isbo doet onder meer aan belangenbehartiging, biedt juridische steun en adviseert bij vraagstukken op het gebied van identiteit. In dat kader geven ze ook lesmateriaal uit.

De invloed op het onderwijs dat scholen aanbieden is volgens de Isbo beperkt. Wel houdt de organisatie de kwaliteit van het onderwijs en het bestuur in de gaten, en waken ze voor buitenlandse invloeden. ‘Een voorwaarde voor lidmaatschap is dat er geen financiële of ideologische steun is vanuit het buitenland. Daar zien wij op toe’, aldus Çoban.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden