'Wij voelen precies hoe Amsterdam ademt'

De Amsterdamse hoofdcommissaris van politie Bernard Welten (56) was één dag in functie toen Theo van Gogh werd vermoord, 2 november 2004. Hij lag geregeld overhoop met de vorige burgemeester van Amsterdam, Job Cohen. Op 1 november zwaait hij af. 'Ik voel me soms net een circusbeer.'

Welten heeft het liever over de zaken die er echt toe doen: 'Amsterdam is veiliger geworden. Toen ik kwam, waren er meer dan 100.000 aangiften van criminaliteit, dat zijn er nu 90.000.' Over de overvallen: 'Twee jaar geleden 547. We hebben alles op alles gezet, we rijden de roofroutes, zijn op plekken waar de kans op overvallen groot is, en we volgen potentiële daders hinderlijk. Dit jaar gaan er 200 overvallen minder komen.'


Over Koninginnedag, 4 mei, 5 mei, voetbalwedstrijden, Gay Pride, Sail, huldigingen van het Nederlands elftal - de mega-evenementen die het uiterste vergen van zijn korps. 'Met de huldiging van Ajax in mei op het Museumplein liepen we langs de rand.'


De katholieke Bakkerszoon uit Breda barst van de ideeën, en hij ventileert ze graag. Woeste gedachten krabbelt hij op losse velletjes - 'mijn secretaresse noemt ze mijn vodjes'. Als hij ze heeft uitgewerkt, worden ze gebundeld in strak gekafte boekwerkjes. De digitale slotgracht (een kordon om de stad, zodat via kentekens het inkomend verkeer kan worden gecontroleerd). De gezamenlijke jacht op voortvluchtige criminelen door één strenge overheid (politie, uitkeringsinstanties, Openbaar Ministerie, gemeentelijke Dienst Persoonsgegevens). De top 600-aanpak, waarbij de 600 crimineelste veelplegers op de huid worden gezeten.


De losse velletjes mogen duiden op een ongeordend leven; het tegendeel is het geval. Welten zweert bij een systematische aanpak. Schema's met criminele netwerken, 'mindmaps' - hij heeft ze altijd bij zich. Een schema met de arrestaties in de Holleederzaak. 'Wie wordt met wie in verband gebracht?' Een schema met liquidaties. 'Ik moet wel zicht houden op het totaal.'


Geen dag gaat hij van huis zonder de crisismap. 'Elk draaiboek, elk scenario, alle telefoonnummers. Gijzeling, ontvoering, ramp, met welke ministers heb ik dan te maken? Wat zijn de tolerantiegrenzen? Welke functionarissen moet worden opgetrommeld? Wie doet wat?'


In 2007 werd een man van Marokkaanse afkomst doodgeschoten in het politiebureau aan het August Allebéplein in Slotervaart. Hij stak in op twee agenten. De avonden daarna werden auto's in brand gestoken. U zei dat u Parijse toestanden vreesde, refererend aan de rassenrellen in Frankrijk, twee jaar eerder. Dat is u kwalijk genomen.


'Het was al eerder gezegd, de burgemeester van Amsterdam had gezegd dat hij daar zorgen over had. Ik werd naar de punt van de naald gedreven om te zeggen of ik die ook had. Mij werd de vraag gesteld: ben je bang voor Parijse toestanden? Heb ik gezegd: in mijn vak houd je daar altijd rekening mee. En dan staat op Teletekst: Welten bang voor Parijse toestanden.'


Had u het toch beter niet kunnen zeggen.

'Nee, nee. Als ik had gezegd dat dat in Amsterdam onmogelijk was, zou dat een geweldige overschatting van onszelf zijn geweest. Ik kon niet doen alsof ik me geen zorgen maakte. Er was voor de derde avond op rij een auto in brand gestoken in Slotervaart.


'De steekpartij heeft mij enorm aangegrepen. Het is een gevecht op leven en dood geweest. Ik stond in het ziekenhuis bij een van de agenten aan bed, zij dreigde te overlijden. 'Ga in godsnaam niet dood', dacht ik.


'Wij moeten pathologisch alert zijn. En een lont hè, er hoeft niet veel te gebeuren. Voelde ik laatst ook met de rellen in Londen, ging het heel even spelen, maar het kreeg geen voet aan de grond in Amsterdam. Mensen klonterden samen. Er was iets van: dat kunnen wij ook.'


Een zesde zintuig?

'Dat is ons vak, zien wat er op de loer ligt. Als er spanning is in het Midden-Oosten, proef je dat in Amsterdam-West. Heb ik ook bij een voetbalwedstrijd. Feyenoord-supporters komen eraan, op een veilige afstand staan die van Ajax. Ik kan er als een snuffelaar tussen staan, en dan weet ik: vandaag loopt het uit de hand, of: vandaag gaat het goed. Je wordt een soort Erwin Kroll.'


Zijn woordvoerster, Yvette Moll: 'Een buienradar.'


Welten: 'Ja, een buienradar.'


Wat zag u in Amsterdam tijdens de rellen in Londen?

'Mensen hielden zich in de buurt van het politiebureau op. Je vraagt je af: gaat er een ruit uit? Er broeide iets. Ga ik bellen met de districtschefs. Wat voelen jullie in Nieuw-West? In Zuidoost? Check, check, check. Jongens, help even, ik voel wat. Jullie ook? Het antwoord was: niet zo opgewonden, Welten, we hebben het onder controle.'


Hoe komt het dat het in Amsterdam rustig blijft en in Parijs en Londen niet?


'Daar is de afstand tussen de politie en burgers groter. En de omstandigheden waarin Parijzenaars in de banlieues en Londenaren leven, zijn naarder. Er zit meer opgekropte woede. Dat laat onverlet dat het dun kan zijn. Maatschappelijke polarisatie die via religie vorm krijgt - daar moet de politie als buffer tussenin zitten.


'Ik denk dat wij dat goed doen. Het is rustig gebleven na de moord op Theo van Gogh, nadat Wilders' zijn film Fitna had uitgebracht, en uiteindelijk ook na die steekpartij op het politiebureau. Die flitsmomenten kunnen aanleiding zijn voor een eruptie van onverwerkte agressie. Is niet gebeurd.


'Daar hebben we veel in geïnvesteerd. We hebben een Marokkaans netwerk, een Joods netwerk, een Antilliaans netwerk, een christennetwerk, een Surinaams netwerk - we staan in contact met iedereen die ertoe doet. 14 procent van mijn collega's is van allochtone afkomst, 800 man. Hoeveel hebben jullie er op de krant? Mede daardoor voelen wij hoe Amsterdam ademt. Het allerbelangrijkste van ons werk is dat de vrede gehandhaafd blijft tussen de 180 nationaliteiten.'


Het lijkt wel alsof ik Cohen hoor. Hoe heeft het zo kunnen botsen tussen jullie?

'Job Cohen en ik hebben geclasht, maar we hebben geen hekel aan elkaar. Hij wilde de boel bij elkaar houden, ik wilde de boel bij elkaar brengen. Ik ben doeneriger, mijn tempo ligt hoger. Over het doel hebben we nooit onenigheid gehad. Ik wilde niet alleen de bevolking bij elkaar brengen, vooral ook de partijen die daarin een rol hebben. De gemeente, het Openbaar Ministerie, zorginstellingen - allerlei instanties deden hun ding. Om dat te doorbreken, moet je de confrontatie aangaan. Voor de politie, een bedrijf dat hiërarchisch wordt aangestuurd, is het: even voor de helderheid, doe gewoon wat ik vraag.


'Ik heb het idee dat ik die confrontatie katalyseerde. Neem de top 600-aanpak, waarbij we de dader in het midden zetten en afspreken wie wat doet. Nu neemt Van der Laan het voor zijn rekening en dat gaat ook niet zonder slag of stoot. Maar hij doet het wel.


'Cohen is meer van er nog een keer precies naar kijken. Voor die stijl heb ik zeer veel respect. Ik ben te ongeduldig geweest, ik ben moeilijk. Het is voor Cohen niet makkelijk geweest dat hij een offensieve politiechef had.'


U bent teruggeroepen van de wintersport, nadat u in een interview had gezegd dat de politie elke keer veelplegers oppakte, maar dat het Openbaar Ministerie ze liet lopen. Door zo zijn gezag te laten gelden, verloor Cohen het juist in uw ogen.

'Nee, we hebben daarna nog jaren samengewerkt. Ik heb altijd ontzag voor Job Cohen gehad. Dat zal hij ook bevestigen. Dat ik werd teruggeroepen, gaf een enorme knauw, vooral vanwege de reden. Dan moet je een grote jongen zijn, en overgaan tot de orde van de dag. Dat houdt in: een gewone relatie onderhouden met de korpsbeheerder. Dat is ook wel gelukt.'


In het Jaarboek van de Politieacademie van 2006 zei u: ik ga niks meer zeggen wat ruzie oplevert.

'Mooi hè.'


Een paar jaar later brak er weer tumult uit toen u suggereerde dat Amsterdam een stuk veiliger zou zijn als Cohen wat meer naar u zou luisteren.

'Ik had te lang niet gezegd wat ik voelde. Dan verzwik ik mezelf, een overstretching van mijn gedachten, en dat gaat hypen. Ik heb geen spijt van de boodschap, maar er is wat af te dingen op de manier waarop ik hem bracht. Als hoofdcommissaris pas je niet op de winkel. Ik ga over meer dan 6.000 dienders die veiligheid moeten maken. Dat kan niet zonder passie.'


Uw ijdelheid zou u nogal eens parten hebben gespeeld.

'Ik ben het geregeld met mezelf eens, dat zal wel ijdelheid zijn. Ik heb links en rechts gevraagd: ben ik ijdel? Niemand ontkende het. Dus het zal wel zo zijn.'


Hebt u weleens van een crimineel gedacht: toch knap gedaan?


'De ontvoering van Heineken in 1983 was goed geënsceneerd en goed getimed. Je moet het niet alleen vormgeven, je moet het lange tijd kunnen uitvoeren, ook mentaal. Het was werk van doorgewinterde criminelen. Gelukkig zijn ze gepakt. Ik heb er geen respect voor, maar het was wel knap.


'Ik was, als jonge hoofdinspecteur, secretaris van de beleidsstaf. Wij overlegden over de stappen die moesten worden genomen, luisterden naar de bandjes met de telefonische opdrachten van de ontvoerders. 'Hier spreekt de adelaar, een bericht voor de muis.' Ik maakte verslagen van de beraadslagingen. Dat had ik kennelijk behoorlijk gedaan, na drie weken zeiden ze: Welten, jongen, we gaan jou iets bijzonders laten doen.


'Samen met een collega mocht ik als eerste de loods ingaan waar Heineken en Doderer, zijn chauffeur, werden vastgehouden. Ambtelijk het mooiste moment in mijn leven. Ik zie ons nog die smalle gangetjes doorgaan, achter die blinde, geluiddempende wand. Ze hadden drie weken opgesloten gezeten, een veldbedje op een natte grond, een spel kaarten was vuistdik van de nattigheid. Achter de eerste deur zat Doderer. Hij was bang, ik heb hem in mijn armen genomen en zei: het is over, het is klaar.'


Hoe komt het dat de Nederlandse agent zo weinig gezag uitstraalt vergelijken met zijn collega in, bijvoorbeeld, Spanje?

'Heeft met de cultuur van het land te maken. Als een agent gekleed in het uniform van de Guardia Civil door de Kinkerstraat zou lopen, zou dat als bijna clownesk worden ervaren.


'Sinds de overheid aan het terugtreden is, is het gezag over de volle breedte minder geworden. Iedereen is niet alleen gelijkwaardig, maar ook gelijk - zelfs ministers worden getutoyeerd. Dat past bij dit land. Ben ik het niet altijd mee eens, eerlijk gezegd, maar het is wel zoals het gaat. Met als prijs dat dienders niet altijd het gezag hebben dat hen toekomt.


'Het is slechter geweest. Vroeger waren wij van de staat, toen werden we van de straat. De wijkagent die door de wijk slofte, geen verbaal gaf, met iedereen goede vrienden was - het was de tijd van de slogans 'Die pet past ons allemaal' en 'De politie is je beste vriend'. Dat was te soft.'


Soms zie je het verschil niet tussen een tramconducteur die na zijn dienst een sigaretje staat te roken en een politieagent.

'Daar kan ik me mateloos aan ergeren. Toen ik in Groningen begon als hoofdcommissaris, heb ik bij de uitgang van alle politiebureaus manshoge poppen gezet, gekleed zoals ik vond dat agenten moesten zijn. Boven alle spiegels had ik de tekst laten plakken: zo ziet de burger u. De boodschap was: snap nou dat je autoriteit voor een deel wordt bepaald door de wijze waarop je eruit ziet. Ik wil dat dienders een pet dragen. Als ik op straat een agent zonder pet zie, stap ik uit en vraag: mag ik even weten waarom jij je pet niet op hebt?'


Gezag dwing je ook af door optreden. De politie begeleidt Ajax-supporters, die op de Middenweg met een paar honderd man tientallen kilo's vuurwerk afsteken op de dag dat een van hun vermoorde leiders wordt begraven. Buurtjongetjes vergapen zich daaraan en zeggen: als wij dat op 30 december doen, worden we opgepakt.

'Het zijn mijn slechtste dagen, het liefst zou ik direct ingrijpen. Op het moment dat je er te fors tegenin gaat, is het effect averechts en de narigheid groter. Je moet judoën, eerst een beetje mee bewegen om daarna de beweging over te nemen.'


Waar ligt de grens van wat je nog mag tolereren?

'Geweld is altijd een grens. Ernstige ongelijkwaardigheid. Weggegleden beschaving.'


Daar gaf ik net een voorbeeld van.

'Ja, is ook zo. Toch is het soms verstandiger niet in te grijpen. Je kunt daadkrachtig optreden en dan zegt iedereen achteraf: was dat nou nodig voor die paar rotjes?'


CV BERNARD WELTEN Korpschef regiopolitie Amsterdam - Amstelland

1955 Geboren op 25 februari in Breda


1978 In dienst bij gemeentepolitie Amsterdam, achtereenvolgens uniformdienst, personeelszaken en recherche


1992-1997 chef Centrale Recherche


1998 lid korpsleiding regiopolitie Amsterdam - Amstelland


1999 - 2004 korpschef regiopolitie Groningen


2004 - 2011


Welten is getrouwd en heeft drie kinderen


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden