'Wij werken vanuit onszelf'

Volgende week dinsdag begint het ITs Festival, waar studenten van theateropleidingen uit binnen- en buitenland zich presenteren op Amsterdamse podia....

'Ik wil me op één ding focussen'
Zoë Wijnsouw (19) Danseres 2e jaars Codarts, Rotterdamse Dansacademie Programma op ITs: Modern Dance: Part II, 29 juni om 21.00 uur.De Brakke Grond

‘Het is leuk om het beeld dat sommige mensen van dans hebben te doorbreken. Als ik tegen iemand vertel dat ik danseres ben, zeggen ze wel eens: o ja, van So You Think You Can Dance? Ze denken dat dans een hobby is.

‘Die programma’s op tv gaan om uiterlijk vertoon. Wij werken juist vanuit onszelf, maar ook samen voor elkaar. Je ideeën kenbaar maken. Veel optreden. De mensen die komen kijken zien vervolgens wie jij bent, zonder dat je praat. Ik kijk ook niet vaak in de spiegel tijdens het dansen. Voel de bewegingen liever zelf, in plaats van mezelf de hele tijd mooi te vinden of iets dergelijks.

‘Ik ben niet zo groot, 1 meter 54, maar heb geleerd dat je je uitstraling zo kan maken dat het publiek alleen naar jou kijkt. Zo kan die lengte juist mijn voordeel zijn. Ik ben sneller en wendbaarder dan langere mensen. Daar kan je van profiteren als je bijvoorbeeld een pirouette maakt. Maar het is wel hard werken. Ik moet heel erg vechten om alles groot te laten lijken.

‘Uitstraling is iets wat in je zit. Je hebt het of niet, maar je kan het wel vergroten. Misschien is dat wel een soort bluf. Als danser kan je iemand anders zijn dan degene die je echt bent. Een beetje als acteren, maar minder overdreven, minder superdramatisch. Abstracter.

‘Ik begon ooit met turnen en gym, daar was ik altijd de lichtste, kon ik overal overheen worden gegooid. Op mijn vierde begon ik met dans. Op het ITs dans ik als koppel samen met Michael Sastrowitomo. We doen tango vermengd met hedendaagse dans. Dat is heel bijzonder. In december treden we er ook mee op tijdens een tangofestival in Den Haag.

‘Als ik uitga, merk ik wel dat ik anders dans dan anderen. Dan probeer ik wel te laten merken dat ik op een dansopleiding zit. Maar ik ga niet echt vaak uit. Je ziet mensen die dat wel doen, iedere week. Ze drinken, en je ziet ze daardoor minder vaak op school. Ik wil me gewoon op één ding focussen.

‘Dans betekent alles voor mij. Het is een levenswijze. Maar het heeft ook een toekomst die maar tot je 35ste gaat, dus ik denk veel na over wat ik daarna wil doen. Misschien wel een studie filosofie of archeologie, dat boeit me ook al sinds mijn vierde.’

‘Wij zijn die jongens met die grote bek’
Johan Fretz (24) en Marcel Harteveld (25) Kleinkunst 4e jaars Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunstacademie Voorstelling op ITs: ‘Onderweg’, 27 juni, 17.45 uur, De Brakke Grond

Johan: ‘Ons programma gaat over onze leeftijdsgenoten, een generatie die massaal gaat backpacken op zoek naar het grote geluk aan de andere kant van de oceaan.’

Marcel: ‘De tegenstrijdigheid in het leven is in de voorstelling heel interessant. Johan is op reis gegaan naar Zuid-Amerika om dingen te tackelen. Ik heb eigenlijk dezelfde stappen moeten zetten, maar heb dat altijd hier gedaan.’

Johan: ‘Op school zijn we altijd die twee jongens met de grote bek. We werken nu met documentairemaker Rick Stout. Hij leert ons hoe we onszelf het duidelijkst kunnen laten zien.’

Marcel: ‘Theatermakers schuwen wel eens om het stuk naar henzelf te trekken. Bang te veel van zichzelf te laten zien. Onze voorstelling is persoonlijk, maar ook een brok energie. Als je de instelling hebt van: we gáán ervoor, en je daarbij ook nog heel kwetsbaar opstelt, komt het verhaal dat je vertelt heel dichtbij.’

Johan: ‘Zoals je over Neerlands Hoop hoort hoe zij Carré totaal afbraken, dat moeten wij ook proberen te doen. Niet dat je als publiek na afloop even een tomatensapje neemt en naar huis gaat. Nee, het moet iets losmaken.’

Marcel: ‘Ik heb de liedjes, hij heeft de verhalen. Hij heeft de opwinding, ik de relativering. Maar daarin hebben we wel allebei dezelfde boodschap te vertellen.’

Johan: ‘Terwijl je op het podium het verschil helemaal niet zo scherp ziet. We nemen je samen op reis waar vertellingen en muziek door elkaar lopen, waar personages botsen.’

Marcel: ‘We hebben niet elke dag mot, maar tijdens repetities kom je steeds vaker dingen tegen waarvan je tegen jezelf kan zeggen hoe briljant het wel niet is. Wanneer de ander het daar niet mee eens is, ontstaat er een heviger conflict dan een jaar geleden.’

Johan: ‘Het gaat vaak over taal.’

Marcel: ‘Ik vind het snel te poëtisch. Soms is een opkomende zon gewoon een opkomende zon. Dan gaat het niet om een parelmoeren verschijning aan de horizon.’

Johan: ‘Ik zie het juist als een manier om je eigen fantasie in werking te zetten met iets dat al honderd keer gezegd is. Maar je kunt ook op een heel goede manier letterlijk of concreet zijn, zoals Marcel dat doet.’

Johan: ‘Deze zomer gaan we dagelijks een filmpje maken voor On Air, een talkshow met Harm Edens die De Wereld Draait Door vervangt. In vijf weken gaan we naar 20 tot 25 landen. Camera mee, laptopje, monteren, vliegtuig in, en door naar het volgende land. Het sluit helemaal aan op de thema’s in ons theaterprogramma. Dit wordt hopelijk onze doorbraak, maar misschien ook wel het einde van ons bestaan, ha ha!’

‘Je moet jezelf niet voor lief gaan nemen’
Wilhelmer van Efferink (24)Theaterregisseur 4e jaars Hogeschool voor de Kunsten, Utrecht Voorstelling op ITs: ‘Gesprekken tussen David’ 27 juni om 15.00 en 17.00 uur, Theater Bellevue.

‘Je kan alle theaterregels aan je laars lappen, maar je kan die regels ook gebruiken en daarbinnen fucken met het systeem. Ik denk dat je daar veel meer mee wint. Ik weet niet of ik per se fuck met het systeem, maar wel dat mijn voorstellingen niet altijd even makkelijk zijn voor het publiek.

‘Bij bijna al mijn voorstellingen is de gespeelde tijd ook de letterlijke tijd. Het is één shot, daar moet je het mee doen. Anders maak je altijd dezelfde boogjes, zoals Shakespeare bijvoorbeeld. Een scènetje in de kersentuin, een scènetje hier, een scènetje daar. Je knoopt al die eindjes aan elkaar en hebt een spanningsboog.

‘Niet dat daar iets mis mee is, maar ik vind het belangrijk dat je als publiek het gevoel hebt dat het alleen op dát moment heeft kunnen bestaan. Als je heel erg met tijd gaat spelen is de kans groter dat het publiek achterover gaat zitten.

‘Meestal beginnen mijn repetities met ellenlange improvisaties. Ik praat veel met mijn acteurs over wat ik goed vind, daarna is de eerste repetitie meestal: zonder opdracht de vloer op. Dan kijk ik wat er gebeurt met díe combinatie van mensen in díe ruimte op dát moment, en daar haak ik op in. Vergelijk het met een jamsessie van een band. Daaruit pak je het beste stuk en daar ga je mee verder.

‘Het publiek maakt de voorstelling, je moet je constant verhouden tot wat je ziet. Er waren mensen die over mijn vorige voorstelling – een heel theatrale installatie – zeiden: dit is toch geen theater? Maar dan kwamen ze drie dagen later terug: nu snap ik het, het gaat om míj. Dan zeg ik: natuurlijk gaat het om jou. Theater ontstaat altijd in het publiek. Niet op de vloer.

‘De voorstelling gaat over een stervende man van 75, gespeeld door Arthur Boni, en een jongen van 30. Ik vroeg mij af: wat zou ik mijzelf vragen als ik 75 ben? Als ik mijn leven doorzet zoals ik het tot nu toe heb geleefd, waar beland ik dan? Dat vind ik heel essentiële vragen. Je moet jezelf en de dingen die je doet niet voor lief gaan nemen.

‘Ik vind dat iemand als Boukje Schweigman de dingen heel goed ziet, of Lotte van den Berg, daar kijk ik goed naar, maar een echt voorbeeld heb ik nooit gehad. Mijn vader was kunstschilder, die zei ooit in een dagblad: Picasso kon net zo goed schilderen als ik. Je gaat ook als toneelmaker pas de vloer op wanneer je denkt dat je iets kan brengen dat een ander niet brengt. Als acteur kom je in een project waar alle voorwaarden al zijn gecreëerd, als maker moet je die zelf creëren.’

‘Theater is een soort casino’
Jessie Wilms (21) Actrice 4e jaars Toneelacademie Maastricht Voorstelling op ITs: ‘Westkaai’ 23 juni om 14.00 en 21.00 uur, Compagnietheater.

‘Ik heb even overwogen om voor de foto heel groot op mijn hoofd te schrijven: Maar misschien denk ik er morgen anders over. Mijn vriend zei: nee Jessie, echt niet doen. Maar daar gáát het wel over.

‘Ik dacht eerst dat theater een soort speeltuin was. Dat als ik van de glijbaan flikkerde er toch wel een dikke mat was om mij op te vangen. Maar het is eigenlijk meer een casino. Je moet honderd procent inzetten, of heel lang op die fruitmachine blijven drukken. Totdat alles klopt, dan komt er iets uit. Je zoekt naar combinaties en uiteindelijk gok je op één ding, daar zet je al je geld op in.

‘Op het ITs spelen we Westkaai van Koltès. Een stuk van 120 pagina’s tekst. Monoloog na monoloog. Het wordt nog één keer echt knallen met de klas. Ik speel Cecile, een Peruaanse vrouw van zestig. Ik moet Spaans praten, en heb op internet gezocht hoe die vrouwen klinken, zo heel nasaal, gericht en hard.

‘We werken met Raven Ruëll, een Belgische regisseur, die ons heel vrij laat in onze eigen ideeën. Als wij zeggen: we willen drie kamelen op het podium, zegt hij: laat maar zien! Ken je zo’n automatische rodeostier? Er wordt geschoten in de voorstelling, af en toe komt er een kalasjnikov in voor, dus het leek me heel leuk om van die rodeostier een kalasjnikov te maken. Maar dat werd ’m helaas niet.

‘Westkaai gaat over hoe eenzaam mensen zijn. De personages zijn marginale mensen, die moet je geloofwaardig op theater zetten. Hun eenzaamheid laten zien.

‘Acteren is sowieso een eenzaam bestaan. Je bent constant aangewezen op je eigen emoties, je eigen talent. Als ik huil, denk ik wel eens: hoe ik nu huil, dat zou een geweldige huilscène zijn. Maar blijven hangen in een personage lijkt me alles behalve gezond.

‘Als ik naar het huidige theaterlandschap kijk, mis ik soms de motivatie waarom iemand een bepaald verhaal wilt vertellen. De actualiteit van de voorstelling. Waar de noodzaak zit. De vraag aan jezelf zou niet moeten zijn: welk stuk wil ik spelen, maar welk stuk móet ik spelen.

‘Ik merk dat ik meer opkijk tegen klasgenoten of vrienden die net zijn afgestudeerd, dan tegen mensen die al dertig jaar in het vak zitten. Gena Rowlands vind ik fantastisch, maar ik vind het nog geweldiger als een klasgenoot mij weet te raken. Dat is eerlijker. Het spreekt ook tot mijn verbeelding. Wacht even, denk ik dan, geef me nog een paar jaar, ik kom er ook aan!’

International School Theatre Festival, 22 tot 30 juni, op diverse locaties in Amsterdam. itsfestivalamsterdam.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden