Wij & Wereld (slot)

Je hoeft niet gehuwd te zijn, om er toch last van te krijgen: van de huwelijkscrisis...

Ik geloof dat het in Nederland nog steeds zo geregeld is dat twee mannen niet kunnen trouwen - althans niet met elkaar. Ik heb dat zelf nooit een verschrikkelijke misstand gevonden.

Maar, kreeg ik dan te horen, denk eens aan al die andere mannen die staan te popelen. Toen bedacht ik dat het belangrijk was om het huwelijksrecht te verwerven, om er daarna van af te kunnen zien. Net zoiets als vrouwen en het leger; die hebben ook nooit de kans gekregen eens flink dienst te weigeren, als ze dat willen.

Maar tijdens die huwelijkscrisis van ons - want zelfs als je probeert geld en goed gescheiden te houden, blijven de ruzies gezamenlijk bezit - zag ik nog een ander voordeel: wie officieel getrouwd is, kan zich ook weer officieel laten scheiden.

Het leek mij handig dat een anonieme derde macht dat laatste klusje op zou knappen. Iemand anders zou die benauwde, vacuüm verpakte wereld doormidden knippen waarin wij met zijn tweeën bekneld waren geraakt.

Want Geliefde & ik mochten dan twee mannen zijn die niet met elkaar konden trouwen, het was ons wel gelukt al dat andere te bemachtigen dat zo gemakkelijk uit een jarenlange verbintenis voortvloeit: eerst de hooglopende ruzies (ik zie ze ook letterlijk op stelten binnenkomen, als in een carnavalsoptocht) die nog een zekere dramatische opbouw bezaten, en die, hoewel kwetsend en krankzinnig en wat al niet meer, toch de vitaliteit van de verhouding leken te onderstrepen; hoe groter de scène, hoe meer we aanvankelijk onder de indruk waren van onze eigen ontvlambaarheid.

Maar daarna kwamen we terecht in het uitgestrekte moerasgebied waar je op de tast doorheen moest waden en waaruit zich niets verhief, geen pijnlijke herinnering, geen beklagenswaardig hoogtepunt dat je later nog aan een datum of een speciale gebeurtenis zou kunnen ophangen.

Weet je nog?

En dan merken dat je zo gauw geen enkele, drensloze dag te binnen schiet.

Want de echte crisis krijst niet. De echte crisis sleept zich zeurend voort, en juist dat gebrek aan vaart maakt murw: dit kan zo niet doorgaan, er moet iets gebeuren, roep je nog, alsof je naar een vervelende tv-serie kijkt en door wilt schakelen naar het andere net: maar de clou is natuurlijk dat het een huwelijkscrisis is en dat het daar wel in kan en niets hoeft.

Het ligt voor de hand, maar het heeft mij toentertijd oprecht verbaasd. (Dit stukje staat veilig in het voltooid verleden; openhartigheid is goed, maar voorbij is beter.) Ik kon er maar niet over uit dat het geheel zo pointless was, zo'n spel zonder regels, en dat er zich geen derde aandiende om in te grijpen.

Achteraf denk ik dat mijn gedachten daarbij eerder uitgingen naar een scheids- dan naar een echte rechter. Het zou iemand zijn die meer deed dan simpelweg ons besluit bevestigen - want we besloten juist niets; hij moest ons de beslissing uit handen nemen.

Het is een kinderlijke fantasie - twee vechtende kleuters, mamma komt tussenbeide - die zich overigens heel volwassen en geëmancipeerd laat formuleren: als het officiële recht op Echt & Scheiding.

Er zijn meer van die ferme termen, zoals 'zelfbeschikking' en 'autonomie', die je tijdens zo'n huwelijkscrisis bijna bezwerend voor je uit mompelt, alsof je een taal in herinnering wilt roepen die je ooit perfect beheerste maar die je nu ongerijmd in de oren klinkt. Want je beseft maar al te goed dat je met die zelfverzekerde begrippen vooral probeert het stemmetje te dempen dat zachtjes jengelt om de Grote Broer, die de boel moet komen oplossen.

Wat dat betreft zou je de eerste moeten zijn om jezelf niet op je woord te geloven.

Nu de borden weer behoedzaam op de tafel belanden en de deur niet langer vloekt zodra die in het slot valt, ben ik nog het meest verrast over het juridische jargon dat ik me in die tijd had aangeleerd.

Ik heb me eerder op deze plek druk gemaakt over de sentimentele gewoonte abstracte zaken als de nationale staat en de geschiedenis van persoonskenmerken te voorzien en in relatie-therapie te willen nemen; ik geloof niet dat een land kan worden opgezadeld met een waar Zelf, en al evenmin dat het verleden zit te wachten op onze eigentijdse wrevels.

Maar terwijl de wereld al te persoonlijk wordt toegesproken, lijkt het erop dat het privé-leven is verzakelijkt. De toespraken zijn verwisseld; de speech die bestemd was voor de opening van de jaarvergadering, wordt rustig aan de keukentafel afgestoken.

In de intieme sfeer heerst de toon van de notaris.

In ieder geval betrapte ik mezelf op het idee dat er fraude moest zijn gepleegd in onze verhouding, dat er deals waren gesneuveld en afspraken geschonden. Alsof Geliefde & Ik ooit een handelscontract hadden gesloten. Alsof ik niet in de modder stond, maar in mijn recht.

Het was een huiselijke crisis, en ik reageerde als een verongelijkte vennoot. (In die zin had Roland Barthes maar gedeeltelijk gelijk, toen hij stelde dat 'de taal der verliefden heden ten dage opzij wordt geschoven, veronachtzaamd en bespot'. Politici, artsen en vertegenwoordigers van encyclopedieën maken er inmiddels dankbaar gebruik van. Alleen de geliefden zijn haar verleerd.)

Nog steeds vraag ik me af waarom mijn verweer in eerste instantie zo formeel was en afgemeten; niet eens zo diep in mij moet een ijverig regelneefje huizen dat opgroeide in de jaren zestig toen de overleg-economie zijn intrede deed in universiteiten, fabrieken en woonkamers.

'Wat hadden wij afgesproken', vroeg moeder nog voordat je eerste melktand goed en wel was doorgebroken.

Niets was heilig in die tijd, God, school noch gezag, maar op dat veld van neergehaalde beelden moet één monument toch overeind zijn gebleven en een onaantastbare, sacrosancte status hebben gekregen: dat was De Afspraak, het symbool van het regelbare leven, met zijn belofte van pragmatiek, zijn welwillendheid en zijn technische oplossingen.

Alles wat troebel en duister was zou beheersbaar zijn, ook de liefde (therapie), de dood (euthanasie) en al die andere intimiteiten. Vanaf nu zou het er modern en modderloos toegaan.

'Netty durft, zegt Chabot, uiteindelijk om een reden niet zelf, zonder hulp zelfmoord te plegen - en dat is omdat zij bang is anderen te belasten met de ''blubber'' die zij, door bijvoorbeeld voor een trein te springen, zal veroorzaken.'

Dit citaat, afkomstig uit de bundel Als de dood voor het leven, maakt twee dingen duidelijk: psychiater Chabot gelooft dat een zelfmoord door een ander kan worden uitgevoerd, en dat zoiets niet per se met 'blubber' gepaard hoeft te gaan.

Het is een hygiënische droom om, kost wat kost, de modder te willen vermijden; een gevaarlijke illusie ook omdat zelfmoorden, net als huwelijkscrises, per definitie van modder zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.