'Wij wilden zijn als de andere kinderen'

Welke rol speelt afkomst in Nederland? Dat onderzoekt Robert Vuijsje in een reeks interviews. Voormalig bokser Arnold Vanderlyde (53): 'Wij wilden zijn als de andere kinderen. Dat is integratie.'

Arnold Vanderlyde Beeld Robin De Puy

In Sittard kende iedereen Zwarte Gerrit, een Surinaamse man van 1 meter 94. 'Als enige was mijn vader al zwart voordat hij de mijnen in ging. Hij was erg donker, een bezienswaardigheid. Met iedereen maakte hij een grapje, een echte charmeur. Als ik in Sittard kom, zeggen ze nog steeds: Zwarte Gerrit, daar kon je mee lachen.

'Mijn vader kwam naar Nederland toen hij 18 was, om verpleegkunde te studeren. In Delft ontmoette hij mijn moeder, zij was acht jaar ouder. De oudste drie kinderen kwamen snel, mijn vader stopte met zijn opleiding en ze verhuisden naar Limburg, daar kon hij werk krijgen. Mijn vader paste zich aan. Ik denk dat hij zijn onzekerheid verbloemde, als enige zwarte man, door overal waar hij kwam contact te maken. Thuis regeerde hij met harde hand. Er viel wel eens een behoorlijke tik. We moesten het goed doen op school en niet bij hem in de mijnen terechtkomen.'

Arnold Vanderlyde

(Nederland, 1963) won als bokser bronzen medailles op de Olympische Spelen van 1984, 1988 en 1992. Ook werd hij drie keer Europees kampioen en acht maal Nederlands kampioen in het zwaargewicht. In 1991 was hij Nederlands Sportman van het Jaar. 'En nu ben ik motivator en inspirator. Ik geef lezingen.'

Jij viel ook op?

'Nu ben ik 1 meter 97, op school was ik twee koppen groter dan de rest. Ik was groot en bruin. Dat ik anders was, merkte ik bij conflictjes. Dan riepen ze: hé zwarte. Mijn vader zei altijd tegen me: kom op, je moet je bewijzen, ga ervoor. Ik was driftig en boos. Op het schoolplein zei iemand een keer tegen me: 'Wat heb jij mooie lange benen.' Dat vatte ik op als een aanval, terwijl het niet zo was bedoeld - ik ging meteen vechten. Bij ruzies kwamen er weleens vijf of tien kinderen op me af, ik moest ze dan van me weg slaan. Die herinnering zie ik niet als traumatisch, het was een soort spel van kinderen.'

Begon je met boksen omdat andere grote zwarte mannen dat ook deden?

'Die associatie had ik helemaal niet. In mijn voetbalelftal had ik de rol dat ik, als er een probleem was, het moest oplossen. Ik kreeg weleens een rode kaart. Een blanke jongen met wie ik voetbalde, John Klein heette hij, zei tegen me: 'Arnold, jij hebt zo veel woede, ga een keer mee naar boksen.' Als eerste donkere jongen stapte ik binnen in boksschool De Amateur in Munstergeleen. Ik pakte het snel op. Het bewegingsritme en de spieropbouw van een zwarte man zijn perfect voor boksen. Ik heb lange armen, lange benen, snelle spieren. Binnen een jaar bokste ik mijn eerste wedstrijd, ik was 16.'

Spraken je ouders met een accent?

'Mijn moeder had een Rotterdams accent en een harde g, mijn vader praatte met een Surinaamse w. Wij zijn met zes kinderen, allemaal praten we met een Limburgs accent. Dat is integratie, we wilden zijn zoals de andere kinderen. In 1984, na de Olympische Spelen van Los Angeles, kon ik voor eerst op de televisie terugzien hoe andere mensen naar mij keken. Een donkere man van 2 meter, een atleet, die praat met een Limburgs accent. Ik kon me voorstellen dat het niet paste bij het normale beeld. Ruw en grof doen en dingen roepen als: krijg de kolere en sla 'm de pleuris - pas dan kon je een echte bokser zijn.'

In 2009 verscheen het boek van Vanderlyde: FIGHTING for Success! In het boek beschrijft hij zijn programma dat hij ontwikkelde voor het begeleiden van (sport)mensen op weg naar succes. Beeld anp

Bij jou werd steeds een verband gelegd tussen je accent en je boksstijl.

'Ze hebben weleens aan mijn tegenstanders gevraagd wat voor bokser ik was. Die zeiden: hij is een stylist, geen puncher, geen knock-outvechter. Dat werd mij verweten. Ik zocht het veilige en het beschermde op. Het zit niet in mij om de confrontatie aan te gaan, in de ring ging ik ook nooit vooruit. Als Mart Smeets voor Studio Sport tegen me zei: je bent te lief, je hebt weer verloren van je grote rivaal Félix Savón en net niet de hoofdprijs gewonnen - dan bleef ik altijd netjes. Ik legde rustig uit: ik ben de beste van de rest, ik heb het beste uit mezelf gehaald, het is goed zo.'

Je bent geen profbokser geworden.

'Een paar jaar geleden ging ik naar New York voor een gevecht van Mike Tyson. Na afloop zat ik in een nachtclub, iemand deed van achteren zijn handen over mijn ogen, ik moest raden wie het was. Lennox Lewis, een donkere bokser uit Canada. Olympisch kampioen bij de amateurs en later wereldkampioen bij de professionals. We trainden samen en boksten veel sparringwedstrijden. Die waren gelijkwaardig. Het eerste wat hij vroeg: 'Arnold, waarom ben je nooit prof geworden?' Hij zei: 'I made big money.' Veel grote boksers die niet van mij konden winnen, zijn prof geworden. Ze hebben miljoenen verdiend.

'In feite was ik gewoon prof. Ik haalde een trainer uit Hongarije, ik had grote sponsors zoals Kodak en Philips. Het geld werd gestort op een speciale rekening van NOC*NSF, na mijn carrière kreeg ik het uitgekeerd. Op die manier kon ik blijven meedoen aan de Olympische Spelen. Het was een mooi bedrag. Geen miljoenen, integendeel. Toen Lennox dat aan me vroeg, voelde ik trots, maar ook frustratie, het was tegenstrijdig.

'Een volgende keer zou ik het misschien anders doen, dat is het kleine egootje in mij. Nu bekijk ik het zo: met profboksen loop je meer risico. Kleinere handschoenen, meer rondes in korte tijd, je moet meer incasseren. Ik ben gelukkig gezond gebleven.'

Nederlands
'Thuis bij mijn kinderen. Tien jaar geleden zijn we naar België verhuisd, even buiten Antwerpen.'

Surinaams
'Als ik beweeg en boks. En op feestjes.'

Limburgs
'In Sittard, bij mijn zus, met de vlaai op tafel.'

Partner
'Angela is een Hollandse vrouw uit Rotterdam, net als mijn moeder. Ze is net zo nuchter.'

Mohammed-cartoons
'De kracht van een democratie is dat je alles mag zeggen - maar het hoeft niet. Dat is opvoeding.'


In gesprek

Schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Beste vriend) interviewt voor V bekende en minder bekende Nederlanders over de rol die hun afkomst speelt in hun leven. Hij spreekt onder anderen nog met advocate Samantha Ebecilio (Surinaams) en cabaretier Omar Ahaddaf (Marokkaans).


Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden