Wij willen aaibaarheid

Ze lijken bondgenoten, maar natuurbeschermers moeten zich steeds vaker verdedigen tegenover dierenbeschermers. Want dieren, van bultrug tot damhert, zijn zielig en/of lief. 'We kunnen het steeds moelijker plaatsen dat er wrede dingen gebeuren in de natuur.'

Kees Piël is wat je noemt een natuurbeschermer van de oude stempel. De Amsterdammer kent de Habitat- en Vogelrichtlijn zo ongeveer uit zijn hoofd en handelt daar ook naar. Op eigen initiatief is hij al twaalf jaar lang een paar dagen in de week in de Noord-Hollandse duinen te vinden waar hij eigenhandig de prunus verwijdert. De Amerikaanse vogelkers, een exotische plant, heeft de neiging het duin te overwoekeren, ten koste van alle typische duinvegetatie en van het stuifduin. 'Ik schat dat ik in mijn eentje ongeveer 20 procent van het noordelijk duingebied heb schoon gekregen. Je kunt me gerust wereldkampioen prunusbestrijding noemen.'


Piël vindt dat de honderden exoten in Nederland - zowel planten als dieren - zoveel mogelijk bestreden moeten worden. Hij vindt dat je moet ingrijpen als te grote aantallen dieren het 'ecologisch evenwicht' in gebieden verstoren. 'Je moet ganzen bestrijden die schrale natuurgebieden met kwetsbare plantjes kaalvreten en onderpoepen.' En voor het teveel aan damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen is er maar één oplossing: afschot. 'De ecologische draagkracht van het gebied is al ver overschreden. Het binnenbos is kaalgevreten en boomverjonging is totaal afwezig door begrazing. Maar iedereen is bang, bang om voor het schieten van damherten te pleiten. Want dan zouden ze de jagers verdedigen.'


Twintig jaar geleden voelde Piël zich met die ideeën nog in het hart staan van de natuurbeweging. Maar de natuurorganisaties, en vooral Natuurmonumenten en Vogelbescherming Nederland, zijn volgens hem 'lankmoedig' geworden, ze hebben 'slappe knieën' gekregen. En dat komt doordat ze in de greep zijn geraakt van wat Piël de 'diersentimentalisten' noemt. 'Ze hebben veel leden geworven onder mensen die vogeltjes voeren en een nestkastje hebben in de tuin, en nu zijn ze bang om die leden te verliezen. In Amerika staan de bibliotheken vol met boeken over exoten. En over hoe ze te elimineren. Maar hier durven de natuurorganisaties die boodschap niet uit te dragen.'


Goed, Kees Piël geeft ook wel toe dat hij soms iets overdrijft. De natuurorganisaties gedragen zich ook nog weleens zoals het volgens hem hoort. Zo hebben Vogelbescherming Nederland en Natuurmonumenten zich gecommitteerd aan het zogeheten Ganzenakkoord, waarin is afgesproken dat er in de komende jaren honderdduizenden ganzen worden afgeschoten. En wat betreft de damherten treft natuurbeheerders weinig blaam, zij zouden nu het liefst willen dat de gemeente Amsterdam ingrijpt.


'Maar vroeger', meent Piël, 'had alleen Rudy Kousbroek het over het aaibare dier, tegenwoordig iedereen. Maar het heeft niets te maken met natuurbescherming. Soms staat het er zelfs haaks op. Dan krijg je dat de diersentimentalisten van de Faunabescherming gaan beweren dat de huiskraai, een invasieve exoot die in Hoek van Holland zit, eigenlijk geen exoot is omdat hij op eigen kracht in Nederland is gekomen. Terwijl hij gewoon op een schip is meegevaren.'


Broos bondgenootschap

Piël raakt aan een thema dat de laatste jaren keer op keer opspeelt: het zogenaamde bondgenootschap tussen dierenbeschermers en natuurbeschermers is broos. Om maar eens een paar kwesties te noemen: de jacht in het algemeen (altijd tegen of niet altijd tegen), het teveel aan ganzen in het hele land (al of niet afschieten cq vergassen), de damherten, orka Morgan, bultrug Johanna, verwilderde katten op Schiermonnikoog, de omgang met exoten (niet of wel bestrijden) en met herintroducties van diersoorten. In alle kwesties is het patroon hetzelfde: dierenbeschermers roeren de trom, natuurbeschermers moeten zich verdedigen. Een weerspiegeling van een trend van de afgelopen tien jaar: natuurorganisaties verliezen leden en sympathie, dierenorganisaties zitten in de lift, met de Partij voor de Dieren als vlaggenschip. De vraag is dus: klopt het dat natuurbeschermers worden overvleugeld, of gegijzeld, door de dierenbeschermers?


Al in de jaren tachtig, met de opkomst van de radicale dierenbevrijdingsbewegingen, schreef de Amerikaanse milieufilosoof J. Baird Calllicott een geruchtmakend essay, A Triangular Affair, waarin hij onder meer stelde dat de dierenbevrijders niet wisten wat ze in de natuur aanrichtten met het vrijlaten van nertsen. De repliek kwam van de radicale dierethicus Tom Regan die Baird Callicot betichtte van 'ecofascisme'. Later werden de plooien weer gladgestreken, maar de discussie flakkert bij tijd en wijlen weer op.


Grofweg kun je stellen dat biologen en natuurbeschermers denken vanuit de gezondheid van populaties en dat dierenvrienden juist de gezondheid of het lijden van het individuele dier centraal stellen. Maar dat zijn uitersten, in werkelijkheid bestaan er vele grijstinten. 'Ook natuurbeschermers hadden vaak als kind al iets met dieren', zegt Kees de Pater van Vogelbescherming Nederland. 'Dus als wij akkoord gaan met het afschieten van ganzen, om erger te voorkomen, dan is dat met pijn in het hart.'


Anderzijds hebben organisaties als Dierenbescherming Nederland, en ook delen van de Partij voor de Dieren, de laatste jaren veel meer oog gekregen voor de bijzondere situatie van dieren in een natuurlijke omgeving. Volgens De Pater is er geen rechtlijnige tegenstelling tussen dierenbeschermers en natuurbeschermers. 'Maar wij merken natuurlijk wel iets van het spanningsveld. En soms maak ik me weleens zorgen over de felheid van de discussies over bijvoorbeeld ganzen. Ik ben ook wel bevreesd voor wat ons nog te wachten staat als het ganzenakkoord werkelijk uitgevoerd gaat worden.'


Er melden zich weleens mensen met een ziek vogeltje bij het hoofdkwartier van Vogelbescherming Nederland en die zijn dan verbaasd dat de Vogelbescherming geen opvang biedt. Ontstaat dat misverstand niet doordat de organisatie er zelf alles aan doet om het dier te verpersoonlijken, door in te spelen op emoties, bijvoorbeeld met de webcams van Beleef de Lente? De Pater: 'De emotie is de ingang en het is waar: je doet een appel op de persoonlijke beleving. Maar daarna proberen we toch het hele verhaal te vertellen. Je ziet bij Beleef de Lente toch dat mensen elkaar corrigeren. Er klinkt weleens de roep om ingrijpen. Bijvoorbeeld toen er te weinig muizen waren voor de steenuilen. Of toen een kat het nest van een merel leegat . Uiteindelijk zeggen dan toch de meeste kijkers: nee, niet ingrijpen, want dat is de natuur.'


En het verwijt dat de Vogelbescherming te weinig doet tegen het bestrijden van exoten, uit angst voor de vogelaars? De Pater: 'Tja, je moet ook rekening houden met de maatschappelijke werkelijkheid. Ik geloof niet dat er veel mensen op zitten te wachten dat wij nu massaal de halsbandparkiet gaan bestrijden.'


Teo Wams, directeur natuurbeheer bij Natuurmonumenten, ziet in de praktijk eerder toenadering dan verwijdering tussen de twee partijen. 'Ik merk bijvoorbeeld dat Dierenbescherming Nederland steeds meer oog krijgt voor de bijzondere status van dieren die in de natuur leven. En er zijn ook maar weinig dierenbeschermers die zich druk maken over een muis die door een roofvogel wordt opgegeten. Anderzijds zie ik ook wel de erupties van emoties. Daarbij moet ik zeggen: die emoties zijn er bij ons net zo goed. In de inborst van natuurbeschermers zit ook betrokkenheid bij het individuele dier.'


Toch vindt Martin Drenthen, natuur- en milieufilosoof in Nijmegen, dat natuurorganisaties zich wel degelijk zorgen moeten maken over de dominantie van dierenbeschermers. En dat ze minder zouden moeten meegaan in de trend van het verpersoonlijken van dieren en het als gezellig en romantisch voorstellen van natuur. Drenthen: 'Wat je bij die bult-rug zag, is dat mensen het steeds moeilijker kunnen plaatsen dat dit soort erge, wrede dingen gebeuren in de natuur. Ze redeneren: de natuur doet zoiets niet, dat moet de mens zijn geweest. Een volstrekt absurd beeld natuurlijk. Want de natuur is wreed en ongrijpbaar, dat is juist de reden waarom die zo fascineert. Ongemak hoort bij de natuur. Vroeger was dat evident, maar in deze tijd ligt dat anders. We zijn er sowieso aan gewend dat alles veilig is. Daarbij hoort die vervreemding van de natuur. En van de weeromstuit: de sentimentaliteit over individuele dieren.'


Natuur zonder spanning

Drenthen vindt dat Natuurmonumenten juist minder zijn best moet doen om nog weer ergens een uitkijktoren neer te zetten, of om weer een leuke diersoort naar voren te schuiven om een herinrichting te rechtvaardigen. 'Daarmee verliest natuur zijn spanning. Spanning die te maken heeft met het onbekende, het onverwachte en ook wel met ontzag en een vorm van angst. Wat je wel kunt doen: het verhaal vertellen van zo'n natuurgebied, met zijn verleden, en met zijn diersoorten. Als je dat doet, begrijpen mensen misschien beter waarom er eens een stukje bos wordt gekapt ten behoeve van heide.'


Volgens Drenthen zijn dierenbeschermers duidelijk in het voordeel omdat zij een 'morele taal' spreken. 'Daarentegen worden natuurbeschermers gezien als technocratisch en ambtelijk. Want zij spreken louter in technische taal over dieren. Grote grazers dienen voor het maaien, ganzen kun je op die en die manier bestrijden. Terwijl ook het ecologische verhaal een moreel verhaal is, namelijk het verhaal van de zorg om de ecologische gemeenschap. Ik weet dat eigenlijk alle natuurbeschermers ook wel zo'n verhaal te vertellen hebben. Maar het komt er bijna nooit uit. Alleen David Attenborough en prinses Irene mogen nog zeggen dat het mooie van natuur is dat je je er als mens nietig in voelt.'


Een treffend voorbeeld van de twee 'botsende moralen' diende zich onlangs nog aan in het VARA-tv-programma Zembla. In een aan alle kanten rammelende uitzending keerden de makers zich onder meer tegen herintroducties van diersoorten door de 'natuurindustrie'. Aan het woord kwam een woordvoerder van de Faunabescherming die zich boos maakte over het dierenleed waarmee die herintroducties gepaard gingen.


Een item in het programma ging over de wisenten in de duinen bij Overveen. Geen herintroductie, maar een proefproject waarbij wordt gekeken in hoeverre grazende wisenten geschikt zijn om het dichtgegroeide en vergraste duinlandschap weer 'open' te maken. Het item spitste zich toe op de dood van vier jonge stiertjes die vanuit dierentuinen bij de kudde waren geplaatst. Wouter Helmer, directeur van Ark Natuurontwikkeling en verantwoordelijk voor het project, werd 20 seconden bestraffend ondervraagd over de pijnlijke kwestie. Strekking: kijk toch eens wat een gevoelloze technocraat.


Wat de kijker niet zag, was dat Helmer een bevlogen verhaal had gehouden over hoe de wisenten in de duinen terecht waren gekomen. Dat de wisenten bijna waren uitgestorven, er waren er nog 12, en dat er nu, dankzij inspanningen in Polen, Duitsland en Nederland dus, weer 4.000 wisenten zijn, waarvan er zo'n 2.000 in de natuur leven. Helmer nu: 'Dat van die stiertjes was natuurlijk klote, we hebben ervan geleerd dat wisenten uit de dierentuin niet geschikt zijn om terug te plaatsen in de natuur. Maar de totale kudde doet het fantastisch. En het grotere verhaal is natuurlijk dat de wisent voor uitsterven is behoed.'


Toch is Helmer niet per se negatief over de rol van dierenbeschermers. 'Het aantal dierenbeschermers stijgt explosief. Dat is soms lastig, maar vooralsnog denk ik dat de natuur er juist mateloos van profiteert. Je zou kunnen zeggen: wij zorgen voor grotere populaties dieren, dierenbeschermers voorkomen vervolgens dat die worden afgeschoten.'


En volgens hem liggen de kaarten over een jaar of tien weer heel anders. 'Wat weinig mensen zich nog realiseren, is dat we massaal natuur terugkrijgen, juist in het verstedelijkte Noordwest-Europa. Binnen tien jaar hebben we bij wijze van spreken vossen, zwijnen, marters en dassen in onze tuin. Veel dieren trekken ook naar de randen van de stad, want daar wordt niet gejaagd, er is veel voedsel en daar zitten de dierenbeschermers. Er komt een moment dat er zoveel natuur is in Nederland dat er een tegenreactie zal komen. En dan kom je er ook niet onderuit om iets minder sentimenteel te worden.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden