Wij willen het niet, punt uit!

Het leek er deze week eventjes op dat het einde van de democratie nabij was, en dat de leden van de ANWB de macht hadden overgenomen....

Een verpletterend NEE’, kopte De Telegraaf dinsdag. Maar liefst 89 procent van de deelnemers aan een Telegraafpeiling was tegen het rekeningrijden. Erg verrassend was dan niet: de krant had maandenlang vakkundig stemming gemaakt tegen ‘het kastje van Camiel’. De lezers stelden dan ook niet teleur. Braaf fulmineerden zij tegen ‘de graaimachine’, ‘de nieuwe melkkoe’ of ‘het spionagekastje’ dat in hun auto geplaatst dreigt te worden. Het is helder, schreef de krant in een hoofdredactioneel commentaar: ‘Nederland is tegen’.

Het zou een lachwekkende parodie op democratie zijn, als politici zulke geluiden niet zo serieus zouden nemen. Minister Eurlings van Verkeer wilde de beslissing over het rekeningrijden zelfs overlaten aan de leden van de ANWB, iets wat hij later overigens weer doodleuk ontkende.

Het is een misverstand dat een democratie moet leveren wat individuele burgers willen. In een democratie worden hun wensen slechts afgewogen tegen die van andere burgers, met een scherp oog op het algemeen belang. Niet alleen de automobilist gaat over het rekeningrijden, maar ook de treinreiziger die zich zorgen maakt over het milieu en de voortgaande asfaltering van Nederland.

Dit wordt steeds minder begrepen. De hedendaagse opvatting over democratie werd het beste verwoord door een boze man in een rood T-shirt, die zich verzette tegen de CO2-opslag in Barendrecht en de ministers Van der Hoeven en Cramer toevoegde: ‘Wij willen het niet, punt uit!’

Crisis van de democratie
Dat de democratie in haar voegen kraakt, is inmiddels een cliché geworden. Maar als er over ‘de crisis van de democratie’ wordt gesproken, lijkt iedereen iets anders te bedoelen. Sommigen wijzen op het gestuntel van Balkenende en Bos of op de moeizame Nederlandse coalitiepolitiek. Anderen hekelen het slechte functioneren van de overheid of het gebrek aan referenda en andere vormen van directe democratie. Zulke verklaringen zijn onbevredigend, omdat ze naar Nederlandse factoren wijzen. Maar in de meeste andere westerse landen is het vertrouwen in politici nog lager. Zouden ze daar nog slechtere politici hebben, of een overheid die het nog slechter doet?

De oorzaak is veeleer cultureel. Burgers zijn van de democratie vervreemd geraakt. De verbinding tussen burgers en politiek is verbroken. Onvrede over de politiek is op zichzelf niets nieuws. In de jaren zeventig gaven veel mensen te kennen dat zij weinig vertrouwen hadden in de politiek, en ook dat zij ‘de buitenlanders’ als het grootste maatschappelijke probleem beschouwden. Het populisme heeft deze burgers een stem gegeven, hetgeen vanuit democratische oogpunt alleen maar winst is. Dat die stem velen niet bevalt, is een heel andere zaak.

Maar tegenover die onvrede stond destijds een actieve, zelfbewuste politieke gemeenschap. Als er vroeger verkiezingen voor de deur stonden, hingen bijna huis aan huis posters. Dat was interessant: je kon zien wat de buren ‘waren’. Als er een PvdA-poster hing, lazen ze vast de VARA-Gids. En als je langs de studentenflats liep, zag je de spannende PSP-poster met een naakte vrouw. Tegenwoordig zie je nog maar zelden posters voor de ramen. Op een kruispunt bij mij om de hoek staat een groot bord. Kennelijk hebben politieke partijen zelfs niet genoeg vrijwilligers om het te beplakken. Een handjevol verdwaalde affiches tegen een achtergrond van verregend hout, meer kan de democratie in 2010 kennelijk niet opbrengen.

Natuurlijk hoeven we geen heimwee naar de verzuiling te hebben. Maar toen bestond er wel een stevige binding tussen burger en politiek. In de jaren vijftig was 15 procent van de burgers lid van een politieke partij, een veel groter percentage voelde zich duurzaam met een partij verbonden. Nu is nog maar 3 procent lid, en wisselen kiezers vaker dan ooit van voorkeur.

Op zichzelf hoeft dat geen probleem te zijn. Kiezers die vaak wisselen, maken misschien actiever gebruik van hun democratische rechten dan kiezers die gewoontegetrouw op één partij stemmen. Maar vroeger drongen de partijen veel dieper door in de samenleving. Die verbinding is verdwenen, en er is te weinig voor in de plaats gekomen.

Wij tegenover zij
Democratie is de manier waarop een gemeenschap zichzelf bestuurt. ‘Wij’ vormen de democratie. Dat wordt echter door steeds minder burgers zo gevoeld. In plaats daarvan stellen zij zich op als consument: het is ‘wij’ - de burgers - tegenover ‘zij’, de politici. Dat is een recept voor ontevredenheid. Politiek is nu eenmaal geen bedrijf waarbij je iets kunt bestellen.

Dat komt niet alleen door de complexiteit van maatschappelijke problemen, maar ook doordat politiek nu eenmaal is gebaseerd op het afwegen van veelal strijdige belangen. Bij elke politieke beslissing zijn er verliezers. Vaak rolt er een compromis uit, waarover niemand bijster enthousiast is, maar dat is inherent aan het politieke bedrijf.

Wie zich met een partij identificeert, zoals velen vroeger deden, heeft daar niet zo’n moeite mee. De partij staat voor een goede zaak, ongeacht de vraag hoeveel succes zij daarmee boekt. Leiders worden in principe vertrouwd, het zijn immers ‘onze’ leiders. Een zwakke leider is niet zo’n ramp, omdat hij ooit zal worden opgevolgd door een betere. Wie zo’n langetermijnperspectief hanteert, ziet ook een compromis al snel als een stap in de goede richting. Zelfs een schandaal wordt gezien als een tijdelijke tegenslag die overwonnen moet worden.

Als die identificatie wegvalt, wordt de band tussen burger en politicus vluchtig. Een politicus wordt beoordeeld op wat hij ‘hier en nu’ voor elkaar krijgt, en dat valt vaak tegen. Er is geen sprake meer van ‘wij’ - de grote volkspartijen - maar van ‘zij’, de politici die het voor ons moeten regelen. Het politieke leven verschuift steeds naar de media, die extremen belichten en gevoelig zijn voor hypes.

In zijn boekje De malaise van de moderniteit uit 1991 analyseerde de Canadese filosoof Charles Taylor de schaduwzijden van de individualisering. De moderne burger is geneigd zich terug te trekken uit het publieke domein. Hij heeft geen zin in vermoeiende en veeleisende banden. Hij wil niet meer jarenlang folderen om ooit misschien in de gemeenteraad te komen. Hij voelt zich ook minder verbonden met onbekende anderen, zoals katholieken zich vroeger verbonden voelden met andere katholieken. Dat is allemaal begrijpelijk, zegt Taylor, maar als mensen zich niet organiseren, staan zij machteloos tegen de enorme krachten van staat en markt.

‘Zodra de participatie afneemt, zodra de dwarsverbanden die er het voertuig van waren, wegkwijnen, staat het individu alleen tegenover de machtige staat en voelt het zich, terecht, machteloos. Dat berooft de burger nog meer van zijn motivatie, en daarmee is de vicieuze cirkel rond’, schrijft Taylor.

Fragmentatie
Zo bedreigt de democratisering paradoxaal genoeg de democratie. Burgers winnen aan vrijheid door zich los te maken van traditionele banden. Daardoor ontstaat echter een fragmentatie, waardoor zij niet meer in staat zijn gezamenlijk een vuist te maken. Ze kunnen hooguit stoom afblazen op single issues, zoals het rekeningrijden.

Democratische vernieuwingen hebben daarom alleen zin als het verband tussen burger en politiek op een nieuwe manier wordt vormgegeven. Anders gezegd: als politiek weer een kwestie wordt van ‘wij’, niet van ‘wij’ tegen ‘zij’. Daarom zullen oppervlakkige structurele veranderingen geen zoden aan de dijk zetten. Referenda versterken slechts het consumentenkarakter van de hedendaagse politiek. De chagrijnige burger slaat politici op hun bek door ‘nee’ te zeggen, zonder dat hij zichzelf op enigerlei wijze hoeft in te spannen. Ook een districtenstelsel biedt allerminst een garantie voor tevredenheid: in Engeland mogen burgers kiezen tussen twee partijen die steeds meer op elkaar zijn gaan lijken en allebei weinig vertrouwen genieten. Bovendien is het ondemocratisch, omdat kleine partijen en nieuwkomers geen kans krijgen.

Interessante experimenten
De oplossing ligt niet in andere manieren om passieve burgers een vrijblijvende keuze voor te schotelen. De vervreemding kan alleen worden opgeheven als burgers zelf afwegingen moeten maken, en daardoor beseffen dat er vaak geen gemakkelijke oplossingen zijn. In het buitenland zijn interessante experimenten gedaan. In de Braziliaanse plaats Porto Alegre mogen burgers meebeslissen over de verdeling van het gemeentelijk budget. In de Canadese staat British Columbia mocht een groep willekeurig geselecteerde burgers voorstellen doen voor een nieuwe kieswet, die vervolgens in een referendum aan alle burgers werd voorgelegd.

Het ei van Columbus is hiermee nog niet gevonden. Filosoof Charles Taylor zoekt de oplossing in een meer algemene democratisering van samenleving en cultuur. In bedrijven, ziekenhuizen, scholen en overheidsinstellingen voelen werknemers zich vaak de speelbal van een technocratisch opererend management. Als werknemers op een zinvolle manier mogen meepraten, zal wellicht een andere democratische cultuur ontstaan. Op kleine schaal zien burgers hoe moeilijk het is om politiek te bedrijven, hoe plannen gedwarsboomd kunnen worden door belangen van anderen, of door externe krachten die moeilijk zijn te beïnvloeden.

Begrijpelijke reactie
Natuurlijk kunnen politici zelf ook bijdragen aan het opheffen van de democratische vervreemding. Rekening houden met beperkingen is nog iets anders dan je zelf machteloos verklaren. Wie deze week oud-premier Kok zag getuigen voor de commissie-De Wit, zag een politicus die wel erg krachteloos meedeinde op de golven van de tijdgeest. Bonussen waren ‘nu eenmaal’ onvermijdelijk voor de ‘bv Nederland’.

Het populisme is een begrijpelijke reactie daarop. De burger weigert globalisering en immigratie als natuurverschijnselen te accepteren. Hij eist het recht er invloed op uit te oefenen. Als de PVV ooit aan de macht komt, zal zij overigens ook merken hoe taai zulke materie is.

Misschien kunnen politici en burgers elkaar halverwege ontmoeten. Politici stellen zich zelfbewuster op, kiezen een duidelijk profiel en grijpen steviger in. Burgers beseffen dat politiek een moeilijk vak is, en stellen zich minder als consument op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden