WIJ TEGEN ZIJ IN UDEN

Vlak na de moord op Theo van Gogh stichtten zes vmbo-scholieren brand in de Bedir-school in Uden. Afgelopen zondag werd ook het nieuwe schoolgebouw getroffen door een brandbom....

Op krukken hinkelt Halil Cesur rond de Süleymaniye- moskee in Uden. Hij laat de plaatsen zien waar vorig jaar racistische leuzen zijn gespoten op het gebedshuis. ‘Hier stond die rare zin’, zegt Cesur. Hij tovert een gsm met ingebouwde camera uit zijn broekzak en laat de foto zien die hij destijds heeft gemaakt. ‘Ik heb liever een moeder als hoer dan een Turk als broer’, leest hij voor. De zin is inmiddels verwijderd, het stuk muur witter dan de rest.

De moskeemuren waren rondom beklad met leuzen, hakenkruisen en White Power-tekens. ‘Hier stond: Kut Turken’, vertelt Cesur. Op de muur achter de moskeewinkel, waar Turkse lekkernijen en andere levensmiddelen worden verkocht: Kanker Moslims. Op de blauwe deur: 't Stinkt hier. Op sommige plekken zijn nog vaag de White Power-symbolen te zien. ‘Ik wist eerst niet wat die tekens betekenden. Zo leer je nog eens wat’, aldus de Udenaar van Turkse afkomst.

In november, vlak na de moord op Theo van Gogh, werd een aanslag op de Udense moskee gepleegd. In de nacht van zaterdag op zondag werd eerst een steen door de ruit gegooid, gevolgd door een fles gevuld met wasbenzine en een lap stof. De brandbom miste zijn doel. Drie dagen later was het wel raak in de islamitische basisschool Bedir, die volledig afbrandde. Afgelopen zondag werd ook het nieuwe schoolgebouw getroffen door een brandbom.

‘Ik voel dat er meer moslimhaat is dan vroeger’, zegt Cesur, die al 22 jaar in Uden woont en tijdelijk op krukken loopt na een ongelukje op het werk. ‘Ze zeggen dat het een kwajongensstreek is, maar daar ben ik het niet mee eens. Die jongens hebben hun richting bepaald, weten waar ze moeten aanvallen. Ik heb het gevoel dat ze de islamitische school gaan volgen, als doelwit.'

Zijn dochtertje van 7, Süheda, zit op Bedir. Ze voelt zich niet veilig meer. ‘Hoe moet je dit zo'n kind uitleggen? Na de eerste keer zei ik: dit zal niet meer gebeuren. Het nieuwe gebouw ligt veilig naast het politiebureau. En dan gebeurt het wéér. De eerste dag wou ze niet naar school. We hebben gepraat, gepraat. Maar eigenlijk kan ik niets meer uitleggen.’

Bij de Bedir-school lopen twee schoonmakers over het schoolplein. Bij de aanslag van zondag zijn weliswaar slechts twee stoelen en een stuk vloerbedekking verbrand, maar het hele lokaal zat onder het roet. In de klassen proberen docenten en leerlingen weer over te gaan tot de orde van de schooldag. Het merendeel van de 113 leerlingen komt uit Oss. ‘Om de beurt komen de ouders kijken’, vertelt schooldirecteur Jeanne van der Voorst. ‘Ze willen weten of het nog wel veilig is op school, wat er allemaal gebeurt daar in Uden.' Ook enkele dagen na de aanslag kan ze er nog niet over uit. ‘Het is ongelooflijk. Je moet wel lef hebben om zoiets weer te doen, nadat de hele wereldpers over de eerste brand heeft bericht. Nou ja, lef is eigenlijk geen goed woord. Dat klinkt zo stoer, terwijl dit natuurlijk helemaal niet stoer is.’ Het bestuur van Bedir overweegt de school te verhuizen naar Oss, maar die overweging zou los staan van de recente aanslagen. Op het hek voor de school hangt een geplastificeerde tekst, opgehangen door mensen die hun medeleven kwamen betonen: ‘Wie aan een school komt, raakt kinderen, ouders en een hele gemeenschap. De dader is alleen maar een domme speelbal van zijn eigen agressie en slapheid en brengt zichzelf terug tot helemaal niets. Je bent niet dapper en je roept geen bewondering op.’

Ria van Heezik, de juf van groep 1, weet ook niet wat de dader of daders heeft bezield. ‘Bedir is een gewone school met merendeels autochtone docenten. Slechts één leerkracht en de godsdienstleraar zijn van allochtone afkomst. Mensen vragen mij ook wel eens: je werkt op een islamschool, hoe is dat nou? Dan zeg ik: het zijn gewone kinderen van gewone ouders.’

Dood vogeltje

Haar kinderen, vertelt Van Heezik, waren nauwelijks onder de indruk van de tweede brandstichting. ‘We hadden een dood vogeltje in de klas. Dat vonden ze veel belangrijker.’ Maar in de hogere klassen is de impact groter. Van der Voorst: ‘Sommige kinderen opperden om het bord Bedir maar van de school te halen. Dan zou er misschien geen brand meer worden gesticht . ’

De zes tieners die eind november zijn opgepakt op verdenking van de aanslagen op de Bedir-school en de moskee, zaten allemaal op de vmbo-afdeling van het Udens College. In mei moeten de jeugdige verdachten, in de leeftijd van 14 tot 17 jaar, voor de rechter verschijnen. Volgens het Openbaar Ministerie hebben ze geen banden met rechts-extremistische groepen. Ook zouden ze er geen uitgesproken racistische denkbeelden op nahouden. Na de moord op Theo van Gogh wilden ze slechts de lokale moslims ‘terugpakken’.

Vijf van hen zijn de afgelopen weken teruggekeerd op school, onder strikte voorwaarden en begeleiding van de reclassering. Ze moeten een kwartier voor aanvang op school zijn en mogen pas een kwartier na het einde vertrekken, om confrontaties met andere leerlingen te voorkomen. Thuis hebben ze huisarrest.

Op het schoolplein van het Udens College staan drie jongens rond een rode scooter. Ja, ze kennen de verdachte brandstichters. Ze worden ‘gewoon’ bejegend, niet als helden of als losers. ‘Een paar zitten bij ons in de praktijkles metaal. We maken wel eens grapjes, zo van: doe weer eens iets in de fles en steek het aan’, vertelt een slungelige jongen in groene stofj as.

Veel leerlingen wisten van de dreigende brandstichting, via chatbox en sms. Een jongen in een blauwe overall vindt het vooral stom dat ze zich hebben laten verlinken: ‘Zoveel man wisten ervan. Als je zoiets doet, moet je het goed doen.’ Over de tweede brandstichting halen ze hun schouders op.

‘De eerste keer is de hele kiet afgefikt. Nu zijn er maar twee stoelen verbrand. Dat kan elke school gebeuren’, vindt een leerling in Matinique- shirt.

Ze hebben geen duidelijke mening over de aanslagen. Nee, het is niet goed. Maar ze hebben er wel begrip voor. Want het werd hoog tijd dat ‘die Turken en Marokkanen’ eens een lesje wordt geleerd. ‘Bedir hoort hier niet. Er zitten allemaal Ossenaren op’, zegt de groene stofjas. ‘De moslims moeten zich aanpassen aan onze cultuur. Ze doen niks, zitten een beetje op de bank, maar rijden wel in BMW's. Ze hebben ook allemaal winkels hier. Wij hebben toch ook geen Nederlandse winkels in Turkije?’

De blauwe overall woont dichtbij ‘die flatjes waar allemaal buitenlanders wonen’. Hij vindt het allemaal niks. Die allochtone jongeren komen agressief over, zeker in groepen. Laatst botste een maat per ongeluk tegen een Marokkaan op. Hij zei netjes sorry maar kreeg het later wel aan de stok met een groep van zeker zeventig Turken en Marokkanen. ‘Want alleen durven ze niet.'

Kloppartij

Een kleine woordenwisseling kan aanleiding zijn voor een fikse kloppartij. Een ruzie met Marokkaanse jongeren zou mede de aanleiding zijn geweest voor de eerste brandstichting in de Bedir-school, zo hebben de verdachten verklaard. ‘Echte racisten zijn hier niet’, vertelt een jongen op het schoolplein. Maar wij zeggen gewoon kut-Marokkanen tegen hen en zij zeggen kut-Nederlanders tegen ons.’ Op het plein van het Udens College zijn de leerlingen in kampen ingedeeld, vertelt een andere jongen. ‘Achter bij het raam staan de Lonsdalers’, gebaart hij. ‘Daar verderop staan de buitenlanders en hier staat gemengd.’ Hij vindt dat de frictie tussen de Udense jongerengroepen enorm wordt opgeblazen.

Er wordt wel eens gevochten, vooral in weekeinden. Maar eigenlijk valt het reuze mee Bij de moskee zitten vijf Turkse mannen op een bank in het zonnetje. Ze praten en laten de kralen van hun tesbih één voor één door de vingers glijden. ‘Om de stress weg te werken’, lacht Halil Cesur.

Hij is de enige die goed Nederlands spreekt. Cesur is bang dat de situatie in Uden uit de hand loopt. ‘We proberen onze jongeren in de hand te houden. Maar hoe lang kunnen ze dat nog volhouden? Actie-reactie, zeggen ze wel. Mijn zoon kijkt boos. Waarom, vraagt hij zich af.’

Ook Cesur zou wel eens willen weten waar die moslimhaat vandaan komt. De ouders spelen daarbij een rol, denkt hij: ‘Het begint bij de opvoeding.’ Hij wil praten, communiceren, begrip voor elkaar kweken. ‘Ik wil weten wat we verkeerd doen volgens hen. Er moet geen angst zijn tussen de mensen. Wij leven ook in Nederland. Daarom moeten we praten. We hebben niks te verbergen, niks van de islam of de Turkse cultuur.’

Zijn 16-jarige zoon Furkan was dinsdagavond bij de besloten bijeenkomst die wethouder Bakermans organiseerde voor allochtone jongeren, in een poging de gemoederen te bedaren. Hij heeft wel eens aan ‘die Lonsdale-jongeren’ gevraagd om te komen praten, wat hun problemen zijn met buitenlanders. ‘Dan maak je een afspraak, maar komen ze niet opdagen.’ Net als burgemeester Kersten vindt Furkan dat de maat vol is. ‘Nog één laatste druppeltje, dan barsten we los’, zegt hij dreigend. ‘We hopen dat de gemeente ingrijpt, anders gaan we zelf achter die jongens aan.’

Wat is er mis met Uden? De Oost-Brabantse gemeente telt 40 duizend zielen, van wie 5500 van buitenlandse komaf. De Turken vormen de grootste allochtonengroep. Autochtonen en allochtonen zijn altijd goed met elkaar omgegaan, zeggen de meeste bewoners. ‘Als er één plaats is waar de integratie is gelukt, dan is het Uden', beweerde inwoner Frank van Geelkerken in november bij de geblakerde resten van de Bedirs school.

Ook de gemeente en de politie waren verbijsterd. Dit moet kwajongenswerk zijn, luidde kort samengevat de eerste reactie. De schok na de tweede brandstichting is bijkans nog groter. Gemeente, politie, scholen en hulpinstellingen gaan een lik-op-stukbeleid voeren tegen de kleine groep ‘ontspoorde’ jongeren die de sfeer in de gemeenschap verpest. Hakenkruisen

‘Uden is geen racistisch dorp’, meent Loek Borrèl, directeur van jongerencentrum en poppodium De Pul. Maar veel jongeren zitten wel in een leefwereld die bevattelijk is voor rechtsextremisme. ‘Kijk maar hoe ze met elkaar communiceren via het internet. Als ze via msn chatten, staan er overal White Power-tekens en hakenkruisen bij. Ze hebben de ideologie niet, ze hebben Mein Kampf nooit gelezen. Maar ze zijn wel erg bezig met die cultuur van confrontatie.’

Borrèl, zelf een ‘halve allochtoon’ (zijn moeder was Thais), probeert een verklaring te vinden voor het ontluikend racisme onder Udense jongeren. ‘De integratie in Uden is helemaal niet gelukt. We hebben altijd langs elkaar heen geleefd, niet met elkaar. Dat was vroeger ook al zo. Ik woonde in de Indische buurt. Dat ging goed omdat we nauwelijks met elkaar werden geconfronteerd. We werden geaccepteerd, zolang we maar niet Indisch kookten. Want dat stinkt zo.’

Volgens Borrèl konden de ouders nog wel vredig langs elkaar heen leven, maar de kinderen niet. ‘Jongeren hebben veel meer een straatcultuur en komen elkaar tegen. Ze hebben nieuwe vormen van communicatie, zoals internet en mobiele telefoon, waar ouders en docenten geen vat op hebben. Allochtone jongeren eisen hun plaats in de maatschappij op. Nederlandse jongeren zijn gewend dat dat hun plaats is en zien bovendien dat de zwarte urban culture heel populair is, ook bij blanken. Ze voelen zich bedreigd en gaan zich afzetten tegen andere culturen. Ze voelen zich bovendien gelegitimeerd door uitspraken van rechtse politici, zoals Pim Fortuyn en Wilders. Ik denk niet dat jongeren dat politieke debat volgen. Maar het versterkt wel hun gevoel van wij tegen zij.’

Volgens Bedir-directeur Van der Voorst zit Uden met een groot maatschappelijk probleem. ‘Het gaat niet alleen om het in brand steken van een schooltje. Er zijn spanningen tussen jongerengroepen die al jaren aan de gang zijn en dreigen te escaleren. Die groepen opereren gescheiden en weten niets van elkaar. Maar het is in Uden niet anders dan in heel veel andere gemeenten. Het is hier alleen eerder aan de oppervlakte gekomen.’

Sluimerend racisme is wijd verbreid onder bepaalde delen van de Nederlandse jeugd, denkt directielid Hein Kremers van het Udens College, eerder ook in Rotterdam werkzaam. ‘Je ziet dat jongeren binnen hun eigen groep communiceren, via msn en internet. Elektronische hangplekken noem ik dat. Er wordt vaak uiterst ongenuanceerd en grof taalgebruik gebezigd. Volwassenen zien dat niet. Het vindt ook niet op school plaats. Ik merk steeds meer dat kinderen geen stelling meer nemen tegen ongewenste dingen.’ Hij heeft niet de indruk dat jongeren vanuit een welbewuste ideologie opereren. ‘Het zijn meer uiterlijke verschijnselen. Als volwassenen zien we te weinig wat zich daar afspeelt. Kijken we wel met de goede bril naar onze jongeren?’

Directeur Borrèl van jongerencentrum De Pul werd enige jaren geleden zelf ook onaangenaam verrast, toen hij drie Antillianen aannam als vrijwilliger. ‘Andere vrijwilligers zeiden ronduit: het moet hier niet zwarter worden, anders stap ik op. Dat vond ik heel confronterend

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden