'WIJ WAREN DE HELDEN'

'Wat een fantastische dag en wat een fantastische tijd was dat. Wij waren de helden. Wij deden tenminste wat. Er zijn maar weinig momenten in de na-oorlogse vaderlandse geschiedenis geweest dat mensen het recht op een positieve manier in eigen hand namen....

De kraakbeweging had geen leidinggevenden. Laat ik zeggen dat wij, een clubje waarvan ik de gezichten nu weer voor me zie, de rainmakers waren. Ik kwam in 1978 in Amsterdam wonen - daar ging al een heel boek aan kraken in Breda aan vooraf. Met mijn ouwe Ford reed ik door Amsterdam, een koevoetje en een tas gereedschap achterin. Langs de achterkant drong ik met dat koevoetje een huis binnen, staat daar ineens Theo van der Giessen. ” Wie ben jij!?”, vroegen we aan elkaar. Hij bleek in het pand ernaast te kraken. Ongelooflijk, wat een toeval. Nee, je moet hem geen voorman van de kraakbeweging noemen. Theo was gewoon een heel altruïstische jongen die heel veel woningzoekenden aan een huis heeft geholpen.

Dat stenengooien op Koninginnedag was prachtig. Jaha, deed ik aan mee, daar deden we allemaal aan mee. Het was uitputtend, hoor. Af en toe moest je even bijkomen, een pilsje drinken op het Rembrandtplein. Er hing een mooie sfeer. Volkstoneel was het. In de maanden die eraan vooraf gingen had zowel de ME als de krakers een manier van rellen voeren ontwikkeld waarbij geen dooien vielen. Rellen en matten moet je ook leren. Ik hou mijn hart vast als er nu zo'n confrontatie zou zijn, in Amsterdam. De actievoerders en de politie zijn daarin totaal niet meer getraind. In die jaren zat ik geregeld vast, op verdenking van openlijk geweld en huisvredebreuk. Tijdens Koninginnedag was het wel op het randje. Ik had een angstig moment toen over de Blauw brug ME'ers kwamen aanrijden in busjes waar de ruiten al uit lagen. En nóg zag ik jongens met stenen gooien, die auto's in. Ik dacht: straks rijdt zo'n gast zo het publiek in. ” Rustig, rustig”, heb ik een paar keer geroepen. Er zijn een paar grenzen die ook ik niet heb genomen.

Ik heb niet naar paarden gegooid, nooit. Ik geloof ook niet dat dat erg populair was in de kraakbeweging. De natuur en de beesten - daar hadden ze wel wat mee. Het stikte er van de honden.

Het is ook niet interessant om in te zoomen op de kleine dingen die fout gingen, die dag. Kraken was een levensstijl, met eigen muziek, kleding, manieren van omgaan met elkaar, feesten, wonen. Ik ben van het bouwjaar 1956. Ik heb de jaren zestig net niet meegemaakt, ik was te jong. Misschien trok de kraakbeweging me daardoor ook aan. Het leek er heel even op, eind 1979, dat die jaren herleefden.

Toen burgemeester Polak begin 1980 aankondigde dat de Groote Keijser definitief niet zou worden ontruimd, haalde hij de angel uit de kraakbeweging. Ik woonde er, zat er altijd. De Groote Keijser was hét symbool van het verzet. Dat was ons ding. Dat hadden wij gemaakt. En dat ontglipte ons. Dat ie niet werd ontruimd was verschrikkelijk. Alle solidariteit en sympathie die we hadden opgebouwd bij bredere lagen van de bevolking, waren niets meer waard. Daarna riepen we april uit tot actiemaand. Gewoon een ideetje. ” Geen woning geen kroning”, werd er in de gezelligheid geroepen. Toen hadden we het, hè, die leus was zo van toepassing. Geen feest zolang wij in de rotzooi zitten. Maar eigenlijk waren we tijdens Koninginnedag al op de terugtocht.

Ik ben een nieuw leven begonnen. Ben intussen zelfs gepromoveerd. Maar ik denk met bijzonder veel plezier aan die tijd terug. Ik zou het zo weer overdoen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden